Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 2004, 657Wet

Wet van 16 december 2004, houdende wijziging van belastingwetten in verband met noodzakelijk onderhoud

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in een aantal belastingwetten bijstellingen alsmede technische en redactionele verbeteringen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1.7, tweede lid, wordt na onderdeel c, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

d. een pensioenregeling van een internationale organisatie.

B

Artikel 2.17 wordt als gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel wordt geacht bij de belastingplichtige en zijn partner voor de helft op te komen en een bestanddeel van de rendementsgrondslag wordt geacht bij de belastingplichtige en zijn partner voor de helft tot hun bezit te behoren voorzover zij daarvoor geen onderlinge verhouding hebben gekozen.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. De voor een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel of bestanddeel van de rendementsgrondslag dan wel gedeelte daarvan tot stand gekomen onderlinge verhouding kan door de belastingplichtige en zijn partner gezamenlijk worden gewijzigd tot het moment waarop de aanslag, navorderingsaanslag, conserverende aanslag of conserverende navorderingsaanslag van een van hen waarin het desbetreffende bestanddeel of gedeelte daarvan is begrepen, onherroepelijk vaststaat.

C

In artikel 3.77, vierde lid, eerste volzin, wordt «€ 6485» vervangen door: € 13 068.

D

Aan artikel 3.82 wordt na onderdeel c, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

d. uitkeringen op grond van een pensioenregeling van een internationale organisatie, behoudens voorzover aannemelijk is dat over de aanspraken ingevolge die pensioenregeling een heffing naar het inkomen heeft plaatsgevonden die naar aard en strekking overeenkomt met de loonbelasting of de inkomstenbelasting.

E

In artikel 3.101, eerste lid, onderdeel c, wordt «van de belastingplichtige» vervangen door: van de schuldenaar.

F

Artikel 3.104 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel h worden, onder verlettering van de onderdeelaanduiding i tot k, twee onderdelen ingevoegd, luidende:

i. uitkeringen krachtens artikel 1p, eerste lid, onderdeel d, van de Ziekenfondswet ten behoeve van het inkopen van zorg als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

j. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met uitkeringen als bedoeld in de onderdelen a tot en met i;.

2. In het tot onderdeel k verletterde onderdeel i wordt «onderdelen a tot en met h» vervangen door: onderdelen a tot en met j.

G

Artikel 3.116 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «schulden die zijn aangegaan ter verwerving van een eigen woning» vervangen door: de eigenwoningschuld.

2. In het tweede lid, aanhef, wordt «gemeenschappelijke» vervangen door «gezamenlijke». Voorts wordt in onderdeel a «schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning» vervangen door «de eigenwoningschuld». Ten slotte vervalt in onderdeel c: van de verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Een kapitaalverzekering eigen woning wordt geacht geheel tot uitkering te zijn gekomen bij de verzekeringnemer of, in geval van onherroepelijke begunstiging, bij de begunstigde, indien:

    a. de verzekering niet meer voldoet aan de voorwaarden van het tweede lid;

    b. de verzekering wordt afgekocht, behoudens voorzover sprake is van omzetting als bedoeld in artikel 3 119;

    c. de verzekering wordt vervreemd, behoudens voorzover de verzekering in het kader van het aangaan of beëindigen van een huwelijk of van een duurzame gezamenlijke huishouding wordt omgezet in een of meer andere soortgelijke verzekeringen voor een of beide echtgenoten of voormalige echtgenoten of voor een of beide personen die bedoelde gezamenlijke huishouding voeren of hebben gevoerd;

    d. de verzekering wordt ingebracht in het vermogen van een onderneming;

    e. de verzekering gedeeltelijk tot uitkering komt dan wel, indien de verzekering recht geeft op eenmalige uitkeringen bij leven of overlijden van meer dan een verzekerde, per verzekerde gedeeltelijk tot uitkering komt;

    f. niet ten minste 15 jaar, of tot het overlijden van de verzekerde, jaarlijks premies ter zake van de verzekering worden voldaan dan wel de hoogste premie meer bedraagt dan het tienvoud van de laagste premie; of

    g. de verzekering een looptijd van 30 jaar heeft overschreden.

    De hoogte van de uitkering wordt voor de toepassing van de eerste volzin gesteld op de waarde in het economische verkeer van de verzekering.

H

Artikel 3.118 wordt als gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning» vervangen door: de eigenwoningschuld.

2. In het vierde lid wordt «het nog niet afgeloste bedrag van de schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning» vervangen door «het bedrag van de eigenwoningschuld».

Voorts wordt «het bedrag van de schulden» vervangen door: het bedrag van de eigenwoningschuld.

I

In artikel 3.119 wordt «Indien» vervangen door: Voorzover.

J

Vervallen.

K

In het opschrift van artikel 3.123 wordt «Schulden» vervangen door: Kosten.

L

Aan artikel 3.124 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. bijdragen ingevolge artikel 66a, derde lid, Algemene nabestaandenwet.

M

In artikel 5.4 wordt na het vierde lid, onder vernummering van het vijfde lid tot zesde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 5. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ingeval:

    a. een natuurlijk persoon bij plaatsvervulling tot de nalatenschap van de in het eerste lid bedoelde overleden ouder is geroepen;

    b. een reeds bestaande geldvordering als bedoeld in het eerste lid dan wel een goed waarop een vruchtgebruik rust als bedoeld in het tweede lid is verkregen krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht door een bloed- of aanverwant in de rechte neergaande lijn van de in het eerste lid bedoelde overleden ouder of zijn als erfgenaam achtergelaten echtgenoot.

N

Aan artikel 6.1 wordt een lid toegevoegd luidende:

  • 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aanspraken op vergoedingen of tegemoetkomingen alsmede genoten of te genieten vergoedingen of tegemoetkomingen worden aangewezen die buiten beschouwing blijven bij de bepaling van de omvang van hetgeen op de belastingplichtige aan uitgaven drukt.

O

In artikel 6.20a, eerste lid, eerste volzin wordt «en hij» vervangen door: en hij al dan niet tezamen met zijn partner.

P

In artikel 6.22, eerste lid, eerste volzin, wordt «de belastingplichtige» vervangen door: de belastingplichtige al dan niet tezamen met zijn partner.

Pa

Aan artikel 7.5, eerste lid, eerste volzin toegevoegd, luidende:

Voor de toepassing van de eerste volzin is afdeling 4.2 van overeenkomstige toepassing.

Q

In artikel 10.5, eerste lid, wordt «een vijfhonderdste» vervangen door: vijfhonderdste.

ARTIKEL II

Vervallen.

ARTIKEL III

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 11, eerste lid, onderdeel p, wordt «€ 1415» vervangen door: € 1450.

B

In artikel 18b, tweede lid, wordt «per dienstjaar» vervangen door: per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar.

C

In artikel 18c, tweede lid, wordt «per dienstjaar» vervangen door: per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar.

D

In artikel 18d, tweede lid, vervalt de tweede volzin.

E

Artikel 19b wordt als volgt gewijzigd:

1. Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde, vijfde en zesde lid tot vijfde, zesde en zevende lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een in onderdeel b van dat lid bedoelde uitkering of afkoopsom wordt uitgekeerd met toepassing van artikel 8, achtste lid, of artikel 32, vijfde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet.

2. In het tot vijfde lid vernummerde vierde lid wordt aan het slot een volzin toegevoegd, luidende: De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de overgang van de verplichting ingevolge een pensioenregeling naar een pensioenfonds van een internationale organisatie in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking bij die organisatie in Nederland.

ARTIKEL IV

De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel h, onder 1°, wordt «, en» vervangen door een puntkomma.

2. In onderdeel h, onder 2°, wordt de puntkomma vervangen door: , en.

3. Aan onderdeel h wordt toegevoegd:

3°. een schip dat wordt gebruikt voor de sportvisserij;.

ARTIKEL V

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, vierde lid, vervalt «13f,».

B

Artikel 2, zevende lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel d komt te luiden:

d. De Koninklijke Nederlandse Munt N.V.;.

2. Na onderdeel j wordt ingevoegd:

k. ADC Archeologisch Diensten Centrum N.V.;.

C

In artikel 10a, vierde lid, onderdeel d, wordt «10d, 15ad» vervangen door: 10d, 13f, 15ad.

D

Artikel 13f komt te luiden:

Artikel 13f

  • 1. Indien een deelneming is verkregen van een verbonden lichaam en binnen 36 maanden na de verkrijging door de belastingplichtige is het lichaam waarin wordt deelgenomen ontbonden of heeft zijn onderneming geheel of voor een gedeelte gestaakt, wordt in afwijking van de artikelen 13d en 13e geen liquidatieverlies in aanmerking genomen.

  • 2. Het eerste lid vindt geen toepassing voorzover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het liquidatieverlies is toe te rekenen aan een waardedaling van de deelneming als gevolg van sedert de verkrijging nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

  • 3. Indien onmiddellijk of middellijk tot het vermogen van het ontbonden lichaam een deelneming heeft behoord waarop het eerste lid toepassing heeft gevonden, of zou hebben gevonden als het ontbonden lichaam in Nederland gevestigd zou zijn geweest, wordt voor de toepassing van de artikelen 13d en 13e het liquidatieverlies slechts in aanmerking genomen voorzover dit het verlies te boven gaat dat door de toepassing van het eerste lid buiten aanmerking is gebleven, of zou zijn gebleven als het ontbonden lichaam in Nederland gevestigd zou zijn geweest.

  • 4. De belastingplichtige die zekerheid wenst omtrent de vraag in hoeverre het tweede lid toepassing vindt, kan voorafgaand aan het tijdstip waarop het liquidatieverlies in aanmerking wordt genomen een verzoek indienen bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist.

E

In artikel 14a, negende lid, wordt «onderdeel b» vervangen door: onderdeel c.

F

In artikel 14b, zevende lid, wordt «onderdeel b» vervangen door: onderdeel c.

G

Artikel 15e, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Indien aannemelijk is dat op enig tijdstip het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd, gelden in afwijking in zoverre van artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001 de volgende regels:

    a. een ten tijde van die wijziging reeds gevormde herinvesteringsreserve wordt direct voorafgaande aan die wijziging aan de winst toegevoegd;

    b. na die wijziging kan een herinvesteringsreserve slechts worden gevormd ter zake van vervreemde bedrijfsmiddelen waarvan het besluit tot vervreemding is genomen na die wijziging.

    De eerste volzin is niet van toepassing indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat gedurende de laatste drie maanden voorafgaande aan de wijziging zijn bezittingen voor minder dan de helft hebben bestaan uit beleggingen.

Ga

Aan artikel 17 wordt een lid toevoegd luidende:

  • 4. Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel b, is afdeling 4.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing.

H

Artikel 17a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onder 1°, wordt de zinsnede «en de Nederlandse vennootschap hebben» vervangen door: heeft.

2. In het tweede lid, onder 3°, wordt na «in de lidstaat van vestiging onderworpen» een zinsnede ingevoegd, luidende:, zonder er van te zijn vrijgesteld,.

I

Artikel 31d wordt vervangen door:

Artikel 31d

  • 1. Indien de belastingplichtige ten gevolge van de wijziging met ingang van 1 januari 2004 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 met ingang van die datum bij de waardering van een pensioenverplichting moet overgaan op een ander waarderingsstelsel of op de hantering van een andere overlevingstafel of een andere leeftijdsterugstelling, wordt zolang de verplichting nog bestaat en de waarde van die verplichting ten gevolge van die wijziging uitkomt op een bedrag dat lager is dan de volgens het tweede lid gecorrigeerde waarde van de in aanmerking genomen waarde aan het einde van het laatste jaar waarin het oude stelsel of de eerder toegepaste overlevingstafel of leeftijdsterugstelling nog toepassing vond, de gecorrigeerde waarde in aanmerking genomen.

  • 2. De in aanmerking genomen waarde aan het einde van het laatste jaar waarin het oude stelsel of de eerder toegepaste overlevingstafel of leeftijdsterugstelling nog toepassing vond, wordt verlaagd met de sedert 1 januari 2004 gedane uitkeringen ingevolge de in het eerste lid bedoelde pensioenverplichting en met de sedert dat tijdstip aan derden betaalde premies of koopsommen voor zover die betrekking hebben op de pensioenverplichting.

J

Artikel 33b vervalt.

ARTIKEL VI

De Invorderingswet 1990 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 44b van de Invorderingswet 1990 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 19b, eerste of tweede lid, eerste volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964» vervangen door «artikel 19b, eerste of tweede lid, eerste volzin, of zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964». Voorts wordt «de aanspraak ingevolge een pensioenregeling tot loon wordt gerekend» vervangen door: de aanspraak ingevolge een pensioenregeling of de aanspraak op periodieke uitkeringen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964 tot het loon wordt gerekend.

2. In het tweede lid wordt «artikel 19b, eerste of tweede lid, eerste volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964» vervangen door: artikel 19b, eerste of tweede lid, eerste volzin, of zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.

ARTIKEL VII

De Wet van 18 oktober 2001 tot wijziging van enkele belastingwetten (herstel van enige onjuistheden), Stb 491, wordt als volgt gewijzigd:

A

In Artikel I, onderdeel R, tweede lid, wordt «vierde lid» vervangen door: vijfde lid.

B

Artikel XIII wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «artikel I, onderdelen R en S» vervangen door: artikel I, onderdeel S.

2. Na het derde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 4. In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdeel R, in werking op 1 januari 2004.

ARTIKEL VIII

De Wet van 18 december 2003, Stb. 526, houdende wijzigingen van enkele belastingwetten c.a. (Belastingplan 2004), wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel VI, onderdeel A, vervalt

B

Artikel VII, onderdeel Aa, vervalt

ARTIKEL VIIIa

Artikel 11, eerste lid, onderdeel p, van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dit onderdeel luidde op 31 december 2003, blijft van toepassing voor gevallen waarin het computers en bijbehorende apparatuur betreft die door de werknemer vóór de genoemde datum in gebruik zijn genomen of ter zake waarvan door de werknemer nog vóór dat tijdstip een verplichting tot aanschaffing is aangegaan.

ARTIKEL IX

  • 1. Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Artikel I, onderdelen A, D, E, L en Q, werkt terug tot en met 1 januari 2001.

  • 3. Artikel V, onderdelen E en F werkt terug tot en met 1 januari 2003.

  • 4. Artikel I, onderdelen C, K, N, O, en P, artikel V, onderdelen H, eerste lid, en artikel VII en artikel VIIIa werken terug tot en met 1 januari 2004.

  • 5. Artikel I, onderdelen B en M, werkt terug tot en met 1 januari 2005.

  • 6. Artikel III, onderdeel A, treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

's-Gravenhage, 16 december 2004

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,

J. G. Wijn

Uitgegeven de drieëntwintigste december 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner