Besluit van 18 september 2006, houdende vaststelling van het Kaderbesluit rechtspositie PO en wijziging van onder meer het Overlegbesluit onderwijspersoneel

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 18 april 2006, nr. WJZ/2006/15609 (2917), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 33, tweede en vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs en 33, tweede en vierde lid, van de Wet op de expertisecentra;

De Raad van State gehoord (advies van 26 juni 2006, nr. W05.06.0131/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 12 september 2006, nr. WJZ/2006/27661(2917), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. VASTSTELLING KADERBESLUIT RECHTSPOSITIE PO

Het Kaderbesluit rechtspositie PO komt te luiden:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Tenzij anders vermeld, wordt in dit besluit verstaan onder:

a. school: een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, een school als bedoeld in artikel 1 van Wet op de expertisecentra;

b. betrokkene: een lid van het door het bevoegd gezag benoemde of aangestelde personeel;

c. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

d. bevoegd gezag: wat betreft:

1°. een school: een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

2°. een centrale dienst: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 69 van de Wet op de expertisecentra;

3°. een regionaal expertisecentrum: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra;

e. normbetrekking: de betrekking of de betrekkingen waarvan de omvang op jaarbasis gelijk is aan 1659 uren en waarbij de gemiddelde weektaak op jaarbasis gelijk is aan 36,86 uren, bedoeld in artikel 2;

f. functie: het samenstel van werkzaamheden door de betrokkene te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het bevoegd gezag is opgedragen;

g. pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;

h. salaris: het bedrag dat voor de betrokkene is vastgesteld aan de hand van de in bijlage 1 bij dit besluit vermelde reeks van genummerde salarisbedragen.

Artikel 2. Algemene arbeidsduur

  • 1. De algemene arbeidsduur van de betrokkene die is benoemd in een normbetrekking bedraagt 1659 uur per jaar.

  • 2. Voor de toepassing van regelgeving waarbij een betrekkingsomvang per week vastgesteld moet worden, wordt bij een benoeming in normbetrekking uitgegaan van een gemiddelde weektaak op jaarbasis van 36,86 uur.

Hoofdstuk 2. Salarissen

Artikel 3. Formatievaststelling

  • 1. Het bevoegd gezag stelt de formatie vast. De formatie omvat het geheel van functies in aantallen en niveaus voor het personeel.

  • 2. Het niveau van de functie wordt bepaald aan de hand van zwaarte van de functie, die door het bevoegd gezag wordt vastgesteld, volgens het door het bevoegd gezag te hanteren functiewaarderingssysteem.

  • 3. Het bevoegd gezag stelt ingevolge het tweede lid voor elke functie een salarisschaal vast waarbij het gebruik maakt van de in de bijlage 1 bij dit besluit vermelde reeks van genummerde salarisbedragen, behorende bij een normbetrekking.

  • 4. Het bevoegd gezag stelt regels vast omtrent de wijze waarop de betrokkene het maximumsalaris van de bij zijn functie behorende schaal bereikt, waarbij het gebruik maakt van de in bijlage 1 vermelde salarisbedragen en stelt regels vast met betrekking tot de in de bijlage 2, onderdeel 3, vermelde bindingstoelage.

Artikel 4. Uitgangspunten functiewaarderingssysteem

  • 1. Voor het functiewaarderingssysteem, bedoeld in artikel 3, gelden als uitgangspunten de op 31 juli 2006 geldende functiestructuur en beloningsverhoudingen in de sector primair onderwijs.

  • 2. Voor de uitkomsten van het functiewaarderingssysteem geldt dat aan een functie ten hoogste een salarisschaal is verbonden waarvan het hoogste bedrag overeenkomt met het maximum van schaal DE als opgenomen in bijlage 1, categorie 1.

Artikel 5. Functiebeloning

  • 1. De betrokkene wordt benoemd in een van de functies die beschikbaar is ingevolge de door het bevoegd gezag vastgestelde formatie.

  • 2. Het bevoegd gezag stelt regels vast met betrekking tot de wijze waarop het salaris van de betrokkene bij zijn indiensttreding wordt bepaald.

  • 3. Het salaris van de betrokkene die is benoemd in een betrekking met een omvang anders dan die van een normbetrekking, wordt naar evenredigheid van die betrekkingsomvang berekend. De aldus berekende uitkomst wordt op rekenkundige wijze afgerond op centen.

  • 4. In afwijking van het eerste lid kan een betrokkene in het in dat lid bedoelde geval worden benoemd in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie, indien er een verschil van meer dan 3 schalen is tussen de bij die functies behorende maximumschalen.

  • 5. In afwijking van het eerste en vierde lid kan een betrokkene met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35% worden benoemd in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie waarvan het verschil tussen de bij die functies behorende maximumschalen 3 of minder schalen is.

Artikel 6. Salaris voor jeugdigen

Het salaris van een betrokkene die de leeftijd van 20 jaar nog niet heeft bereikt, kan worden vastgesteld op het bedrag dat in de voor hem geldende schaal is opgenomen bij het salarisnummer bestaande uit de letter J en het getal dat overeenkomt met zijn leeftijd in jaren, voor zover de schaal in bijlage 1, categorie 4, dit aangeeft.

Artikel 7. Toelage minimumloon

  • 1. Indien het salaris minder is dan het maandbedrag van het minimumloon, vermeld in bijlage 2, onderdeel 1, wordt hem een toelage toegekend ten bedrage van het verschil.

  • 2. Voor de betrokkene die is benoemd in een betrekking met een omvang anders dan die van een normbetrekking, wordt het maandbedrag van het minimumloon geacht te zijn vastgesteld op een evenredig deel van het in het eerste lid bedoelde maandbedrag.

Artikel 8. Algemene wijzigingen salarisbedragen

De salarisbedragen en toelagen, genoemd in de bijlagen bij dit besluit, kunnen worden gewijzigd bij ministeriële regeling.

Artikel 9. Vakantie-uitkering

  • 1. De betrokkene heeft aanspraak op een vakantie-uitkering voor de tijd gedurende welke hij salaris heeft ontvangen.

  • 2. Onverminderd het derde lid, bedraagt de vakantie-uitkering per kalendermaand 8% van het bedrag dat de betrokkene in die maand aan salaris heeft ontvangen.

