Wet van 9 november 2004, houdende regels omtrent de vaste boekenprijs

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter bevordering van een ruim gespreid en breed aanbod wenselijk is regels te stellen omtrent de vaste prijs van boeken en muziekuitgaven;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. boek: een werk dat tekst bevat die vrijwel uitsluitend is gesteld in de Nederlandse of Friese taal, voorzien is van een titel, bestaat uit papieren bladzijden, al dan niet vergezeld van ondersteunende informatiedragers, en wordt uitgegeven in een oplage van meerdere exemplaren die voor verkoop aan eindafnemers zijn bestemd, met uitzondering van:

1º. nummers van een jaargang van een met regelmatige tussenpozen verschijnende uitgave;

2º. agenda's en almanakken die in de titel het jaartal van de gebruiksbestemming vermelden;

3º. catalogi van uitsluitend registrerende of opsommende aard;

4º. brochures of daarmee gelijk te stellen korte geschriften;

5º. antiquarische boeken en boeken die reeds eerder door eindafnemers bij een verkoper zijn gekocht en op enigerlei wijze zijn gebruikt;

6º. uitgaven van uitsluitend plaatselijk of regionaal belang;

7º. schoolboeken;

8º. muziekuitgaven.

c. muziekuitgave: een werk dat notenschrift, al dan niet vergezeld van tekst, bevat, bestaat uit papieren bladzijden, al dan niet vergezeld van ondersteunende informatiedragers, bestemd is voor muziekuitvoering of muziekeducatie en wordt uitgegeven ter verkoop aan eindafnemers, met uitzondering van antiquarische muziekuitgaven en muziekuitgaven die reeds eerder door eindafnemers bij een verkoper zijn gekocht en op enigerlei wijze zijn gebruikt;

d. schoolboek: een werk dat in vorm en inhoud gericht is op informatie-overdracht in onderwijsleersituaties in Basisonderwijs, (Voortgezet) Speciaal onderwijs, Voortgezet onderwijs en Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en waarvan het gebruik binnen het les- en studierooster door de betrokken onderwijsinstelling is voorgeschreven;

e. uitgever: degene die boeken of muziekuitgaven in het handelsverkeer brengt;

f. uitgeven: het boeken of muziekuitgaven in het handelsverkeer brengen;

g. importeur: degene die boeken of muziekuitgaven die in andere landen dan Nederland zijn uitgegeven in Nederland in het handelsverkeer brengt;

h. verkoper: degene die door de uitgever of de importeur in het handelsverkeer gebrachte boeken of muziekuitgaven verkoopt aan eindafnemers;

i. openbare bibliotheek: een bibliotheek als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

j. eindafnemer: degene aan wie de verkoper boeken of muziekuitgaven verkoopt voor eigen gebruik;

k. vaste prijs: de door de uitgever of de importeur op grond van hoofdstuk 2 vastgestelde prijs voor boeken en muziekuitgaven;

l. Commissariaat: het Commissariaat voor de Media, genoemd in artikel 15.

HOOFDSTUK 2. DE VASTE PRIJS VOOR BOEKEN EN MUZIEKUITGAVEN

Paragraaf 1. Vaststelling van de vaste prijs

Artikel 2

De uitgever stelt voor boeken en muziekuitgaven die hij voor het eerst in een bepaalde uitvoering in Nederland uitgeeft een vaste prijs vast.

Artikel 3

  • 1. Voor boeken en muziekuitgaven die uit het buitenland worden geïmporteerd, stelt de importeur een vaste prijs vast. De vaste prijs voor boeken en muziekuitgaven die in Nederland zijn uitgegeven en na export weer in Nederland worden geïmporteerd is niet lager dan de door de Nederlandse uitgever vastgestelde prijs.

  • 2. In het geval dat ten hoogste vijf exemplaren van hetzelfde boek of dezelfde muziekuitgave per keer door de importeur worden geïmporteerd, is artikel 4 niet van toepassing, tenzij deze import plaatsvindt met het oogmerk deze wet te ontduiken.

