Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2005, 177AMvB

Besluit van 23 maart 2005 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 6 juli 2004 (Stb. 2005, 14) tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onder meer vereenvoudiging van de bekostigingsbepalingen en van de artikelen I, met uitzondering van onderdeel J, II, III en IV van het Besluit van 17 januari 2005 (Stb. 62) houdende actualisering van het Bekostigingsbesluit W.V.O., het Formatiebesluit W.V.O. en het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging mede in verband met vereenvoudiging van de bekostigingsbepalingen in de Wet op het voortgezet onderwijs alsmede opneming in het Bekostigingsbesluit W.V.O. van regels voor de berekening van de rijksbijdrage voor kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven voor hun taken bij leer-werktrajecten vmbo

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 18 maart 2005, nr. WJZ/2005/11576 (6165), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel VI van de Wet van 6 juli 2004 (Stb. 2005, 14) tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onder meer vereenvoudiging van de bekostigingsbepalingen en artikel VII van het Besluit van 17 januari 2005 (Stb. 62) houdende actualisering van het Bekostigingsbesluit W.V.O., het Formatiebesluit W.V.O. en het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging mede in verband met vereenvoudiging van de bekostigingsbepalingen in de Wet op het voortgezet onderwijs alsmede opneming in het Bekostigingsbesluit W.V.O. van regels voor de berekening van de rijksbijdrage voor kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven voor hun taken bij leer-werktrajecten vmbo;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Inwerkingtreding wijzigingswet vereenvoudiging bekostiging VO

De Wet van 6 juli 2004 (Stb. 2005, 14) tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onder meer vereenvoudiging van de bekostigingsbepalingen, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 2. Inwerkingtreding wijzigigingsbesluit vereenvoudiging bekostiging VO

De artikelen I, met uitzondering van onderdeel J, II, III en IV van het Besluit van 17 januari 2005 (Stb. 62) houdende actualisering van het Bekostigingsbesluit W.V.O., het Formatiebesluit W.V.O. en het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging mede in verband met vereenvoudiging van de bekostigingsbepalingen in de Wet op het voortgezet onderwijs alsmede opneming in het Bekostigingsbesluit W.V.O. van regels voor de berekening van de rijksbijdrage voor kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven voor hun taken bij leer-werktrajecten vmbo treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel II van het eerstgenoemde besluit voor wat betreft onderdeel C, onder 3, onderdeel b, en onderdeel E, onder 3, terugwerkt tot en met 1 augustus 2003.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 23 maart 2005

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. J. A. van der Hoeven

Uitgegeven de vijfde april 2005

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

De op grond van dit besluit in werking getreden nieuwe bekostigingsbepalingen in de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), het Bekostigingsbesluit W.V.O., het Formatiebesluit W.V.O. en het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging zijn voor het eerst van toepassing ten aanzien van de bekostiging voor scholen in het voortgezet onderwijs voor het kalenderjaar 2006.

Op grond van artikel 1 van de Regeling onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging VO blijven de bepalingen in de WVO en de daarop berustende bepalingen in besluiten en ministeriële regelingen ten aanzien van de bekostiging zoals die luidden vóór inwerkingtreding van de wijzigingen van genoemde wet, van toepassing op de bekostiging over het tijdvak vanaf het moment van inwerkingtreding van de nieuwe bekostigingsbepalingen tot 1 januari 2006.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. J. A. van der Hoeven