Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van DefensieStaatsblad 2006, 364AMvB

Besluit van 3 juli 2006 tot vaststelling van een eenmalige uitkering 2004, een aflopende uitkering in het kader van de intrekking van de Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel en een vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage voor gewezen defensiepersoneel en tot wijziging van enige besluiten in het kader van enige arbeidsvoorwaardenmaatregelen voor de sector Defensie, alsmede tot vaststelling van enige technische wijzigingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 24 april 2006, nr. P/2006012115;

Gelet op artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet alsmede artikel 12, eerste lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931;

De Raad van State gehoord (advies van 24 mei 2006, nr. W07.06.0126/II);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 27 juni 2006, nr. P/2006018501;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1. TOEKENNING VAN EEN EENMALIGE UITKERING 2004 AAN HET DEFENSIEPERSONEEL

Artikel 1

  • 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    a. militair:

    de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel;

    b. peildatum:

    1 januari 2006;

    c. betrokkene:

    1°. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op de peildatum in werkelijke dienst was;

    2°. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op de peildatum in dienst van het Ministerie van Defensie was;

    3°. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld of een uitkering, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen genoot;

    4°. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld of een uitkering, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;

    d. berekeningsbasis:

    1°. de over de maand januari van het jaar 2006 genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;

    2°. het over de maand januari van het jaar 2006 genoten salaris vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;

    3°. het wachtgeld of de uitkering die over de maand januari 2006, op grond van één van de in onderdeel c, subonderdeel 3° en 4°, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

  • 2. De betrokkene heeft op de peildatum aanspraak op een eenmalige uitkering 2004 ter grootte van 0,8% van het twaalfvoud van de voor betrokkene geldende berekeningsbasis.

  • 3. De eenmalige uitkering 2004 heeft geen algemeen karakter en is voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° en 3°, niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen en maakt evenmin deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

  • 4. De eenmalige uitkering 2004 maakt voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° en 4°, deel uit van de pensioengrondslag.

HOOFDSTUK 2. VASTSTELLING VAN EEN AFLOPENDE UITKERING IN HET KADER VAN DE INTREKKING VAN DE REGELING ZIEKTEKOSTENVOORZIENING DEFENSIEPERSONEEL

Artikel 2

  • 1. De ambtenaar en de gewezen ambtenaar dan wel de nabestaanden van de ambtenaar of de gewezen ambtenaar die over het kalenderjaar 2005 of een gedeelte daarvan een tegemoetkoming heeft respectievelijk hebben ontvangen op grond van de Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel, heeft respectievelijk hebben bij wijze van afbouw aanspraak op een aflopende uitkering.

  • 2. De aflopende uitkering bedraagt in het kalenderjaar:

    2007:

    55%;

    2008:

    45%;

    2009:

    40%;

    2010:

    30%;

    2011:

    20%;

    2012:

    10%;

    van de in het derde lid bedoelde grondslag.

  • 3. De grondslag bestaat uit:

    a. indien een tegemoetkoming is ontvangen over het gehele jaar 2005: het jaarbedrag van de tegemoetkoming;

    b. indien een tegemoetkoming is ontvangen over een aaneengesloten tijdvak van twaalf maanden dat eindigt in 2005 alsmede een tegemoetkoming over het resterende deel van het jaar 2005: een bedrag berekend aan de hand van de formule (X : 12) x Y, waarbij X het totale bedrag van de tegemoetkoming over het aaneengesloten tijdvak van twaalf maanden bedraagt en Y het aantal maanden van het jaar 2005 waarop deze tegemoetkoming betrekking heeft. Hierbij wordt het totale bedrag van de tegemoetkoming over het resterende deel van het jaar 2005 opgeteld,

    c. indien een ambtenaar of gewezen ambtenaar dan wel de nabestaanden van de ambtenaar of gewezen ambtenaar in 2005 rechthebbende is respectievelijk zijn geworden en als gevolg daarvan over een deel van het kalenderjaar 2005 een tegemoetkoming heeft respectievelijk hebben ontvangen: het bedrag van die tegemoetkoming.

