Wet van 23 februari 2004 tot wijziging van de Wet privatisering ABP in verband met de beëindiging van het zijn van overheidswerknemer van werknemers in dienst van SLOA-instellingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat werknemers in dienst van SLOA-instelllingen niet langer overheidswerknemer zijn;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet privatisering ABP1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 2, eerste lid, wordt van onderdeel c1 de aanduiding «c1» vervangen door: c.

2. Artikel 2, eerste lid, onderdeel c2, vervalt.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 23 februari 2004

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes

Uitgegeven de elfde maart 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Stb. 1994, 302, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2004, Stb. 62.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2002/2003, 2003/2004, 29 009.

Handelingen II 2003/2004, blz. 2957.

Kamerstukken I 2003/2004, 29 009 (A).

Handelingen I 2003/2004, zie vergadering d.d. 17 februari 2004.

Naar boven