Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2005, 697Wet

Wet van 17 november 2005 tot wijziging van enkele wetten op het beleidsterrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in verband met het herstellen van wetstechnische gebreken en leemten in 2005

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in enkele wetten op het beleidsterrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wijzigingen van wetstechnische aard aan te brengen in verband met geconstateerde wetstechnische gebreken en leemten;

dat het voorts wenselijk is in enkele wetten op genoemd beleidsterrein bepalingen aan te passen in verband met de opheffing van het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. AANPASSINGSWET INVOERING BACHELOR-MASTERSTRUCTUUR

In de Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

Artikel 5.2, onderdelen D en Kc, vervalt.

B

In artikel 5.2a, onderdeel A, wordt in artikel 7.10a, eerste lid, «Het instellingsbestuur voegt» vervangen door: «Het instellingsbestuur verbindt», vervalt na «de graad» het woord «toe» en wordt na «tot uitdrukking» ingevoegd: «wordt».

C

In artikel 9.3, onderdeel o, wordt na «tweede volzin,» ingevoegd: van de.

ARTIKEL II. EXPERIMENTENWET VOOROPLEIDINGSEISEN, SELECTIE EN COLLEGEGELDHEFFING

In de aanhef van de artikelen 16 en 17 van de Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing wordt «de Wet op» telkens vervangen door: de Wet op het.

ARTIKEL III. LEERPLICHTWET 1969

In de Leerplichtwet 1969 vervalt de inhoudsopgave.

ARTIKEL IV. LES- EN CURSUSGELDWET

In de Les- en cursusgeldwet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel f, onder 2°, komt te luiden:

2°. onderwijs aan een inrichting voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 61 van de Wet op het voortgezet onderwijs, voor zover het geen volledig onderwijs betreft,.

2. In onderdeel f, onder 3°, wordt «voor zover daaraan voortgezet onderwijs wordt gegeven» vervangen door: voor zover het voortgezet onderwijs betreft.

B

De inhoudsopgave vervalt.

ARTIKEL V. WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS

In artikel 2.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs worden na het derde lid onder vernummering van het vierde lid tot zesde lid twee leden ingevoegd, luidende:

  • 4. Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder a, geldt inschrijving van een deelnemer voor twee of meer voltijdse dan wel twee of meer deeltijdse beroepsopleidingen in enig studiejaar als inschrijving voor één voltijdse respectievelijk één deeltijdse beroepsopleiding. Inschrijving van een deelnemer voor zowel voltijdse als deeltijdse beroepsopleidingen in enig studiejaar geldt voor de toepassing van die maatstaf als inschrijving voor een voltijdse opleiding.

  • 5. Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt dat een deelnemer of examendeelnemer in enig jaar slechts eenmaal wordt meegeteld bij het bepalen van het aantal deelnemers onderscheidenlijk examendeelnemers die een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 hebben behaald.

ARTIKEL VI. WET MEDEZEGGENSCHAP ONDERWIJS

Indien artikel IV, onderdeel F, van de wet van 16 juli 2005 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs (Stb. 423) in werking treedt, wordt in artikel 28, zevende lid, van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 na de eerste volzin ingevoegd: De overdracht van deze bevoegdheden vereist de instemming van zowel het bevoegd gezag als van twee derden van de leden van de desbetreffende medezeggenschapsraden.

ARTIKEL VII. WET OP DE BEROEPEN IN HET ONDERWIJS

In de Wet op de beroepen in het onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In artikel I, onderdeel L, komt punt 5 te luiden:

5. Het opschrift van artikel 186 komt te luiden: (vervallen).

B

In artikel II, onderdeel I, wordt de aanhef vervangen door: In titel IV wordt na Afdeling 10A een Afdeling 10B ingevoegd, luidend:.

C

Artikel II, onderdeel J, wordt vervangen door:

J

Titel V vervalt.

D

In artikel II, onderdeel K, komt punt 5 te luiden:

5. Het opschrift van titel V en van artikel 171 komt telkens te luiden: (vervallen).

E

In artikel IV, onderdeel D, worden in artikel 4.2.1 de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het vierde lid wordt «eerste lid» vervangen door: tweede lid.

