Besluit van 3 december 2004, houdende wijziging van het Besluit alcoholonderzoeken in verband met de toepassing van dit besluit op onderzoeken bij personen als bedoeld in artikel 4, eerste tot en met derde lid, van de Spoorwegwet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 14 januari 2004, directie Wetgeving, nr. 5262177/03/6;

Gelet op artikel 89, tiende lid, van de Spoorwegwet;

De Raad van State gehoord (advies van 5 februari 2004, nr. W03.04.0034/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 29 november 2004, directie Wetgeving, nr. 5321564/04/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit alcoholonderzoeken wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt «of artikel 2.12, derde lid, onderdeel a, van de Wet Luchtverkeer» vervangen door «, artikel 2.12, derde lid, onderdeel a, van de Wet luchtvaart of artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de Spoorwegwet» en wordt «of artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet Luchtverkeer» vervangen door «, artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart of artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de Spoorwegwet».

B

In artikel 6 wordt «of artikel 2.12 of 5.17a van de Wet Luchtverkeer» vervangen door: , artikel 2.12 of 5.17a van de Wet luchtvaart of artikel 4 van de Spoorwegwet.

C

In artikel 10a, eerste lid, wordt «onderscheidenlijk artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet Luchtverkeer» vervangen door: artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart of artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de Spoorwegwet.

D

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «of artikel 2.12 of 5.17a van de Wet Luchtverkeer» vervangen door: , artikel 2.12 of 5.17a van de Wet luchtvaart of artikel 4 van de Spoorwegwet.

2. In het vierde lid wordt «onderscheidenlijk artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet Luchtverkeer» vervangen door: , artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart of artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de Spoorwegwet.

E

In artikel 16, eerste lid, wordt «of artikel 2.12 of 5.17a van de Wet Luchtverkeer» vervangen door: , artikel 2.12 of 5.17a van de Wet luchtvaart of artikel 4 van de Spoorwegwet.

F

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «of artikel 2.12, eerste lid, of 5.17a, eerste lid, van de Wet Luchtverkeer» vervangen door: , artikel 2.12, eerste lid, of 5.17a, eerste lid, van de Wet luchtvaart of artikel 4, eerste lid, van de Spoorwegwet.

2. In het tweede lid wordt «onderscheidenlijk artikel 11.6, achtste lid, van de Wet Luchtverkeer» vervangen door: , artikel 11.6, achtste lid, van de Wet luchtvaart of artikel 89, achtste lid, van de Spoorwegwet.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 4, 88 en 89 van de Spoorwegwet in werking treden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 3 december 2004

Beatrix

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Uitgegeven de veertiende december 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

1. Inleiding

Dit besluit strekt ertoe het Besluit alcoholonderzoeken van toepassing te verklaren op onderzoeken die worden verricht bij personen als bedoeld in artikel 4, eerste tot en met derde lid, van de nieuwe Spoorwegwet (Stb. 2003, 264). Deze artikelleden verbieden personen een veiligheidsfunctie uit te oefenen of te doen uitoefenen dan wel op de uitoefening van een zodanige functie toezicht te houden of te doen toezicht houden, terwijl zij verkeren onder zodanige invloed van een stof, waarvan zij weten of redelijkerwijs moeten vermoeden dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de vaardigheid tot het uitoefenen van die functie of tot het houden van toezicht op de uitoefening van die functie kan verminderen, dat hij niet tot het behoorlijk uitoefenen van die functie of van toezicht op de uitoefening van die functie in staat moet worden geacht. De grenzen voor het gebruik van alcohol door personen met een veiligheidsfunctie zijn opgenomen in artikel 4, tweede lid. Een veiligheidsfunctie is een functie binnen het spoorwegverkeerssysteem die van aanmerkelijke invloed is op de veiligheid op het spoorverkeer. Hierbij gaat het om de functie van machinist en een aantal andere bij algemene maatregel van bestuur te omschrijven functies, bijvoorbeeld de functie van rangeerder of wagencontroleur.