  • 4. Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van een belanghebbende als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b tot en met e, alsmede ten aanzien van de gewezen burgerambtenaar die een uitkering ontvangt op grond van artikel 114, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

HOOFDSTUK 3. VASTSTELLING VAN AANSPRAKEN OP VERGOEDING VAN DE INKOMENSAFHANKELIJKE BIJDRAGE VOOR GEWEZEN DEFENSIEPERSONEEL

Artikel 3

  • 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder belanghebbende:

    a. De gewezen militair die een uitkering ontvangt op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;

    b. De gewezen militair, jonger dan 65 jaar, die een verhoogd arbeidsongeschiktheidspensioen als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, een militair invaliditeitspensioen als bedoeld in artikel 7 of een bijzondere invaliditeitsverhoging als bedoeld in artikel 8 van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen ontvangt;

    c. De nabestaanden, jonger dan 65 jaar, van een militair die een bijzonder nabestaandenpensioen ontvangen op grond van artikel 6 of 7 van het Besluit bijzondere militaire pensioenen;

    d. De gewezen militair of burgerambtenaar die een wachtgelduitkering ontvangt op grond van de Militaire wachtgeldregeling 1961 of het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;

    e. De gewezen burgerambtenaar dan wel diens nabestaanden die een uitkering ontvangen op grond van artikel 65 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie;

    f. De gewezen burgerambtenaar die een uitkering ontvangt op grond van artikel 119, vijfde lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

  • 2. De belanghebbende heeft aanspraak op vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, die hij verschuldigd is over zijn uitkering of pensioen.

  • 3. De belanghebbende als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, heeft aanspraak op een tegemoetkoming ter grootte van de inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet indien hij, in verband met zijn verblijf in het buitenland, deze inkomensafhankelijke bijdrage niet verschuldigd is.

  • 4. Voor de belanghebbende bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt, bij de vaststelling van de maximaal verschuldigde premie, eerst het ten laste van het VUT-fonds komende deel van de uitkering in aanmerking genomen.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen omtrent het bepaalde in dit artikel nadere voorschriften worden vastgesteld.

HOOFDSTUK 4. WIJZIGINGEN BESLUITEN

Artikel 4

Het Algemeen militair ambtenarenreglement wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 60c, eerste lid, en het cijfer «2.» alsmede het woord «voorts» in het tweede lid vervallen.

B

De artikelen 90, 90a en 90b komen te luiden:

Artikel 90. Ziektekostenverzekering
  • 1. De militair in werkelijke dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1°, met inbegrip van de militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend, is verzekerd voor geneeskundige verzorging aan de militair verleend door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.

  • 2. Bij ministeriële regeling wordt de omvang van de geneeskundige zorg vastgesteld.

  • 3. Bij ministeriële regeling wordt de in verband met de verzekering verschuldigde premie vastgesteld na ontvangst van een daartoe strekkend voorstel van de in artikel 90a bedoelde rechtspersoon. De premie wordt ingehouden op de bezoldiging, voor zover door Onze Minister niet in de premie wordt bijgedragen.

  • 4. Onze Minister draagt op bij ministeriële regeling te bepalen wijze bij in de in het derde lid bedoelde premie.

  • 5. De in het derde lid bedoelde ministeriële regeling vormt geen onderwerp van overleg als bedoeld in artikel 3 van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie.

  • 6. Aan de verzekering kunnen geen aanspraken worden ontleend door of ten behoeve van:

    a. degene die tijdens een vredes- of humanitaire operatie in het buitenland plaatselijk is geworven en met toepassing van artikel 11 tijdelijk is aangesteld als militair;

    b. de ambtenaar bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie die met toepassing van artikel 11 tijdelijk is aangesteld als militair.

Artikel 90a. Uitvoering van de ziektekostenverzekering
  • 1. Een door Onze Minister aan te wijzen rechtspersoon is belast met de uitvoering van de in artikel 90 bedoelde verzekering.

  • 2. De voorzitter en de overige leden van het bestuur van de rechtspersoon worden benoemd en ontslagen door Onze Minister.

  • 3. Wijzigingen in de statuten van de rechtspersoon worden ter goedkeuring voorgelegd aan Onze Minister.

  • 4. De rechtspersoon verstrekt Onze Minister informatie met betrekking tot de uitvoering van de verzekering, waaronder jaarlijks een jaarrekening die is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 5. Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing intrekken, wanneer de rechtspersoon tekortschiet in de uitvoering van de verzekering dan wel de verplichtingen genoemd in dit artikel niet nakomt.

Artikel 90b. Aanspraken reservisten en tijdelijk aangestelde militairen

De militair bedoeld in:

a. artikel 1, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2º,

b. artikel 90, zesde lid,

heeft gedurende de periode dat hij in werkelijke dienst is, aanspraak op geneeskundige verzorging door of vanwege de militair geneeskundige diensten.

