Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatsblad 2005, 705Wet

Wet van 14 december 2005, houdende wijzigingen en reparaties in diverse wetten op het terrein van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een aantal wijzigingen en reparaties in diverse wetten op het terrein van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In de bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht wordt in onderdeel C, onder 2, «artikel 29, eerste en achtste lid,» vervangen door «artikel 29, eerste en negende lid,» en wordt na «artikel 38, tweede lid,» ingevoegd: artikel 39a, eerste lid,.

ARTIKEL II

In artikel 51, tweede lid, van de Huisvestingswet wordt «Uitvoeringswet huurprijzenwet woonruimte» vervangen door: Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.

ARTIKEL III

(vervallen)

ARTIKEL IV

In de artikelen 15a, 30, 32, vijfde lid, onderdeel d, en 35 van de Kernenergiewet wordt «Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij» vervangen door: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

ARTIKEL V

In artikel 73 van de Natuurbeschermingswet 1998 vervalt de aanduiding «1.» voor de tekst van het eerste onderdeel en vervalt onderdeel 2.

ARTIKEL VI

De onteigeningswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 76a ter, eerste lid, en 124 wordt «Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij» vervangen door: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

B

In artikel 77, eerste lid, wordt het bij de Wet Victor toegevoegde onderdeel 6° vernummerd tot onderdeel 7°.

ARTIKEL VII

In artikel 12, tweede lid, van de Tracéwet wordt onderdeel c geletterd b.

ARTIKEL VIII

In artikel 1, eerste lid, onderdeel q, van de Wet bescherming Antarctica wordt «Landbouw, Natuurbeheer en Visserij» vervangen door: Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

ARTIKEL IX

De Wet bevordering eigenwoningbezit wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het rekenvermogen, bedoeld in deze wet en de bepalingen die daarop berusten, is het gezamenlijk vermogen van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner in het peiljaar.

2. In het tweede lid vervalt: de vrijstelling kapitaalverzekeringen voor kinderen, bedoeld in artikel 5.12 van die wet,.

B

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «€ 35 200» vervangen door: het bedrag, bedoeld in artikel 5.5, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar,.

2. In het tweede lid wordt «eerste lid» vervangen door: eerste lid, onderdelen a, c en d,.

C

Artikel 14 komt te luiden:

Artikel 14. Rechtmatig verblijf in Nederland

Voor een primaire toekenning is vereist dat, op het moment dat de aanvraag voor de eigenwoningbijdrage bij Onze Minister wordt ingediend:

a. de eigenaar-bewoner:

1°. de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld, of

2°. vreemdeling is en rechtmatig verblijf houdt als bedoeld in artikel 8, onder b, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000, en

b. degene die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoort:

1°. de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld, of

2°. vreemdeling is en rechtmatig verblijf houdt als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.

D

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «aanvraag» vervangen door: verzoek.

2. In het tweede lid wordt «een daling van het vermogen na de 1 januari die voorafgaat aan de peildatum» vervangen door: een daling van het vermogen na het peiljaar.

E

Artikel 27, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Het fiscaal effect wordt verkregen door de normrente te vermenigvuldigen met:

    a. voor eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens, indien het rekeninkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,29;

    b. voor eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens, indien het rekeninkomen meer bedraagt dan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,33;

    c. voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens, indien het rekeninkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,13, en

    d. voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens, indien het rekeninkomen meer bedraagt dan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,16.

F

In artikel 31, tweede lid, wordt «toegepast» vervangen door: aangepast.

G

Artikel 34, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De artikelen 5, 6, derde, vierde en vijfde lid, 7 tot en met 23 en 25 tot en met 31 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 8 voor «rekeninkomen» wordt gelezen «actueel inkomen» en dat deze artikelen, voorzover zij slechts gelden voor primaire toekenningen, niet van toepassing zijn indien de eigenaar-bewoner reeds een eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage is toegekend.

