Besluit van 24 januari 2005, houdende wijziging van het Warenwetbesluit
cosmetische producten en het Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke
stoffen in verband met de implementatie van richtlijn
2004/10/EG
Wij Beatrix, bij
de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 9 december
2004, kenmerk DWJZ/SWW 2535155 gedaan mede namens de Staatssecretaris
van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en in
overeenstemming met Onze Minister van Economische
Zaken;
Gelet op
richtlijn nr. 2004/10 van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004
betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen
van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan
voor tests op chemische stoffen (gecodificeerde versie) (PbEU L
50) alsmede de artikelen 4, 6,
onderdeel c, 8, 12, 13, onderdeel a, 14 van de Warenwet en
artikel 5 van de Wet milieugevaarlijke
stoffen;
De
Raad van State gehoord advies van 6 januari 2005, nr.
W13.04.0599/III;
Gezien
het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport van 18 januari 2005, DWJZ/SWW-2551583, uitgebracht mede namens de
Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid en in overeenstemming met Onze Minister van Economische
Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel I
In het
Warenwetbesluit cosmetische
producten wordt in artikel 6, tweede lid, «Richtlijn
87/18/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 december
1986 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen
van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan
voor de tests op chemische stoffen (Pb EG L 15)» vervangen door:
richtlijn nr. 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11
februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen
van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan
voor tests op chemische stoffen (gecodificeerde versie) (PbEU L
50).
Artikel II
In het
Kennisgevingsbesluit Wet
milieugevaarlijke stoffen wordt in artikel 5, eerste lid,
onder a, «richtlijn nr. 87/18/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 18 december 1986 betreffende de onderlinge
aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake
de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het
toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (PbEG
1987, L 15)» vervangen door: richtlijn nr. 2004/10/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de
onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke
bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede
laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor
tests op chemische stoffen (gecodificeerde versie) (PbEU L
50).
Artikel III
Dit
besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 24
januari
2005
Beatrix
De
Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
J.
F. Hoogervorst
De Staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
P. L. B.
A. van
Geel
De
Staatssecretaris van
Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
H. A.
L. van
Hoof
Uitgegeven de vijftiende februari 2005
De Minister van
Justitie,
J.
P.
H. Donner
NOTA VAN TOELICHTING
Richtlijn nr. 2004/10/EG van het Europees Parlement
en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen
van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan
voor tests op chemische stoffen (PbEU L 50) (hierna: richtlijn
2004/10/EG) is op 11 februari 2004 vastgesteld.
In deze
richtlijn wordt richtlijn nr. 87/18/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 18 december 1986 betreffende de onderlinge
aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake
de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het
toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (PbEG L
15), zoals nadien gewijzigd (hierna: richtlijn 87/18/EEG) ingetrokken.
Omdat richtlijn 87/18/EEG eerder herhaaldelijk is gewijzigd, is de
richtlijn omwille van de duidelijkheid gecodificeerd. Het gaat om
zogenoemde zuivere codificatie, dat wil zeggen dat er geen inhoudelijke
wijzigingen hebben plaatsgevonden. Richtlijn 2004/10/EG heeft dus geen
materiële veranderingen tot gevolg.
Hoewel een zuivere codificatierichtlijn in beginsel geen
implementatie behoeft, heeft deze richtlijn wel consequenties voor de
nationale regelgeving. In de nationale regelingen waarin de ingetrokken
richtlijn is geïmplementeerd, is de verwijzing als
implementatiemethode gebruikt. Deze implementatiemethode verliest door
de verwijzing naar een niet langer rechtsgeldig EG-besluit haar
betekenis. Aanpassing van de desbetreffende nationale regelgeving is
daarom noodzakelijk.
Gezien het feit dat richtlijn 2004/10/EG
materieel overeenstemt met de ingetrokken richtlijn 87/18/EEG, betreft
deze regeling slechts een technische aanpassing in die zin dat de
verwijzing naar de oude richtlijn vervangen is door een verwijzing naar
de nieuwe richtlijn. De artikelen I en II, van dit besluit strekken
daartoe. De volgende besluiten zijn
gewijzigd:
– Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke
stoffen, artikel 5 eerste lid, onder a, en
– Warenwetbesluit cosmetische producten,
artikel 6, tweede lid.
Ook in
enkele ministeriële regelingen wordt verwezen naar de
ingetrokken
richtlijn:
– Regeling proeven op farmaceutische
producten, Bijlage Analytische, farmacologisch-toxicologische en
klinische normen en protocollen voor de controle van
geneesmiddelen,
– Regeling
registratie diergeneesmiddelen 1995, artikel 11, en
– Regeling toelating bestrijdingsmiddelen
1995, artikel 22.
De verwijzingen in deze
regelingen naar richtlijn 87/18/EEG worden bij ministeriële
regeling vervangen door verwijzingen naar richtlijn
2004/10/EG.
Dit besluit leidt niet tot
administratieve lasten voor het bedrijfsleven.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
J.
F. Hoogervorst
XHistnoot
Het advies van de Raad van
State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid
j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat
het zonder meer instemmend
luidt.