Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2006, 418Wet

Wet van 7 september 2006, houdende regeling van de tijdelijke vervanging van leden van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal, de provinciale staten en de gemeenteraden wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ter uitvoering van de artikelen 57a en 129, derde lid, van de Grondwet regelingen dienen te worden getroffen in verband met de tijdelijke vervanging van leden van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer, provinciale staten en de gemeenteraden wegens zwangerschap en bevalling of ziekte;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Kieswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen H 10, eerste lid, H 10a, eerste lid, R 9, eerste lid, en R 9a, eerste lid, wordt de zinsnede «W 2, eerste lid, onder e» telkens vervangen door: W 2, eerste lid, onder f.

B

Het opschrift van Hoofdstuk W komt te luiden:

HOOFDSTUK W

De opvolging

C

Artikel W 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «vervangen» vervangen door: opgevolgd.

2. In het vierde lid wordt «de plaatsvervanging» vervangen door: de opvolging.

D

Artikel W 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid worden de onderdelen b tot en met f geletterd c tot en met g.

2. In het eerste lid wordt na onderdeel a een onderdeel ingevoegd, luidende:

b. aan wie tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte;.

3. Aan het slot van het eerste lid, onderdeel e (nieuw), wordt toegevoegd:, tenzij hij is benoemd tot vervanger voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk ontslag als bedoeld in paragraaf 3 van hoofdstuk X.

4. In het tweede en derde lid wordt de zinsnede «eerste lid, onder e» vervangen door: eerste lid, onder f.

E

In artikel W 3, eerste lid, wordt «vervangen» vervangen door: opgevolgd.

F

In artikel W 4, eerste lid, wordt «plaatsvervanging» vervangen door «opvolging» en wordt «vervangen» vervangen door «opgevolgd».

G

Het opschrift van Hoofdstuk X komt te luiden:

HOOFDSTUK X

Beëindiging van het lidmaatschap en tijdelijke vervanging als lid

H

Het opschrift van Hoofdstuk X, paragraaf 1, komt te luiden:

§ 1 Algemene bepalingen inzake beëindiging van het lidmaatschap

I

Het opschrift van Hoofdstuk X, paragraaf 2, komt te luiden:

§ 2 Bijzondere bepalingen inzake beëindiging van het lidmaatschap

J

Na artikel X 9 wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:

§ 3 Beëindiging van het lidmaatschap en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

Artikel X 10
  • 1. De voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan verleent aan een lid van dat orgaan dat is toegelaten op diens verzoek tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling op de in het verzoek vermelde dag die ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling die blijkt uit een door het lid overgelegde verklaring van een arts of verloskundige. Aan het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, wordt niet voldaan, indien het tijdstip waarop het verzoek wordt gedaan ligt binnen een periode van zestien weken voor het einde van de zittingsduur als bedoeld in hoofdstuk C.

  • 2. De voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan verleent aan een lid van dat orgaan op diens verzoek tijdelijk ontslag, indien het lid wegens ziekte niet in staat is het lidmaatschap uit te oefenen en blijkens de verklaring van een arts aannemelijk is dat hij de uitoefening van het lidmaatschap niet binnen acht weken zal kunnen hervatten. Het tijdelijk ontslag gaat in op de dag na de bekendmaking van de beslissing op het verzoek. Aan het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, wordt niet voldaan, indien het tijdstip waarop het verzoek wordt gedaan ligt binnen een periode van zestien weken voor het einde van de zittingsduur als bedoeld in hoofdstuk C.

  • 3. Het lidmaatschap van het lid aan wie tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste lid of tweede lid is verleend, herleeft van rechtswege met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag.

  • 4. Aan een lid van een vertegenwoordigend orgaan wordt ten hoogste drie maal per zittingsperiode tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste of het tweede lid verleend.

Artikel X 11
  • 1. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan beslist op een verzoek tot tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel X 10, eerste of tweede lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de veertiende dag na indiening van het verzoek.

  • 2. De beslissing op het verzoek tot tijdelijk ontslag geschiedt in overeenstemming met de verklaring van de arts of verloskundige, bedoeld in artikel X 10, eerste of tweede lid.

  • 3. Een beslissing tot tijdelijk ontslag bevat de dag van ingang van het ontslag.

  • 4. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft van een beslissing tot tijdelijk ontslag onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.

Artikel X 12
  • 1. De voorzitter van het centraal stembureau benoemt een vervanger voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk ontslag als bedoeld in deze paragraaf. De hoofdstukken V en W zijn van toepassing, met dien verstande dat in afwijking van artikel V 2, eerste lid, de benoeming uiterlijk op de tiende dag na de dagtekening van de kennisgeving van benoeming wordt aangenomen.

  • 2. Degene die als vervanger is benoemd, houdt op lid te zijn met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag, onverminderd de mogelijkheid dat het vervangende lidmaatschap ingevolge deze wet op een eerder tijdstip eindigt.

  • 3. Indien de vervanger van het lid van een vertegenwoordigend orgaan aan wie tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, voortijdig ontslag neemt, dan wel wordt benoemd tot lid van het vertegenwoordigend orgaan voor een plaats die is opengevallen anders dan als gevolg van een tijdelijk ontslag, benoemt de voorzitter van het centraal stembureau een nieuwe tijdelijke vervanger voor de resterende periode van het tijdelijk ontslag.

  • 4. Artikel X 6 is niet van toepassing op een vervanger.

K

Na artikel Y 30 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel Y 30a

Tijdelijk ontslag van een lid van het Europees Parlement wegens zwangerschap en bevalling of ziekte geschiedt met overeenkomstige toepassing van de artikelen X 10 en X 11, met dien verstande dat:

a. in artikel X 10, eerste en tweede lid, voor «voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan» wordt gelezen: voorzitter van de Tweede Kamer;

b. in artikel X 11, eerste en vierde lid, voor «voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan» wordt gelezen: voorzitter van de Tweede Kamer;

c. de voorzitter van de Tweede Kamer van de beslissing tot tijdelijk ontslag onverwijld kennis geeft aan de voorzitter van het Europees Parlement.

Artikel Y 30b

  • 1. De voorzitter van het centraal stembureau benoemt een vervanger voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel Y 30a. De artikelen Y 25 tot en met Y 27 zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Op de vervanger is artikel X 12, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL II

De Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De artikelen 2 tot en met 6 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op het kamerlid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.

B

Na artikel 6 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 6a

  • 1. Het kamerlid dat ingevolge artikel X 12 van de Kieswet is benoemd in de plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een bedrag van € 590 per maand waarmee voorzieningen kunnen worden getroffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.

  • 2. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt door Onze Minister gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijzigingen die de schadeloosstelling, bedoeld in artikel 2, ondergaat.

C

Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt in artikel 8 een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Het kamerlid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte heeft aanspraak op een vergoeding van € 500,– per maand indien de afstand van de woonplaats van het kamerlid of het door het kamerlid bewoonde deel van de woonplaats tot het gebouw van de Tweede Kamer der Staten-Generaal groter is dan 75 km en hij voor de uitoefening van het kamerlidmaatschap beschikt over huisvesting voor verblijf in of nabij ’s-Gravenhage.

D

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Het kamerlid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte ontvangt een onkostenvergoeding ter hoogte van de helft van het in het eerste lid genoemde bedrag. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

2. In het vierde lid (nieuw) wordt «herzien» vervangen door: gewijzigd.

E

In artikel 10 wordt de zinsnede «de artikelen 7 tot en met 9» vervangen door: de artikelen 6a tot en met 9.

ARTIKEL III

De Wet vergoedingen leden Eerste Kamer wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 3 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 3a

De artikelen 4 tot en met 6 en artikel 10 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op het kamerlid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.

B

Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt in artikel 16 een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Het kamerlid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een onkostenvergoeding ter hoogte van de helft van het in het eerste lid genoemde bedrag. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL IIIA

De Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De artikelen 2 tot en met 5 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op het lid van het Europees Parlement aan wie ingevolge artikel Y 30a juncto artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.

B

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Een tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel Y 30a juncto artikel X 10 van de Kieswet, wordt niet aangemerkt als aftreden als bedoeld in het eerste lid.

ARTIKEL IV

De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 50 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 50a

  • 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde wordt tevens als kamerlidtijd aangemerkt een periode van tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ingevolge artikel X 10 van de Kieswet.

  • 2. Deze wet is niet van toepassing op het kamerlid dat is benoemd in de plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ingevolge artikel X 12 van de Kieswet.

B

Aan artikel 51 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Een tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel X 10 van de Kieswet, wordt niet aangemerkt als aftreden als bedoeld in het eerste lid.

ARTIKEL V

In artikel 93, eerste lid, van de Provinciewet wordt na «leden van provinciale staten» toegevoegd: en de leden van provinciale staten aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.

ARTIKEL VI

In artikel 95, eerste lid, van de Gemeentewet wordt na «leden van de raad» toegevoegd: en de leden van de raad aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.

ARTIKEL VII

In artikel 8:4, onderdeel g, van de Algemene wet bestuursrecht wordt de zinsnede «alsmede de toelating van nieuwe leden van provinciale staten en van de gemeenteraad» vervangen door: , de toelating van nieuwe leden van provinciale staten en van de gemeenteraad, alsmede de verlening van tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.

ARTIKEL VIII

Aan artikel II van de wet van 15 juli 1998 tot wijziging van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees parlement ter wijziging van de non-activiteitsbepalingen (Stb. 507) wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Een tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel X 10 van de Kieswet geldt niet als een onderbreking in de zin van het eerste lid.

ARTIKEL IX

Aan artikel IV van de wet van 30 mei 1997 tot wijziging van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer en van de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europese Parlement (wijziging bedragen schadeloosstelling en vergoedingen) (Stb. 250) wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Een tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel X 10 van de Kieswet geldt niet als een onderbreking in de zin van het eerste lid.

ARTIKEL X

  • 1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop de artikelen I, onderdeel K, en IIIA in werking treden.

  • 2. Indien deze wet in werking treedt voor 8 februari 2009, treden de artikelen 57a en 129, derde lid, tweede volzin, van de Grondwet in werking op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges, en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

’s-Gravenhage, 7 september 2006

Beatrix

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

A. Nicolaï

Uitgegeven de eenentwintigste september 2006

De Minister voor Justitie,

J. P. H. Donner


XHistnoot

Kamerstuk 30 229