C

Artikel 90c vervalt.

Artikel 5

Het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 44a komt te luiden:

Artikel 44a. Inkomenstoeslag

De burgerambtenaar heeft aanspraak op een inkomenstoeslag ter hoogte van € 116,67 per maand. Deze inkomenstoeslag wordt voor de ambtenaar met een deeltijdaanstelling vastgesteld op een evenredig deel van de uitkering behorend bij een voltijdaanstelling.

B

Hoofdstuk 7 vervalt.

Artikel 6

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5a komt te luiden:

Artikel 5a. Vaste vergoeding extra beslaglegging
  • 1. Ter zake van extra beslaglegging ontvangt de militair een maandelijkse toelage, bestaande uit een percentage van de voor hem geldende bezoldiging per maand, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt voor de militair die aanspraak heeft op een afwijkende bezoldiging de toelage verminderd overeenkomstig de mate waarin die bezoldiging afwijkt van de bezoldiging bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Het percentage bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald aan de hand van de bezoldiging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, voor de betrokken maand, volgens onderstaande tabel:

    Per 1 november 2002

    Bezoldiging

    Percentage

    t/m € 2623,46

    9,3%

    van € 2623,47 t/m € 2999,12

    8,8%

    van € 2999,13 t/m € 3515,42

    7,7%

    van € 3515,43 t/m € 5834,96

    6,3%

    vanaf € 5834,97

    4,6%

  • 4. Onder een afwijkende bezoldiging bedoeld in het tweede lid wordt verstaan de bezoldiging in geval van:

    a. ongeoorloofde afwezigheid;

    b. vermissing;

    c. verlof;

    d. ziekte;

    e. schorsing, vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis;

    f. wachtgeld als bedoeld in het Tijdelijk besluit uitstroom bevorderende maatregel Defensie.

  • 5. Bij het vaststellen van de toelage, genoemd in het eerste lid, is artikel 3, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

B

In artikel 6, tweede lid, wordt «0,4%» vervangen door: 1,6%.

C

In artikel 8, vierde lid, vervallen de zinsneden «na 1 oktober 2001» en «, of artikel 8a, tweede lid».

D

Artikel 8a vervalt.

E

Artikel 9, vijfde lid, vervalt.

F

De bijlagen A en B worden vervangen door de bijlagen A en B gevoegd als bijlagen 1 en 2 bij dit besluit.

HOOFDSTUK 5. OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 7

  • 1. De Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel blijft van toepassing zoals deze luidde op de dag voorafgaand aan de datum van intrekking ten aanzien van aanspraken welke zijn opgebouwd in het jaar 2005. In afwijking van artikel 8 van die regeling kan een tegemoetkoming betrekking hebben op een tijdvak korter dan twaalf aaneengesloten maanden indien dit tijdvak aanvangt na 1 januari 2005, waarbij de hoogte van het drempelbedrag naar evenredigheid wordt vastgesteld. De aanvraag van de tegemoetkoming geschiedt voor 1 juli 2006.

  • 2. In afwijking van artikel 8, vijfde lid, geldt dat de beschikking op de aanvraag ingediend na 31 december 2005 wordt gegeven voor 1 januari 2007. Indien een beschikking niet voor 1 januari 2007 kan worden gegeven, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld onder opgave van redenen en met vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking wel kan worden gegeven. Deze termijn bedraagt ten hoogste acht weken.

Artikel 8

In afwijking van artikel 6, onderdeel B, is het percentage in artikel 6 van het Inkomstenbesluit militairen voor de periode 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 bepaald op 0,8%.

Artikel 9

Hoofdstuk 7 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie blijft van toepassing zoals dit luidde op de dag voorafgaand aan de intrekking van dit hoofdstuk ten aanzien van de aanspraken welke zijn opgebouwd in het jaar 2005. In afwijking van het gestelde in artikel 58, eerste lid, onderdelen a en b, van dat besluit wordt de tegemoetkoming uitbetaald in de maand maart 2006.

