Wet van 9 december 2004 tot wijziging van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (implementatie richtlijn nr. 2004/56/EG)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen aan te vullen in verband met richtlijn nr. 2004/56/EG van de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 77/799/EEG betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen, bepaalde accijnzen en heffingen op verzekeringspremies (PbEU L 127);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen wordt als volgt gewijzigd:

A

In de aanhef van artikel 2 wordt «Deze wet verstaat» vervangen door: Deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan.

B

In hoofdstuk II wordt na artikel 7 een nieuwe afdeling ingevoegd, luidende:

AFDELING 3a. NOTIFICATIE VAN STUKKEN

Artikel 7a
  • 1. Op verzoek van een bevoegde autoriteit van een lidstaat kan Onze Minister overgaan tot de notificatie van stukken.

  • 2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder de notificatie van stukken verstaan de uitreiking aan de geadresseerde in Nederland van een door een administratieve autoriteit van een lidstaat uitgevaardigd document, houdende een akte of beslissing, inzake de heffing van een belasting als bedoeld in artikel 1.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de notificatie van stukken en de behandeling van het verzoek daartoe.

C

Na artikel 8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8a

  • 1. Onze Minister kan na overleg met een of meer bevoegde autoriteiten overgaan tot een gelijktijdig onderzoek.

  • 2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een gelijktijdig onderzoek verstaan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, dat gelijktijdig wordt uitgevoerd met een onderzoek in een of meer andere staten.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende het gelijktijdige onderzoek en de behandeling van een voorstel daartoe.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van 31 december 2004. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 december 2004, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 31 december 2004.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

's-Gravenhage, 9 december 2004

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,

J. G. Wijn

Uitgegeven de drieëntwintigste december 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Naar boven