Wet van 3 februari 2005 tot wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2004 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzaak is gebleken van een wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2004, vastgesteld bij de wet van 21 februari 2004, Stb. 2004, 122, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 september 2004, Stb. 2004, 535;

Zo is het, dat Wij, met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

De begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2004 wordt gewijzigd, zoals blijkt uit de bij deze wet behorende staat.

Artikel 2

De vaststelling van de in artikel 1 bedoelde begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Artikel 3

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 december van het onderhavige begrotingsjaar. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na de datum van 1 december, dan treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met 1 december van het onderhavige begrotingsjaar.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

's-Gravenhage, 3 februari 2005

Beatrix

De Minister van Economische Zaken,

L. J. Brinkhorst

Uitgegeven de derde maart 2005

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Departementale begrotingsstaat (Najaarsnota) behorende bij de Wet van 3 februari 2005, Stb. 92

Begroting 2004

Ministerie van Economische Zaken (XIII)

Bedragen in € 1000
  

(1)

(2)

 

(3)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Mutaties (+ of –) 1e suppletore begroting

 

Mutaties (+ of –) 2e suppletore begroting

  

verplichtingen

uitgaven

ontvangsten

verplichtingen

uitgaven

ontvangsten

 

verplichtingen

uitgaven

ontvangsten

TOTAAL

 

1 643 501

2 535 995

 

102 610

142 013

  

22 849

225 593

            
 

Beleidsartikelen

 

1 599 621

2 396 391

 

40 612

144 758

  

17 229

223 688

1.

Werking binnenlandse markten

90 936

92 650

118 753

12 213

12 409

782

 

– 13 019

– 12 997

– 75 000

2.

Bevorderen van innovatiekracht

418 475

506 484

124 253

293 098

–10 875

37 057

 

4 444

30 814

– 13 064

3.

Bevorderen ondernemingsklimaat

556 013

318 898

27 876

119 002

29 426

4 408

 

64

– 22 579

120

4.

Doelmatige en duurzame energievoorziening

331 026

211 989

11 495

– 26 714

– 45 230

3 511

 

9 516

23 647

– 2 000

5.

Buitenlandse economische betrekkingen

151 289

147 899

1 815

16 087

7 738

  

12 037

16 727

9 743

6.

Vitale belangen ten tijde van crises

82 458

82 426

81 998

    

– 4 097

– 3 974

– 4 000

7.

Beheer bodemschatten

7 660

8 316

2 017 361

45

45

87 891

 

403

894

292 619

8.

Economische analyses en prognoses

11 441

11 441

43

665

665

  

1 582

1 625

1 290

9.

Voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken

180 282

180 282

 

3 917

3 917

  

2 271

2 271

 

10.

Excellente informatie- en communicatienetwerken en -technologie

57 361

39 236

12 797

16 363

42 517

11 109

 

– 4 849

– 19 199

13 980

            
 

Niet-beleidsartikelen

 

43 880

139 604

 

61 998

– 2 745

  

5 620

1 905

21.

Algemeen

101 254

102 873

5 859

11 493

10 473

  

9 006

– 6 422

1 905

22.

Nominaal en onvoorzien

– 93 817

– 63 817

 

51 525

51 525

  

42 292

12 292

 

23.

Afwikkeling oude verplichtingen

4 574

4 824

133 745

  

– 2 745

  

– 250

 

Mij bekend,

De Minister van Economische Zaken,

L. J. Brinkhorst


XHistnoot

Kamerstuk 29 899

Naar boven