Besluit van 25 februari 2005, houdende wijziging van het Eindexamenbesluit
v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met invoering van het
persoonsgebonden nummer
Wij Beatrix, bij
de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 18 januari
2005, nr. WJZ/2005/1255 (3795), directie Wetgeving en Juridische Zaken,
gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit;
Gelet op
artikel 29 van de Wet op het voortgezet
onderwijs;
De
Raad van State gehoord (advies van 10 februari 2005, nr.
W05.05.0010/III);
Gezien het nader rapport van Onze
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 22 feburari 2005,
nr. WJZ/2005/5404 (3795), directie Wetgeving en Juridische Zaken,
uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I. Wijziging
Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.
Het
Eindexamenbesluit
v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. wordt als volgt
gewijzigd:
A
Aan artikel 32,
eerste lid, wordt voor de slotpunt ingevoegd: , tenzij het bevoegd
gezag op grond van artikel 103b, tweede lid, van de wet examengegevens
samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan de Informatie
Beheer Groep.
B
In
artikel 38 wordt onder vernummering van het derde lid tot vierde lid
een nieuw derde lid ingevoegd, luidend:
3. Het tweede lid is
niet van toepassing op een bevoegd gezag dat op grond van artikel 103b,
tweede lid, van de wet examengegevens samen met het persoonsgebonden
nummer verstrekt aan de Informatie Beheer
Groep.
C
In artikel 56 worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1. Voor de tekst van het
artikel wordt de aanduiding «1.»
geplaatst
2. Toegevoegd wordt
een tweede lid, luidend:
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op een bevoegd gezag dat op grond
van artikel 103b, tweede lid, van de wet examengegevens samen met het
persoonsgebonden nummer verstrekt aan de Informatie Beheer
Groep.
Artikel II. Inwerkingtreding
Dit
besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te
bepalen
tijdstip.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 25
februari 2005
Beatrix
De
Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap,
M. J.
A. van der
Hoeven
De
Minister van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit,
C.
P. Veerman
Uitgegeven de vijftiende maart 2005
De Minister van
Justitie,
J.
P.
H. Donner
NOTA VAN TOELICHTING
1.
Inhoud en doel van het besluit
Dit besluit
houdt verband met de invoering van het persoonsgebonden nummer in het
voortgezet onderwijs (VO).
Artikel 103b van de Wet op het
voortgezet onderwijs (WVO) bepaalt in het tweede lid dat het bevoegd
gezag van de school het persoonsgebonden nummer van iedere leerling aan
de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) moet verstrekken, samen met onder
meer (zie onderdeel g) de volgende
examengegevens:
• de vakken waarin examen is
afgelegd,
• de cijfers van het
schoolexamen en het centraal examen,
• de eindcijfers, en
• de uitslag van het eindexamen of
deeleindexamen.
Het Eindexamenbesluit
v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. regelde tot aan inwerkingtreding van
dit
wijzigingsbesluit:
– dat het bevoegd gezag afwijkende regels over
het afleggen van het schoolexamen aan de inspectie zendt (artikel 32,
eerste lid);
– dat de directeur
de opgave van de kandidaten die aan het centraal examen zullen
deelnemen, en welke cijfers voor het schoolexamen zijn behaald, zendt
aan de IB-Groep en de inspectie (artikel 38);
– dat het schoolbestuur een uitslagenlijst aan
de IB-Groep en de inspectie zendt (artikel 56).
De aparte gegevenslevering op grond van artikel 38, tweede lid, en
artikel 56 aan IB-Groep en inspectie vervalt voor scholen die al op
grond van artikel 103b, tweede lid, van de WVO examengegevens leveren
aan de IB-Groep, want nadat de IB-Groep de examengegevens heeft
getoetst die zij op grond van artikel 103b WVO heeft ontvangen, en
nadat deze gegevens zijn opgenomen in het basisregister onderwijs (zie
artikel 103c WVO) verstrekt de IB-Groep de examengegevens zélf
aan de Inspectie. Dat doet zij op grond van artikel 103d, tweede lid,
van de WVO.
2.
Voor wie gelden de wijzigingen en voor wie (nog) niet?
Over het bereik van dit besluit:
1. De wijzigingen gelden voor scholen voor voortgezet
onderwijs, omdat deze onderwijssector de individuele examengegevens al
samen met het persoonsgebonden nummer elektronisch aan de IB-Groep
levert;
2. Voor het VAVO zullen te
gelegener tijd soortgelijke wijzigingen worden aangebracht. Nu
ontbreekt daarvoor nog de grondslag. De examengegevens worden nog op de
oude manier geleverd totdat de gegevenslevering van deelnemers met het
persoonsgebonden nummer zo zal zijn geregeld dat samen met dat nummer
ook de specifieke, hierboven genoemde examengegevens moeten worden
opgestuurd naar de IB-Groep;
3. Ook op
staatsexamenkandidaten zijn de wijzigingen niet van toepassing, want
hun gegevens worden niet met het persoonsgebonden nummer aangeleverd en
zijn ook niet in het Basisregister onderwijs
opgenomen;
4. Er zijn ook scholen die
niet onder artikel 103b van de WVO vallen: dat zijn scholen die zijn
aangewezen op grond van artikel 56 van de
WVO.
3. Wanneer worden de
wijzigingen van kracht?
De examengegevens
worden samen met het persoonsgebonden nummer vanaf het examenjaar 2005
electronisch aan de IB-Groep gezonden.
4.
Uitvoeringsgevolgen
De wijzigingen zijn in
nauw overleg met de IB-Groep en de Inspectie tot stand
gekomen.
5.
Financiële gevolgen
Deze wijziging
van het Eindexamenbesluit heeft geen financiële
gevolgen.
6.
Artikelsgewijze toelichting
De drie
wijzigingen zijn steeds op dezelfde manier geformuleerd: de
«oude» gegevenslevering is gewoon van toepassing, tenzij
het bevoegd gezag op grond van artikel 103b, tweede lid, van de wet
examengegevens samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan de
IB-Groep: dan wordt een mogelijke doublure
voorkomen.
Deze nota van toelichting
onderteken ik mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit.
De
Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap,
M. J.
A. van der
Hoeven
XHistnoot
Het advies van
de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a,
vijfde lid j° vierde lid onder b, van de Wet op de Raad van State,
omdat het zonder meer instemmend
luidt.