  • 3. Het eerste lid, tweede volzin, is niet van toepassing op de import van boeken en muziekuitgaven uit een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, tenzij de import plaatsvindt met het oogmerk deze wet te ontduiken.

Artikel 4

  • 1. De uitgever en de importeur doen van de vaste prijs mededeling aan het Commissariaat. Het Commissariaat draagt zorg voor de landelijke bekendmaking van de vaste prijs. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de mededeling en bekendmaking, bedoeld in de eerste en tweede volzin.

  • 2. De vaste prijs geldt met ingang van de eerste dag waarop het boek of de muziekuitgave voor verkoop aan eindafnemers beschikbaar is.

Artikel 5

  • 1. De uitgever en de importeur kunnen de vaste prijs telkens na verloop van een half jaar aanpassen met ingang van een daarbij te bepalen tijdstip.

  • 2. Artikel 4, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanpassing als bedoeld in het eerste lid.

Paragraaf 2. Toepassing van de vaste prijs

Artikel 6

  • 1. De verkoper past bij verkoop van een boek of een muziekuitgave aan een eindafnemer de vaste prijs toe. Deze verplichting geldt niet voor:

    a. boeken en muziekuitgaven die beschadigd zijn, mits de beschadiging niet opzettelijk is aangebracht en bij verkoop duidelijk wordt vermeld dat zij beschadigd zijn;

    b. verkoop aan eindafnemers in geval van faillissement of opheffing van de activiteiten van de uitgever, importeur of verkoper, mits daarvan vooraf mededeling is gedaan aan het Commissariaat ;

    c. verkoop aan eindafnemers in geval van opruiming van winkelvoorraad van boeken en muziekuitgaven die langer dan twee jaar geleden zijn uitgegeven en de laatste twaalf maanden niet meer door de verkoper zijn ingekocht, mits daarvan vooraf mededeling is gedaan aan het Commissariaat .

  • 2. De verkoper onthoudt zich van mededelingen omtrent de prijs van boeken en muziekuitgaven die onjuist zijn danwel de eindafnemer anderszins kunnen misleiden.

  • 3. De verkoper kan kosten die verband houden met dienstverleningen en leveringen van bijzondere aard bij de eindafnemer in rekening brengen.

  • 4. De verkoper informeert de eindafnemer vooraf over de kosten, bedoeld in het derde lid.

Paragraaf 3. Opheffing van de vaste prijs

Artikel 7

  • 1. De uitgever en de importeur kunnen de vaste prijs opheffen met ingang van een daarbij te bepalen tijdstip, doch niet eerder dan met ingang van één jaar na het tijdstip, bedoeld in artikel 4, tweede lid.

  • 2. Artikel 4, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de opheffing, bedoeld in het eerste lid.

Paragraaf 4. De boekenclubprijs

Artikel 8

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. boekenclub: een verkoper die onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nader te stellen regels bedrijfsmatig en op landelijke schaal boeken verkoopt en distribueert aan uitsluitend particuliere eindafnemers, zijnde natuurlijke personen die voor de periode van minimaal één kalenderjaar koopverplichtingen zijn aangegaan;

b. boekenclubprijs: de door de uitgever of de importeur op grond van artikel 9 vastgestelde prijs.

Artikel 9

  • 1. De uitgever en de importeur kunnen op verzoek van een boekenclub een van de vaste prijs afwijkende boekenclubprijs vaststellen voor de verkoop aan eindafnemers die jegens de boekenclub een koopverplichting als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, zijn aangegaan.

  • 2. De boekenclubprijs geldt niet eerder dan vier maanden na het tijdstip, bedoeld in artikel 4, tweede lid.

  • 3. De uitgever en de importeur kunnen de boekenclubprijs telkens na een half jaar aanpassen of opheffen met ingang van een daarbij te bepalen tijdstip, doch niet eerder dan met ingang van een jaar na het tijdstip waarop de boekenclubprijs is gaan gelden.