HOOFDSTUK 6. SLOTBEPALINGEN

Artikel 10

De Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel wordt ingetrokken.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

’s-Gravenhage, 3 juli 2006

Beatrix

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Uitgegeven de vijftiende augustus 2006

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Bijlage 1 behorende bij artikel 6, onderdeel F

Bijlage A

(IBM, artikel 4)

Salarisschalen voor de militairen van de Koninklijke Marine

met ingang van 1 januari 2006 (maandbedragen in euro's)

salarisnr.

matr3

matr2

matr1

kpl

sgt

smjr

aoo

ltz3

ltz2

ltz2oc

ltz1

kltz

ktz

cdr

sbn

vadm

ltadm

 0

 830,60

 865,52

1193,05

1220,89

1258,64

            

 1

 932,07

 971,70

1363,41

1395,02

1438,44

            

 2

1046,27

1090,16

1533,78

1569,64

1618,25

            

 3

1173,22

1222,77

1704,14

1743,79

1798,06

1876,87

1948,61

          

 4

1268,55

1326,12

1765,49

1786,26

1839,12

1912,74

1984,00

          

 5

1457,80

1499,79

1797,12

1830,15

1876,87

1950,97

2019,40

          

 6

1474,31

1522,45

1832,03

1862,24

1912,74

1986,83

2028,36

2074,13

2169,47

        

 7

1491,78

1546,04

1858,47

1894,81

1950,97

2022,23

2064,22

2174,19

2269,52

        

 8

1509,24

1569,64

1883,95

1925,96

1986,83

2054,32

2101,51

2274,71

2369,10

        

 9

1526,70

1592,77

1909,43

1958,99

2022,23

2089,71

2138,79

2347,38

2451,69

        

10

1544,16

1616,84

1935,87

1989,19

2054,32

2126,52

2175,13

2426,20

2529,08

        

11

1561,62

1640,90

1962,76

2019,40

2089,71

2164,28

2213,36

2506,43

2602,23

        

12

,,

,,

,,

2051,48

2126,52

2197,31

2250,64

2575,33

2679,15

        

13

,,

,,

,,

2081,68

2164,28

2229,87

2288,86

2651,31

2749,47

2919,36

       

14

,,

,,

,,

2114,73

2197,31

2250,64

2326,63

2723,04

2813,66

2987,80

       

15

,,

,,

,,

2146,82

2229,87

2287,93

2364,85

2786,75

2882,09

3059,06

       

16

,,

,,

,,

2177,97

2265,74

2324,73

2406,38

,,

2936,36

3108,61

       

17

,,

,,

2004,77

2213,36

2300,67

2362,02

2447,91

,,

2988,27

3153,91

       

18

,,

,,

,,

,,

2335,11

2403,08

2488,97

,,

3042,54

3198,75

3386,10

      

19

,,

,,

2046,29

,,

2371,46

2446,02

2524,36

,,

3090,68

3248,30

3494,65

      

20

,,

,,

,,

,,

2411,09

2484,25

2559,28

,,

3166,66

3294,09

3601,31

3701,83

     

21

,,

,,

2088,77

,,

2446,02

2521,05

2597,51

,,

3234,15

3364,87

3704,19

3831,61

     

22

,,

,,

,,

,,

2484,25

2557,39

2634,79

,,

3306,83

3443,21

3807,54

3930,72

     

23

,,

,,

,,

,,

2521,05

2595,62

2672,55

,,

,,

3518,25

3906,18

4035,96

     

24

,,

,,

,,

,,

,,

2634,32

2708,89

,,

,,

3592,35

4010,47

4139,31

     

25

,,

,,

,,

,,

,,

2672,55

2742,86

,,

,,

,,

4112,88

4238,88

     

26

,,

,,

,,

,,

,,

2709,83

2794,78

,,

,,

,,

4211,04

4342,24

     

27

,,

,,

,,

,,

,,

2744,76

2847,63

,,

,,

,,

4299,30

4445,13

     

28

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2901,90

,,

,,

,,

4387,54

4548,47

4644,74

    

29

,,

,,

2131,72

,,

,,

,,

2956,65

,,

,,

,,

4475,33

4650,41

4895,82

    

30

,,

,,

,,

,,

,,

,,

3010,92

,,

,,

,,

4562,16

4753,29

5012,38

    

31

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4603,22

4856,18

5129,43

    

32

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4643,81

4931,68

5238,91

    

33

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4756,60

5025,60

5410,69

5597,58

6427,71

  

34

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5116,69

5584,84

5870,83

6606,10

  

35

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5242,68

5819,38

6258,75

6925,59

  

36

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5435,24

6061,96

6449,88

7251,70

  

37

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6310,67

6806,20

7584,41

  

38

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6562,68

7172,41

7926,56

8457,10

9014,91

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Bijlage 2 behorende bij artikel 6, onderdeel F

Bijlage B

(IBM, artikel 4)