2. In het vijfde lid wordt «het eerste lid, onder b» telkens vervangen door: het tweede lid, onder b.

3. In het vijfde en zesde lid wordt «het eerste lid, onder b en c» telkens vervangen door: het tweede lid, onder b en c.

F

In artikel IV wordt na onderdeel D een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Da

In artikel 4.2a.1 wordt «anders dan bedoeld in artikel 4.2.1» vervangen door: anders dan bedoeld in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2.

G

In artikel V, onderdeel Ga, wordt «artikel 17a.2b» vervangen door: artikel 18.9.

H

Artikel IX vervalt.

ARTIKEL VIII. WET OP DE EXPERTISECENTRA

In de Wet op de expertisecentra worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

Artikel 3, zevende lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin komt de zinsnede, beginnend met de woorden «Onverminderd het zesde lid» en eindigend met de woorden «getuigschrift als bedoeld onder a,» te luiden: Onverminderd het zesde lid kan ten aanzien van studenten die een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek leidend tot een getuigschrift dat bij of krachtens artikel 171 is aangewezen als bewijs van bekwaamheid, en aan die opleiding ten minste 180 studiepunten hebben behaald,.

2. In de vierde volzin vervalt de zinsnede «en artikel 7.7a, derde lid, juncto artikel 7.7, vijfde lid,.

B

In artikel 28b, tiende lid, wordt «64, 65 en 66» vervangen door: 64 en 65.

C

Artikel 86, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. Het plan wordt binnen 4 weken na de vaststelling bekendgemaakt in de Staatscourant.

D

Artikel 111 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het zevende lid worden de eerste twee volzinnen vervangen door een nieuwe volzin, luidende: De ministeriële regelingen, bedoeld in het eerste en vierde lid, worden binnen 4 weken na de vaststelling, bedoeld in het eerste en vierde lid, gezamenlijk bekendgemaakt in de Staatscourant, onder gelijktijdige overlegging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

2. In het achtste lid worden de laatste twee volzinnen vervangen door een nieuwe volzin, luidende: De wijzigingen worden bekendgemaakt in de Staatscourant.

Da

In artikel 153, zesde lid, laatste volzin, wordt «het gemeentebestuur» vervangen door: het college van burgemeester en wethouders.

Db

Artikel 156 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste en tweede volzin wordt «het gemeentebestuur» telkens vervangen door: burgemeester en wethouders.

b. In de derde volzin wordt «de gemeenteraad» vervangen door: burgemeester en wethouders.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Indien het bevoegd gezag van een school naar het oordeel van burgemeester en wethouders de middelen, bedoeld in artikel 153, vierde lid, onderdelen a en b, niet besteedt overeenkomstig het onderwijsachterstandenplan kunnen burgemeester en wethouders de middelen geheel of gedeeltelijk inhouden.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Indien het bevoegd gezag van een school naar het oordeel van burgemeester en wethouders de middelen, bedoeld in artikel 153, vierde lid, onderdeel c, niet besteedt overeenkomstig het onderwijsachterstandenplan, maken burgemeester en wethouders hiervan melding aan Onze minister.

4. In het vijfde lid wordt «het gemeentebestuur» telkens vervangen door: burgemeester en wethouders.

E

De inhoudsopgave vervalt.

ARTIKEL IX. WET OP DE NEDERLANDSE ORGANISATIE VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

In artikel 17, derde lid, van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek vervalt de zinsnede «in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en».

ARTIKEL X. WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

In de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In artikel 1.1 komt onderdeel l te luiden:

l. inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;.

Aa

In artikel 2.4, derde lid, vervalt de zinsnede «in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en».

B

In artikel 6.10, tweede lid, wordt «artikel 7.11, eerste lid» vervangen door: artikel 7.11, tweede lid.

C

In artikel 6.14, vijfde lid, wordt de zinsnede «in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap» vervangen door: in de Staatscourant.

D

In artikel 6.15, derde lid, wordt «na inschrijving voor de bacheloropleiding» ingevoegd: dan wel inschrijving voor de masteropleiding.

E

In artikel 7.7, tweede lid, tweede volzin, wordt «niet in» vervangen door: niet is.

F

In artikel 7.10a wordt in de derde volzin van het eerste lid en de tweede volzin van het tweede lid «aan een in dit lid bedoelde graad» telkens vervangen door: met betrekking tot een in dit lid bedoelde graad.

G

Artikel 7.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «het getuigschrift, bedoeld in het tweede lid» vervangen door: een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegde afsluitend examen.

2. In het vierde lid wordt «eerste lid» vervangen door: tweede lid.

H

Artikel 7.19a wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin van het tweede lid worden de onderdelen e en f vervangen door vier nieuwe onderdelen, luidende:

e. Bachelor met een andere toevoeging als bedoeld in artikel 7.10a, eerste lid, derde volzin,

f. Master met de toevoeging «of Arts»: MA,

g. Master met de toevoeging «of Science»: MSc, en

h. Master met een andere toevoeging als bedoeld in onderdeel e.

2. De tweede volzin van het tweede lid vervalt.

3. Na het tweede lid worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 3. Indien artikel 7.10a, eerste lid, derde volzin, toepassing heeft gevonden, worden de afkorting van de desbetreffende graden met toevoegingen bij ministeriële regeling vastgesteld.

  • 4. De graad en de toevoeging worden, afgekort, in de naamsvermelding achter de naam geplaatst, desgewenst aangevuld met de vermelding, bedoeld in artikel 7.10a, vierde lid.

I

In artikel 7.37, zevende lid, wordt «vierde lid» vervangen door: vijfde lid.

J

Aan artikel 7.43a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Artikel 7.47, tweede lid, is van toepassing.

K

In artikel 7.47, eerste lid, onder b, wordt «de degene» vervangen door: degene.

L

In de artikelen 7.52, vijfde lid, eerste volzin, en 7.61, eerste lid, onder b, wordt «de artikelen 7.9a en 7.9b» telkens vervangen door: artikel 7.9a.

M

In artikel 7.66, eerste lid, onder c wordt «artikel 17.12» vervangen door: artikel 17.10.

N

In artikel 10.17, eerste lid, tweede volzin, wordt na «faculteiten of» ingevoegd: andere.

O

De artikelen 16.7 en 16.20 vervallen.

P

In artikel 16.14, vierde lid, wordt «niet meer is» vervangen door: niet meer.

Q

In artikel 18.38 wordt «derde en vierde lid» vervangen door: derde lid.

R

In artikel 18.41, eerste en tweede lid, wordt «artikel 7.37, derde lid» vervangen door: artikel 7.37, vierde lid.

S

De inhoudsopgave vervalt.

ARTIKEL XI. WET OP HET ONDERWIJSTOEZICHT

Artikel 13, derde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht komt te luiden:

  • 3. Een toezichtskader wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

ARTIKEL XII. WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS

In de Wet op het primair onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

Artikel 3, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

1. De eerste volzin komt de zinsnede, beginnend met de woorden «Ten aanzien van studenten» en eindigend met de woorden «getuigschrift als bedoeld onder a,» te luiden: Ten aanzien van studenten die een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek leidend tot een getuigschrift dat bij of krachtens artikel 186 is aangewezen als bewijs van bekwaamheid, en aan die opleiding ten minste 180 studiepunten hebben behaald,.

2. In de vierde volzin vervalt de zinsnede «en artikel 7.7a, derde lid, juncto artikel 7.7, vijfde lid,.

B

In artikel 77, derde lid, worden de laatste twee volzinnen vervangen door een nieuwe volzin, luidende: De ministeriële regeling, bedoeld in de derde volzin, wordt voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het laatste jaar waarin de stichtingsnormen van kracht zijn, bekendgemaakt in de Staatscourant.

C

In artikel 90, tweede lid, worden de eerste twee volzinnen vervangen door een nieuwe volzin, luidende: Een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt geplaatst in de Staatscourant.

D

Artikel 113 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het zevende lid worden de eerste twee volzinnen vervangen door een nieuwe volzin, luidende: De ministeriële regelingen, bedoeld in het eerste en vierde lid, worden binnen 4 weken na de vaststelling, bedoeld in het eerste en vierde lid, gezamenlijk bekendgemaakt in de Staatscourant, onder gelijktijdige overlegging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

2. In het achtste lid worden de laatste twee volzinnen vervangen door een nieuwe volzin, luidende: De wijzigingen worden bekendgemaakt in de Staatscourant.

E

In artikel 153, tweede lid, worden de laatste twee volzinnen vervangen door een nieuwe volzin, luidende: De ministeriële regeling, bedoeld in de derde volzin, wordt, tezamen met bij die regeling op grond van artikel 155 vastgestelde normen voor delen van gemeenten, voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het laatste jaar waarin de opheffingsnormen van kracht zijn, bekendgemaakt in de Staatscourant.

Ea

In artikel 166, zesde lid, laatste volzin wordt «het gemeentebestuur» vervangen door: het college van burgemeester en wethouders.

Eb

Artikel 170 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste en tweede volzin wordt «het gemeentebestuur» telkens vervangen door: burgemeester en wethouders.

b. In de derde volzin wordt «de gemeenteraad» vervangen door: burgemeester en wethouders.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Indien het bevoegd gezag van een school naar het oordeel van burgemeester en wethouders de middelen, bedoeld in artikel 166, vierde lid, onderdelen a en b, niet besteedt overeenkomstig het onderwijsachterstandenplan kunnen burgemeester en wethouders de middelen geheel of gedeeltelijk inhouden.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Indien het bevoegd gezag van een school naar het oordeel van de burgemeester en wethouders de middelen, bedoeld in artikel 166, vierde lid, onderdeel c, niet besteedt overeenkomstig het onderwijsachterstandenplan, maken burgemeester en wethouders hiervan melding aan Onze minister.

4. In het vijfde lid wordt «het gemeentebestuur» telkens vervangen door: burgemeester en wethouders.

F

De inhoudsopgave vervalt.

ARTIKEL XIII. WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS

In de Wet op het voortgezet onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In artikel 1 vervalt in onderdeel a van de begripsomschrijving van «openbare school»: (Stb. 1984, 669).

Aa

Artikel 10b, negende lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na de komma aan het slot van onderdeel b wordt ingevoegd: en.

2. Aan het slot van onderdeel c wordt «, en» vervangen door een punt.

3. Onderdeel d vervalt.

B

Artikel 10b3, eerste lid, aanhef, wordt «landelijk orgaan» vervangen door: kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven.

C

Artikel 10b4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, eerste volzin, wordt «landelijke organen voor het beroepsonderwijs» vervangen door: kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.

2. In het tweede lid, tweede volzin, wordt «landelijke organen» vervangen door: kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.

3. In het derde lid wordt «landelijk orgaan voor het beroepsonderwijs» vervangen door: kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven.

D

Artikel 10b5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt «landelijke organen» vervangen door: kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.

2. In het eerste lid wordt «landelijke organen voor het beroepsonderwijs» vervangen door: kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.

3. In het tweede lid wordt «landelijk orgaan» telkens vervangen door: kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven.

4. In het derde lid wordt «landelijke organen» vervangen door: kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.

Da

Artikel 10d, negende lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na de komma aan het slot van onderdeel b wordt ingevoegd: en.

2. Aan het slot van onderdeel c wordt «, en» vervangen door een punt.

3. Onderdeel d vervalt.

Db

Artikel 10e wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt de derde volzin vervangen door: Artikel 10g, derde en vierde lid, zevende lid, eerste volzin, en achtste tot en met elfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2. In het vijfde lid, eerste volzin, wordt «In afwijking van artikel 10g, vijfde lid, eerste volzin» vervangen door: In afwijking van artikel 10g, zevende lid, eerste volzin.

3. In het zesde lid wordt «Artikel 10g, vierde lid» vervangen door: Artikel 10g, zesde lid.

E

In artikel 22, eerste lid, vervalt: alsmede voor het onderwijs, bedoeld in artikel 11f,.

F

In artikel 27, elfde lid, vervalt: (Stb. 1992, 315).

G

In artikel 65, tweede lid, wordt de zinsnede «het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap» vervangen door: de Staatscourant.

H

In artikel 76k, eerste lid, onderdeel e, wordt «onderdelen a, b en c» vervangen door: onderdelen a tot en met e.

I

In artikel 76v.1, vierde lid, wordt «afdeling 2 van titel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

J

In artikel 77, vierde lid, eerste volzin, wordt «vergoeding» vervangen door: bekostiging.

K

In artikel 86, zevende lid, worden de eerste twee volzinnen vervangen door een nieuwe volzin, luidende: De ministeriële regeling, bedoeld in het vijfde lid, wordt bekendgemaakt in de Staatscourant, onder gelijktijdige overlegging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

L

In artikel 122, eerste lid, vervalt: (Stb. 1956, 51).

ARTIKEL XIV. WET STUDIEFINANCIERING 2000

In de Wet studiefinanciering 2000 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In artikel 1.1 vervalt bij de begripsbepaling van het begrip lening «de herkansing, bedoeld in artikel 5.14, en de».

B

In artikel 2.4, onderdeel a, wordt «artikel 1.3.1 van de WEB» vervangen door: artikel 1.1.1, onderdeel b, van de WEB.

C

In artikel 2.16, eerste lid, wordt «een opleiding op niveau 1 of 2» vervangen door: een opleiding niveau 1 of 2.

D

Aan artikel 5.8, tweede lid, wordt een punt toegevoegd.

E

In artikel 6.2, tweede lid, wordt «en niet in gift om te zetten aanvullende beurs» vervangen door: en niet in een gift omgezette aanvullende beurs.

F

In artikel 6.3, eerste lid, vervalt: door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte.

G

Artikel 7.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel e, vervalt aan het slot: of.

2. In het eerste lid, onderdeel f, wordt de punt aan het slot vervangen door: , of.

3. Aan het eerste lid wordt toegevoegd een onderdeel g, luidende:

g. de hoogte van het bedrag van de kwijtschelding, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, wordt vastgesteld of gewijzigd.

4. In het tweede lid, onderdeel c, wordt «of de draagkracht van de debiteur te hoog of te laag is vastgesteld,» vervangen door: , de draagkracht van de debiteur te hoog of te laag is vastgesteld, de hoogte van het bedrag van de kwijtschelding, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, te hoog of te laag is vastgesteld, of.

H

In artikel 9.7 wordt «de artikelen 7.9a of 7.9b van de WHW» vervangen door: artikel 7.9a van de WHW.

I

In artikel 9.10 wordt «de artikelen 9.2, 9.4 en 9.5» vervangen door: de artikelen 9.4 en 9.5.

J

Hoofdstuk 10a vervalt.

ARTIKEL XV. WET TEGEMOETKOMING ONDERWIJSBIJDRAGE EN SCHOOLKOSTEN

In de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In de artikelen 2.6, tweede lid, 2.7, onderdeel a, en 2.10 wordt «artikel 1.3.1 van de WEB» telkens vervangen door: artikel 1.1.1, onderdeel b, van de WEB.

B

In artikel 2.13 wordt onderdeel c vervangen door:

c. voortgezet middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de theoretische leerweg.

C

In artikel 9.9 wordt «de artikelen 9.2 en 9.4» vervangen door: artikel 9.4.

ARTIKEL XVI. WET VAN 30 JANUARI 2003 (STB. 49)

In artikel I, onderdeel A, aanhef, van de wet van 30 januari 2003, houdende wijziging van de Wet op het primair onderwijs onder meer in verband met de vereenvoudiging van de voorschriften verband houdend met Weer Samen Naar School (Stb. 49) wordt «In artikel 19, eerste lid» vervangen door: In artikel 19, tweede lid.

ARTIKEL XVII. WET VAN 13 APRIL 2004 (STB. 177)

In artikel I, onderdeel B, van de wet van 13 april 2004 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de aanscherping van een aantal voorschriften betreffende de bekostiging van het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs (Stb. 177) vervalt de tweede wijziging van artikel 2.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

ARTIKEL XVIII. WET VAN 24 JUNI 2004 (STB. 321)

Artikel II van de wet van 24 juni 2004 tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met aanpassing van de regelgeving inzake de vestigingsplaats van een opleiding (Stb. 321) vervalt.

ARTIKEL XIX. WET VAN 12 MEI 2005 (STB. 276)

In de wet van 12 mei 2005 tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, gericht op vermindering en vereenvoudiging van regelgeving en op verdere zelfregulering in het hoger onderwijs (Stb. 276) worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In artikel IV wordt «17.12» vervangen door: 17.10.

B

Artikel V wordt vervangen door twee nieuwe artikelen, luidende:

ARTIKEL V

1. De artikelen XIII, XIV en XXII van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs (Stb. 1975, 729) vervallen.

2. De artikelen 2 en 4 van de wet van 5 november 1948 (Stb. I 498), artikel II, leden XIII, XIV en XVI, van de wet van 7 juni 1956 (Stb. 310), artikel V van de wet van 28 juni 1958 (Stb. 385) en artikel III, onder B, van de wet van 30 oktober 1958 (Stb. 494) vervallen.

ARTIKEL VA

De artikelen E.9, E.45, E.48 en E.65 van de Invoeringswet W.H.B.O. vervallen.

C

Artikel XIX vervalt.

ARTIKEL XX. WET TOT WIJZIGING VAN DE WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS, DE WET OP DE EXPERTISECENTRA EN DE WET MEDEZEGGENSCHAP ONDERWIJS 1992 TEN BEHOEVE VAN MEER KEUZEVRIJHEID VOOR DE SCHOLEN BIJ DE INRICHTING VAN DE ONDERWIJSTIJD (KAMERSTUKKEN 29 733)

Indien het bij koninklijke boodschap van 3 september 2004 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 ten behoeve van meer keuzevrijheid voor de scholen bij de inrichting van de onderwijstijd (Kamerstukken 29 733) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onderdeel A, wordt in artikel 8, zevende lid, onderdeel b, «met dien verstande dat de leerlingen in de eerste 2 schooljaren ten minste 3520 uren onderwijs en in de laatste 6 jaren ten minste 3760 uren onderwijs ontvangen» vervangen door: met dien verstande dat de leerlingen in de eerste 4 schooljaren ten minste 3520 uren onderwijs en in de laatste 4 schooljaren ten minste 3760 uren onderwijs ontvangen.

B

In artikel II, onderdeel A, wordt in artikel 11, vierde lid, eerste volzin, «met dien verstande dat de leerlingen in de eerste 2 schooljaren ten minste 3520 uren onderwijs en in de laatste 6 jaren ten minste 3760 uren onderwijs ontvangen» vervangen door: met dien verstande dat de leerlingen in de eerste 4 schooljaren ten minste 3520 uren onderwijs en in de laatste 4 schooljaren ten minste 3760 uren onderwijs ontvangen.

ARTIKEL XXI. INWERKINGTREDING

  • 1. Deze wet treedt met uitzondering van de artikelen VIII, onderdelen Da en Db, XII, onderdelen Ea en Eb, XIII, onderdelen Aa en Da, en XX in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat:

    a. de artikelen IV, XIV, onderdeel B, en XV, onderdeel A, terugwerken tot en met 1 juli 2004,

    b. de artikelen VIII, onderdelen C en D, IX, X, onderdelen A en C, XI, XII, onderdelen B tot en met E, en XIII, onderdelen Db, G en K, terugwerken tot en met 1 augustus 2005, en

    c. artikel XVII terugwerkt tot en met 29 april 2004.

  • 2. Artikel VIII, onderdelen Da en Db, en artikel XII, onderdelen Ea en Eb, treden in werking met ingang van 8 maart 2006.

  • 3. Indien deze wet op een eerder tijdstip in werking treedt dan de wet van 8 september 2005, houdende wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs om meer ruimte te scheppen voor samenwerking tussen in die wetten geregelde onderwijsinstellingen (Stb. 2005, 512), treedt artikel XIII, onderdelen Aa en Da, in werking met ingang van het tijdstip waarop voormelde wet van 8 september 2005 in werking treedt.

  • 4. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na het tijdstip waarop de wet van 8 september 2005, houdende wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs om meer ruimte te scheppen voor samenwerking tussen in die wetten geregelde onderwijsinstellingen (Stb. 2005, 512), in werking treedt, treedt artikel XIII, onderdelen Aa en Da, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met het tijdstip waarop voormelde wet van 8 september 2005 in werking is getreden.

  • 5. Artikel XX treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de in artikel XX, aanhef, genoemde wet wordt geplaatst.

ARTIKEL XXII. CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Reparatiewet OCW 2005.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

's-Gravenhage, 17 november 2005

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. J. A. van der Hoeven

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C. P. Veerman

Uitgegeven de negenentwintigste december 2005

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XHistnoot

Kamerstuk 30 239