H

Artikel 35, zesde lid, komt te luiden:

  • 6. De artikelen 42, eerste en derde lid, 44, eerste lid, derde en vijfde volzin, 45 tot en met 47, 49 en 54 zijn van overeenkomstige toepassing.

I

In artikel 38, tweede lid, wordt «Een aanvraag» vervangen door: Een verzoek.

J

Artikel 40, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, bestaat uit:

    a. een maandelijkse tegemoetkoming in de hypotheekrente;

    b. een tegemoetkoming in verband met het financieel risico voor de eigenaar-bewoner bij een stijging van het percentage, bedoeld in artikel 26, eerste lid, en

    c. indien overdrachtsbelasting als bedoeld in artikel 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer verschuldigd is: een maandelijkse toeslag in verband met die overdrachtsbelasting.

K

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «9, eerste lid» vervangen door: 9, eerste lid, onderdelen a, c en d.

2. Het tweede lid, tweede volzin, vervalt.

L

In artikel 42, zesde lid, wordt «Een aanvraag» vervangen door: Een verzoek.

M

Artikel 43, tweede lid, onderdelen a en b, komt te luiden:

a. een authentiek afschrift van de akte van levering van de woning, en

b. een afschrift van de geldleningsovereenkomst.

N

Artikel 48 vervalt.

O

Aan artikel 54 wordt een volzin toegevoegd, luidende: Onder sociaal-fiscaalnummer wordt verstaan: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

P

Artikel 63a vervalt.

Q

In artikel 65, tweede lid, onder b, wordt «de artikelen 15, eerste lid, 29, eerste lid, formule, 31, eerste lid, en 63a, onderdeel e, onder 1°» vervangen door: de artikelen 15, eerste lid, 29, eerste lid, formule, en 31, eerste lid.

ARTIKEL X

In de artikelen 64, eerste en derde lid, en 91, eerste lid, van de Wet bodembescherming wordt «Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij» vervangen door: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

ARTIKEL XI

De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1, in de begripsomschrijving «huishoudelijke afvalstoffen», vervalt: afgegeven of.

B

In artikel 1.2, vijfde lid, wordt «Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij» vervangen door: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Ba

Artikel 2.19 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid vervalt.

2. Het vijfde lid wordt vernummerd tot vierde lid.

C

In de artikelen 2.35, 5.1, vijfde lid, en 21.6, tweede lid, wordt «Landbouw, Natuurbeheer en Visserij» vervangen door: Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

D

In artikel 10.38, eerste lid, aanhef, wordt «artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met e» vervangen door: artikel 10.37, tweede lid, onder a tot en met f.

E

In artikel 10.40, eerste lid, aanhef, wordt «elke aan hem verrichte» vervangen door: een zodanige.

F

Artikel 10.43 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de in de artikelen 10.38 tot en met 10.40 gestelde verplichtingen» vervangen door: verplichtingen als bedoeld in de artikelen 10.38 tot en met 10.40.

2. In het tweede lid wordt «die bepalingen» vervangen door: de betrokken bepalingen.

Fa

In artikel 15.39, vierde lid, wordt «Op de voorbereiding van een besluit» vervangen door: Op de voorbereiding van een besluit tot intrekking van een besluit.

G

In artikel 16.62 wordt «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» vervangen door: Onze Minister.

H

Artikel 18.2d wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

c. artikel 10.52.

2. In het tweede lid wordt de puntkomma aan het slot van onderdeel c vervangen door een punt en vervalt onderdeel d.

ARTIKEL XIA

De Wet milieugevaarlijke stoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 6, derde lid, 13, vierde lid, 14, negende lid, 22, eerste lid, en 23, eerste en vijfde lid, wordt «Onze Minister van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport» vervangen door: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

B

In de artikelen 20, derde lid, 36, derde en vierde lid, en 60, derde lid, wordt «Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport» vervangen door: Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

ARTIKEL XII

Artikel 1a van de Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1° vervalt in de zinsnede met betrekking tot de Kernenergiewet: 35, tweede lid, voorzover betrekking hebbend op een onderwerp, geregeld bij een krachtens de artikelen 29, 32 of 34 vastgestelde algemene maatregel van bestuur,.