Salarisschalen voor de militairen van de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marechaussee

met ingang van 1 januari 2006 (maandbedragen in euro's)

salarisnr.

sld3 mar4

sld2 mar3

sld1

mar2

kpl/kpl1 mar1

sgt

sgt1

sm

aoo

tlnt

elnt

kap

maj

lkol

kol

bgen

genm

lgen

gen

 0

 830,60

 865,52

1060,43

1060,43

1122,72

1187,38

 

1234,57

1281,77

          

 1

 932,07

 971,70

1211,92

1211,92

1283,18

1356,80

 

1410,60

1464,87

          

 2

1046,27

1090,16

1362,94

1362,94

1443,63

1526,70

 

1587,10

1647,98

          

 3

1173,22

1222,77

1514,43

1514,43

1604,10

1696,13

1719,72

1763,61

1831,10

          

 4

1268,55

1326,12

1553,13

1553,13

1651,76

1750,39

1775,40

1831,10

1904,72

          

 5

1457,80

1499,79

1593,24

1593,24

1680,55

1804,67

1831,10

1876,87

1934,92

          

 6

1474,31

1522,45

1635,71

1635,71

1708,87

1832,03

1876,87

1934,92

1962,76

2037,80

2105,76

        

 7

1491,78

1546,04

1667,81

1667,81

1735,76

1858,47

1904,72

1962,76

1992,96

2141,62

2210,53

        

 8

1509,24

1569,64

1699,90

1699,90

1764,55

1885,36

1934,92

1992,96

2022,23

2243,09

2316,71

        

 9

1526,70

1592,77

1730,57

1730,57

1790,51

1911,79

1962,76

2022,23

2114,73

2316,71

2389,86

        

10

1544,16

1616,84

1762,66

1762,66

1820,71

1939,16

1992,96

2053,38

2146,82

2389,86

2472,44

        

11

1561,62

1640,90

1792,40

1792,40

1847,61

1964,65

2022,23

2082,63

2177,97

2472,44

2545,13

        

12

,,

,,

1826,38

1826,38

1873,09

1989,19

2053,38

2114,73

2213,36

2545,13

2618,27

        

13

,,

,,

1855,63

1855,63

1899,05

2019,40

2082,63

2146,82

2247,81

2618,27

2692,84

2847,17

       

14

,,

,,

,,

,,

1924,54

2051,48

2114,73

2177,97

2283,67

2692,84

2760,33

2908,04

       

15

,,

,,

,,

,,

1950,97

2081,68

2146,82

2213,36

2319,54

2760,33

2821,21

2969,87

       

16

,,

,,

,,

,,

,,

2114,73

2177,97

2247,81

2355,41

,,

2886,80

3033,58

       

17

,,

,,

,,

,,

,,

2146,82

2213,36

2283,67

2391,75

,,

2950,51

3093,04

       

18

,,

,,

,,

,,

,,

2177,97

2247,81

2319,54

2437,52

,,

3016,11

3151,55

       

19

,,

,,

,,

,,

,,

2213,36

2283,67

2355,41

2473,39

,,

3078,88

3208,19

3389,41

      

20

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2319,54

2391,75

2511,62

,,

3136,93

3264,82

3497,01

3637,65

     

21

,,

,,

,,

,,

1992,96

,,

2355,41

2437,52

2543,72

,,

3186,96

3327,12

3602,73

3739,11

     

22

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2391,75

2473,39

2578,16

,,

3248,30

3388,47

3705,14

3842,47

     

23

,,

,,

,,

,,

2034,50

,,

,,

2511,62

2614,03

,,

,,

3455,95

3808,96

3941,57

     

24

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2543,72

2652,25

,,

,,

3520,14

3909,01

4046,82

     

25

,,

,,

,,

,,

2076,97

,,

,,

2578,16

2687,65

,,

,,

,,

4014,72

4150,16

     

26

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2614,03

2744,76

,,

,,

,,

4118,55

4249,74

     

27

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2652,25

2798,56

,,

,,

,,

4218,59

4353,10

     

28

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2687,65

2852,82

,,

,,

,,

4322,90

4455,97

4570,65

    

29

,,

,,

,,

,,

2119,92

,,

,,

,,

2908,98

,,

,,

,,

4404,54

4575,84

4839,66

    

30

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2964,20

,,

,,

,,

4549,90

4697,13

4971,32

    

31

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4603,22

4817,95

5102,52

    

32

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4643,81

4931,68

5238,91

    

