Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 2006, 642Wet

Wet van 22 november 2006 houdende wijziging van de Wet personenvervoer 2000 in verband met de bijzondere positie van gemeentelijke vervoerbedrijven in relatie tot de aanbestedingsverplichting in het openbaar vervoer en enkele technische wijzigingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de positie van de gemeentelijke vervoerbedrijven aan te passen in het kader van de aanbestedingsverplichting en voorts een aantal technische wijzigingen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet personenvervoer 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

In het eerste lid van artikel 3 wordt «61, en 64 tot en met 67» vervangen door: 61.

B

Het vierde lid van artikel 20 vervalt.

C

In het derde lid van artikel 23 wordt de zinsnede «een vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 64» vervangen door: een vervoerder als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid.

D

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «vastgesteld tijdvak» vervangen door: vastgestelde duur.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «maximale termijn van acht jaar» vervangen door: maximale duur van acht jaar.

3. De eerste en tweede volzin van het vierde lid worden vervangen door:

In afwijking van het eerste tot en met derde lid vervalt een concessie voor openbaar vervoer per trein op een in de concessie te bepalen tijdstip.

E

In het vierde lid van artikel 25 wordt de zinsnede «Bij de concessieovereenkomst» vervangen door: Bij de concessie.

F

In het eerste lid van artikel 26 wordt de zinsnede «bedoeld in artikel 20, tweede, derde en vierde lid» vervangen door: bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid.

G

In het eerste lid van artikel 27a wordt de zinsnede «een concessie voor spoorvervoer per trein» vervangen door: een concessie voor openbaar vervoer per trein.

H

In het vierde lid van artikel 30 wordt de zinsnede «in artikel 20, tweede of vierde lid» vervangen door: in artikel 20, tweede lid.

I

Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «geen vervoerbedrijf is als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdeel a» vervangen door: geen vervoerder is als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «een vervoerbedrijf is als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdeel a» vervangen door: een vervoerder is als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid.

J

In het eerste lid van artikel 41 wordt de zinsnede «als bedoeld in artikel 20, tweede en vierde lid» vervangen door: als bedoeld in artikel 20, tweede lid.

K

In artikel 42 wordt «de artikelen 61, vijfde lid, en 66» vervangen door: artikel 61, vijfde lid.

L

In artikel 48 wordt de zinsnede «als bedoeld in artikel 20, tweede tot en met vierde lid» vervangen door: als bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid.

M

In het tweede lid van artikel 53 wordt de zinsnede «een vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 64» vervangen door: een vervoerder als bedoeld in artikel 69, eerste en zevende lid.

N

Artikel 62 komt te luiden:

Artikel 62

  • 1. Concessies als bedoeld in artikel 20, derde lid, worden slechts verleend nadat daartoe een aanbesteding is gehouden.

  • 2. In bij of krachtens algemene maatregel van bestuur omschreven gevallen kan het eerste lid buiten toepassing worden gelaten.

O

Het opschrift van paragraaf 5 van hoofdstuk III komt te luiden:

§ 5. Bijzondere bepalingen inzake door Onze Minister te verlenen concessies

P

De artikelen 64 tot en met 67 vervallen.

Q

1. Artikel 68 wordt vernummerd tot 63.

2. In het eerste lid, van artikel 63 (nieuw), wordt de zinsnede «in artikel 67» vervangen door: in artikel 61, tweede lid.

R

Artikel 69 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste en het tweede lid komen te luiden:

  • 1. Een vervoerder waarop de gemeente Amsterdam, Den Haag, Rotterdam of Utrecht op basis van feitelijke of juridische omstandigheden beslissende invloed uitoefent, verricht geen andere werkzaamheden dan:

    a. openbaar vervoer;

    b. vervoer waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dit artikel van toepassing is verklaard; of,

    c. werkzaamheden die rechtstreeks samenhangen met het verrichten van het in onderdeel a en b bedoelde vervoer.

