Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatsblad 2006, 567AMvB

Besluit van 20 oktober 2006, houdende wijziging van enige krachtens de artikelen 8.40, 8.41 en 8.42 van de Wet milieubeheer gegeven algemene maatregelen van bestuur in verband met een tekort aan geluidsruimte op industrieterreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder (efficiënter gebruik geluidsruimte op gezoneerde industrieterreinen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 10 juli 2006, nr. DJZ2006282844, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op de artikelen 8.40, 8.41 en 8.42 van de Wet milieubeheer;

De Raad van State gehoord (advies van 7 september 2006, nr. W08.06.0285/V);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 11 oktober 2006, nr. DJZ2006309409, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

De bijlage behorende bij het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

Onderdeel B. Voorschriften wordt gewijzigd als volgt:

1. Na voorschrift 1.1.3 wordt een voorschrift toegevoegd, luidende:

1.1.4 Indien binnen een afstand van 50 meter van een inrichting die is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder geen woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het piekniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, dat het niveau op de in tabel II genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedraagt dan de in die tabel aangegeven waarde.

Tabel II
 

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

LAr,LT op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

2. In voorschrift 4.1.1 wordt «1.1.1 en 1.1.3» vervangen door: 1.1.1, 1.1.3 en 1.1.4.

ARTIKEL II

Bijlage 2 behorende bij het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

Onderdeel B. Voorschriften wordt gewijzigd als volgt:

1. Na voorschrift 1.1.6 wordt een voorschrift toegevoegd, luidende:

1.1.7 Indien binnen een afstand van 50 meter van een inrichting die is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder geen woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het piekniveau (Lmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, dat het niveau op de in tabel III genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedraagt dan de in die tabel aangegeven waarden.

Tabel III
 

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

LAr,LT op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

Lmax op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

2. In voorschrift 1.1.2 wordt «voorschrift 1.1.1» vervangen door: de voorschriften 1.1.1, 1.1.7.

3. In voorschrift 1.1.3 wordt «Voorschrift 1.1.1 is» telkens vervangen door: De voorschriften 1.1.1 en 1.1.7 zijn.

4. In voorschrift 4.1.1 wordt «1.1.1, 1.1.3 en 1.1.5» telkens vervangen door: 1.1.1, 1.1.3, 1.1.5 en 1.1.7.

5. In voorschrift 4.1.4 wordt «1.1.1, 1.1.3, 1.1.4, 4.1.1 en 4.1.3» vervangen door: 1.1.1, 1.1.3, 1.1.4, 1.1.7, 4.1.1 en 4.1.3.

ARTIKEL III

De bijlage bij het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

Onderdeel B. Voorschriften wordt gewijzigd als volgt:

1. Na voorschrift 1.1.9 wordt een voorschrift toegevoegd, luidende:

1.1.10 Indien binnen een afstand van 50 meter van een inrichting die is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder geen woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het piekniveau (Lmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, dat het niveau op de in tabel III genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedraagt dan de in die tabel aangegeven waarden.

Tabel III
 

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

LAr,LT op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

Lmax op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

2. In de voorschriften 1.1.2, 1.1.3, 1.1.4 wordt «voorschrift 1.1.1» telkens vervangen door: de voorschriften 1.1.1 en 1.1.10.

3. In voorschrift 1.1.5 wordt «Voorschrift 1.1.1 is» vervangen door: De voorschriften 1.1.1 en 1.1.10 zijn.

4. In voorschrift 1.1.9 wordt «1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8» vervangen door: 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7, 1.1.8 en 1.1.10.

5. In voorschrift 4.1.1. wordt «1.1.1, 1.1.5 en 1.1.7» vervangen door: 1.1.1, 1.1.5 1.1.7 en 1.1.10.

6. In voorschrift 4.1.3 wordt «1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 of 4.1.1»vervangen door: 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7, 1.1.0 of 4.1.1.