33

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4756,60

5025,60

5410,69

5597,58

6427,71

  

34

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5116,69

5584,84

5870,83

6606,10

  

35

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5242,68

5819,38

6258,75

6925,59

  

36

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5435,24

6061,96

6449,88

7251,70

  

37

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6310,67

6806,20

7584,41

  

38

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6562,68

7172,41

7926,56

8457,10

9014,91

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

De Staatssecretaris van Defensie heeft op 13 maart 2006 met de centrales van overheidspersoneel in de Sectorcommissie Defensie overeenstemming bereikt over enige arbeidsvoorwaardenmaatregelen voor de sector Defensie. Voor zover de maatregelen leiden tot wijzigingen van regelingen op het niveau van algemene maatregel van bestuur zijn deze in dit besluit opgenomen. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele redactionele wijzigingen en technische aanpassingen aan te brengen. Hieronder volgt een beknopte opsomming van deze maatregelen.

Toekenning eenmalige uitkering 2004

De door de regering voorgestane nullijn in het Sociaal Akkoord van 5 november 2004 is in stand gehouden. De salarissen zijn over het jaar 2004 niet verhoogd. Wel is een eenmalige uitkering 2004 ter hoogte van 0,8% van het jaarsalaris toegekend voor het actief dienende defensiepersoneel, alsmede degenen die met leeftijdsontslag zijn en een uitkering genieten op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen (UKW), met functioneel leeftijdontslag zijn en degenen die een wachtgeld genieten in januari 2006. Aangezien het een eenmalige uitkering 2004 betreft is het peildatumsysteem gehanteerd. Als peildatum geldt 1 januari 2006. Dit betekent dat de situatie in die maand bepalend is voor de toekenning van de eenmalige uitkering 2004.

Intrekking van de Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel

De Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel (ZVD) is gebaseerd op het uitgangspunt dat de ziektekosten van het (gewezen) defensiepersoneel geen hoger beslag behoren te leggen op het inkomen van het personeel dan op dat van personeel in de marktsector. Aangezien er met de invoering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) per 1 januari 2006 (Stb. 2005, 358) geen verschil meer is tussen de ziektekosten van (gewezen) defensiepersoneel en personeel in de marktsector is er geen reden om de tegemoetkomingen op grond van de ZVD ná 31 december 2005 te laten voortbestaan.

Zorgverzekeringswet

Als uitvloeisel van de invoering van het stelsel dat door de Zorgverzekeringswet is geïntroduceerd heeft de Minister van Defensie aangegeven met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Zvw uitsluitend nog verantwoordelijk te zijn voor de geneeskundige zorg van militairen in werkelijke dienst. Als gevolg hiervan kunnen de gezinsleden van militairen in werkelijke dienst alsmede gewezen militairen met leeftijdsontslag en in het genot een uitkering ingevolge de UKW en hun gezinsleden met ingang van 1 januari 2006 niet meer deelnemen aan de zorgverzekering voor militairen bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht (SZVK). Het besluit van de minister is een gevolg van het feit dat militairen in werkelijke dienst niet verzekeringsplichtig zijn op grond van de Zvw, zoals bepaald in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van die wet. De gezinsleden van de militairen in werkelijke dienst en UKW’rs zijn wel verzekeringsplichtig.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Eerste lid

In het eerste lid worden de belanghebbenden en de berekeningsbasis gedefinieerd. De berekeningsbasis is de over de maand januari 2006 genoten bezoldiging respectievelijk het salaris dan wel het wachtgeld of de uitkering, eventueel na toepassing van de ter zake geldende anticumulatiebepalingen.

Tweede en derde lid

In deze leden is het percentage van de eenmalige uitkering 2004 vastgesteld. Voor het actief in dienst zijnde defensiepersoneel maakt de vakantie-uitkering (8% van het salaris) en de eindejaarsuitkering (0,8% van het salaris) afzonderlijk deel uit van de berekeningsgrondslag voor de eenmalige uitkering 2004. Voor dit personeel bedraagt de eenmalige uitkering 2004 derhalve 10,45% (0,8% x 1,088 x 12 maanden) van de feitelijk genoten bezoldiging of het feitelijk genoten salaris op 1 januari 2006. Voor het gewezen defensiepersoneel zijn de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering reeds maandelijks in de uitkering respectievelijk het wachtgeld verrekend, zodat de eenmalige uitkering 2004 9,6% (0,8% x 12 maanden) van de op 1 januari 2006 genoten uitkering of wachtgeld bedraagt. Voor zover op de uitkering of het wachtgeld de anticumulatie wegens nevenwerkzaamheden wordt toegepast, wordt over het gekorte bedrag geen eenmalige uitkering 2004 berekend.

Artikel 2

De ZVD wordt per 1 januari 2006 ingetrokken. Ter compensatie wordt aan hen die in 2005 een tegemoetkoming ingevolge de ZVD hebben ontvangen een aflopende procentuele uitkering toegekend gebaseerd op de ZVD-aanspraak over 2005, tenzij de door hen op grond van artikel 41 van de Zvw verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage door Defensie wordt vergoed.

Artikel 3

De in dit artikel genoemde doelgroepen kunnen aanspraak maken op vergoeding van de door hen, over de door Defensie verstrekte uitkeringen en pensioenen, verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage. Voor de gewezen burgerambtenaar die een FLO uitkering ontvangt op grond van artikel 119, vijfde lid, van het Burgerlijke ambtenarenreglement defensie geldt dat voor de vaststelling van het maximaal verschuldigde bedrag aan premie, eerst het ten laste van het VUT fonds komende deel van de FPU uitkering in aanmerking wordt genomen. Gelet op de gelaagde opbouw van de FLO uitkering en de verdeling van de kosten daarvan over werkgever en VUT fonds geeft deze bepaling duidelijkheid over de verdeling van de kosten.

Bij samenloop met andere inkomsten, van andere werkgevers, uit onderneming of een andere uitkeringsinstantie, geldt dat de verrekening van teveel betaalde premie op de gebruikelijke wijze via de belastingdienst verloopt.

Artikel 4

Onderdeel A

Het eerste lid van dit artikel alsmede artikel 4a van de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid hadden betrekking op de vaste vergoeding extra beslaglegging en zijn tegelijkertijd overgebracht naar het Inkomstenbesluit militairen. De reden hiervoor is dat de vaste vergoeding voor extra beslaglegging sedert 1 januari 2002 als bestendig inkomen pensioengevend is en derhalve op het niveau van een algemene maatregel van bestuur dient te zijn geregeld. Het Inkomstenbesluit militairen is hiervoor in materieel opzicht het passende besluit.

Onderdelen B en C

Dit artikel bepaald de aanspraak voor de militair in werkelijke dienst op geneeskundige verzorging door of vanwege de militair geneeskundige dienst alsmede enige algemene bepalingen omtrent de premiestelling. De grondslag onder het vierde lid van artikel 90a vervalt.

Rekening is gehouden met het feit dat reservepersoneel in werkelijke dienst in tegenstelling tot beroepspersoneel in werkelijke dienst op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Zvw verzekeringsplichtig is voor de Zvw.

Reservepersoneel in werkelijke dienst is niet premieplichtig voor de SZVK-verzekering. Dit vloeit voort uit het feit dat reservepersoneel tijdens de werkelijke dienst over het militair inkomen de in artikel 41 van de Zvw bedoelde inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd blijft die weliswaar volledig door Defensie wordt vergoed, maar waarover de reservist loonheffing is verschuldigd. Als zodanig is er dan ook geen fiscale noodzaak voor een premieplicht voor de SZVK-verzekering.

De wachttijd van honderd dagen voor de toegang tot de aanspraken ingevolge de SZVK-verzekering vervalt. Deze termijn was ontleend aan die welke voor het reservepersoneel in werkelijke dienst gold op grond van artikel 1, eerste lid, onderdeel o, van het Aanwijzingsbesluit verplicht-verzekerden Ziekenfondswet. De Ziekenfondswet is met de inwerkingtreding van de Zvw vervallen. Op het reservepersoneel rust ook gedurende de werkelijke dienst de verzekeringsplicht van de Zvw.

Rekening is gehouden met het feit dat het burgerpersoneel van Defensie dat in het kader van uitzendingen incidenteel wordt aangesteld bij het beroepspersoneel op grond van de aanstelling als burgerambtenaar verzekeringsplichtig blijft voor de Zorgverzekeringswet.