  • 3. Voor de betrokkene die in de van toepassing zijnde maand op grond van het eerste lid aanspraak heeft op een bedrag dat lager is dan het bedrag genoemd in bijlage 2, onderdeel 2, wordt de vakantie-uitkering vastgesteld op laatstbedoeld bedrag, met dien verstande dat dit bedrag naar evenredigheid wordt verminderd voor de betrokkene die is aangesteld in een betrekking met een omvang van minder dan een normbetrekking.

Artikel 10. Structurele eindejaarsuitkering

  • 1. Aan de betrokkene die gedurende een kalenderjaar is benoemd of benoemd is geweest in een functie, wordt met inachtneming van het tweede tot en met het vijfde lid een eindejaarsuitkering toegekend.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden de hoogte en de berekeningswijze van de in het eerste lid bedoelde uitkering vastgesteld.

  • 3. De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald in de maand december over de periode van twaalf maanden die eindigt met de maand december.

  • 4. In afwijking van het derde lid vindt bij ontslag van de betrokkene de uitbetaling plaats over het tijdvak januari tot de datum van ontslag in het desbetreffende kalenderjaar.

  • 5. De uitkering maakt deel uit van het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement, voor zover dat door Onze Minister bij ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald.

Artikel 11. Eenmalige uitkering

  • 1. Bij ministeriële regeling kan een eenmalige uitkering worden toegekend.

  • 2. De vaststelling van de hoogte, de berekeningswijze, de benaming en de mate waarop deze uitkering doorwerkt naar het inkomen, zoals bedoeld in het pensioenreglement, vindt plaats bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 12. Inkomenstoelage

  • 1. De betrokkene ontvangt maandelijks een inkomenstoelage als aangegeven in bijlage 2, onderdeel 4 bij dit besluit.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden de berekeningswijze en de mate waarop deze uitkering doorwerkt naar het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement, vastgesteld.

Artikel 13. Specifieke eindejaarsuitkering onderwijsondersteunend personeel

  • 1. Aan de betrokkene die in een kalenderjaar is benoemd of benoemd is geweest in één of meer functies met één der maximumschalen 1 tot en met 8 als opgenomen in bijlage 1, categorie 4, wordt een eindejaarsuitkering toegekend.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden de hoogte en de berekeningswijze van de in het eerste lid bedoelde uitkering vastgesteld.

  • 3. De uitkering maakt deel uit van het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement, voor zover dat bij ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald.

Hoofdstuk 3. Overige bepalingen

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Kaderbesluit rechtspositie PO.

ARTIKEL II. WIJZIGING VAN HET KADERBESLUIT RECHTSPOSITIE PO MET INGANG VAN 1 JANUARI 2007

A

Bijlage 1, categorie 4, wordt vervangen door de inhoud van Wijzigingsbijlage, Onderdeel A, bij dit besluit.

B

Bijlage 2, onderdeel 2, wordt vervangen door de inhoud van Wijzigingsbijlage, Onderdeel B, bij dit besluit.

C

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 6. Salaris voor jeugdigen

Het salaris van een betrokkene die de leeftijd van 19 jaar nog niet heeft bereikt, kan worden vastgesteld op het bedrag dat in de voor hem geldende schaal is opgenomen bij het salarisnummer bestaande uit de letter J en het getal dat overeenkomt met zijn leeftijd in jaren, voor zover de schaal in bijlage 1, categorie 4, dit aangeeft.

ARTIKEL III. WIJZIGING VAN HET KADERBESLUIT RECHTSPOSITIE PO MET INGANG VAN 1 JANUARI 2008

A

Bijlage 1, categorie 4, wordt vervangen door de inhoud van Wijzigingsbijlage, Onderdeel C, bij dit besluit.

B

Bijlage 2, onderdeel 2, wordt vervangen door de inhoud van Wijzigingsbijlage, Onderdeel D bij dit besluit.

C

Artikel 6 vervalt.

ARTIKEL IV. WIJZIGING IN ANDERE BESLUITEN DAN HET RECHTSPOSITIEBESLUIT WPO/WEC

A

Het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

In Artikel 15a, zevende lid, wordt «Rechtspositiebesluit WPO/WEC» vervangen door: Kaderbesluit rechtspositie PO.

B

Het Besluit trekkende bevolking WPO wordt als volgt gewijzigd:

In Artikel A2, tweede lid, wordt «Rechtspositiebesluit WPO/WEC» vervangen door: Kaderbesluit rechtspositie PO.

C

Het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt als volgt gewijzigd:

In het eerste en tweede lid van artikel 21 wordt «Rechtspositiebesluit WPO/WEC» telkens vervangen door: Kaderbesluit rechtspositie PO.

D

Het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

In het eerste en tweede lid van artikel 44 wordt «Rechtspositiebesluit WPO/WEC» telkens vervangen door: Kaderbesluit rechtspositie PO.

E

Het Overlegbesluit onderwijspersoneel wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 1, onderdeel g, onder 1, wordt «Rechtspositiebesluit WPO/WEC» vervangen door: Kaderbesluit rechtspositie PO.

2. Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt:

a. Het derde lid vervalt.

b. Het vierde tot en met zesde lid worden vernummerd tot derde tot en met vijfde lid.

c. In het derde lid (nieuw) wordt «artikel 1, onderdeel g, onder 2 en 4, indien op die instellingen het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel niet van toepassing is,» vervangen door: artikel 1, onderdeel g, onder 1, 2 en 4,.

d. In het vijfde lid (nieuw) wordt «Het derde en vierde lid blijven» vervangen door: Het derde lid blijft.

3. Artikel 23 wordt gewijzigd als volgt:

a. Het derde lid vervalt.

b. Het vierde tot en met zesde lid worden vernummerd tot derde tot en met vijfde lid.

c. Het derde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 3. Met het Werkgeversoverleg wordt voor zover de deelnemende organisaties van werkgevers daarbij belang hebben door of namens Onze Minister met betrekking tot het personeel van instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1, 2 en 4, overleg gepleegd over de onderwerpen genoemd in artikel 33, tweede en vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 33, tweede en vierde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 38a, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.

d. In het vierde en vijfde lid (nieuw) wordt «derde en vierde lid» vervangen door: derde lid.

4. Artikel 24, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Het Werkgeversoverleg bestaat uit vertegenwoordigers van het Werkgeversverbond Voortgezet Onderwijs en de Werkgeversvereniging Primair Onderwijs. Elk van de in de eerste volzin genoemde organisaties is bevoegd twee leden en twee plaatsvervangende leden aan te wijzen.

ARTIKEL V. WIJZIGING RECHTSPOSITIEBESLUIT WPO/WEC

Het Rechtspositiebesluit WPO/WEC wordt als volgt gewijzigd:

De artikelen 2 tot en met 235 en de artikelen 253 tot en met 296, alsmede de bijlagen van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC, komen te vervallen.

ARTIKEL VI. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt gepubliceerd, met dien verstande dat

a. de artikelen I, IV en V terugwerken tot en met 1 augustus 2006;

b. artikel II in werking treedt met ingang van 1 januari 2007; en

c. artikel III in werking treedt met ingang van 1 januari 2008.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

’s-Gravenhage, 18 september 2006

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. J. A. van der Hoeven

Uitgegeven de derde oktober 2006

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

BIJLAGE 1 BIJ HET KADERBESLUIT RECHTSPOSITIE PRIMAIR ONDERWIJS

Salarisnummers en maandbedragen in euro’s bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, van dit besluit.

CATEGORIE 1

DIRECTEUREN

Loonpeil 1 augustus 2005

DA

DB

DC

DC + uitloop

DD

DE

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

1

2457

1

2553

1

2650

1

2650

1

2683

1

2784

2

2553

2

2747

2

2941

2

2941

2

2883

2

2992

3

2650

3

2941

3

3134

3

3134

3

3089

3

3187

4

2747

4

3038

4

3327

4

3327

4

3284

4

3393

5

2844

5

3134

5

3522

5

3522

5

3501

5

3606

6

2941

6

3230

6

3619

6

3619

6

3606

6

3809

7

3038

7

3327

7

3716

7

3716

7

3707

7

4011

8

3134

8

3425

8

3812

8

3812

8

3809

8

4113

9

3230

9

3522

9

3909

9

3909

9

3907

9

4212

10

3327

10

3619

10

4005

10

4005

10

4011

10

4314

11

3425

11

3716

11

4102

11

4102

11

4113

11

4441

12

3522

12

3812

12

4199

12

4199

12

4212

12

4568

13

3619

13

3909

13

4297

13

4297

13

4314

13

4695

  

14

4005

14

4392

14

4392

14

4441

14

4824

  

15

4102

15

4489

15

4489

15

4568

15

4951

    

16

4586

16

4586

16

4695

16

5086

      

U17

4683

17

4824

17

5225

      

U18

4780

18

4884

18

5367

CATEGORIE 2

ADJUNCT-DIRECTEUREN

Loonpeil 1 augustus 2005

AA

AB

AC

AD

AE

  

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

  

1

2143

1

2193

1

2242

1

2351

1

2472

  

2

2245

2

2295

2

2351

2

2472

2

2683

  

3

2346

3

2404

3

2472

3

2683

3

2883

  

4

2456

4

2525

4

2578

4

2883

4

3089

  

5

2578

5

2630

5

2683

5

2992

5

3284

  

6

2682

6

2736

6

2784

6

3089

6

3501

  

7

2788

7

2836

7

2883

7

3187

7

3606

  

8

2889

8

2935

8

2992

8

3284

8

3707

  

9

2987

9

3044

9

3089

9

3393

9

3809

  

10

3096

10

3141

10

3187

10

3501

10

3907

  

11

3194

11

3238

11

3284

11

3606

11

4011

  
  

12

3336

12

3393

12

3707

12

4113

  
  

13

3444

13

3501

13

3809

13

4212

  
    

14

3606

14

3907

14

4314

  
    

15

3707

15

4011

15

4441

  
    

16

3809

16

4113

16

4568

  
    

17

3907

17

4212

17

4695

  
    

18

3959

18

4314

18

4824

  
      

19

4441

19

4884

  
      

20

4504

    

CATEGORIE 3

LERAREN

Loonpeil 1 augustus 2005

Schaal LA

Schaal LB

Schaal LC

Schaal LD

Schaal LE

  

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

  

1

2141

1

2220

1

2233

1

2242

1

2883

  

2

2184

2

2274

2

2341

2

2375

2

2992

  

3

2227

3

2325

3

2450

3

2508

3

3089

  

4

2270

4

2378

4

2550

4

2640

4

3284

  

5

2314

5

2429

5

2651

5

2773

5

3501

  

6

2357

6

2482

6

2751

6

2906

6

3606

  

7

2402

7

2534

7

2852

7

3039

7

3707

  

8

2444

8

2586

8

2953

8

3172

8

3809

  

9

2493

9

2638

9

3054

9

3306

9

3907

  

10

2541

10

2692

10

3155

10

3438

10

4011

  

11

2590

11

2743

11

3255

11

3572

11

4113

  

12

2638

12

2796

12

3356

12

3705

12

4212

  

13

2688

13

2847

13

3456

13

3838

13

4314

  

14

2736

14

2956

14

3558

14

3971

14

4441

  

15

2785

15

3065

15

3658

15

4104

15

4551

  

16

2886

16

3174

16

3758

16

4237

16

4663

  

17

2988

17

3284

17

3859

17

4370

17

4774

  

18

3089

18

3393

18

3959

18

4504

18

4884

  

CATEGORIE 4

ONDERWIJSONDERSTEUNEND PERSONEEL

Loonpeil 1 augustus 2005

Schaal 1

Schaal 2

Schaal 3

Schaal 4

Schaal 5

Schaal 6

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

J15

935

J15

956

J15

956

      

J16

935

J16

956

J16

956

J16

975

J16

996

  

J17

935

J17

956

J17

956

J17

975

J17

996

J17

1034

J18

1069

J18

1093

J18

1093

J18

1114

J18

1138

J18

1182

J19

1202

J19

1229

J19

1229

J19

1254

J19

1281

J19

1329

1

1336

1

1366

1

1366

1

1393

1

1423

1

1477

2

1393

2

1423

2

1477

2

1450

2

1450

2

1539

3

1450

3

1477

3

1539

3

1508

3

1539

3

1736

4

1477

4

1539

4

1625

4

1579

4

1625

4

1840

5

1508

5

1579

5

1682

5

1682

5

1736

5

1890

6

1539

6

1625

6

1736

6

1736

6

1788

6

1940

7

1579

7

1682

7

1788

7

1788

7

1840

7

1989

  

8

1736

8

1840

8

1840

8

1890

8

2037

    

9

1890

9

1890

9

1940

9

2090

      

10

1940

10

1989

10

2141

      

11

1989

11

2037

11

2190

        

12

2090

  

Schaal 7

Schaal 8

Schaal 9

Schaal 10

Schaal 11

Schaal 12

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

1

1579

1

1788

1

2037

1

2037

1

2141

1

2883

2

1625

2

1840

2

2141

2

2242

2

2242

2

2992

3

1736

3

1940

3

2351

3

2351

3

2351

3

3089

4

1940

4

2141

4

2472

4

2472

4

2472

4

3187

5

2037

5

2242

5

2578

5

2578

5

2578

5

3284

6

2090

6

2351

6

2683

6

2683

6

2683

6

3393

7

2141

7

2415

7

2784

7

2784

7

2784

7

3606

8

2190

8

2472

8

2883

8

2883

8

2992

8

3707

9

2242

9

2523

9

2992

9

2992

9

3089

9

3809

10

2296

10

2578

10

3089

10

3089

10

3187

10

3907

11

2351

11

2633

  

11

3187

11

3284

11

4011

12

2415

12

2683

  

12

3284

12

3393

12

4113

  

13

2732

  

13

3393

13

3501

13

4212

        

14

3606

14

4314

        

15

3707

15

4441

        

16

3809

16

4504

        

17

3907

  
        

18

3959

  

Schaal 13

Schaal 14

        

salnr

bedrag

salnr

bedrag

        

1

3501

1

4011

        

2

3606

2

4113

        

3

3707

3

4314

        

4

3809

4

4441

        

5

3907

5

4568

        

6

4113

6

4695

        

7

4212

7

4824

        

8

4314

8

4951

        

9

4441

9

5086

        

10

4568

10

5225

        

11

4695

11

5367

        

12

4824

          

13

4884

          

Categorie 5

I/D-Banen

Loonpeil 1 augustus 2005

Schaal 1

Schaal 2

Schaal 3

      

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

      

A1

1272,60

1

1366

1

1366

      

A2

1298

2

1423

2

1477

      

1

1336

3

1477

3

1539

      

2

1393

4

1539

4

1625

      

3

1450

5

1579

5

1682

      

4

1477

6

1625

6

1736

      

5

1508

7

1682

7

1788

      

6

1539

8

1736

        

7

1579

          

BIJLAGE 2 BIJ HET KADERBESLUIT RECHTSPOSITIE PRIMAIR ONDERWIJS

ONDERDEEL 1: MINIMUMLOON

per maand in euro’s bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van dit besluit.

Per 1 januari 2006

bij de leeftijd van

bedrag

23 jaar of ouder

1272,60

22 jaar

1081,70

21 jaar

922,65

20 jaar

782,65

19 jaar

668,10

18 jaar

579,05

17 jaar

502,70

16 jaar

439,05

15 jaar

381,80

ONDERDEEL 2: MINIMUM VAKANTIE-UITKERING

per maand in euro’s bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 9, derde lid, van dit besluit.

Loonpeil 1 augustus 2005

bij de leeftijd van

bedrag

20 jaar en ouder

132,51

19 jaar

119,26

18 jaar

106,01

17 jaar

92,76

16 jaar

92,76

15 jaar

92,76

ONDERDEEL 3: BINDINGSTOELAGE

in een jaarbedrag in euro’s bij een normbetrekking

Loonpeil 1 augustus 2005

Functiecategorie

Bedrag

Leraar

309,82

Directiefunctie

206,55

Onderwijsondersteunend personeel salarisschaal 9

206,55

ONDERDEEL 4: INKOMENSTOELAGE

per maand in euro’s bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van dit besluit.

Loonpeil 1 augustus 2005

Bedraagt per maand € 30

Wijzigingsbijlage Onderdeel A

als bedoeld in artikel II, onderdeel A

CATEGORIE 4

ONDERWIJSONDERSTEUNEND PERSONEEL

Loonpeil 1 januari 2007

Schaal 1

Schaal 2

Schaal 3

Schaal 4

Schaal 5

Schaal 6

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

J15

1083

J15

1109

J15

1109

      

J16

1083

J16

1109

J16

1109

J16

1130

J16

1154

  

J17

1083

J17

1109

J17

1109

J17

1130

J17

1154

J17

1198

J18

1219

J18

1247

J18

1247

J18

1272

J18

1299

J18

1348

1

1354

1

1386

1

1386

1

1413

1

1443

1

1498

2

1413

2

1443

2

1498

2

1471

2

1471

2

1560

3

1471

3

1498

3

1560

3

1529

3

1560

3

1760

4

1498

4

1560

4

1648

4

1601

4

1648

4

1865

5

1529

5

1601

5

1706

5

1706

5

1760

5

1917

6

1560

6

1648

6

1760

6

1760

6

1813

6

1967

7

1601

7

1706

7

1813

7

1813

7

1865

7

2017

  

8

1760

8

1865

8

1865

8

1917

8

2065

    

9

1917

9

1917

9

1967

9

2119

      

10

1967

10

2017

10

2171

      

11

2017

11

2065

11

2221

        

12

2119

  

Schaal 7

Schaal 8

Schaal 9

Schaal 10

Schaal 11

Schaal 12

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

1

1601

1

1813

1

2065

1

2065

1

2171

1

2924

2

1648

2

1865

2

2171

2

2273

2

2273

2

3034

3

1760

3

1967

3

2385

3

2385

3

2385

3

3132

4

1967

4

2171

4

2507

4

2507

4

2507

4

3232

5

2065

5

2273

5

2614

5

2614

5

2614

5

3330

6

2119

6

2385

6

2721

6

2721

6

2721

6

3441

7

2171

7

2449

7

2823

7

2823

7

2823

7

3657

8

2221

8

2507

8

2924

8

2924

8

3034

8

3759

9

2273

9

2558

9

3034

9

3034

9

3132

9

3862

10

2328

10

2614

10

3132

10

3132

10

3232

10

3962

11

2385

11

2670

  

11

3232

11

3330

11

4067

12

2449

12

2721

  

12

3330

12

3441

12

4171

  

13

2770

  

13

3441

13

3550

13

4271

        

14

3657

14

4374

        

15

3759

15

4503

        

16

3862

16

4567

        

17

3962

  
        

18

4015

  

Schaal 13

Schaal 14

        

salnr

bedrag

salnr

bedrag

        

1

3550

1

4067

        

2

3657

2

4171

        

3

3759

3

4374

        

4

3862

4

4503

        

5

3962

5

4632

        

6

4171

6

4761

        

7

4271

7

4891

        

8

4374

8

5021

        

9

4503

9

5158

        

10

4632

10

5298

        

11

4761

11

5443

        

12

4891

          

13

4953

          

Wijzigingsbijlage Onderdeel B

als bedoeld in artikel II, onderdeel B

ONDERDEEL 2: MINIMUM VAKANTIE-UITKERING

per maand in euro’s bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 9, derde lid, van dit besluit.

Loonpeil 1 januari 2007

bij de leeftijd van

bedrag

19 jaar of ouder

134,38

18 jaar

120,94

17 jaar

107,85

16 jaar

107,85

15 jaar

107,85

Wijzigingsbijlage Onderdeel C

als bedoeld in artikel III, onderdeel A

CATEGORIE 4

ONDERWIJSONDERSTEUNEND PERSONEEL

Loonpeil 1 januari 2007

Schaal 1

Schaal 2

Schaal 3

Schaal 4

Schaal 5

Schaal 6

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

1

1354

1

1386

1

1386

1

1413

1

1443

1

1498

2

1413

2

1443

2

1498

2

1471

2

1471

2

1560

3

1471

3

1498

3

1560

3

1529

3

1560

3

1760

4

1498

4

1560

4

1648

4

1601

4

1648

4

1865

5

1529

5

1601

5

1706

5

1706

5

1760

5

1917

6

1560

6

1648

6

1760

6

1760

6

1813

6

1967

7

1601

7

1706

7

1813

7

1813

7

1865

7

2017

  

8

1760

8

1865

8

1865

8

1917

8

2065

    

9

1917

9

1917

9

1967

9

2119

      

10

1967

10

2017

10

2171

      

11

2017

11

2065

11

2221

        

12

2119

  

Schaal 7

Schaal 8

Schaal 9

Schaal 10

Schaal 11

Schaal 12

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

salnr

bedrag

1

1601

1

1813

1

2065

1

2065

1

2171

1

2924

2

1648

2

1865

2

2171

2

2273

2

2273

2

3034

3

1760

3

1967

3

2385

3

2385

3

2385

3

3132

4

1967

4

2171

4

2507

4

2507

4

2507

4

3232

5

2065

5

2273

5

2614

5

2614

5

2614

5

3330

6

2119

6

2385

6

2721

6

2721

6

2721

6

3441

7

2171

7

2449

7

2823

7

2823

7

2823

7

3657

8

2221

8

2507

8

2924

8

2924

8

3034

8

3759

9

2273

9

2558

9

3034

9

3034

9

3132

9

3862

10

2328

10

2614

10

3132

10

3132

10

3232

10

3962

11

2385

11

2670

  

11

3232

11

3330

11

4067

12

2449

12

2721

  

12

3330

12

3441

12

4171

  

13

2770

  

13

3441

13

3550

13

4271

        

14

3657

14

4374

        

15

3759

15

4503

        

16

3862

16

4567

        

17

3962

  
        

18

4015

  
Loonpeil 1 januari 2007

Schaal 13

Schaal 14

        

salnr

bedrag

salnr

bedrag

        

1

3550

1

4067

        

2

3657

2

4171

        

3

3759

3

4374

        

4

3862

4

4503

        

5

3962

5

4632

        

6

4171

6

4761

        

7

4271

7

4891

        

8

4374

8

5021

        

9

4503

9

5158

        

10

4632

10

5298

        

11

4761

11

5443

        

12

4891

          

13

4953

          

Wijzigingsbijlage Onderdeel D

als bedoeld in artikel III, onderdeel B

ONDERDEEL 2: MINIMUM VAKANTIE-UITKERING

per maand in euro’s bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 9, derde lid, van dit besluit.

Loonpeil 1 januari 2007

Bedraagt € 134,38

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Met ingang van 1 augustus 2006 zal in het primair onderwijs (PO) een lumpsum-bekostiging voor personeelskosten worden ingevoerd. Daarmee is het PO de laatste onderwijssector waarin deze bekostigingsvorm wordt doorgevoerd. Inherent aan het lumpsumfinancieringssysteem is dat de prijs van arbeid in beginsel voor rekening en risico van de bekostigde instellingen komt. Dit opent de mogelijkheid de verantwoordelijkheid voor de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden over te hevelen van de overheid naar de instellingen zelf. Deze decentralisatie van de arbeidsvoorwaardenvorming vergroot de ruimte voor eigen personeelsbeleid van scholen, hetgeen een noodzakelijke voorwaarde vormt voor een (optimale) werking van de onderwijsarbeidsmarkt. In de tweede onderwijsbeleidsbrief «Onderwijs in stelling» (bijlage bij brief van 7 november 2001 aan de Tweede Kamer, kenmerk OCW0001384) wordt dit als volgt verwoord: «Om de arbeidsvoorwaarden optimaal te kunnen afstemmen op de arbeidsmarktsituatie van de onderwijsinstellingen is het nodig dat het arbeidsvoorwaardenbeleid meer vanuit de onderwijsinstellingen zelf tot stand komt. Hiervoor moet het arbeidsvoorwaardenoverleg gedecentraliseerd worden.»

De decentralisatie van de arbeidsvoorwaarden verloopt volgens een plan van aanpak dat in juni 2004 is vastgesteld in het georganiseerde overleg tussen de minister van OCW en de werkgevers- en werknemersorganisaties. Dit plan voorziet in twee stappen. De eerste stap omvat de decentralisatie van de secundaire arbeidsvoorwaarden die gelijktijdig met de invoering van lumpsum per 1 augustus 2006 zijn beslag zal krijgen. De tweede stap heeft betrekking op de primaire arbeidsvoorwaarden, te weten: de algemene salarisontwikkeling, de uitgangspunten voor functiewaardering en de vaststelling van de algemene arbeidsduur en bovenwettelijke sociale zekerheid. Het streven is deze «doordecentralisatie» van de primaire arbeidsvoorwaarden enige schooljaren na de decentralisatie van de secundaire arbeidsvoorwaarden te laten plaatsvinden.

Door middel van het voorliggende besluit krijgt de eerste stap van de decentralisatie van de arbeidsvoorwaarden in het PO zijn beslag. De stap is voorbereid in een tripartite werkgroep uit het voornoemde georganiseerde overleg. Deze werkgroep bestond uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en het ministerie van OCW. De werkzaamheden van deze werkgroep hebben geresulteerd in een convenant.

In het convenant «Decentralisatie secundaire arbeidsvoorwaarden in de sector primair onderwijs» zijn de kaders voor de decentralisatie van de secundaire arbeidsvoorwaarden vastgelegd. Het betreft onder meer de gezamenlijke uitgangspunten van sociale partners, afspraken over de bekostiging en over informatie-uitwisseling en overleg tussen OCW en de Werkgeversvereniging Primair Onderwijs (WvPO). Tot slot zijn de voorwaarden omschreven waaraan moet zijn voldaan om het convenant op de beoogde decentralisatiedatum, 1 augustus 2006, in werking te kunnen laten treden:

– de WvPO is bevoegd te onderhandelen namens de individuele werkgevers en is representatief voor de sector primair onderwijs;

– sociale partners hebben afspraken gemaakt over de secundaire arbeidsvoorwaarden;

– lumpsumbekostiging is in het primair onderwijs ingevoerd.

2. Wettelijke basis decentralisatie

De basis voor de decentralisatie van de arbeidsvoorwaarden in het PO is de wet van 10 juni 2004 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de decentralisatie van arbeidsvoorwaarden (Stb. 2004, 271). De daartoe benodigde wijzigingen van de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op de expertisecentra (WEC) zijn opgenomen in verschillende onderdelen (artikelen) van die wet die op een verschillend tijdstip in werking kunnen treden. De datum van inwerkingtreding van de onderdelen wordt bepaald bij koninklijk besluit. Hierdoor is het mogelijk de decentralisatie gefaseerd te laten plaatsvinden. De exacte datum van inwerkingtreding van de verschillende onderdelen van de wet is afhankelijk van het bereiken van een akkoord met de werkgevers- en werknemersorganisaties. Zoals hierboven reeds naar voren kwam, is dat akkoord inmiddels – in de vorm van een convenant – gesloten ten aanzien van de decentralisatie van de secundaire arbeidsvoorwaarden. In overeenstemming met dat convenant is een koninklijk besluit geslagen dat de voor die decentralisatie benodigde onderdelen van voornoemde wet, per 26 april 2006 in werking heeft doen treden (Stb. 2006, 198).

Een van de bovenbedoelde onderdelen voorziet in een aanpassing van artikelen 33 van de WPO en de WEC. Deze artikelen dragen het bevoegd gezag op de rechtspositie van het personeel zelf te regelen. Volgens de huidige redactie van de artikelen dient de vervulling van deze taak te geschieden met inachtneming van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde voorschriften. Deze voorschriften hebben betrekking op:

– het salaris en toelagen die door het bevoegd gezag worden toegekend;

– verlof, vakantie, aanspraken op salaris in geval van militaire dienst, ziekte, ongeval, ontslaguitkeringen en andere rechten en verplichtingen.

In het bedoelde onderdeel van de Wet van 10 juni 2004 wordt de wettelijke grondslag voor voorschriften bij of krachtens algemene maatregel van bestuur over het salaris en toelagen vervangen door een grondslag voor het vaststellen van «salarisschalen en uitgangspunten waaraan een door het bevoegd gezag in te richten functiewaarderingssysteem moet voldoen». Verder opent het artikel de mogelijkheid de regeling van «vakantie, verlof, aanspraken op salaris in geval van militaire dienst, ziekte of ongeval, ontslaguitkeringen, alsmede omtrent andere rechten en verplichtingen», onder nadere voorwaarden over te laten aan het bevoegd gezag en daarmee aan de sociale partners. Ten slotte, kunnen bij algemene maatregel van bestuur voorschriften worden vastgesteld betreffende algemene arbeidsduur.

In de nieuwe redactie vormen artikel 33 WPO en artikel 33 WEC de grondslag voor het voorliggende Kaderbesluit rechtspositie PO. Conform de afspraak in het hoger genoemde convenant is de regeling van de arbeidsvoorwaarden in dit besluit beperkt tot de primaire arbeidsvoorwaarden. De regeling van de secundaire arbeidsvoorwaarden valt per 1 augustus 2006 onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. De vaststelling ervan is zaak van de (verenigingen van) werkgevers en werknemers, resulterend in de totstandkoming van een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Deze cao zal de plaats innemen van (de secundaire arbeidsvoorwaarden in) het huidige Rechtspositiebesluit WPO/WEC dat per 1 augustus 2006, met uitzondering van Hoofdstuk 3, vervalt.

Artikelsgewijs

Artikel I (vaststelling Kaderbesluit rechtspositie PO)

Artikel 1

Uit artikel 1, onder b, volgt dat het Kaderbesluit rechtspositie PO van toepassing is op een lid van het door het bevoegd gezag benoemd personeel. Dit betekent dat het Kaderbesluit rechtspositie PO ook van toepassing is op een door de raad van toezicht benoemde directeur of een bestuurslid die naast een benoeming in gevolge de statuten van een bevoegd gezag tevens een benoeming heeft uit hoofde van een arbeidsovereenkomst in een functie bij dat bevoegd gezag.

Artikel 2

Ingevolge artikel 33, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs (Stb. 2004, 271) en artikel 33, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra (Stb. 2004, 271) kunnen voorschriften worden gegeven betreffende de algemene arbeidsduur. In deze fase van decentralisatie blijft de vaststelling van de algemene arbeidsduur voorbehouden aan het Kabinet. Het gaat hier om een zogeheten protocolonderwerp.

Zoals blijkt uit het eerste lid is de algemene arbeidsduur uitgedrukt in een aantal uren per jaar; het is niet noodzakelijk dat de werkzaamheden per week een gelijke omvang hebben. In het tweede lid is aangegeven dat de gemiddelde weektaak op jaarbasis gelijk is aan 36,86 uur. Deze bepaling is bijvoorbeeld van betekenis in het kader van regelgeving op het terrein van de sociale zekerheid.

Artikel 3

Op basis van artikel 33, tweede lid, onder a, van de Wet op het primair onderwijs (Stb. 2004, 271) en artikel 33, tweede lid, onder a, van de Wet op de expertisecentra (Stb. 2004, 271) worden in dit besluit voorschriften gegeven met betrekking tot de salarisschalen en uitgangspunten waaraan een door het bevoegd gezag in te richten functiewaarderingssysteem moet voldoen. De artikelen 3 tot en met 5 vormen de kern van deze voorschriften. Het gaat hier om de hoofdlijnen van de arbeidsvoorwaarden: de algemene salarisontwikkeling en de uitgangspunten voor functiewaardering. De overige onderwerpen zijn onderwerp van overleg op decentraal niveau.

Ingevolge artikel 33 van de bovengenoemde wetten is het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de vaststelling van de rechtspositie van het personeel. Dit betekent onder meer dat het bevoegd gezag ook verantwoordelijk is voor de vaststelling van de kwantitatieve en kwalitatieve formatie voor de instelling. Zoals aangegeven in het eerste lid, gaat het dan om de omvang van de formatie uitgedrukt in aantallen functies en het niveau van die functies. In het tweede lid is vastgelegd dat het niveau van een functie wordt bepaald door de zwaarte van de functie. Met behulp van de in het functiewaarderingssysteem opgenomen objectieve wegingscriteria, in overleg tussen werkgevers en werknemers overeen te komen, wordt de zwaarte van een functie vastgesteld.

Met de decentralisatie van de arbeidsvoorwaarden komt ook de verantwoordelijkheid voor het te hanteren functiewaarderingssysteem bij het bevoegd gezag te liggen. De sociale partners (de werkgeversorganisatie voor het primair onderwijs en de werknemersorganisaties) voeren overleg over de ontwikkeling van een specifiek op het primair onderwijs toegesneden functiewaarderingssysteem. Voor het voortgezet onderwijs is inmiddels een dergelijk systeem ontwikkeld. Naar aanleiding van het resultaat van dit overleg tussen de sociale partners zullen deze partijen nadere afspraken maken in de (decentrale) cao-PO. Indien de sociale partners nog geen afspraken hebben gemaakt vóór de inwerkingtreding van dit besluit, kan het bevoegd gezag gebruikmaken van de tot nu toe geldende norm- en voorbeeldfuncties.

Bij de toepassing van functiewaardering moet het bevoegd gezag rekening houden met de in het Kaderbesluit geformuleerde uitgangspunten voor functiewaardering. Deze uitgangspunten zijn opgenomen in artikel 4.

Er bestaat een nauwe relatie tussen functiewaardering en salarisschalen. Het waarderen van functies leidt tot een rangschikking van functies naar zwaarte. Vervolgens moet deze rangschikking vertaald worden naar salarisschalen. Zoals is aangegeven in het derde lid, kent het bevoegd gezag de salarisschalen aan de functies toe. Daarbij maakt het bevoegd gezag gebruik van de salarisbedragen in de salarisschalen die zijn opgenomen in bijlage 1 van dit besluit. De vaststelling van deze salarisbedragen en de mutaties hierin is onderwerp van centraal cao-overleg. Zoals is bepaald in artikel 8 worden de salarisbedragen gewijzigd via ministeriële regeling.

In het vierde lid is vastgelegd dat het bevoegd gezag het bij een functie behorende carrièrepatroon bepaalt. Het gaat dan om de wijze waarop een personeelslid toegroeit naar het maximumsalaris dat bij zijn functie hoort. De in dit artikellid bedoelde toelagen zijn de bindingstoelage en de inkomenstoelage. De bindingstoelage is per 1 augustus 2001 geïntroduceerd. Deze toelage vloeit voort uit de afspraken die zijn gemaakt met de centrales voor overheids- en onderwijspersoneel in het kader van de uitwerking van de maatregelen naar aanleiding van het rapport van de werkgroep Van Rijn (bijlage bij Kamerstukken II 2000/01, 27620, nr. 1). Op basis van deze afspraken gold de bindingstoelage voor zowel leraren en directieleden als overig personeel (onderwijsondersteunend personeel) met salarisschaal 9. De voorwaarden waaronder de toelage werd uitbetaald, waren opgenomen in artikel 114a van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC zoals dat luidde op 31 juli 2006. Vanaf 1 augustus 2006 bepaalt het bevoegd gezag de voorwaarden waaronder de bindingstoelage wordt toegekend. De inkomenstoelage is geïntroduceerd per 1 januari 2006 en is overeengekomen in de cao sector onderwijs (PO en VO) 2005–2007.

Artikel 4

In dit artikel zijn de uitgangspunten opgenomen waaraan een door het bevoegd gezag in te richten functiewaarderingssysteem moet voldoen. Deze uitgangspunten bevatten twee onderdelen:

– de in het schooljaar 2005–2006 geldende functiestructuur en beloningsverhoudingen in het primair onderwijs;

– het beloningsplafond, uitgedrukt in het maximumsalaris van schaal DE.

Het eerste onderdeel ziet op de functiestructuur die is opgebouwd uit de normfuncties in het Rechtspositiebesluit WPO/WEC zoals dat besluit op 31 juli 2006 luidde. Dit betekent niet dat het door het bevoegd gezag te hanteren functiewaarderingssysteem exact dezelfde functiestructuur moet opleveren als een functiestructuur die beperkt is tot die normfuncties. Van belang is dat de nieuwe functiestructuur moet aansluiten bij de ijkpunten binnen de tot nu toe geldende functiestructuur. De ijkpunten binnen de tot nu toe geldende structuur zijn de zogeheten kernfuncties van leraar (schaal LA en LB) en directeur binnen het basisonderwijs (schaal DB). Uiteraard betekent dit niet dat de nieuwe functiestructuur tot deze functies beperkt moet blijven.

Artikel 5

De toekenning van functies aan personen is, evenals in de tot nu toe geldende situatie, een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school. Nieuw is dat het bevoegd gezag ook volledig verantwoordelijk is voor de vaststelling van het salaris bij een benoeming in een functie. Met de invoering van de lumpsum is het niet meer noodzakelijk om daarvoor op centraal niveau voorschriften te geven.

In het vierde lid is aangegeven dat benoeming in twee onderwijsondersteunende dan wel een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functies mogelijk is indien er een verschil van meer dan drie schalen is tussen de bij die functies behorende maximumschalen. Vanaf 1 maart 2001 geldt voor de verschillende personeelscategorieën een verschillende set van salarisschalen. De leraarsschalen worden sindsdien in tegenstelling tot het onderwijsondersteunend personeel uitgedrukt in letters. Het is daardoor niet meer mogelijk via een getal het gestelde verschil vast te stellen tussen een onderwijsgevende en onderwijsondersteunende functie. Voor de combinatie van een onderwijsgevende en een onderwijsondersteunende functie zijn daarom de situaties waarin sprake kan zijn 2 benoemingen in onderstaande tabel uitgeschreven.

functie 1

functie 2

onderwijsgevende functie

onderwijsondersteunende functie

bij de functie behorende maximumschaal

bij de functie behorende maximumschaal

bij de functie behorende maximumschaal

LA

1 t/m 5

13 of 14

LB

1 t/m 6

14

LC

1 t/m 7

n.v.t.

LD

1 t/m 8

n.v.t.

LE

1 t/m 9

n.v.t.

Om belemmeringen weg te nemen voor de voortzetting van het dienstverband van de betrokkenen die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn, is het voor deze groep mogelijk af te wijken van het vierde lid. Het betreft hier een situatie waarover in de cao onderwijs (PO en VO) 2005–2007 afspraken zijn gemaakt. De formalisering van die afspraak vindt plaats in het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs.

Artikel 6

In de cao sector onderwijs (PO en VO) is afgesproken om de jeugdsalarissen met ingang van 1 januari 2006 gefaseerd af te schaffen. In het Kaderbesluit is die startsituatie opgenomen. De vervolgstappen die per 1 januari 2007 en 2008 worden gezet zijn opgenomen in de artikelen II en III.

Artikelen 7 en 9

De inhoud van deze artikelen komt overeen met hetgeen is bepaald in het Kaderbesluit rechtspositie VO.

Artikel 8

De salarisbedragen en toelagen kunnen pas worden gewijzigd wanneer in de Sectorcommissie Onderwijspersoneel daarover overeenstemming is bereikt met de centrales voor overheids- en onderwijspersoneel. Wijzigingen worden vertaald naar de bekostiging (lump sum).

Artikel 10

In dit artikel is de structurele eindejaarsuitkering opgenomen. Bij ministeriële regeling worden de hoogte en berekeningswijze hiervan bepaald.

Artikel 11

In de cao sector onderwijs (PO en VO) 2005–2007 is overeengekomen om in 2006 een éénmalige nominale uitkering te verstrekken. De maatregel is bekendgemaakt in de voorlichtingspublicatie van OCW, kenmerk AP/A&A/2005/56551 van 15 december 2005. De uitwerking wordt vastgelegd in een ministeriële regeling.

Artikel 12

Dit artikel bevat de basis voor de toekenning van een maandelijkse inkomenstoelage. Deze inkomenstoelage is overeengekomen in de cao sector onderwijs (PO en VO) 2005–2007 en houdt verband met de invoering van de Zorgverzekeringswet op 1 januari 2006. De maatregel is bekendgemaakt in de voorlichtingspublicatie van OCW, kenmerk AP/A&A/2005/56551 van 15 december 2005. De uitwerking wordt vastgelegd in een ministeriële regeling.

Artikel 13

Dit artikel voorziet in de toekenning van een specifieke eindejaarsuitkering voor onderwijsondersteunend personeel dat is benoemd in een functie waarbij één van de schalen 1 tot en met 8 behoort. Het betreft een bestaande voorziening die tot 1 augustus 2006 opgenomen is in artikel 182 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC. Deze specifieke eindejaarsuitkering wordt uitgekeerd in aanvulling op de structurele eindejaarsuitkering. Met de betrokkene in het eerste lid wordt gedoeld op de betrokkenen genoemd in de artikelen 29, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 29, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra.

Artikel II (Kaderbesluit rechtspositie PO met ingang van 1 januari 2007)

Per 1 januari 2008 zal er geen sprake meer zijn van jeugdsalarissen. In het kaderbesluit is de startsituatie – de jeugdsalarissen gelden tot 20 jaar – opgenomen. De onderdelen A, B en C van artikel II houden verband met de gefaseerde afschaffing van de jeugdsalarissen. Artikel II, onderdeel A , wijzigt de jeugdsalarissen zoals opgenomen in de wijzigingsbijlage. Artikel II, onderdeel B, wijzigt de bijbehorende bedragen voor de minimumvakantie-uitkering. Artikel II, onderdeel C, verlaagt de grens voor de jeugdsalarissen van 20 naar 19 jaar. Vanaf 1 januari 2007 gelden de jeugdsalarissen voor personeel tot en met 18 jaar. Verwezen wordt naar de toelichting bij artikel 6.

Artikel III (Kaderbesluit rechtspositie PO met ingang van 1 januari 2008)

Per 1 januari 2008 worden de jeugdsalarissen volledig afgeschaft.

Artikel IV, onderdeel E (Overlegbesluit onderwijspersoneel)

Met de decentralisatie van de secundaire arbeidsvoorwaarden vindt het overleg over deze onderwerpen niet meer plaats in de Sectorcommissie Onderwijspersoneel (SCOP) en het Werkgeversoverleg, maar in het decentrale overleg tussen de Werkgeversvereniging Primair Onderwijs en de werknemersorganisaties. Hiermee ontstaat voor het primair onderwijs dezelfde situatie als in het voortgezet onderwijs. Het overleg in de SCOP en het Werkgeversoverleg zal zich per 1 augustus 2006 richten op de zogeheten protocolonderwerpen, opgenomen in artikel 2, vierde lid, van het Overlegbesluit onderwijspersoneel. De wijzigingen in het Overlegbesluit hangen hiermee samen.

Artikel V(Wijziging Rechtspositiebesluit WPO/WEC)

Met uitzondering van de artikelen 1 en 236 tot en met 252 en artikel 296 komt het Rechtspositiebesluit WPO/WEC per de datum inwerkingtreding van het onderhavige besluit (1 augustus 2006) te vervallen. In de artikelen 236 tot en met 252 zijn de commissies van beroep geregeld.

Artikel 297 bevat de citeertitel van deze regeling. Artikel 1 bevat een begripsbepaling van een begrip in deze regeling. Ook na de decentralisatie van de secundaire arbeidsvoorwaarden blijven de commissies van beroep werkzaam in het primair onderwijs. Vandaar dat de regeling van die commissie niet wordt ingetrokken. Ingevolge artikel 12 van het Kaderbesluit rechtspositie VO is de regeling van overeenkomstige toepassing in het VO.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. J. A. van der Hoeven


XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 14 november 2006, nr. 222.

Naar boven