Wet van 22 maart 2006, houdende wijziging van de Wet milieubeheer ten behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2004/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 2004 houdende wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap, met betrekking tot de projectgebonden mechanismen van het Protocol van Kyoto (PbEU L 338) en de uitvoering van de op de goedkeuring van projectactiviteiten betrekking hebbende onderdelen van het op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998, 170, en 1999, 110)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is ter implementatie van richtlijn nr. 2004/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 2004 houdende wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap, met betrekking tot de projectgebonden mechanismen van het Protocol van Kyoto (PbEU L 338) en ter uitvoering van de op de goedkeuring van projectactiviteiten betrekking hebbende onderdelen van het op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998, 170, en 1999, 110) de in de Wet milieubeheer opgenomen regeling inzake handel in broeikasgasemissierechten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet milieubeheer wordt gewijzigd als volgt.

A

In de alfabetische rangschikking in artikel 1.1, eerste lid, worden de volgende begrippen en de daarbij behorende omschrijvingen ingevoegd:

emissiereductie-eenheid: eenheid, uitgegeven overeenkomstig artikel 6 van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering of het Protocol van Kyoto genomen besluiten (ERU);

gecertificeerde emissiereductie: eenheid, uitgegeven overeenkomstig artikel 12 van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering of het Protocol van Kyoto genomen besluiten (CER);

Protocol van Kyoto: op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998, 170, en 1999, 110);

Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering: op 9 mei 1992 te New York totstandgekomen Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1992, 189);.

B

Artikel 16.1 wordt gewijzigd als volgt.

1. De in het eerste en tweede lid omschreven begrippen worden binnen die leden alfabetisch gerangschikt.

2. In de alfabetische rangschikking in het eerste lid wordt het volgende begrip en de daarbij behorende omschrijving ingevoegd:

projectactiviteit: project of activiteit als bedoeld in artikel 6 onderscheidenlijk artikel 12 van het Protocol van Kyoto;.

C

Het opschrift van afdeling 16.2.3 komt te luiden:

AFDELING 16.2.3. HET TOEWIJZEN EN VERLENEN VAN BROEIKAS-GASEMISSIERECHTEN EN HET GEBRUIK VAN EMISSIEREDUCTIE-EENHEDEN EN GECERTIFICEERDE EMISSIEREDUCTIES

D

Aan artikel 16.23, eerste lid, wordt na «de toewijzing van broeikasgasemissierechten» toegevoegd: en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties.

E

In artikel 16.24 wordt «artikel 10 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten» vervangen door: de artikelen 10 en 30, derde lid, eerste alinea, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.

F

Aan artikel 16.25, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. een aanduiding van het gedeelte van het aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder c, dat degene die een inrichting drijft, ten hoogste in de vorm van emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties met betrekking tot de betrokken planperiode ter voldoening aan artikel 16.37, eerste lid, mag inleveren.

G

Het opschrift van afdeling 16.2.4 komt te luiden:

AFDELING 16.2.4. DE GELDIGHEID VAN BROEIKASGASEMISSIERECHTEN, HET INLEVEREN VAN BROEIKASGASEMISSIERECHTEN, EMISSIE-REDUCTIE-EENHEDEN EN GECERTIFICEERDE EMISSIEREDUCTIES, HET INTREKKEN VAN BROEIKASGASEMISSIERECHTEN EN HET COMPENSEREN VAN EMISSIES IN EEN ANDER KALENDERJAAR

H

Na artikel 16.37 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 16.37a

  • 1. Ter voldoening aan artikel 16.37, eerste lid, kan degene die een inrichting drijft, in plaats van broeikasgasemissierechten emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties inleveren.

  • 2. Voor de toepassing van artikel 16.37, eerste lid, en van het eerste lid van dit artikel wordt één emissiereductie-eenheid of gecertificeerde emissiereductie gelijkgesteld met één broeikasgasemissierecht.

  • 3. In afwijking van het eerste lid kunnen ter voldoening aan artikel 16.37, eerste lid, met betrekking tot een kalenderjaar dat valt binnen de eerste planperiode, welke loopt van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007, uitsluitend broeikasgasemissierechten en gecertificeerde emissiereducties worden ingeleverd.

Artikel 16.37b

  • 1. Artikel 16.37a, eerste lid, is van toepassing zolang het aantal emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties het gedeelte van het aantal toegewezen broeikasgasemissierechten dat overeenkomstig artikel 16.25, eerste lid, onder e, met betrekking tot de desbetreffende inrichting in het voor de betrokken planperiode geldende nationale toewijzingsplan is aangeduid, niet overschrijdt.

  • 2. Artikel 16.37a, eerste lid, is niet van toepassing met betrekking tot emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties die afkomstig zijn van projectactiviteiten voor:

    a. het opwekken van elektriciteit door het vrijmaken van kernenergie;

    b. landgebruik, verandering in het landgebruik en bosbouwactiviteiten.

  • 3. Het tweede lid, aanhef en onder a, geldt met betrekking tot de in artikel 11bis, derde lid, onder a, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde planperiodes.