Met het verbod van artikel 4, eerste tot en met derde lid, wordt aangesloten bij de Wegenverkeerswet 1994, de Scheepvaartverkeerswet en de Wet luchtvaart die reeds een verbod kennen op het rijden, varen respectievelijk vliegen onder invloed van alcohol, een drug, geneesmiddel of een andere stof die de rij-, vaar- of vliegvaardigheid kan verminderen.

De handhaving van het verbod, neergelegd in artikel 4, eerste tot en met derde lid, van de Spoorwegwet zal op vergelijkbare wijze geschieden als de handhaving van het verbod op rijden, varen en vliegen onder invloed. Controle op het gebruik van alcohol op het spoor kan plaatsvinden naar aanleiding van een ongeval, maar ook steekproefgewijs. De controle gebeurt in beginsel in twee fasen. De eerste fase is de fase waarin betrokkene, bijvoorbeeld na constatering van afwijkend gedrag, op vordering van een opsporingsambtenaar verplicht is medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht. Dit voorlopige onderzoek heeft tot doel tot een verdenking te komen dat betrokkene het verbod op het gebruik van alcohol in het spoorverkeer heeft overtreden. Indien betrokkene op basis van de resultaten van de uitslag van het voorlopig onderzoek of anderszins (bijvoorbeeld ingeval hij na zijn staandehouding bekent dat hij alcohol heeft gebruikt) als verdachte kan worden aangemerkt, zal hij worden aangehouden en is hij verplicht mee te werken aan een tweede ademonderzoek, de ademanalyse.

De ademanalyse strekt ertoe het bewijs te leveren dat betrokkene het verbod op het gebruik van alcohol in het spoorverkeer heeft overtreden. Indien een ademanalyse om bijzondere geneeskundige redenen niet kan worden uitgevoerd dan wel de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan met behulp van een bloedonderzoek of eventueel een urineonderzoek het alcoholgehalte worden bepaald.

De uitvoeringsvoorschriften die bij de hiervoor beschreven onderzoeken in acht moeten worden genomen, zijn, voorzover het gaat om de Wegenverkeerswet 1994, de Scheepvaartverkeerswet en de Wet luchtvaart, vastgelegd in het Besluit alcoholonderzoeken en de daarop gebaseerde ministeriële regelingen. Omwille van de eenheid van regelgeving is ervoor gekozen om deze voorschriften bij dit besluit ook te laten gelden voor de onderzoeken die zullen worden uitgevoerd ter handhaving van het verbod van artikel 4, eerste tot en met derde lid, van de Spoorwegwet.

Naast de eigen verantwoordelijkheid van de spoorvervoerders ten aanzien van het tegengaan van het gebruik van alcohol door veiligheidsfunctionarissen, zal de handhaving van deze verbodsbepaling uitgevoerd worden door de politie. Het is de bedoeling dat het College van procureurs-generaal met het oog daarop een aanwijzing uitvaardigt, die leidraad zal zijn bij het opsporen en vervolgen van overtredingen van het verbod.

De artikelen 3 en 4 van het Besluit alcoholonderzoeken zijn te beschouwen als technische voorschriften in de zin van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L217). Nu de werkingssfeer van dit besluit wordt uitgebreid tot het spoorverkeer is het onderhavige besluit – ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van die richtlijn – in ontwerp op 23 december 2003 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2003/0478/NL).

2. Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

In het Besluit alcoholonderzoeken wordt nog gesproken over de Wet Luchtverkeer. Deze wet is echter met ingang van 1 juli 1999 vervangen door de Wet luchtvaart. Om die reden wordt bij artikel I in het Besluit alcoholonderzoeken «de Wet Luchtverkeer» telkens vervangen door: de Wet luchtvaart.

Artikel II

In de artikelen 4, 88 en 89 van de Spoorwegwet is een regeling getroffen voor het bestrijden van het gebruik van alcohol of een ander drogerend middel. Het is de bedoeling dat deze artikelen januari 2005 in werking treden. Artikel II heeft tot doel dat het onderhavige besluit op hetzelfde tijdstip in werking treedt als deze artikelen, niet alleen omdat het gebaseerd is op artikel 89, tiende lid, maar ook omdat het onlosmakelijk samenhangt met de overige leden van dit artikel en de artikelen 4 en 88.

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

Naar boven