2. In onderdeel 2° vervalt in de zinsnede met betrekking tot de Kernenergiewet «35, tweede lid, voor zover betrekking hebbend op een onderwerp, geregeld bij een krachtens artikel 28 vastgestelde algemene maatregel van bestuur,» en wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer «10.44, derde lid» vervangen door: 10.44.

ARTIKEL XIIA

De Wet op de huurtoeslag wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 16, derde lid, wordt «€ 1000» vervangen door «€ 200» en wordt «€ 1525» vervangen door: € 300.

B

Artikel 17, eerste lid, onderdelen a en b, komt te luiden:

a. voor een eenpersoonshuishouden: de som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 21, onder a, en 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, zoals die bedragen naar redelijke verwachting met ingang van 1 januari van het berekeningsjaar zullen luiden, verhoogd met € 313;

b. voor een meerpersoonshuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting met ingang van 1 januari van het berekeningsjaar zal luiden, verhoogd met € 251;.

C

Voor artikel 57 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 56b

In afwijking van artikel 13, eerste lid, onderdeel a, aanhef, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Huursubsidiewet, zoals die luidden na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel EA, van de wet van 26 januari 2004 tot wijziging van de Huursubsidiewet en enkele andere wetten (introductie van een nieuwe procedure voor huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen) (Stb. 61), luiden de daarin genoemde bedragen voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004: € 585,24 onderscheidenlijk € 317,03.

ARTIKEL XIIB

De Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2a, achtste lid, wordt «achtste lid» vervangen door: zevende lid.

B

In artikel 4a, vijfde lid, wordt «vijfde lid» vervangen door: derde lid, onder c.

C

In artikel 19a, elfde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vervalt «van de ruimtelijke ordening».

D

In artikel 24 wordt «artikel 23, eerste lid, onder c» vervangen door: artikel 23, eerste lid, onder b.

ARTIKEL XIII

De Wet op de stads- en dorpsvernieuwing wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 13, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin wordt «vier weken» vervangen door: zes weken.

2. In de tweede volzin wordt «zes weken» vervangen door: vier weken.

B

Artikel 18, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Artikel 50, vierde, vijfde en zesde lid, van de Woningwet is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL XIV

De Wet op het RIVM wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4, derde lid, wordt «Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij» telkens vervangen door: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

B

In de artikelen 2, tweede lid, 4, vierde lid, 6, 7 en 8, tweede lid, onder a, en derde lid, wordt «Landbouw, Natuurbeheer en Visserij» vervangen door: Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

ARTIKEL XV

Artikel 10c, zesde lid, van de Wet rampen en zware ongevallen komt te luiden:

  • 6. Artikel 10, zevende lid, aanhef en onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur is, voorzover het gaat om milieu-informatie als bedoeld in artikel 19.1a van de Wet milieubeheer, uitsluitend van toepassing voorzover het gegevens betreft die afbreuk doen aan de mogelijkheid van het voorkomen van sabotage.

ARTIKEL XVI

Artikel III van de wet van 20 november 2003 tot wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in verband met de invoering van een rijksprojectenprocedure (rijksprojectenprocedure) (Stb. 519) vervalt.

ARTIKEL XVII

De Woningwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 50, vijfde lid, vijfde volzin, wordt na «Artikel 19a, eerste en vijfde tot en met elfde lid,» ingevoegd: van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Aa

In artikel 70c, vierde lid, wordt «verzorgingshuizen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Overgangswet verzorgingshuizen» vervangen door: instellingen waarin aan ten minste vijf personen van 65 jaar of ouder duurzaam verblijf en verzorging wordt verschaft.

B

In artikel 70e, tweede lid, wordt «zij» telkens vervangen door «hij» en wordt «haar» vervangen door: hem.