I

In artikel 16.39 wordt «minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd» vervangen door: «minder broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties heeft ingeleverd» en wordt «het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd» vervangen door: het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat hij te weinig had ingeleverd.

J

Het opschrift van afdeling 16.2.5 komt te luiden:

AFDELING 16.2.5. DE OVERGANG VAN BROEIKASGASEMISSIERECHTEN, EMISSIEREDUCTIE-EENHEDEN EN GECERTIFICEERDE EMISSIE-REDUCTIES

K

Na artikel 16.42 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 16.42a

  • 1. De artikelen 16.40, eerste en vierde lid, 16.41 en 16.42 zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties.

  • 2. Voorzover het betreft de overgang van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, wordt voor de toepassing van de artikelen 16.40, eerste lid, en 16.41, eerste lid, onder «een register dat door de betrokken lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten is ingesteld» mede verstaan: een register dat overeenkomstig artikel 7, vierde lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is ingesteld door een in bijlage I bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering opgenomen Partij die het Protocol van Kyoto heeft bekrachtigd, zoals gespecificeerd in artikel 1, punt 7, van dat protocol.

L

Het opschrift van afdeling 16.2.6 komt te luiden:

AFDELING 16.2.6. REGISTRATIE VAN BROEIKASGASEMISSIERECHTEN, EMISSIEREDUCTIE-EENHEDEN EN GECERTIFICEERDE EMISSIE-REDUCTIES

M

In artikel 16.44 wordt «broeikasgasemissierechten» vervangen door: broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties.

N

Na artikel 16.46 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

AFDELING 16.2.7. INSTEMMING MET DEELNAME AAN PROJECT-ACTIVITEITEN

Artikel 16.46a

Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder projectdeelnemer: persoon die een verzoek om instemming als bedoeld in artikel 16.46b, derde lid, of artikel 16.46c, derde lid, in verbinding met artikel 16.46b, derde lid, indient.

Artikel 16.46b
  • 1. Dit artikel is van toepassing op projectactiviteiten in het kader van het mechanisme voor schone ontwikkeling, bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto (CDM).

  • 2. Onze Minister verleent instemming met deelname aan projectactiviteiten als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, onder a, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten.

  • 3. De instemming wordt op verzoek van de projectdeelnemer verleend indien:

    a. de deelname door de projectdeelnemer aan de projectactiviteit voldoet aan de eisen die in het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten aan die deelname zijn gesteld;

    b. voorzover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: bij de projectactiviteit en de uitvoering daarvan de in artikel 11ter, zesde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde richtlijnen van de Wereldcommissie Stuwdammen in acht worden genomen.

  • 4. Bij regeling van Onze Minister kunnen met betrekking tot het derde lid nadere regels worden gesteld.

  • 5. De instemming kan worden geweigerd indien:

    a. niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, onder a, of, voorzover van toepassing, onder b;

    b. is gebleken dat bij de uitvoering van een andere projectactiviteit waarbij de projectdeelnemer is of was betrokken en waarvoor Onze Minister reeds instemming heeft verleend, niet is voldaan aan de eisen die in het derde lid met betrekking tot die uitvoering zijn gesteld.

  • 6. Een verleende instemming omvat mede de machtiging van de betrokken projectdeelnemer, voorzover een dergelijke machtiging op grond van artikel 12, negende lid, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten is vereist. Indien de eerste volzin van toepassing is, wordt in de beslissing op het verzoek aangegeven dat de instemming mede de machtiging omvat.

  • 7. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het verzoek om instemming, de bij het verzoek te verstrekken gegevens en over te leggen bescheiden.

  • 8. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor het verlenen van instemming een vergoeding is verschuldigd. In dat geval worden bij die regeling tevens nadere regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de vergoeding en de wijze waarop deze moet worden betaald.

  • 9. Onze Minister stelt bij hem berustende informatie over projectactiviteiten waarvoor hij instemming heeft verleend, voor het publiek beschikbaar. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16.46c
  • 1. Dit artikel is van toepassing op projectactiviteiten in het kader van het mechanisme van gemeenschappelijke uitvoering, bedoeld in artikel 6 van het Protocol van Kyoto (JI), die buiten Nederland of buiten de Nederlandse exclusieve economische zone worden uitgevoerd.

  • 2. Onze Minister van Economische Zaken verleent instemming met deelname aan projectactiviteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten.

  • 3. Artikel 16.46b, derde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 16.46b, zesde lid, in plaats van «artikel 12, negende lid, van het Protocol van Kyoto» wordt gelezen: artikel 6, derde lid, van het Protocol van Kyoto.

O

In artikel 18.16e, derde lid, wordt «het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft met betrekking tot dat jaar overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, heeft ingeleverd» vervangen door: het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot dat jaar overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.37a, eerste lid, heeft ingeleverd.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

ARTIKEL III

Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet EG-richtlijn projectgebonden Kyoto-mechanismen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

’s-Gravenhage, 22 maart 2006

Beatrix

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. L. B. A. van Geel

Uitgegeven de twintigste april 2006

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XHistnoot

Kamerstuk 30 247

Naar boven