Wij
Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen,
die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te
weten:
Alzo Wij in overweging genomen
hebben, dat het wenselijk is om in het Wetboek van Strafvordering, de
Wet OM-afdoening en enige andere wetten enkele technische
onvolkomenheden weg te
nemen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
ARTIKEL I
Het Wetboek van
Strafvordering wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 302, tweede lid, wordt
«250a» vervangen door:
273f.
B
Artikel 387
komt te luiden:
Artikel 387
De officier van justitie kan voor de aanvang van de terechtzitting
aan de verdachte schriftelijk of mondeling mededeling doen van de
intrekking van de
oproeping.
C
Artikel 489, eerste lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdeel a komt te
luiden:
a. de officier van justitie in een
strafbeschikking een taakstraf als bedoeld in artikel 77f, tweede lid,
van het Wetboek van Strafrecht wil opleggen en deze meer dan twintig
uren zal belopen;.
2. In onderdeel b wordt «het openbaar
ministerie een voorwaarde wil stellen als bedoeld in artikel 74, tweede
lid, van het Wetboek van Strafrecht» vervangen door: de officier
van justitie een strafbeschikking wil uitvaardigen.
3. In onderdeel c wordt na
«vervolging» ingevoegd: , anders dan door een
strafbeschikking,.
D
In artikel 551, eerste lid, wordt
«273a» vervangen door:
273f.
ARTIKEL II
Het Wetboek van
Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:
A
In de artikelen 5, eerste lid, onderdeel
3°, 5a, eerste lid, 71, onderdeel 3°, en 77d, tweede lid,
wordt «273a» telkens vervangen door:
273f.
B
Artikel 77f
komt te luiden:
Artikel 77f
1. In een strafbeschikking kan de officier van
justitie tevens de aanwijzing geven dat de verdachte zich zal richten
naar de aanwijzingen van een stichting als bedoeld in artikel 1,
onderdeel f, van de Wet op de jeugdzorg, voor een daarbij te bepalen
termijn van ten hoogste zes maanden.
2. In afwijking van artikel 257a, tweede lid,
onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering kan de officier van
justitie in een strafbeschikking een taakstraf opleggen voor ten
hoogste zestig uren, te verrichten binnen een termijn van ten hoogste
drie maanden. Artikel 77m, negende lid, is van overeenkomstige
toepassing.
C
In artikel 77hh wordt «artikel 77f, eerste
lid, onder a» vervangen door: artikel 77f, eerste
lid.
ARTIKEL III
In de artikelen 10, eerste lid, onderdeel c, en
102, tweede lid, van de Wet op de
jeugdzorg wordt «77f, eerste lid, onder a»
vervangen door: 77f, eerste lid.
ARTIKEL IV
De Wet
OM-afdoening wordt als volgt gewijzigd:
A
De artikelen I, onderdeel GG, en II, onderdeel S,
vervallen.
B
In
artikel IV, onderdeel B, wordt in artikel 76, eerste lid, «de
artikelen 257a en 257b» vervangen door: de artikelen 257a, 257b
en 257ba.
C
De
artikelen V, onderdeel B, onderdeel 1, en VII, onderdelen A en E,
vervallen.
D
Artikel
X, onderdeel A, komt te luiden:
A
Aan artikel 2, eerste lid,
wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel o door
een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, dat luidt:
p. strafbeschikking: de strafbeschikking
bedoeld in artikel 76, eerste lid, van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen.
ARTIKEL V
In artikel 164, vierde lid, tweede zin, van de
Wegenverkeerswet 1994 wordt
«totdat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is
gegaan of, indien bij de uitspraak de bestuurder de bevoegdheid tot het
besturen van motorrijtuig onvoorwaardelijk is ontzegd» vervangen
door: totdat de strafbeschikking onherroepelijk is geworden, de
rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan of, indien bij
die strafbeschikking of uitspraak de bestuurder de bevoegdheid tot het
besturen van motorrijtuigen onvoorwaardelijk is
ontzegd.
ARTIKEL VI
Artikel XLVIIa, onderdeel A, van de
Reparatiewet II Justitie
vervalt.
ARTIKEL VII
Indien artikel I, onderdeel H, van de Wet van
5 oktober 2006 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering
met betrekking tot het hoger beroep in strafzaken, het aanwenden van
gewone rechtsmiddelen en het wijzigen van de telastlegging
(stroomlijnen hoger beroep) (Stb. 470) in werking is getreden voor of
op het tijdstip waarop de Wet OM-afdoening in werking treedt, vervalt
artikel I, onderdelen R en U, van de Wet
OM-afdoening.
ARTIKEL VIIA
Indien de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten
in werking is getreden voor of op het tijdstip waarop de Wet
OM-afdoening in werking treedt, wordt op dat tijdstip in artikel I,
onderdeel A, van de Wet OM-afdoening de zinsnede «door de
officier van justitie bij het landelijk parket» vervangen door:
door een officier van justitie bij het landelijk parket of bij het
functioneel parket.
ARTIKEL VIII
In strafzaken waarin voor
het in werking treden van artikel II, onderdelen O tot en met R,
artikel III, artikel IV en artikel VI van de Wet OM-afdoening
voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging zijn gesteld
overeenkomstig de artikelen 74 en 74c van het Wetboek van Strafrecht,
de artikelen 36 en 37 van de Wet op de economische delicten, artikel 76
van de Algemene wet inzake rijksbelastingen respectievelijk artikel 85
van de Waterschapswet, blijven de artikelen die door de artikelen I,
onderdelen B en C, II, onderdelen B en C, en III van deze wet gewijzigd
worden van toepassing zoals zij luidden voor het in werking treden van
het desbetreffende onderdeel van de Wet OM-afdoening.
ARTIKEL IX
In artikel 310, vierde lid, van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek wordt de
zinsnede «240b en 242 tot en met 273a» vervangen door:
240b, 242 tot en met 250 en 273f.
ARTIKEL X
In artikel 51a, tweede lid, van de
Uitleveringswet wordt
«273a» telkens vervangen door:
273f.
ARTIKEL XI
In artikel 8, onderdeel k, van de
Vreemdelingenwet 2000 wordt
«273a» vervangen door:
273f.
ARTIKEL XII
1. De artikelen I, onderdelen B en C, II,
onderdelen B en C, en III tot en met VIII van deze wet treden in
werking op het tijdstip waarop de Wet OM-afdoening in werking
treedt.
2. De artikelen I, onderdelen
A en D, II, onderdeel A, en IX tot en met XI van deze wet treden in
werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin zij wordt
geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.