Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 2005, 108Beschikking

Beschikking van de Minister van Justitie van 2 maart 2005, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de hoofdstukken 18 en 19 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

De Minister van Justitie,

Gelet op artikel 9.1 van de Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur;

Besluit:

de tekst van de hoofdstukken 18 en 19 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, zoals die luiden na wijziging van die wet door de Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur, in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking.

’s-Gravenhage, 2 maart 2005

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Uitgegeven de achtste maart 2005

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

TEKST VAN DE HOOFDSTUKKEN 18 EN 19 VAN DE WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK, ZOALS DIE LUIDEN NA WIJZIGING VAN DIE WET DOOR DE AANPASSINGSWET INVOERING BACHELOR-MASTERSTRUCTUUR

HOOFDSTUK 18. OVERGANGS- EN INVOERINGSBEPALINGEN WIJZIGINGSWETTEN VANAF 2002

Titel 1. Wet van 6 juni 2002 (Stb. 302)

Artikel 18.1. Overgangsrecht begroting accreditatieorgaan

In afwijking van artikel 5a.6, eerste lid, bepaalt Onze minister in het eerste jaar na inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) het tijdstip waarvoor het accreditatieorgaan de ontwerpbegroting voor het daaropvolgende jaar zendt.

Artikel 18.2. Aanpassing CROHO
  • 1. Het instellingsbestuur meldt uiterlijk 30 dagen na de dag van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) aan de Informatie Beheer Groep, wanneer de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, van een opleiding voor het laatst heeft plaatsgevonden.

  • 2. De Informatie Beheer Groep maakt de uit de artikelen 18.27 tot en met 18.30 voortvloeiende wijzigingen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, bekend binnen vier maanden na de dag van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302). Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 18.3. Overgangsrecht onderzoek op grond van artikel 1.18, tweede lid

Onderzoek dat wordt verricht naar de kwaliteit van de werkzaamheden van een instelling op grond van artikel 1.18, tweede lid, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) wordt afgerond met in achtneming van de wet zoals die luidde voor de dag van inwerkingtreding van de eerdergenoemde wet van 6 juni 2002.

Artikel 18.4. Bezwaar en beroep
  • 1. Ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen een besluit op grond van de artikelen 6.4, 6.5, 6.8, 6.10 en 6.11 of onderdelen daarvan, dat is genomen voor de datum van het vervallen van die artikelen, blijft het recht zoals het gold voor die datum van toepassing.

  • 2. Ten aanzien van een bezwaarschrift of beroepschrift tegen een besluit op grond van de artikelen 6.4, 6.5, 6.8, 6.10 en 6.11 of onderdelen daarvan, dat is ingediend voor de datum van het vervallen van die artikelen, blijft het recht zoals het gold voor die datum van toepassing.

Artikel 18.5. Evaluatie accreditatie in het hoger onderwijs
  • 1. Onze minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van die wet.

  • 2. Onze minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 302) en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het accreditatieorgaan.

Titel 2. Wet van 6 juni 2002 (Stb. 303)

Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 18.6. Beëindiging mogelijkheid tot instelling van nieuwe ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs

Onverminderd artikel 18.15, tweede lid, kunnen met ingang van 1 september 2002 aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit geen nieuwe opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, meer worden ingesteld.

Paragraaf 2. Instelling en registratie van bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs; tijdelijke handhaving van opleidingen in afbouw
Artikel 18.7. Instelling van bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
  • 1. Met ingang van het studiejaar 2002–2003 kan aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit onderwijs worden verzorgd in bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a, en in masteropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder b.

  • 2. Indien het instellingsbestuur van een instelling als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, is geregistreerd, in een bepaald studiejaar voornemens is de bachelor-masterstructuur in te voeren, stelt hij een bacheloropleiding in en zonodig een of meer daarop aansluitende masteropleidingen. Het aantal in te stellen masteropleidingen is gelijk aan ten hoogste het aantal afstudeerrichtingen dat op 31 augustus 2002 in de onderwijs- en examenregeling van de opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in de eerste volzin, was beschreven. De in te stellen bachelor- en masteropleidingen zijn samengesteld uit programmaonderdelen die in het studiejaar voorafgaand aan de instelling van die opleidingen door de instelling werden verzorgd.

  • 3. Artikel 7.4a, zevende lid, blijft ten aanzien van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.13, derde lid, op het moment van instelling van die opleiding buiten toepassing. De eerste volzin is niet van toepassing op een masteropleiding die een voortzetting vormt van een opleiding ten aanzien waarvan het instellingsbestuur uiterlijk op 1 september 2001 met toepassing van artikel 7.4, zevende lid, zoals die bepaling op die datum luidde, heeft bepaald dat de desbetreffende opleiding een grotere studielast had dan 168 studiepunten.

  • 4. De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt met ingang van het tijdstip, vastgesteld bij het in artikel 18.15, eerste lid, bedoelde koninklijk besluit.

  • 5. De artikelen 6.2 tot en met 6.14 zijn niet van toepassing op de instelling van de in dit artikel bedoelde bachelor- en masteropleidingen.

Artikel 18.8. Instelling van brede bacheloropleidingen
  • 1. In het studiejaar 2002–2003, het studiejaar 2003–2004 of het studiejaar 2004–2005 kan het instellingsbestuur van een bekostigde of aangewezen universiteit dat voornemens is met betrekking tot een of meer opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs de bachelor-masterstructuur in te voeren, naast de bacheloropleidingen een of meer bacheloropleidingen instellen, waarvan de programmaonderdelen tot het gebied van meer dan een opleiding of meer dan een faculteit behoren.

  • 2. Artikel 18.7, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18.9. Instelling van masteropleidingen tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad
  • 1. Het instellingsbestuur van een bekostigde of aangewezen universiteit dat met betrekking tot een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs waaraan een afstudeerrichting is verbonden als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, onder b, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, voornemens is de bachelor-masterstructuur in te voeren, is bevoegd in een bepaald studiejaar in plaats van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 18.7, tweede lid, een opleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, eerste volzin, in te stellen.

  • 2. Het instellingsbestuur van een universiteit waaraan een opleiding als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, onder a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, is verbonden, is bevoegd in een bepaald studiejaar een opleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, eerste volzin, in te stellen.

  • 3. Artikel 18.7, derde tot en met vijfde lid, is van toepassing.

Artikel 18.10. Instemmingsbevoegdheid invoeringsdatum bachelor-masterstructuur
  • 1. Het instellingsbestuur van een universiteit of het college van bestuur van de Open Universiteit behoeft de voorafgaande instemming van de faculteitsraad of de studentenraad, bedoeld in artikel 11.13, voor een door het instellingsbestuur of het college van bestuur te nemen besluit met betrekking tot de datum van gehele of gedeeltelijke invoering van de bachelor-masterstructuur voor een faculteit of de Open Universiteit.

  • 2. De faculteitsraad of de studentenraad bericht het instellingsbestuur van een universiteit of het college van bestuur van de Open Universiteit binnen zes weken na het verzoek om instemming of hij al dan niet instemt met het voorgenomen besluit van het instellingsbestuur of het college van bestuur.

  • 3. Indien het instellingsbestuur van een universiteit de vereiste instemming niet verwerft en hij zijn voorgenomen besluit wenst te handhaven, legt dat bestuur het geschil onverwijld voor aan de commissie voor geschillen, bedoeld in artikel 9.39. De artikelen 9.40, vijfde lid, en 9.41 zijn van overeenkomstige toepassing. De commissie voor geschillen doet een uitspraak binnen uiterlijk vier weken, nadat het geschil door het instellingsbestuur aan de commissie is voorgelegd.

  • 4. Indien het college van bestuur van de Open Universiteit de vereiste instemming niet verwerft en hij zijn voorgenomen besluit wenst te handhaven, legt hij het geschil onverwijld voor aan de raad van toezicht van die instelling. Artikel 11.16, tweede lid, is van toepassing. De raad van toezicht neemt een besluit binnen uiterlijk vier weken, nadat het geschil door het college van bestuur aan de raad is voorgelegd.