De tegemoetkoming per dag voor reservisten in de maandelijkse premie en de wettelijke heffingen op grond van de Wet Medefinanciering voor Oververtegenwoordiging Oudere Ziekenfondsverzekerden (MOOZ) en de Wet Toegang Ziektekostenverzekering (WTZ) op grond van hoofdstuk 7 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie vervalt. Deze tegemoetkoming per dag was enerzijds gebaseerd op de inhouding op de bezoldiging van de SZVK-premie, anderzijds vanwege het willen stimuleren van het aanhouden door de reservist van de civiele ziektekostenverzekering tijdens de perioden van werkelijke dienst. Ná 31 december 2005 is er geen noodzaak meer voor een dergelijke tegemoetkoming. Niet alleen omdat de reservist geen SZVK-premie meer is verschuldigd, maar ook omdat er geen noodzaak meer is voor het stimuleren van het aanhouden van de civiele ziektekostenverzekering tijdens perioden van werkelijke dienst. Immers, op de reservist blijft gedurende perioden van werkelijke dienst de verzekeringsplicht van de Zvw rusten. De kosten van de geneeskundige verzorging voor zowel reservisten als voor tijdelijk aangestelde militairen blijven voor rekening van Defensie.

Artikel 5

Onderdeel A

In dit artikel wordt aan de burgerambtenaar een inkomenstoeslag toegekend alsmede het naar rato toepassen van deze toeslag voor een burgerambtenaar met een deeltijdaanstelling.

Onderdeel B

Hoofdstuk 7 regelde een tegemoetkoming voor de burgerambtenaar in de particuliere ziektekostenpremie voor zichzelf en eventueel voor partner en kinderen en was gebaseerd op het feit dat dit personeel geen gebruik kon maken van het ziekenfonds. Aangezien de Zvw het ziekenfonds en de particuliere ziektekostenverzekeringen per 1 januari 2006 heeft vervangen is er geen reden om de tegemoetkomingen op grond van hoofdstuk 7 IBBAD ná 31 december 2005 te laten voortbestaan.

Artikel 6

Onderdeel A

Dit artikel is een samenstelling van artikel 60c Algemeen militair ambtenarenreglement (zie hierboven onderdeel B) en artikel 4a van de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid en is verplaatst naar het Inkomstenbesluit militairen. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen doorgevoerd. Zie hiervoor eveneens de toelichting bij artikel IV onderdeel B.

Onderdeel B

De eindejaarsuitkering voor topfunctionarissen (vice-admiraal, luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal) volgt de eindejaarsuitkering behorend bij de CAO van de sector Rijk. In de CAO van de sector Rijk is het percentage met ingang van 1 januari 2006 structureel opgehoogd tot 1,6% en zodoende is ook in dit besluit het percentage op dezelfde wijze verhoogd.

Onderdeel C, D en E

Artikel 8a behelsde een overgangsartikel 1 januari 2001 waar anno 2006 geen militairen meer onder vallen. Verwijzingen naar dit artikel dienen eveneens te vervallen. Enkele overbodige zinsneden of artikelleden uit artikel 8 en 9 zijn verwijderd.

Onderdeel F

De salarissen van de topfunctionarissen (vice-admiraal, luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal) volgen de loonontwikkeling van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst van de sector Rijk. In deze overeenkomst zijn de salarissen per 1 januari 2006 structureel opgehoogd met 2%. Tevens is het bevelhebberssalaris van de Commandant Koninklijke Marechaussee uit de salaristabel verwijderd aangezien de rang van deze functie is vastgesteld op luitenant-generaal en waardoor deze aanspraak niet langer benodigd is.

Artikel 7

Rekening wordt gehouden met het feit dat de tegemoetkomingen over (een deel van) 2005 tot uitbetaling komen in de loop van 2006. Ook wordt zeker gesteld dat tegemoetkomingen ook tot uitkering kunnen komen ingeval van aanvragen die betrekking hebben op aaneengesloten tijdvakken van korter dan twaalf maanden. In de overgangsfase geldt dat aanvragen niet op basis datum ontvangst aanvraag in behandeling genomen zullen worden maar op basis lengte tijdvak aanvraag waarbij aanvragen over lange(re) tijdvakken voorrang krijgen.

Artikel 8

Het percentage van de eindejaarsuitkering voor de topfunctionarissen over de periode 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 is vastgesteld op 0,8%. Deze wijziging is met terugwerkende kracht doorgevoerd.

Artikel 9

In deze overgangsbepaling is rekening gehouden met het feit dat de tegemoetkomingen over het resterende deel van 2005 worden uitbetaald in 2006. Om technische redenen is voor de halfjaarlijkse en jaarlijkse betalingen gekozen om deze in maart 2006 uit te betalen.

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap


XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Defensie. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 12 september 2006, nr. 177.