C

In artikel 81, eerste lid, wordt «het wonen» vervangen door: het bouwen, het wonen en de woonomgeving.

D

In artikel 82, eerste lid, wordt «het wonen» vervangen door: het bouwen, het wonen en de woonomgeving.

ARTIKEL XVIII

Artikel 1 van de Woningwet 1962 vervalt.

ARTIKEL XIX

Indien het bij koninklijke boodschap van 17 juli 2003 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten aan de Wet dualisering gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden) (28 995) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

Artikel XXVII, onderdeel I, onder 1, komt te luiden:

1. In de aanhef wordt «Elke gemeente draagt» vervangen door: De gemeenteraad en burgemeester en wethouders dragen.

B

In artikel XXIX, onderdeel E, wordt «voorschriften geeft onderscheidenlijk voorschriften geven» vervangen door «voorschriften geeft of geven» en wordt aan het slot van dat onderdeel ingevoegd: en wordt «het door hen verstrekken van subsidie» vervangen door: het door burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van een plusregio of gedeputeerde staten verstrekken van subsidie.

ARTIKEL XX

Indien het bij koninklijke boodschap van 25 november 2003 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten aan de Wet dualisering provinciebestuur (Wet dualisering provinciale medebewindsbevoegdheden) (29 316) tot wet wordt verheven, vervalt artikel XIII, onderdeel B, van die wet.

ARTIKEL XXA

Indien het bij koninklijke boodschap van 16 november 2004 ingediende voorstel van wet, houdende regels met betrekking tot zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit in stedelijk en landelijk gebied en met betrekking tot coördinatie van procedures (Interimwet stad-en-milieubenadering) (29 871) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt na paragraaf 5 van die wet een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 5a Toezicht op de uitvoering en de handhaving

Artikel 16a

  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

ARTIKEL XXB

Indien het bij koninklijke boodschap van 19 november 2004 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) (29 879) tot wet wordt verheven, wordt in artikel V, onderdeel 5, van die wet «53 dB» vervangen door: 48 dB.

ARTIKEL XXC

Indien het bij koninklijke boodschap van 19 november 2004 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) (29 879) tot wet wordt verheven en artikel I, onderdelen C en DD, van die wet in werking treedt, wordt de Wet geluidhinder als volgt gewijzigd:

1. In artikel 51 wordt «60 dB(A)» vervangen door: 65 dB(A).

2. Artikel 100a, eerste lid, aanhef, komt te luiden: Voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van woningen kan een hogere waarde dan de ingevolge artikel 100 geldende worden vastgesteld, met dien verstande dat:.

ARTIKEL XXD

Indien het bij koninklijke boodschap van 11 maart 2004 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet bodembescherming en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het beleid inzake bodemsaneringen (29 462) tot wet wordt verheven en artikel I, onderdelen MM en NN, van die wet in werking treedt, wordt de Wet bodembescherming als volgt gewijzigd:

1. In artikel 87a, vierde lid, wordt de zinsnede «artikel 88, eerste en negende lid» vervangen door: artikel 88, eerste en achtste lid.

2. In artikel 88, eerste lid, onderdeel a, wordt na «55,» ingevoegd: 55b, derde lid,.

ARTIKEL XXI

  • 1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, waarbij:

    a. artikel IX, onderdelen A, onder 1, en D, onder 2, terugwerken tot en met 1 juli 2001,

    b. artikel IX, onderdelen A, onder 2, B, G, H, K, N, O, P en Q, terugwerken tot en met 1 juli 2002,

    c. artikel IX, onderdeel C, terugwerkt tot en met 1 april 2001, en

    d. artikel XIIa, onderdeel C, terugwerkt tot en met 1 juli 2003.

  • 2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel XIIa, onderdelen A en B, in werking met ingang van 1 januari 2006.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

’s-Gravenhage, 14 december 2005

Beatrix

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S. M. Dekker

Uitgegeven de zevenentwintigste december 2005

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XHistnoot

Kamerstuk 30 134