  • 5. Indien 1 september 2002 geldt als de voorgenomen datum van invoering van de bachelor-masterstructuur, wordt het verzoek om instemming als bedoeld in het eerste lid voor 25 juni 2002 door het instellingsbestuur van een universiteit bij de faculteitsraad of door het college van bestuur van de Open Universiteit bij de studentenraad ingediend. In afwijking van het tweede lid wordt de mededeling, bedoeld in die volzin, binnen drie weken gedaan. In afwijking van het derde lid doet de commissie voor geschillen binnen twee weken een uitspraak. In afwijking van het vierde lid neemt de raad van toezicht van de Open Universiteit binnen twee weken een besluit.

  • 6. Dit artikel is voor het studiejaar 2002–2003 niet van toepassing, indien het Staatsblad waarin de wet van 6 juni 2002 tot wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs wordt geplaatst, niet is uitgegeven voor 21 juni 2002.

  • 7. Indien de universiteitsraad van een universiteit reeds betrokken is geweest bij de voorbereiding van de gehele of gedeeltelijke invoering van de bachelor-masterstructuur in die universiteit, kan het instellingsbestuur, in afwijking van het eerste lid, met betrekking tot een besluit als bedoeld in het eerste lid in plaats van de faculteitsraad de universiteitsraad om instemming als bedoeld in dat lid verzoeken. In het geval dat de eerste volzin toepassing heeft gevonden, wordt in het eerste, tweede, derde en vijfde lid «faculteitsraad» vervangen door: universiteitsraad.

Artikel 18.11. Registratieprocedure voor het studiejaar 2002–2003; bekendmaking van het CROHO invoering bachelor-masterstructuur
  • 1. Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 18.7, artikel 18.8 of artikel 18.9 dat een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een of meer daarop aansluitende masteropleidingen met het oog op de verzorging van dat onderwijs met ingang van het studiejaar 2002–2003 heeft ingesteld, meldt die opleiding of die opleidingen uiterlijk op 1 augustus 2002 aan bij de Informatie Beheer Groep voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs. Bij de aanmelding verstrekt het instellingsbestuur de gegevens, bedoeld in artikel 6.14, tweede lid, met uitzondering van het accreditatierapport, bedoeld in artikel 5a.10, en het voornemen, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, of het besluit, bedoeld in artikel 6.2, derde lid.

  • 2. De Informatie Beheer Groep registreert de opleidingen overeenkomstig de door het instellingsbestuur verstrekte gegevens in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003. Onverminderd artikel 6.13, vierde lid, bevat het register van elke opleiding het tijdstip waarop voor het eerst inschrijving voor de opleiding mogelijk is.

  • 3. Indien de gegevens niet volledig zijn, stelt de Informatie Beheer Groep het instellingsbestuur in de gelegenheid om uiterlijk 15 augustus 2002 te voorzien in de ontbrekende gegevens.

  • 4. De Informatie Beheer Groep weigert registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs uitsluitend, indien hij de gegevens uiterlijk 15 augustus 2002 niet of niet volledig heeft ontvangen. De Informatie Beheer Groep stelt het instellingsbestuur zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit houdende weigering van de registratie.

  • 5. De Informatie Beheer Groep maakt voor 1 september 2002 het Centraal register opleidingen hoger onderwijs in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur bekend. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 18.12. Registratieprocedure voor het studiejaar 2003–2004; bekendmaking van wijzigingen in het CROHO 2003–2004
  • 1. Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 18.7, artikel 18.8 of artikel 18.9 dat een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een of meer daarop aansluitende masteropleidingen met het oog op de verzorging van dat onderwijs met ingang van het studiejaar 2003–2004 heeft ingesteld, meldt die opleiding of die opleidingen uiterlijk op 28 februari 2003 aan bij de Informatie Beheer Groep voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs. Bij de aanmelding verstrekt het instellingsbestuur de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid.

  • 2. Artikel 18.11, tweede lid, is van toepassing met dien verstande dat de registratie betrekking heeft op het studiejaar 2003–2004.

  • 3. Artikel 18.11, derde en vierde lid, is van toepassing met dien verstande dat het uiterste tijdstip 31 mei 2003 is.

  • 4. De Informatie Beheer Groep maakt voor 1 juli 2003 met betrekking tot het Centraal register opleidingen hoger onderwijs de volgende wijzigingen bekend:

    a. de uit het tweede lid voortvloeiende wijzigingen, en

    b. de verschillen tussen het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003, en het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2003–2004 zoals bekendgemaakt voor 1 juli 2002.

    Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 18.13. Registratieprocedure voor het studiejaar 2004–2005 en latere studiejaren
  • 1. Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 18.7, artikel 18.8 of artikel 18.9 dat een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een of meer daarop aansluitende masteropleidingen met het oog op de verzorging van dat onderwijs met ingang van het studiejaar 2004–2005 of een later studiejaar heeft ingesteld, meldt die opleiding of die opleidingen aan bij de Informatie Beheer Groep voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs. Bij de aanmelding verstrekt het instellingsbestuur de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid.

  • 2. Artikel 18.11, tweede lid, is van toepassing met dien verstande dat de registratie betrekking heeft op het studiejaar 2004–2005 of op het desbetreffende latere studiejaar.

  • 3. Artikel 6.14, vierde lid, eerste en tweede volzin, en vijfde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18.14. Opleidingen in afbouw
  • 1. Indien het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 18.7 of artikel 18.9 toepassing heeft gegeven aan het tweede lid van die artikelen, houdt hij de opleiding in het wetenschappelijk onderwijs in stand tot een zodanig tijdstip dat de voor de opleiding ingeschreven studenten en extraneï de opleiding aan dezelfde instelling of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.

  • 2. Met ingang van het in artikel 18.7, tweede lid, bedoelde studiejaar worden geen studenten of extraneï voor de eerste maal voor de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding in het wetenschappelijk onderwijs ingeschreven.

  • 3. Op een in dit artikel bedoelde opleiding en de daarvoor ingeschreven studenten en extraneï blijven de voorschriften van deze wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zoals die op 31 augustus 2002 luidden, van toepassing.

  • 4. In afwijking van het derde lid zijn met betrekking tot het toezicht op een in dat lid bedoelde opleiding de voorschriften van de Wet op het onderwijstoezicht van toepassing.

Paragraaf 3. Ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Artikel 18.15. Voortzetting van bestaande ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
  • 1. Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit opleidingen als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Het tijdstip, vastgesteld bij het in de eerste volzin bedoelde koninklijk besluit, is 1 september van enig jaar. Het koninklijk besluit wordt vastgesteld en bekendgemaakt voor 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het tijdstip, vastgesteld bij dat besluit.

  • 2. Onder de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen de opleidingen die zijn ingesteld en geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dan wel tijdig voor registratie in dat register zijn aangemeld.

  • 3. Met ingang van het tijdstip, vastgesteld bij het in het eerste lid bedoelde koninklijk besluit, worden geen studenten of extraneï voor de eerste maal voor de propedeutische fase van een opleiding als bedoeld in dit artikel ingeschreven.

Artikel 18.16. Voortzetting van bestaande universitaire lerarenopleidingen
  • 1. Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit universitaire eerstegraadslerarenopleidingen als bedoeld in artikel 7.4, vierde lid, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Artikel 18.15, eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing.

  • 2. Artikel 18.15, tweede en derde lid, is van toepassing.

Artikel 18.17. Gevolgen beëindiging van de ongedeelde opleidingenstructuur

Indien het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 18.15 of artikel 18.16, tot stand is gekomen, bepaalt Onze minister voor elke opleiding als bedoeld in genoemd artikellid of voor een groep van die opleidingen, met ingang van welk tijdstip de rechten, bedoeld in de artikelen 1.9 en 1.12, vervallen. Dat tijdstip wordt zodanig bepaald dat de voor de opleiding ingeschreven studenten en extraneï de opleiding aan dezelfde instelling of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.

Artikel 18.18. Toepasselijke voorschriften; aanvullende voorschriften
  • 1. Op de in artikel 18.15 of artikel 18.16 bedoelde opleidingen en de daarvoor ingeschreven studenten en extraneï blijven de voorschriften van deze wet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zoals die op 31 augustus 2002 luidden, van toepassing.

  • 2. De studielast van de volgende opleidingen, bedoeld in artikel 18.15, bedraagt 300 studiepunten:

    a. life science and technology aan de openbare universiteit te Delft,

    b. telematica aan de openbare universiteit te Enschede, en

    c. voeding en gezondheid aan de openbare universiteit te Wageningen.

  • 3. In afwijking van het eerste lid zijn met betrekking tot het toezicht op de in dat lid bedoelde opleidingen de voorschriften van de Wet op het onderwijstoezicht van toepassing.

