Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport;
b. Verordening nr.
273/2004: verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en
de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (PbEU L
47);
c. Verordening nr. 111/2005:
verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004
houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de
Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PbEU L
22);
d. Verordening nr. 3677/90:
verordening nr. 3677/90 (EEG) van de Raad van 13 december 1990
houdende maatregelen om te voorkomen dat bepaalde stoffen worden
misbruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en
psychotrope stoffen (PbEG L 357);
e. Uitvoeringsverordening: verordening (EG) nr.
1277/2005 van de Commissie van 27 juli 2005 tot vaststelling van
uitvoeringsbepalingen van Verordening nr. 273/2004 van het Europees
Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en van Verordening nr.
111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de
handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PbEU
L 202).
Artikel 2
Het is
verboden te handelen in strijd met voorschriften gesteld bij of
krachtens:
a. de artikelen 3, tweede en derde lid, en 8 van
Verordening nr. 273/2004, de artikelen 6, eerste lid, 8, eerste lid, 9,
12, eerste lid, en 20 van Verordening nr. 111/2005.
b. artikel 7, eerste lid, van Verordening nr.
111/2005 en artikel 10, eerste lid, van de
Uitvoeringsverordening;
c. de artikelen
3, eerste en zesde lid, 4, 5 en 7 van Verordening nr. 273/2004 en de
artikelen 3, 4, 5, 14, tweede lid, en 22 van Verordening nr. 111/2005
en de artikelen 3, 10, tweede, derde en vierde lid, en 27 van de
Uitvoeringsverordening.