  • 2. Een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in het eerste lid mag:

    a. vervoerders

    1°. waarop het op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kan uitoefenen, of,

    2°. waarop een rechtspersoon op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kan uitoefenen die tevens op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kan uitoefenen op dit gemeentelijk vervoerbedrijf, die openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer verrichten dan wel werkzaamheden die daarmee rechtstreeks samenhangen, niet bevoordelen boven anderen waarmee die vervoerders in concurrentie treden of anderszins voordelen toekennen die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is;

    b. middelen die het aanwendt of verkrijgt voor het verrichten van metro- of tramvervoer, zo lang dit vervoer niet is aanbesteed, niet benutten voor het verrichten van busvervoer of de in de onderdelen b of c van het eerste lid bedoelde werkzaamheden voor zover het gemeentelijk vervoerbedrijf daarmee voordelen verkrijgt die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is.

2. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in het eerste lid:

    a. doet jaarlijks over het voorgaande boekjaar een verklaring van een onafhankelijke deskundige opmaken waaruit blijkt of de financiële verhouding tussen het vervoerbedrijf en de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde vervoerders, voldoet aan de in dat onderdeel gestelde eisen en of het voldoet aan het tweede lid, onderdeel b, gestelde eisen. Deze verklaring ligt voor een ieder ter inzage op alle kantoren van het gemeentelijk vervoerbedrijf;

    b. houdt voorzover aan hem zowel een concessie voor het verrichten van busvervoer als een concessie voor het verrichten van metro- of tramvervoer is verleend en zolang één van deze concessies nog niet is aanbesteed, een zodanige administratie bij dat:

    1°. de registratie van de lasten en baten van het busvervoer en het tram- of metrovervoer gescheiden zijn;

    2°. alle lasten en baten, op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, correct worden toegerekend;

    3°. de beginselen inzake kostprijsadministratie volgens welke de administratie wordt gevoerd, duidelijk zijn vastgelegd.

    Een gemeentelijk vervoerbedrijf bewaart de in onderdeel b bedoelde gegevens gedurende vijf jaar, te rekenen vanaf het einde van het boekjaar waarop de gegevens betrekking hebben.

3. In het zesde lid wordt na «een gemeentelijk vervoerbedrijf» ingevoegd: als bedoeld in het eerste lid.

4. Na het zesde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op:

    a. een vervoerder die in de in het eerste lid genoemde gemeenten op grond van een aan hem verleende concessie openbaar vervoer verricht zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden;

    b. een vervoerder waarop een gemeente voor 1 januari 2007 beslissende invloed heeft uitgeoefend en die openbaar vervoer verricht op grond van een concessie zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden.

S

De artikelen 69a tot en met 69d worden vernummerd tot 64 tot en met 67.

T

Het opschrift van paragraaf 7 vervalt.

U

Artikel 87 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «bedoeld in artikel 20, tweede tot en met vierde lid» vervangen door: bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid.

2. In het vierde lid wordt de zinsnede «in artikel 69, eerste en vijfde lid» vervangen door: in artikel 69, eerste, vijfde en zevende lid.

V

In het eerste lid van artikel 94 wordt de zinsnede «van artikel 69, eerste en vijfde lid» vervangen door: van artikel 69, eerste, vijfde en zevende lid.

W

Artikel 100 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt.

2. Het derde lid wordt vernummerd tot tweede lid.

X

Artikel 109 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt de zinsnede «aan aanbesteding van een concessie» vervangen door: aan aanbesteding van een concessie voor openbaar vervoer per bus respectievelijk per metro of tram.

2. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. een vervoerder als bedoeld in artikel 69, eerste of zevende lid, alsmede een vervoerder waarvan een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 69, eerste lid, een of meer aandelen in het geplaatst kapitaal bezit, voor zolang het openbaar vervoer per bus respectievelijk per metro of tram, dat op de dag van inwerkingtreding van deze wet door het vervoerbedrijf werd verricht, niet of niet in voldoende mate is aanbesteed.

Y

Artikel 119 vervalt.

Z

Artikel 143 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste tot en met vierde lid vervallen.

2. Het vijfde en zesde lid worden vernummerd tot eerste en tweede lid.

ARTIKEL II

Artikel I, onderdeel PP, van de Concessiewet personenvervoer per trein komt te luiden:

PP.

Artikel 69 komt te luiden:

Artikel 69

  • 1. Een vervoerder waarop de gemeente Amsterdam, Den Haag, Rotterdam of Utrecht op basis van feitelijke of juridische omstandigheden beslissende invloed uitoefent, en een concessiehouder waaraan, zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden een concessie is verleend voor een langere duur dan acht jaar, verrichten geen andere werkzaamheden dan:

    a. openbaar vervoer;

    b. vervoer waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dit artikel van toepassing is verklaard; of,

    c. werkzaamheden die rechtstreeks samenhangen met het verrichten van het in onderdeel a en b bedoelde vervoer.

  • 2. Een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in het eerste lid of een concessiehouder als bedoeld in het eerste lid mogen:

    a. vervoerders

    1°. waarop zij op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kunnen uitoefenen, of,

    2°. waarop een rechtspersoon op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kan uitoefenen die tevens op basis van feitelijke of juridische omstandigheden invloed kan uitoefenen op dit gemeentelijk vervoerbedrijf of die concessiehouder, die openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer verrichten dan wel werkzaamheden die daarmee rechtstreeks samenhangen, niet bevoordelen boven anderen waarmee die vervoerders in concurrentie treden of anderszins voordelen toekennen die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is;

    b. middelen die het aanwendt of verkrijgt voor het verrichten van metro- of tramvervoer, zo lang dit vervoer niet is aanbesteed, niet benutten voor het verrichten van busvervoer of de in de onderdelen b of c van het eerste lid bedoelde werkzaamheden voor zover het gemeentelijk vervoerbedrijf daarmee voordelen verkrijgt die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is.

  • 3. Als toekenning van voordelen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval aangemerkt:

    a. het leveren van goederen of diensten tegen een vergoeding die lager is dan de redelijkerwijs daaraan toe te rekenen kosten;

    b. het ter beschikking stellen van financiële middelen anders dan ten laste van het eigen vermogen dan wel ten laste van het eigen vermogen anders dan tegen een in het handelsverkeer gebruikelijke vergoeding;

    c. het verstrekken van gegevens over individuele gebruikers van openbaar vervoer, tenzij deze onder gelijke voorwaarden ook ter beschikking worden gesteld aan derden die met de betrokken onderneming in concurrentie treden;

    d. het toestaan van het gebruik van de naam en het beeldmerk van het openbaar vervoerbedrijf op een wijze waardoor verwarring bij het publiek is te duchten over de herkomst van goederen en diensten.

  • 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen anderen vormen van toekenning van voordelen dan die, bedoeld in het derde lid, worden aangemerkt als vormen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is.

  • 5. Gemeentelijke vervoerbedrijven of concessiehouders als bedoeld in het eerste lid:

    a. doen jaarlijks over het voorgaande boekjaar een verklaring van een onafhankelijke deskundige opmaken waaruit blijkt of de financiële verhouding tussen het vervoerbedrijf en de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde vervoerders, voldoet aan de in dat onderdeel gestelde eisen en of het voldoet aan het tweede lid, onderdeel b, gestelde eisen. Deze verklaring ligt voor een ieder ter inzage op alle kantoren van het gemeentelijk vervoerbedrijf;

    b. houden voorzover aan hen zowel een concessie voor het verrichten van busvervoer als een concessie voor het verrichten van metro- of tramvervoer zijn verleend en zolang één van deze concessies nog niet is aanbesteed, een zodanige administratie bij dat:

    1°. de registratie van de lasten en baten van het busvervoer en het tram- of metrovervoer gescheiden zijn;

    2°. alle lasten en baten, op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, correct worden toegerekend;

    3°. de beginselen inzake kostprijsadministratie volgens welke de administratie wordt gevoerd, duidelijk zijn vastgelegd.

    Een gemeentelijk vervoerbedrijf bewaart de in onderdeel b bedoelde gegevens gedurende vijf jaar, te rekenen vanaf het einde van het boekjaar waarop de gegevens betrekking hebben.

  • 6. Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in het eerste lid zodra het openbaar vervoer, bedoeld in artikel 53, tweede lid, onderdeel a, voor ten minste een gedeelte dat naar omzet berekend ten minste twee derde beloopt, wordt verricht krachtens een concessie welke is verleend na een procedure van aanbesteding.

  • 7. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op:

    a. een vervoerder die in de in het eerste lid genoemde gemeenten op basis van een aan hem verleende concessie openbaar vervoer verricht zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden;

    b. een vervoerder waarop een gemeente voor 1 januari 2007 beslissende invloed heeft uitgeoefend en die openbaar vervoer verricht op grond van een concessie zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

’s-Gravenhage, 22 november 2006

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs

Uitgegeven de negentiende december 2006

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot

Kamerstuk 30 683