Paragraaf 4. Omzetting van rechtswege en registratie van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs; tijdelijke handhaving van voortgezette opleidingen
Artikel 18.19. Omzetting van rechtswege van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs
  • 1. De opleidingen in het hoger beroepsonderwijs waarvan de studielast op 31 augustus 2002 168 studiepunten bedroeg, zijn met ingang van 1 september 2002 bacheloropleidingen als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a.

  • 2. Onder de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen de opleidingen die zijn ingesteld en geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dan wel tijdig voor registratie in dat register zijn aangemeld.

Artikel 18.20. Voortzetting van bestaande voortgezette opleidingen in het hoger beroepsonderwijs
  • 1. Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde hogeschool opleidingen in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die hogeschool zijn verbonden. Artikel 18.15, eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing.

  • 2. Artikel 18.15, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Het in het eerste lid bedoelde tijdstip kan voor de onderscheiden opleidingen verschillend worden bepaald. Indien toepassing wordt gegeven aan de eerste volzin, wordt dat besluit niet eerder genomen dan nadat voor de desbetreffende opleiding een besluit als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, is genomen, waarbij een masteropleiding is aangemerkt die een voortzetting vormt van eerstbedoelde opleiding.

  • 4. Indien een besluit als bedoeld artikel 7.3a, tweede lid, betrekking heeft op een masteropleiding die een voortzetting vormt van een opleiding als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, bedraagt de studielast van die opleiding het aantal studiepunten, genoemd in die artikelleden, vermenigvuldigd met de factor 1,43. De uitkomst daarvan wordt voorzover nodig rekenkundig afgerond.

Artikel 18.21. Gevolgen beëindiging van opleidingen; toepasselijke voorschriften

De artikelen 18.17 en 18.18 zijn van overeenkomstige toepassing op de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, en de daarvoor ingeschreven studenten en extraneï.

Artikel 18.22. Registratieprocedure; bekendmaking van wijzigingen in het CROHO 2002–2003
  • 1. De Informatie Beheer Groep registreert de opleidingen, bedoeld in artikel 18.19, in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003.

  • 2. De Informatie Beheer Groep beëindigt de registratie van de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs met uitzondering van de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, eerste lid, met ingang van 1 september 2002.

  • 3. De Informatie Beheer Groep maakt de uit het eerste en tweede lid voortvloeiende wijzigingen bekend in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 18.11, vijfde lid.

Paragraaf 5. Invoering studiepuntensysteem «nieuwe stijl»
Artikel 18.23. Invoering studiepunten «nieuwe stijl» voor bachelor- en masteropleidingen en gehandhaafde opleidingen
  • 1. Indien voor een bepaald studiejaar met betrekking tot een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs toepassing is gegeven aan artikel 18.7, artikel 18.8 of artikel 18.9, wordt voor de desbetreffende bacheloropleiding of masteropleiding de studielast van die opleidingen met ingang van dat studiejaar uitgedrukt in studiepunten overeenkomstig artikel 7.4a.

  • 2. Met betrekking tot de bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs en de masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder b, wordt de studielast van die opleidingen met ingang van het studiejaar 2002–2003 uitgedrukt in studiepunten overeenkomstig artikel 7.4b.

  • 3. Met betrekking tot de opleidingen, bedoeld in artikel 18.14, de opleidingen, bedoeld in artikel 18.15, en de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, wordt de studielast van die opleidingen met ingang van het studiejaar 2002–2003 uitgedrukt in studiepunten overeenkomstig artikel 7.4, tweede tot en met zesde lid, zoals die artikelleden luidden op 31 augustus 2002, vermenigvuldigd met de factor 1,43. De uitkomst daarvan wordt voorzover nodig rekenkundig afgerond.

Artikel 18.24. Wijziging onderwijs- en examenregeling

Het instellingsbestuur wijzigt voor 1 september 2004 van de onderwijs- en examenregeling het onderdeel, bedoeld in artikel 7.13, tweede lid, onder e.

Artikel 18.25. Omrekenfactor voor omzetting studiepunten; afronding
  • 1. De omrekenfactor voor de omzetting van studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, zoals dat artikel luidde op 31 augustus 2002, in studiepunten als bedoeld in de artikelen 7.4a en 7.4b is het getal 1,43.

  • 2. De uitkomst van de omzetting van studiepunten wordt rekenkundig afgerond op een decimaal achter de komma.

Artikel 18.26. Omzetting studiepunten

Het instellingsbestuur deelt een student of extraneus desgevraagd mee het aantal studiepunten, bedoeld in de artikelen 7.4a en 7.4b, dat hij tot en met 31 augustus 2002 heeft behaald. Het instellingsbestuur waarborgt daarbij dat de rechten die een student of extraneus kan ontlenen aan de voor 1 september 2002 behaalde studiepunten, door deze omrekening niet minder kunnen worden.

Paragraaf 6. Overgangsrecht accreditatieplicht
Artikel 18.27. Overgangsrecht accreditatieplicht voor bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs

Aan de bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a, en de masteropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder b, die met ingang van enig studiejaar worden verzorgd en in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn opgenomen, is accreditatie verbonden als bedoeld in artikel 5a.9 tot en met 31 december 2007.

Artikel 18.28. Overgangsrecht accreditatieplicht voor ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
  • 1. Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.15, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005.

  • 2. Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.15, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden:

    a. na 31 december 1999 en voor 1 januari 2004, of

    b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant.

  • 3. Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.15, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn gestart met ingang van het studiejaar 2000–2001 of het studiejaar 2001–2002, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar zes jaar na de start van de opleiding.

Artikel 18.29. Overgangsrecht accreditatieplicht voor bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs
  • 1. Aan de bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005.

  • 2. Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden:

    a. na 31 december 1999 en voor 1 januari 2004, of

    b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant.

  • 3. Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2003–2004, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar zes jaar na de start van de opleiding.

Artikel 18.30. Overgangsrecht accreditatieplicht voor voortgezette opleidingen in het hoger beroepsonderwijs
  • 1. Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005.

  • 2. Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden:

    a. na 31 december 1999 en voor 1 januari 2004, of

    b. na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant.

  • 3. Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2003–2004, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar zes jaar na de start van de opleiding.

Artikel 18.31. Overgangsrecht bevoegdheden minister voor opleidingen waaraan accreditatie ingevolge de wet is verbonden

Op opleidingen waaraan op grond van de artikelen 18.27, 18.28, 18.29 of 18.30, accreditatie is verbonden, zijn van overeenkomstige toepassing de artikelen 6.5, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b en c, 6.6, eerste lid, en 6.10, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b, zoals die artikelen van toepassing waren op 25 september 2003.

Artikel 18.32. Overgansrecht accreditatieplicht voor internationale opleidingen
  • 1. Aan de door Onze minister aan te wijzen masteropleidingen, bedoeld in artikel 7.3b, verbonden aan de hieronder vermelde instellingen, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2007:

    a. International Institute for Infrastructural Hydraulic and Environmental Engineering te Delft,

    b. Institute for Housing and Urban Development Studies te Rotterdam,

    c. Internationaal Instituut voor Lucht- en Ruimtekaartering en Aardkunde te Enschede,

    d. Maastricht School of Management te Maastricht, en

    e. Internationaal Instituut voor Sociale Studiën te ’s-Gravenhage.

  • 2. Artikel 18.12, eerste, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 7. Overig invoerings- en overgangsrecht
Artikel 18.33. Afwijzing na bindend studieadvies

Voor de toepassing van artikel 7.8b, vijfde lid, tweede volzin, wordt onder bacheloropleiding mede begrepen de daarmee overeenkomende opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 18.14 of artikel 18.15.

Artikel 18.34. Overgangsrecht graadverlening aan afgestudeerden van internationale opleidingen
  • 1. Onverminderd artikel 7.10a, derde lid, kan het bestuur van de rechtspersoon die een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 18.31, eerste lid, verzorgt, afhankelijk van het vakgebied waarin het afsluitend examen van die masteropleiding is afgelegd, aan de verleende graad toevoegen «of Arts» dan wel «of Science».

  • 2. Artikel 7.19a is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18.35. Overgangsrecht graadverlening aan afgestudeerden van universitaire lerarenopleidingen
  • 1. Voor de toepassing van artikel 7.10a wordt een opleiding als bedoeld in artikel 18.16 aangemerkt als een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs.

  • 2. Artikel 7.19a is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18.36. Eerste onderwijs- en examenregeling bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
  • 1. Het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 18.7, artikel 18.8 of artikel 18.9 stelt uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het studiejaar waarin het onderwijs in de opleiding, bedoeld in een van die artikelen, voor het eerst wordt verzorgd, de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13, voor die opleiding vast.

  • 2. Voor het studiejaar 2002–2003 is het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 15 augustus 2002.

Artikel 18.37. Toegang tot de promotie voor bezitters van een getuigschrift «oude stijl»

Degene die op of voor 31 augustus 2002 voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a, zoals die bepaling luidde op 31 augustus 2002, wordt gelijkgesteld aan degene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a.

Artikel 18.38. Vrijstelling op grond van een kandidaatsgetuigschrift

De bezitter van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd kandidaats- of afsluitend examen aan een instelling voor hoger onderwijs is vrijgesteld van de vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 7.24, eerste of tweede lid, onverminderd het derde en vierde lid van dat artikel.

Artikel 18.39. Handhaving van de titel kandidaat
  • 1. Degenen die op grond van artikel 7.20a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, gerechtigd waren tot het voeren van de titel kandidaat, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig dat artikel.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degenen die na 31 augustus 2002 met goed gevolg het kandidaatsexamen van een opleiding als bedoeld in artikel 18.14 of van een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 hebben afgelegd.

Artikel 18.40. Handhaving titel Bachelor voor afgestudeerden hbo «nieuwe stijl»

Degene die voorafgaand aan het studiejaar 2002–2003 een aanvang heeft gemaakt met een opleiding in het hoger beroepsonderwijs en aan wie na 31 augustus 2002 doch voor 1 september 2006 op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs de graad Bachelor is verleend, is tevens gerechtigd tot het voeren van de titel Bachelor overeenkomstig artikel 7.21, tweede en derde lid, zoals die bepalingen op 31 augustus 2002 luidden.

Artikel 18.41. Aanmelding voor opleidingen «oude stijl»
  • 1. Indien ten behoeve van een bepaald studiejaar toepassing is gegeven aan artikel 18.7, tweede lid, wordt de aanmelding overeenkomstig artikel 7.37, derde lid, met het oog op de inschrijving voor dat studiejaar voor een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, aangemerkt als aanmelding voor de overeenkomstige bacheloropleiding, bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a.

  • 2. De aanmelding overeenkomstig artikel 7.37, derde lid, met het oog op de inschrijving voor het studiejaar 2002–2003 voor een opleiding in het hoger beroepsonderwijs, wordt aangemerkt als aanmelding voor de overeenkomstige bacheloropleiding, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a.

Artikel 18.42. Beperking inschrijving voor opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs

Voor de toepassing van de paragrafen 4 en 4a van titel 3 van hoofdstuk 7 wordt onder bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs mede begrepen een opleiding als bedoeld in artikel 18.15.

Artikel 18.43. Opleidingscommissie

De opleidingscommissies, bedoeld in de artikelen 9.18 en 10.3c, zoals die artikelen op 31 augustus 2002 luidden, en in artikel 11.11, zijn mede ingesteld voor de overeenkomstige opleidingen, bedoeld in de artikelen 18.14 en 18.15.

Paragraaf 8. Overige bepalingen
Artikel 18.44. Bezwaar en beroep

Ten aanzien van de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift dat gericht is tegen een besluit dat voor 1 september 2002 is bekendgemaakt, blijft het recht zoals het gold voor die dag van toepassing.

Artikel 18.45. Evaluatie

Onze minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002, houdende wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van die wet.

Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)

Artikel 18.46. Overgangsbepaling bezwaar en beroep

Op bezwaar en beroep tegen een besluit als bedoeld in artikel 6.16, zoals dat artikel luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, voorzover ingesteld voor dat tijdstip, blijven de op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 12 september 2002 (Stb. 493) geldende voorschriften van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

Titel 4. Wet van 30 januari 2003 (Stb. 70)

Artikel 18.47. Overgangsrecht aanvragen adviescommissie onderwijsaanbod

Aanvragen om een oordeel als bedoeld in artikel 6.3, zoals dat artikel luidde voor inwerkingtreding van de wet van 30 januari 2003 (Stb. 70), die voor 12 september 2002 zijn ingediend bij de adviescommissie onderwijsaanbod en die nog niet voor 12 september 2002 zijn afgehandeld, worden geacht te zijn ingediend bij het accreditatieorgaan.

Titel 5. Wet van 3 april 2003 (Stb. 188)

Artikel 18.48. Eerste toepassing artikel 2.2a op het instellingsplan van de KNAW en de KB

Artikel 2.2a wordt voor het eerst toegepast op het instellingsplan dat het instellingsbestuur van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen onderscheidenlijk het instellingsbestuur van de Koninklijke Bibliotheek vaststelt in het jaar 2006.

Artikel 18.49. Overgangsregeling geschillen

Op geschillen betreffende de vaststelling van de rijksbijdrage op grond van artikel 16.26, vierde lid, die tijdig aanhangig zijn of worden gemaakt, blijven de op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften van toepassing.

Titel 6. Wet van 2 juli 2003 (Stb. 287)

Artikel 18.50. Aanmelding en registratie bacheloropleiding klinische technologie in het CROHO 2003–2004
  • 1. Indien het instellingsbestuur van de openbare universiteit te Enschede voornemens is in het studiejaar 2003–2004 de bacheloropleiding klinische technologie te verzorgen, kan hij die opleiding tot 20 augustus 2003 aanmelden voor registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs dat betrekking heeft op het studiejaar 2003–2004.

  • 2. Indien het instellingsbestuur de opleiding, bedoeld in het eerste lid, voor registratie heeft aangemeld, registreert de Informatie Beheer Groep deze opleiding overeenkomstig de door het instellingsbestuur verstrekte gegevens.

  • 3. Indien de gegevens niet volledig zijn, stelt de Informatie Beheer Groep het instellingsbestuur in de gelegenheid om uiterlijk 27 augustus 2003 te voorzien in de ontbrekende gegevens.

  • 4. De Informatie Beheer Groep weigert registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs uitsluitend, indien hij de gegevens uiterlijk 27 augustus 2003 niet of niet volledig heeft ontvangen. De Informatie Beheer Groep stelt het instellingsbestuur zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit houdende weigering van de registratie.

Artikel 18.51. Accreditatie van rechtswege

Indien de bacheloropleiding klinische technologie met toepassing van artikel 18.50 is geregistreerd, is aan die opleiding accreditatie verleend tot en met 31 augustus 2007.

Artikel 18.52. Beperking eerste inschrijving studiejaar 2003–2004 voor de bacheloropleiding klinische technologie o.g.v. de beschikbare onderwijscapaciteit

Indien het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 18.50, met toepassing van artikel 7.53 besluit tot beperking van de eerste inschrijving voor het studiejaar 2003–2004 voor de propedeutische fase van de bacheloropleiding klinische technologie aan die universiteit, bedraagt het aantal personen dat ten hoogste kan worden ingeschreven 50.

Titel 7. Wet van 24 juni 2004 (Stb. 321)

Artikel 18.53. Overgangsrecht vestigingsplaats opleiding
  • 1. De gemeente waar een in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, opgenomen opleiding op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 24 juni 2004 (Stb. 321) blijkens dat register wordt verzorgd, is de gemeente waar die opleiding op de datum van inwerkingtreding van die wet is gevestigd.

  • 2. Indien ten aanzien van een opleiding toepassing is gegeven aan artikel 7.17, tweede lid, zoals die bepaling luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 24 juni 2004 (Stb. 321), is de desbetreffende gemeente eveneens een gemeente waar die opleiding is gevestigd, voorzover die gemeente op die dag in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs is vermeld.

Artikel 18.54. Overgangsbepaling verzoek om toestemming

Op de verzoeken om toestemming als bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, zoals die bepaling luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, die voor dat tijdstip zijn ingediend, blijven de op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften van toepassing.

HOOFDSTUK 19. SLOTBEPALINGEN

Artikel 19.1. Evaluatie

Onze minister brengt vijf jaren na de inwerkingtreding van deze wet verslag uit over de werking ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal.

Artikel 19.2. Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Artikel 19.3. Citeertitel

Deze wet kan worden aangehaald als «Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek».