Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2005, 582AMvB

Besluit van 16 november 2005 tot wijziging van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal onder meer in verband met verhoging van het examengeld

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Mark Rutte, van 4 oktober 2005, nr. WJZ/2005/43931 (4819), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 60, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

De Raad van State gehoord (advies van 13 oktober 2005, nr. W05.05.0443/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Mark Rutte, van 11 november 2005, nr. WJZ/2005/44268 (4819), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. «Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen» wordt vervangen door: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

2. Na de definitie van «examen» wordt een nieuwe definitie ingevoegd, luidende:

«examenjaar»: het tijdvak dat aanvangt op 1 januari van een jaar en eindigt op 31 december van dat jaar.

B

Artikel 2, tweede en derde lid, komt te luiden:

  • 2. Programma I omvat een onderzoek naar de beheersing van de Nederlandse taal met het oog op het volgen van opleidingen of de uitoefening van functies op het niveau van een vakopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs door hen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is en die ten minste het niveau van het primair onderwijs hebben bereikt.

  • 3. Programma II omvat een onderzoek naar de beheersing van de Nederlandse taal met het oog op het volgen van opleidingen in het hoger onderwijs en de uitoefening van hogere functies door hen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is en die wat betreft vooropleiding of werkervaring functioneren op ten minste het niveau van het middenkader.

C

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5. Examengeld

Voor deelneming aan een volledig examen van programma I of II is een bedrag verschuldigd van € 90. Voor deelneming aan een examenonderdeel van programma I of II is per onderdeel een bedrag verschuldigd van € 22,50.

D

In artikel 10, eerste en tweede lid, wordt «het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen» vervangen door: de Staatscourant.

E

In artikel 10, tweede lid, wordt «voor aanvang van de examens» vervangen door: voor aanvang van een examenjaar.

F

In artikel 13, eerste lid, wordt «op het moment waarop het eerst volgend examen plaatsvindt» vervangen door: op een door de commissie na overleg met de kandidaat te bepalen moment.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

’s-Gravenhage, 16 november 2005

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Rutte

Uitgegeven de negenentwintigste november 2005

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Inleiding

Een van de aanbevelingen in het rapport «Allochtonenbeleid» van 1989 van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid was de invoering van landelijk erkende certificaten als bewijs van voldoende beheersing van de Nederlandse taal voor diegenen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is. Deze aanbeveling werd overgenomen en resulteerde in 1992 in de eerste afname van staatsexamens Nederlands als tweede taal (NT2). De organisatie van de staatsexamens NT2 is belegd bij de Informatie Beheer Groep (IB-Groep).

Programma-inhoud Staatsexamens NT2

De examens bestaan uit de onderdelen lezen, luisteren, spreken en schrijven en worden op twee niveaus afgenomen, te weten programma I en II. De voorschriften hieromtrent zijn verankerd in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal van 14 oktober 1993 (Stb. 1993, 569). In dit besluit zijn ook de doelstellingen, programma’s en de hoogte van het examengeld opgenomen.

De in artikel 2 (oud) van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal geformuleerde programma-inhoud van respectievelijk programma I en II dateert van voor de inwerkingtreding van de Wet educatie en beroepsonderwijs in 1996 en (de niveau-indelingen) van de Kwalificatiestructuur Beroepsonderwijs in 1997. In het veld bestaat bovendien onduidelijkheid over de doelgroep en de niveaus van de staatsexamenprogramma’s I en II.

Om deze redenen is het gewenst voormeld artikel te wijzigen.

Tarieven

In de nota van toelichting bij eerdergenoemd besluit is aangegeven dat de tarieven voor deelname aan (een van de onderdelen) van de staatsexamens NT2 niet kostendekkend zijn.

Tot op heden is afgezien van een verhoging van de examengelden om voor examenkandidaten geen financiële drempels op te werpen.

De kosten voor organisatie en ontwikkeling van deze examens zijn echter in de loop van de jaren aanzienlijk gestegen en staan niet meer in verhouding tot het gevraagde examengeld. Bovendien zijn of worden de examengelden voor vergelijkbare toetsen en examens voor inburgering en naturalisatie aanmerkelijk hoger. Met de wijziging van artikel 5 van het onderhavige besluit wordt een begin gemaakt met de verhoging van het examengeld van de staatsexamens NT2 naar een niveau dat beter aansluit bij de hoogte van het examengeld van vergelijkbare toetsen en examens, zodat een grotere kostendekkendheid wordt bereikt. Er wordt naar gestreefd om gefaseerd in vijf jaar na inwerkingtreding van dit besluit een meer kostendekkend examentarief te realiseren. Op termijn komt het examentarief dan neer op € 250. Deze verhoging geeft een betere financiële balans tussen vergelijkbare toetsen en examens en leidt er tevens toe dat kandidaten beter voorbereid aan een staatsexamen NT2 gaan deelnemen.

Permanente examenlocaties

De laatste jaren is een aanzienlijke stijging van het aantal deelnemers aan de staatsexamens NT2 waar te nemen. Om te voorkomen dat kandidaten, vanwege organisatorische problemen, niet op het door hen gewenste moment het staatsexamen NT2 kunnen afleggen zal worden overgegaan tot de inrichting van permanente examenlocaties. Hierdoor zullen kandidaten op elk gewenst moment gedurende 40 weken per jaar het staatsexamen NT2 kunnen doen.

Van de gelegenheid wordt tevens gebruik gemaakt om enkele kleine technische wijzigingen in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal door te voeren.

Gevoerd overleg

Een voorontwerp van dit besluit is aan de IB-Groep en de staatsexamencommissie NT2 voorgelegd. Zowel de IB-Groep als de staatsexamencommissie NT2 hebben ingestemd met het voorontwerp.

Uitvoeringstoets

Een voorontwerp van dit besluit is aan Centrale financiën instellingen (Cfi), de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), voorgelegd ter toetsing van de uitvoerbaarheid. Cfi acht het voorontwerp uitvoerbaar.

Financiële gevolgen

De deelnemers aan het staatsexamen NT2 gaan een hogere bijdrage betalen aan de kosten daarvan. De op die manier verkregen extra ontvangsten zullen worden verrekend met de kosten die de IB-Groep maakt voor de organisatie van de staatsexamens NT2.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Met deze wijziging wordt de definitie van «Onze Minister» geactualiseerd. Tevens is een definitie van «examenjaar» ingevoegd. In dit besluit is een examenjaar gelijk aan een kalenderjaar. Zie daarvoor ook de toelichting bij onderdeel E.

Onderdeel B

In het tweede en derde lid van artikel 2 zijn de omschrijvingen van de doelgroep en de niveaus voor de staatsexamenprogramma’s I en II verduidelijkt. De Wet educatie en beroepsonderwijs vermeldt de niveau-indelingen voor het beroepsonderwijs die vanaf 1 augustus 1997 zijn opgenomen in de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs. Alle middelbare beroepsopleidingen zijn ondergebracht in deze kwalificatiestructuur en onderverdeeld naar vier niveaus. Het in het eerste lid genoemde niveau «vakopleiding» (niveau 3 van de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs) houdt in dat iemand volledig zelfstandig het door hem gekozen beroep kan uitvoeren. Bezitters van het staatsexamendiploma programma I beheersen de Nederlandse taal in voldoende mate om een vakopleiding te volgen.

Onderdeel C

De tarieven in artikel 5 zijn aangepast om meer in lijn te komen met de tarieven voor soortgelijke examens zoals het inburgeringsexamen in Nederland, in het buitenland en de naturalisatietoets.

Onderdeel D

Per 1 augustus 2005 is het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap opgeheven. De wijziging van onderdeel D regelt dat in plaats van bekendmaking in het officiële publicatieblad nu bekendmaking in de Staatscourant geldt.

Onderdeel E

In artikel 10 stond dat het examenreglement vier maanden voor aanvang van de examens moet worden gepubliceerd. Dit moet zijn voor aanvang van het examenjaar. Voor het Staatsexamen NT2 is het examenjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Onderdeel F

Doordat er door de inrichting van permanente examenlocaties jaarlijks meer examenmomenten komen, levert de huidige bepaling problemen op. De examenmomenten volgen korter op elkaar, waardoor het niet altijd mogelijk zal zijn meteen bij het volgende examenmoment alsnog het examen te maken. Deze wijziging houdt in dat de commissie na overleg met de kandidaat een nieuwe examendatum vaststelt.

Artikel II

Dit besluit zal op 1 januari 2006 in werking treden. Vanaf die datum gaat de verhoging van de tarieven, bedoeld in artikel I, onderdeel C, in voor de examens op 19 en 20 mei 2006 (programma I) en voor de examens op 30 juni en 1 juli 2006 (programma II).

Een vooraankondiging voor de verhoging van de tarieven is door de staatsexamencommissie NT2 gepubliceerd op de website www.cfi.nl van 11 oktober jl. met kenmerk ED/NT2-2005/280905.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Rutte


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.