Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2006, 698AMvB

Besluit van 11 december 2006 tot vaststelling van het tijdstip van de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 december 2006, nr. SV/WV/06/97498;

Gelet op artikel 126 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Verhoging IVA-uitkering

Het tijdstip, bedoeld in artikel 126 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, waarop de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 51 van die wet, wordt vastgesteld op 75% van het maandloon, wordt vastgesteld op 29 december 2005, met dien verstande dat de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering over de jaren 2005 en 2006 op een later tijdstip dan 1 januari 2007 wordt uitbetaald.

Artikel 2. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007 en werkt terug tot en met 29 december 2005.

Artikel 3. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verhoging IVA-uitkering.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 december 2006

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus

Uitgegeven de tweeëntwintigste december 2006

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

In het Najaarsakkoord van 5 november 2004 is overeengekomen dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 51 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) (IVA-uitkering) zou worden verhoogd naar 75% met terugwerkende kracht vanaf januari 2006 indien de instroom in de IVA sinds januari 2006 daadwerkelijk beperkt is gebleven tot 25.000 op 12-maandsbasis en indien de intentie van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde centrale organisaties van werkgevers en werknemers met betrekking tot de loondoorbetaling in de eerste twee ziektejaren zoals verwoord in de Stichtingsverklaring van 5 november, ook daadwerkelijk door CAO-partijen is uitgevoerd. Bij brief van 20 oktober 2006 heeft het kabinet aan de Kamer meegedeeld dat aan beide voorwaarden in voldoende mate is voldaan en dat daarom de IVA-uitkering verhoogd kan worden.

Dit besluit dient er toe de verhoging van de IVA-uitkering per 29 december 2005 (de inwerkingtredingsdatum van hoofdstuk 6 van de Wet WIA) te regelen.

De verhoging van de uitkering en de nabetaling in 2007 kunnen ertoe leiden dat betrokkenen het recht op huur- of zorgtoeslag geheel of gedeeltelijk verliezen. In de meeste gevallen zal dit recht in 2008 weer herleven.

Artikelgewijs

Artikelen 1 en 2

Artikel 126 van de Wet WIA biedt de mogelijkheid om de hoogte van de IVA-uitkering op enig tijdstip te verhogen naar 75% van het maandloon. Met artikel 1 van dit besluit wordt van die mogelijkheid gebruik gemaakt en wordt bedoeld tijdstip vastgesteld op 29 december 2005. Artikel 126 van de Wet WIA biedt tevens de mogelijkheid aan de verhoging van de IVA-uitkering terugwerkende kracht te verlenen. In artikel 1 wordt geregeld dat de verhoging van de IVA-uitkering over 2005 en 2006 op een later tijdstip dan 1 januari 2007 kan worden uitbetaald. De reden hiervoor is dat het betaalsysteem van UWV niet tijdig kan worden aangepast ten behoeve van dergelijke nabetalingen. De eenmalige nabetaling zal handmatig en voor de verschillende uitkeringsgerechtigden gespreid in het eerste kwartaal van 2007 geschieden.

In artikel 2 wordt aan dit besluit terugwerkende kracht verleend tot en met de inwerkingtredingsdatum van hoofdstuk 6 van de Wet WIA, te weten 29 december 2005.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus