Besluit van 1 december 2004, houdende vaststelling van boetetarieven voor overtredingen van de Drank- en Horecawet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 oktober 2004, kenmerk VGB/GB 2495278, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Justitie;

Gelet op artikel 44b, eerste lid, van de Drank- en Horecawet;

De Raad van State gehoord (advies van 9 november 2004, nr. W13.04.0492/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 november 2004, VGP/GB 2535738, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Als bijlage bedoeld in artikel 44b, eerste lid, van de Drank- en Horecawet wordt vastgesteld de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel 2

Voor in de bijlage omschreven overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, bepaalt het in de kolommen I en II opgenomen bedrag de boete die opgelegd kan worden.

Artikel 3

  • 1. Het in kolom I van de bijlage genoemde bedrag geldt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op de dag waarop de overtreding is begaan minder dan vijftig werknemers telde.

  • 2. Het in kolom II van de bijlage genoemde bedrag geldt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op de dag waarop de overtreding is begaan vijftig of meer werknemers telde.

  • 3. Het in de kolommen I en II opgenomen bedrag van de boete wordt met 50% verhoogd indien aan de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend door Onze Minister een boete is opgelegd wegens overtreding van hetzelfde artikel van de Drank- en Horecawet en er nog geen twaalf maanden zijn verlopen sinds die eerdere boete onherroepelijk is geworden.

  • 4. Het in de kolommen I en II opgenomen bedrag van de boete wordt met 100% verhoogd indien aan de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend door Onze Minister twee maal of vaker een boete is opgelegd wegens overtreding van hetzelfde artikel van de Drank- en Horecawet en er nog geen twaalf maanden zijn verlopen sinds de eerste van die boetes onherroepelijk is geworden.

  • 5. De in het derde en in het vierde lid bedoelde verhogingen kunnen lager worden gesteld dan in de bijlage is bepaald, ingeval het bedrag van de boete op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog moet worden geacht.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 1 december 2004

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

J. F. Hoogervorst

Uitgegeven de zestiende december 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

BIJLAGE bij het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet

Overtreding

Boetebedrag (€)

 

I

II

Categorie A

Artikel 3 (als de vergunning nog niet is verleend)

Artikel 9, tweede lid

Artikel 20, zesde lid

Artikel 29, tweede lid

450

900

Categorie B

Artikel 12, eerste lid

Artikel 12, tweede lid

Artikel 14, eerste lid

Artikel 14, tweede lid

Artikel 15, eerste lid

Artikel 15, tweede lid

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18, derde lid

Artikel 19, eerste lid

Artikel 19, tweede lid

Artikel 20, vierde lid

Artikel 24, eerste lid

Artikel 24, tweede lid

680

1360

Categorie C

Artikel 3 (als vergunning niet is aangevraagd of is geweigerd)

Artikel 13, eerste lid

Artikel 13, tweede lid

Artikel 18, eerste lid

Artikel 20, eerste lid

Artikel 20, tweede lid

Artikel 20, derde lid

Artikel 22, eerste lid, onder a

Artikel 22, eerste lid, onder b

Artikel 22, tweede lid, onder a

Artikel 22, tweede lid, onder b

Artikel 25, eerste lid, onder a

Artikel 25, eerste lid, onder b

Artikel 25, tweede lid

Artikel 25, derde lid

900

1800

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Voorliggend besluit geeft uitvoering aan artikel 44b, eerste lid, van de Drank- en Horecawet. Ingevolge genoemde bepaling heeft deze algemene maatregel van bestuur een bijlage waarin de overtredingen van de Drank- en Horecawet zijn omschreven, met bij elk daarvan de aan de staat te betalen geldsom – de bestuurlijke boete – die bij overtreding kan worden opgelegd. Naar het voorbeeld van het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten is gekozen voor aanduiding van de overtredingen door middel van artikelnummers.

Hoewel de overtredingen waarop dit besluit betrekking heeft divers zijn, kan bij nadere beschouwing worden vastgesteld dat het gaat om overtredingen die in drie categorieën zijn onder te verdelen. Zo wordt er een onderscheid gemaakt tussen administratieve tekortkomingen en de overige geboden en verboden. Daarnaast is ervoor gekozen om voor overtreding van bepalingen die speerpunten zijn van het alcoholbeleid een aparte categorie, met bijbehorend hoger boetetarief, te introduceren.

De bestuurlijk beboetbare overtredingen zijn derhalve ingedeeld in de volgende categorieën:

(A) administratieve tekortkomingen,

(B) overige geboden en verboden  en

(C) speerpunten illegale exploitatie en overtreding leeftijdsgrenzen.

Een voorbeeld van een administratieve tekortkoming (boetecategorie A) is het niet in de inrichting aanwezig hebben van een afschrift van de vergunning (artikel 29, tweede lid Drank- en Horecawet). Een voorbeeld van illegale exploitatie (boetecategorie C) is het uitoefenen van het horeca- of slijtersbedrijf zonder dat daartoe een vergunning is aangevraagd (artikel 3 Drank- en Horecawet). Een voorbeeld van overtreding van de leeftijdsgrenzen (ook boetecategorie C) is het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt (artikel 20, eerste lid Drank- en Horecawet). Alle overtredingen die bestuurlijk beboetbaar zijn en niet in categorie A of C vallen, worden beboet volgens het tarief behorend bij categorie B. Het gaat hier bijvoorbeeld om het verrichten van andere bedrijfsactiviteiten in een slijterij (artikel 14, eerste lid, Drank- en Horecawet).

De boetetarieven bij de drie onderscheiden categorieën zijn afgestemd met het openbaar ministerie om te bewerkstelligen dat zij overeenstemmen met de geldende richtbedragen van de Wet op de economische delicten (Richtlijn voor strafvordering Drank- en Horecawet, 2004R002). Geoordeeld wordt dat deze bedragen in passende relatie staan tot de ernst van de betrokken overtredingen. Bedoelde bedragen zijn bovendien van dezelfde orde van grootte als die in het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten.

Administratieve lasten

Het wetsvoorstel dat de grondslag biedt voor dit besluit is voorgelegd aan het Adviescollege Toetsing Administratieve Lasten (ACTAL). Dit college heeft vervolgens besloten het wetsvoorstel niet te selecteren voor een toets op de administratieve lasten. Van administratieve lasten voor de normadressaten is immers geen sprake. Dezelfde overweging gaat op voor dit besluit.

Artikelsgewijs

Artikel 3

In artikel 3 wordt onderscheid gemaakt tussen kleine en grote bedrijven. Tot de kleine bedrijven worden bedrijven gerekend die op de dag waarop de overtreding is begaan, 49 of minder werknemers telden. De grens van vijftig werknemers, genoemd in artikel 3, eerste en tweede lid, is dezelfde als die in het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten en sluit aan op de vrijstelling van de voorschriften over de balans en de toelichting daarop (Burgerlijk Wetboek, Boek 2, Artikel 396, eerste lid, onder c). Voor de vaststelling van het aantal werknemers zal in beginsel gebruik worden gemaakt van de in de registers van de Kamers van Koophandel ingeschreven gegevens van het bedrijf in kwestie. Uitzendkrachten en ingeleend personeel worden hierbij niet meegeteld, uitgeleend personeel wel. De ondernemers en hun meewerkende gezinsleden worden niet meegeteld. Bedrijven zonder werknemers maken dus deel uit van de groep bedrijven met minder dan vijftig werknemers.

Gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek wijzen uit dat op 1 januari 2002 99% van de bedrijven in de horecasector, de voedingsmiddelendetailhandel en de slijtersbranche minder dan vijftig werknemers telde.

Artikel 3, derde en vierde lid, bepaalt verder dat in geval van recidive (overtreding van hetzelfde artikel) een hogere boete wordt vastgesteld. Bij een tweede veroordeling binnen twaalf maanden wordt het bedrag met 50% verhoogd. Is er sprake van meer dan één eerdere veroordeling binnen de twaalf maanden daarvoor, dan worden de boetetarieven uit de bijlage verdubbeld. Dit leidt er dus toe dat de hoogste bestuurlijke boete die voor één overtreding kan worden opgelegd € 3 600 is. Het gaat dan wel om een overtreding begaan door een grote ondernemer die in de twaalf aan de overtreding voorafgaande maanden meer dan eens in de fout is gegaan.

Het kan bij recidive en zeker bij herhaalde recidive gaan om overtredingen die niet los van de omstandigheden van het concrete geval kunnen worden beoordeeld. In voorkomend geval dienen de met de ondernemer samenhangende feiten te worden meegewogen en afgestemd op de maat van het individuele geval. Daarom is, analoog aan artikel 44a, vierde lid, van de wet in artikel 3, vijfde lid, bepaald dat de in het derde en in het vierde lid bedoelde verhogingen lager kunnen worden gesteld dan in de bijlage is bepaald, ingeval het bedrag van de boete op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog moet worden geacht. Een dergelijke bijzondere omstandigheid is bijvoorbeeld aan de orde als de omzet van de ondernemer in verhouding tot de hoogte van de boete zeer gering is, doordat hij slechts een zeer klein gedeelte van het jaar actief is.

Bijlage

Overtreding van artikel 3 van de Drank- en Horecawet kan zowel in categorie A als in categorie C vallen. Wanneer de Drank- en Horecawetvergunning is aangevraagd, maar nog niet is verleend en het horeca- of slijtersbedrijf toch al wel wordt uitgeoefend, dan is een boete van categorie A op zijn plaats. Is de vergunning in het geheel niet aangevraagd of geweigerd, maar wordt toch wel het horeca- of slijtersbedrijf uitgeoefend, dan is een boete van categorie C gerechtvaardigd.

Overtredingen van de artikelen 2 of 24, derde lid, van de Drank- en Horecawet zijn wel in de Drank- en Horecawet opgenomen als overtredingen die bestuurlijk beboetbaar zijn, maar zij worden niet in de bijlage bij dit besluit vermeld. Deze overtredingen kunnen immers pas beboet worden na inwerkingtreding van algemene maatregelen van bestuur dienaangaande.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

J. F. Hoogervorst


XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 11 januari 2005, nr. 7.

Naar boven