7. In voorschrift 4.1.4 wordt «1.1.1, 1.1.5, 1.1.6, 1.1.7, 3.4.2, 4.1.1 of 4.1.3» vervangen door: 1.1.1, 1.1.5, 1.1.6, 1.1.7, 1.1.10, 3.4.2, 4.1.1 of 4.1.3.

ARTIKEL IV

De bijlage behorende bij het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

Onderdeel B. Voorschriften wordt gewijzigd als volgt:

1. Na voorschrift 1.1.3 wordt een voorschrift toegevoegd, luidende:

1.1.4 Indien binnen een afstand van 50 meter van een inrichting die is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder geen woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het piekniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, dat het niveau op de in tabel II genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedraagt dan de in die tabel aangegeven waarden.

Tabel II
 

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

LAr,LT op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

2. In voorschrift 4.1.1 wordt «1.1.1 of 1.1.3» telkens vervangen door: 1.1.1, 1.1.3 of 1.1.4.

3. In voorschrift 4.1.4 wordt «1.1.1, 1.1.3 of 4.1.1» vervangen door: 1.1.1, 1.1.3, 1.1.4 of 4.1.1.

ARTIKEL V

De bijlage behorende bij het Besluit jachthavens wordt gewijzigd als volgt:

Onderdeel B. Voorschriften wordt gewijzigd als volgt:

1. Na voorschrift 1.1.7 wordt een voorschrift toegevoegd, luidende:

1.1.8 Indien binnen een afstand van 50 meter van een inrichting die is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder geen woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het piekniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, dat het niveau op de in tabel III genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedraagt dan de in die tabel aangegeven waarden.

Tabel III
 

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

LAr,LT op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

2. In de voorschriften 1.1.2, 1.1.3 en 1.1.4 wordt «voorschrift 1.1.1» telkens vervangen door: de voorschriften 1.1.1 en 1.1.8.

3. In voorschrift 1.1.5 wordt «Voorschrift 1.1.1 is» vervangen door: De voorschriften 1.1.1 en 1.1.8 zijn.

4. In voorschrift 4.1.1 wordt «1.1.1 en 1.1.5» telkens vervangen door: 1.1.1, 1.1.5 en 1.1.8.

5. In voorschrift 4.1.3 wordt «1.1.1, 1.1.5 of 4.1.1» vervangen door: 1.1.1, 1.1.5, 1.1.8 of 4.1.1.

ARTIKEL VI

De bijlage behorende bij het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

Onderdeel B. Voorschriften wordt gewijzigd als volgt:

1. Na voorschrift 1.1.3 wordt een voorschrift toegevoegd, luidende:

1.1.4 Indien binnen een afstand van 50 meter van een inrichting die is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder geen woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het piekniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, dat het niveau op de in tabel II genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedraagt dan de in die tabel aangegeven waarden.

Tabel II
 

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

LAr,LT op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

2. In voorschrift 4.1.1. wordt «1.1.1 en 1.1.3» telkens vervangen door: 1.1.1, 1.1.3 en 1.1.4.

3. In voorschrift 4.1.3 wordt «1.1.1, 1.1.3 of 4.1.1» vervangen door: 1.1.1, 1.1.3, 1.1.4 of 4.1.1.

ARTIKEL VII

Bijlage II behorende bij het Besluit tankstations milieubeheer voor de tankstations type B wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel II. Voorschriften wordt na voorschrift 3.6 een voorschrift toegevoegd, luidende:

3.7 Indien binnen een afstand van 50 meter van een inrichting die is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder geen woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het piekniveau (Lmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, dat het niveau op de in tabel I genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedraagt dan de in die tabel aangegeven waarden.

Tabel I
 

07.00-21.00

21.00-07.00

LAr,LT op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

50 dB(A)

40 dB(A)

Lmax op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

70 dB(A)

60 dB(A)

2. In voorschrift 3.4, 3.5 en 3.6 wordt «3.1. tot en met 3.3» telkens vervangen door: 3.1 tot en met 3.3 en 3.7.

ARTIKEL VIII

Bijlage 1 behorende bij het Besluit textielreinigingsbedrijven milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

Onderdeel B. Voorschriften wordt gewijzigd als volgt:

1. Na voorschrift 1.1.3 wordt een voorschrift toegevoegd, luidende:

1.1.4 Indien binnen een afstand van 50 meter van een inrichting die is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder geen woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het piekniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, dat het niveau op de in tabel II genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedraagt dan de in die tabel aangegeven waarden.

Tabel II
 

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

LAr,LT op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

2. In voorschrift 4.1.1 wordt «1.1.1 of 1.1.3» telkens vervangen door: 1.1.1, 1.1.3 of 1.1.4.

3. In voorschrift 4.1.3 wordt «1.1.1, 1.1.3 of 4.1.1» vervangen door: 1.1.1, 1.1.3, 1.1.4 of 4.1.1.

4. In voorschrift 4.1.4 wordt «1.1.1, 1.1.2, 1.1.3, 4.1.1 of 4.1.3» vervangen door: 1.1.1, 1.1.2, 1.1.3, 1.1.4, 4.1.1 of 4.1.3.

ARTIKEL IX

Bijlage 2 behorende bij het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

Onderdeel B. Voorschriften wordt gewijzigd als volgt:

1. Na voorschrift 1.1.4 worden twee voorschriften toegevoegd, luidende:

1.1.5 Indien binnen een afstand van 50 meter van een inrichting die is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder geen woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het piekniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten), dat het niveau op de in tabel III genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedraagt dan de in die tabel aangegeven waarden.

Tabel III
 

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

LAr,LT op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

1.1.6 Voor windturbines die duurzame energie opwekken en die zijn gelegen op een industrieterrein in de zin van artikel 1 van de Wet geluidhinder is voorschrift 1.1.5 niet van toepassing.

2. In voorschrift 1.1.4 wordt «Voorschrift 1.1.1»vervangen door: De voorschriften 1.1.1 en 1.1.5.

3. In voorschrift 4.1.1 wordt «1.1.1 of 1.1.3» telkens vervangen door: 1.1.1, 1.1.3 of 1.1.5.

4. In voorschrift 4.1.3 wordt «1.1.1, 1.1.3 of 4.1.1» vervangen door: 1.1.1, 1.1.3, 1.1.5 of 4.1.1.

ARTIKEL X

De bijlage behorende bij het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

Onderdeel B. Voorschriften wordt gewijzigd als volgt:

1. Na voorschrift 1.1.5 wordt een voorschrift toegevoegd, luidende:

1.1.6 Indien binnen een afstand van 50 meter van een inrichting die is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder geen woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het piekniveau (Lmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, dat het niveau op de in tabel II genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedraagt dan de in die tabel aangegeven waarden.

Tabel II
 

07.00-19.00

19.00-23.00

23.00-07.00

LAr,LT op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

Lmax op een afstand van 50 meter vanaf de terreingrens van een inrichting

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

2. In de voorschriften 1.1.2 en 1.1.3 wordt «voorschrift 1.1.1» vervangen door: de voorschriften 1.1.1 en 1.1.6.

3. In voorschrift 4.1.1 wordt «1.1.1 en 1.1.5» telkens vervangen door: 1.1.1, 1.1.5 en 1.1.6.

4. In voorschrift 4.1.3 wordt «1.1.1, 1.1.5 of 4.1.1» vervangen door: 1.1.1, 1.1.5, 1.1.6 of 4.1.1.

5. In voorschrift 4.1.4 wordt «1.1.1, 1.1.5, 3.4.1 of 4.1.1 en 4.1.3» vervangen door: 1.1.1, 1.1.5, 1.1.6, 3.4.1 of 4.1.1 en 4.1.3

ARTIKEL XI

De bij dit besluit ingevoerde voorschriften zijn voor inrichtingen, die vóór de inwerkingtreding van dit besluit zijn opgericht op industrieterreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder, voor het eerst van toepassing twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit.

ARTIKEL XII

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sedert de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

’s-Gravenhage, 20 oktober 2006

Beatrix

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. L. B. A. van Geel

Uitgegeven de drieëntwintigste november 2006

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

1. Algemeen

Het onderhavige besluit voorziet in een aanvulling op de geluidsvoorschriften in de algemene maatregelen van bestuur die hun grondslag vinden in onder meer artikel 8.40 van de Wet milieubeheer (de zogenoemde 8.40-amvb’s).

In Hoofdstuk V van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) is bepaald dat rond industrieterreinen waarop bepaalde krachtens de Wet milieubeheer aangewezen inrichtingen zijn gevestigd of zich mogen vestigen, een geluidszone moet zijn vastgesteld. Genoemde zone betreft het gebied rondom een industrieterrein, zoals bedoeld in de Wgh, waarbuiten door de op dat terrein gevestigde inrichtingen gezamenlijk geen hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A) etmaalwaarde mag worden veroorzaakt.

Voor inrichtingen op industrieterreinen die op grond van de Wgh gezoneerd zijn, is er derhalve een gelimiteerde geluidsruimte beschikbaar. Het probleem dat zich daarbij in de praktijk regelmatig voordoet is dat die geluidsruimte door de reeds aanwezige inrichtingen (meer dan) volledig wordt opgevuld, terwijl er nog wel fysieke ruimte op het terrein aanwezig is voor de vestiging van één of meer nieuwe inrichtingen. Ook komt het voor dat bestaande inrichtingen willen uitbreiden, maar er geen geluidsruimte meer beschikbaar is. In beide gevallen laat de wettelijke regeling niet toe dat een Wet milieubeheer vergunning wordt verleend.

De oorzaak voor de hierboven geschetste problematiek blijkt, naast in voorkomende gevallen een onvolkomen zonebeheer door het bevoegd gezag, te liggen in de hoeveelheid ongebruikte geluidsruimte van inrichtingen die vallen onder de artikel 8.40-amvb’s (hierna 8.40-inrichtingen) die zich, naast de Wet milieubeheer vergunningplichtige inrichtingen, op dergelijke gezoneerde industrieterreinen vestigen. Ten aanzien van deze 8.40-inrichtingen zijn algemene geluidsvoorschriften in de betreffende amvb’s opgenomen en is bewust afgezien van maatwerkvoorschriften; deze vergen immers onderzoek en hogere administratieve lasten. Bovendien produceren 8.40-inrichtingen in het algemeen veel minder geluid dan inrichtingen die op grond van de Wet milieubeheer vergunningplichtig zijn.

De geluidsniveaus zijn in de meeste gevallen op de gevel van de dichtstbijzijnde woning vastgesteld. Gebleken is dat bij hantering van deze niveaus een 8.40-inrichting meer geluidsruimte toebedeeld krijgt dan een dergelijke inrichting in feite nodig heeft. Zo wordt de geluidszone onnodig snel opgevuld. Het bevoegd gezag kan deze niet «gebruikte» geluidsruimte in de huidige situatie beperken door het stellen van een nadere eis. Daarmee zou dit deel van de problematiek grotendeels kunnen worden opgelost. Echter, in de praktijk gebruikt het bevoegd gezag het instrument van de nadere eis voor dit soort situaties uiterst zelden.

Tijdens de plenaire behandeling van het voorstel voor de Interimwet stad- en milieubenadering (Handelingen II, vergaderjaar 2004/05, blz. 4761–4766) is de problematiek van de geluidregelgeving rond grootschalige bedrijfsterreinen aan de orde gesteld. Er is toen toegezegd dat zal worden nagegaan of dit probleem binnen het huidige wettelijke kader kan worden opgelost, of dat het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase, Kamerstukken 29 879) moet worden aangepast.

Bij brief van 13 mei 2005 (Kamerstukken II 2004/05, 29 879, nr. 9) is vervolgens opgemerkt dat in het kader van het Herijkingsproject Modernisering Algemene Regels alle 8.40-amvb’s kritisch zullen worden doorgelicht. Dit zal leiden tot actualisering en harmonisatie van de bepalingen van deze amvb’s in een geheel nieuwe allesomvattende amvb algemene regels. Ook is in deze brief toegezegd dat wordt bezien of voor 8.40-inrichtingen op gezoneerde industrieterreinen de geluidsbepalingen zodanig kunnen worden geformuleerd, dat zo min mogelijk «loze» geluidsruimte ontstaat, zonder dat daar een onevenredige lastenverzwaring tegenover staat.

In het kader van eerdergenoemd Herijkingsproject heeft uitvoerig overleg met de andere overheden en branches plaatsgevonden, waar onder meer over de onderhavige problematiek is gesproken. In de huidige praktijk blijkt dat, mede door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de problematiek van de «juridisch volle» industrieterreinen heel erg urgent is. In veel gevallen blijkt dat economische ontwikkelingen op de betreffende industrieterreinen, zoals de vestiging van nieuwe bedrijven op braakliggende gronden of de uitbreiding van bestaande bedrijven, met name door gebrek aan juridische geluidsruimte, ernstig worden gefrustreerd. Deze industrieterreinen zijn thans dus als het ware op slot.

Vanwege de urgentie van dit onderwerp en gezien de verwachte inwerkingtreding van de nieuwe allesomvattende amvb algemene regels, is het gewenst om deze problematiek in een eerder stadium te regelen. Om eerder genoemde redenen wordt derhalve een aanvulling op de geluidsvoorschriften van de 8.40-amvb’s met dit separate besluit geëffectueerd.

2. Inhoud van het besluit

Als oplossing voor de hierboven geschetste problematiek is er voor gekozen de geluidsnormen, zijnde het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) van 8.40-inrichtingen, die zijn gelegen op gezoneerde industrieterreinen, op 50 meter van de grens van die inrichting vast te leggen. Dit is aan de orde indien er binnen de 50 meter vanaf de terreingrens van die inrichting geen woning of andere geluidsgevoelig object is gelegen. Hierbij zij opgemerkt dat meer dan 90% van de 8.40-inrichtingen aan deze geluidseis kan voldoen.

Hiernaast blijft wel de mogelijkheid bestaan om door middel van nadere eisen van deze normering af te wijken. Indien er wel sprake is van een woning of ander geluidsgevoelig object binnen 50 meter afstand van de terreingrens van de 8.40-inrichting, blijven de geluidsnormen op de gevel van die woning of ander geluidsgevoelig object van toepassing.

In het verleden was een bepaling als bovenstaand opgenomen in bijna alle 8.40-amvb’s met betrekking tot alle inrichtingen (ook buiten gezoneerde industrieterreinen). Bij deze normstelling was echter niet de mogelijkheid van het stellen van een nadere eis geboden, zodat er al snel kritiek kwam op de starheid van de regeling, zeker wanneer het 8.40-inrichtingen op gezoneerde industrieterreinen betrof. Met de aanpassingen van de 8.40-amvb’s vanaf circa 1998 is de 50 meter grens komen te vervallen en is voor het bevoegd gezag de mogelijkheid opgenomen om als nadere eis een plaats te bepalen waarop de geluidsnormen gelden.

Nu blijkt dat van de mogelijkheid tot het stellen van nadere eisen in de praktijk onvoldoende gebruik wordt gemaakt en de problematiek van de geluidsruimte, zoals hierboven al is aangegeven, ernstig begint te worden, lijkt het voor de hand te liggen om terug te gaan naar de norm van 50 dB(A) op 50 meter, aangevuld met de bestaande nadere eis bepaling.

De voorgestelde wijziging van een norm op de gevel van de dichtstbijzijnde woning naar een norm op 50 meter in het geval van gezoneerde industrieterreinen, kan voor sommige 8.40-inrichtingen, met name in de houtverwerkende sector of in de transportsector, een beperking van de voor een goede bedrijfsvoering benodigde geluidsruimte betekenen, maar na overleg met de verschillende branches en overheden kan worden geconcludeerd dat de onderhavige norm meer recht doet aan de geluidsruimte die de 8.40-inrichtingen nodig hebben.

Het effect van de voorgestelde wijziging zal zijn dat het instrument van de nadere eis, waarbij geluidsruimte van 8.40-inrichtingen op gezoneerde industrieterreinen op initiatief van het bevoegd gezag wordt ingeperkt, in de meeste gevallen niet meer aan de orde is, omdat er door introductie van de nieuwe geluidseis voldoende (juridische) geluidsruimte vrij komt. De nadere eis zal door de voorgestelde wijziging worden gebruikt in een zeer beperkt aantal gevallen, waarin een 8.40-inrichting voor zijn bedrijfsvoering meer geluidsruimte nodig heeft dan voortvloeit uit de nieuwe algemene geluidseis. Bovendien zal het bevoegd gezag, als een 8.40-inrichting kan aantonen meer geluidsruimte nodig te hebben, een mitigerende nadere eis moeten opleggen. Geluidsruimte die onder de huidige systematiek is toegekend en die daadwerkelijk wordt benut zal immers onder de nieuwe systematiek als verworven recht moeten worden geëerbiedigd.

3. Bedrijfs- en milieueffecten van dit besluit

3.1 Aantal bedrijven waarop dit besluit van toepassing is

Het onderhavig besluit heeft betrekking op circa 1200 gezoneerde industrieterreinen. Het aantal 8.40-inrichtingen per gezoneerd terrein varieert van enkele tot in sommige gevallen honderden inrichtingen. Hiervoor is al aangegeven dat het aantal 8.40-inrichtingen, dat door de introductie van de nieuwe geluidseis geconfronteerd zal worden met een beperking van de voor een goede bedrijfsvoering benodigde geluidsruimte, zeer beperkt zal zijn.

3.2 De gevolgen voor de administratieve lasten

De administratieve lasten zullen per saldo afnemen omdat het aantal bedrijven, waarbij nadere eisen gewenst zijn, zal afnemen. Het onderhavig besluit is namelijk beter afgestemd op de geluidsruimte die 8.40-inrichtingen in de praktijk nodig hebben. Wel kan in een enkel geval bij reeds aanwezig 8.40-inrichtingen, waarvoor nu nog geen nadere eis geldt, een nadere eis noodzakelijk zijn. In deze gevallen zal de voor de goede bedrijfsvoering benodigde extra geluidruimte door middel van een nadere mitigerende eis moeten worden verkregen.

3.3 Bescherming van het milieu

Totaal gezien krijgen 8.40-inrichtingen minder geluidsruimte automatisch toegewezen dan in de huidige situatie. Het zal veel minder voorkomen dat de 50 dB(A)-grens van één of meer inrichtingen buiten de grens van de geluidszone valt. De verwachting is dat daardoor meer dan voorheen de geluidsbelasting wordt bepaald door de geluidszone. In het geval van lokale hinderlijke situaties is het bevoegd gezag (meestal de gemeente) nog steeds gerechtigd om nadere eisen te stellen.

4. Handhaving

Burgemeester en wethouders zullen als bevoegd gezag moeten toezien op de naleving van dit besluit, dit in lijn met de bestaande praktijk. Gemeenten hebben een zelfstandige verantwoordelijkheid in de bepaling van de mate van toezicht en controle op naleving van dit besluit.

5. Reacties op het ontwerp

Het ontwerp voor dit besluit is op grond van artikel 21.6, vierde lid van de Wet milieubeheer overgelegd aan beide kamers van de Staten-Generaal en op 9 maart 2006 in de Staatscourant gepubliceerd. Naar aanleiding hiervan zijn reacties ontvangen van het Interprovinciaal Overleg (IPO), de gemeente Nijmegen, de Vereniging VNO-NCW, Koninklijke Horeca Nederland en de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA). Onderstaand volgen de belangrijkste elementen uit de reacties en de beoordeling daarvan.

5.1 Gekozen oplossing

In de reacties van Nijmegen, IPO, VNO-NCW en Horeca Nederland wordt enkele zienswijzen ingediend tegen de met dit besluit gekozen oplossing voor de «juridisch volle» industrieterreinen. Genoemde organisaties hebben dan ook een aantal alternatieve oplossingen voor dit probleem voorgesteld, te weten:

– het niet meer meenemen van 8.40-inrichtingen bij het bepalen van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein;

– het werken met een klasse-indeling op basis van de relevantie van de geluidsbijdrage van de 8.40-inrichtingen;

– het hanteren van een indeling van categorieën bedrijven gebaseerd op bronvermogen en de perceelgrootte.

Beoordeling

Met het onderhavige besluit is een keuze gemaakt om te komen tot een snelle, doelmatige oplossing van een problematiek van “juridisch volle” industrieterreinen in ons land. In hoofdstuk 2 is uitgebreid op de gekozen oplossing voor deze problematiek ingegaan.

Het voorstel om 8.40-inrichtingen niet langer mee te nemen bij de zonering in het kader van de Wet geluidhinder heeft dan ook niet de voorkeur. Allereerst omdat deze oplossing slechts mogelijk is door middel van een wijziging van de Wet geluidhinder. Een wijziging die aanzienlijk veel meer tijd zal vergen dan de totstandkoming van het onderhavige besluit. Daarnaast is het vanuit milieuhygiënisch oogpunt niet gewenst alle 8.40-inrichtingen uit te sluiten van de zoneringsystematiek van de Wet geluidhinder. Temeer daar, in het kader van het Herijkingsproject Modernisering Algemene Regels, het aantal 8.40-inrichtingen dat straks komt te vallen binnen de werkingsfeer van de algemene regels aanzienlijk zal worden uitgebreid met de vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezien meer belastende inrichtingen.

De andere twee voorstellen gaan uit van een gedifferentieerd systeem voor de inpassing van de 8.40-inrichtingen op gezoneerde industrieterreinen. Beide voorstellen hebben als nadelen dat allereerst een lastige keuze moet worden gemaakt ten aanzien van de categorie-indeling en bijbehorende geluidniveaus, maar ook dat deze systemen zullen leiden tot ingewikkelde stelsels van geluidnormen die moeilijk uitvoerbaar en handhaafbaar zullen zijn. De gekozen oplossing kenmerkt zich door een heldere en eenvoudige systematiek.

5.2 Lastenverzwaring en administratieve lasten

Volgens de VNO-NCW en Horeca Nederland stijgen door dit besluit de kosten voor bedrijven die op 50 meter afstand van de grens van de inrichting niet aan de norm kunnen voldoen. Deze lastenverzwaring wordt veroorzaakt door de extra akoestische voorzieningen en extra akoestisch onderzoek. Daarnaast zal het opleggen van nadere eisen leiden tot een verdere toename van de administratieve lasten voor deze bedrijven.

Beoordeling

Voorop moet worden gesteld dat de verwachting is dat als gevolg van dit besluit de totale administratieve lasten voor de 8.40-inrichtingen zeker afnemen. Immers, het totaal aantal 8.40-inrichtingen waaraan nog nadere eisen moeten worden opgelegd zal met dit besluit aanzienlijk afnemen. De verwachting is tevens dat als gevolg van dit besluit een aantal bedrijven niet aan de norm van 50 dB(A) op 50 meter kan voldoen. In die gevallen kan een nadere eis inderdaad noodzakelijk zijn. Dit kan extra kosten met zich meebrengen. Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat dit een beperkt aantal bedrijven zal betreffen, mogelijk in de transportsector, en in enkele andere sectoren (bouwbedrijven).

5.3 Piekniveau

Door een aantal organisaties is gewezen op een omissie in de tabellen die in het onderhavige besluit zijn opgenomen. Daarin ontbreekt de normering voor het piekniveau (LAmax).

Beoordeling

Het commentaar is juist, het besluit is hierop aangepast. In de te wijzigen besluiten waarin Lmax in plaats van LAmax als norm voor het piekniveau wordt gebruikt is daarbij in dit wijzigingsbesluit aangesloten om te voorkomen dat in één besluit twee verschillende afkortingen voor hetzelfde begrip worden gebruikt.

5.4 Besluit tankstations milieubeheer

Door de VNO-NCW wordt opgemerkt dat in het Besluit tankstations milieubeheer sprake is van een afwijkende indeling voor tankstations type B. Hierbij wordt uitgegaan van geluidnormen voor de perioden 07.00 uur – 21.00 uur en 21.00 – 07.00 uur. De eis van 50 dB(A) op 50 meter van de terreingrens voor inrichtingen die vallen onder het Besluit tankstations milieubeheer zal leiden tot een aanscherping van de geluidnormen tussen 21.00 en 23.00 uur voor die inrichtingen. Verder wordt gewezen op de noodzaak verdergaande maatregelen te treffen in de periode 19.00 – 21.00 uur indien de 50 dB(A) contour op 50 meter komt te liggen.

Beoordeling

Naar aanleiding van het bovenstaande commentaar is het besluit aangepast en is bij de eis van 50 dB(A) op 50 meter van de terreingrens aangesloten bij de bestaande periode-indeling voor tankstations type B zoals opgenomen in het Besluit tankstations milieubeheer. Ten aanzien van een mogelijke aanscherping van de normering wordt verwezen naar de bovenstaande overwegingen over de gekozen oplossing voor de problematiek van juridisch volle industrieterreinen.

5.5 Windturbines

De NWEA merkt op met het onderhavige besluit geen rekening is gehouden met de plaatsing van de windturbines op industrieterreinen. Als gevolg van artikel IX (voorschrift 1.1.5) van dit besluit wordt de geluidsruimte van windturbines te veel ingeperkt, hierdoor is de plaatsing van windturbines op industrieterreinen niet mogelijk. Daarbij wijst de NWEA op het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet geluidhinder (Kamerstukken II 2004/05, 29 879, nr B) waarin is opgenomen een bepaling waarbij inrichtingen voor het opwekken van energie met een vermogen tot 300 MW buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein. Tot slot wijst de NWEA op een onduidelijkheid ten aanzien van de ligging van de terreingrens bij windturbines

Beoordeling

Naar aanleiding van de bovenstaande commentaar van de NWEA is het ontwerpbesluit zodanig aangepast dat de norm van 50 dB(A) op 50 meter in het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer niet van toepassing is op windturbines welke duurzame energie opwekken die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Hiermee is het besluit in lijn gebracht met voorstel tot wijziging van de Wet geluidhinder waarin de windturbines zijn uitgesloten van de zoneringsystematiek van de Wet geluidhinder.

6. Overgangsregime

In het onderhavige besluit is een overgangsregeling opgenomen. Dit omdat dit besluit voor sommige 8.40-inrichtingen een aanscherping van de geluidsnorm kan betekenen. Het overgangsregime betreft inrichtingen die al op een gezoneerd industrieterrein zijn gevestigd vóór de inwerkingtreding van het onderhavige besluit. Het betreffende artikel bevat een uitgestelde werking: de voorschriften die reeds gelden vóór de inwerkingtreding van dit besluit blijven gedurende twee jaar gelden. Nadere eisen die zijn opgelegd door het bevoegd gezag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit blijven ook na inwerkingtreding van dit besluit rechtsgeldig.

Artikel XII voorziet in het tijdstip van inwerkingtreding van het onderhavige besluit. Hierbij is rekening gehouden met artikel 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer, waaruit volgt dat dit besluit niet eerder in werking kan treden dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. L. B. A. van Geel


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.