  • 4. De boekenclubprijs vervalt in ieder geval bij de opheffing van de vaste prijs als bedoeld in artikel 7, eerste lid.

  • 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het vaststellen van een boekenclubprijs.

Artikel 10

De boekenclub past bij verkoop van een boek aan een eindafnemer die jegens de boekenclub een koopverplichting als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, is aangegaan, de vastgestelde boekenclubprijs toe.

Artikel 11

Artikel 4, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling, aanpassing en opheffing van de boekenclubprijs.

Paragraaf 5. Infrastructuur

Artikel 12

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van de instandhouding van een distributie-infrastructuur die gericht is op spreiding en beschikbaarheid van boeken en muziekuitgaven regels worden gesteld, en kan worden bepaald, onder voorschriften en beperkingen, dat overeenkomsten kunnen worden gesloten.

HOOFDSTUK 3. KORTINGEN

Artikel 13

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het toepassen door een verkoper van kortingen op de vaste prijs in geval van:

a. gelijktijdige levering van meerdere exemplaren van een boek of een muziekuitgave aan eenzelfde eindafnemer;

b. levering aan instellingen van onderwijs, aan door instellingen van onderwijs schriftelijk gemandateerde natuurlijke of rechtspersonen en aan bij een instelling van onderwijs als leerling of student ingeschreven natuurlijke personen van boeken of muziekuitgaven die dienen tot onderwijs dat vanwege de overheid of vanwege een rechtspersoon zonder winstoogmerk wordt gegeven, voor zover die boeken deel uitmaken van de voorgeschreven literatuur;

c. levering ten behoeve van bibliotheken van onderwijsinstellingen en bibliotheken verbonden aan penitentiaire inrichtingen of ziekenhuizen en verpleeginrichtingen in het kader van de uitoefening van hun bibliotheekfunctie;

d. levering aan openbare bibliotheken in het kader van de uitoefening van hun publieksfunctie;

e. levering door een verkoper in het kader van een collectieve promotie- of spaaractie.

HOOFDSTUK 4. BIJZONDERE PRIJZEN

Artikel 14

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het in bij die regels te bepalen bijzondere gevallen al dan niet tijdelijk vaststellen van bijzondere, van de vaste prijs afwijkende prijzen. De artikelen 4, 6 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing op bijzondere prijzen.

HOOFDSTUK 5. BESTUURSRECHTELIJKE HANDHAVING

Artikel 15

  • 1. Het Commissariaat voor de Media, genoemd in artikel 9 van de Mediawet is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.

  • 2. Met toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de leden van het Commissariaat en de bij besluit van het Commissariaat aangewezen medewerkers van het Commissariaat.

  • 3. Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 16

  • 1. De in artikel 15, tweede lid, bedoelde toezichthouders zijn bevoegd om bedrijfsruimten en voorwerpen te verzegelen gedurende de tijd gelegen tussen 18.00 en 8.00 uur, voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is.

  • 2. De in artikel 15, tweede lid, bedoelde toezichthouders oefenen de hun in het eerste lid en artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht toegekende bevoegdheid zo nodig uit met behulp van de sterke arm.

  • 3. Iedere uitgever, importeur, en verkoper draagt er zorg voor dat de in artikel 15, tweede lid, bedoelde toezichthouders desgevraagd inzage verkrijgen in – en kopieën kunnen maken van – de zakelijke gegevens en bescheiden van bedrijven of instellingen, voor zover dat voor de vervulling van de toezichthoudende taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 17

  • 1. Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken 2 tot en met 4 door een uitgever, importeur of verkoper kan het Commissariaat aan de overtreder:

    a. een boete opleggen;

    b. een last onder dwangsom opleggen.

  • 2. Een boete en een last onder dwangsom kunnen tezamen worden opgelegd.

  • 3. Het Commissariaat legt geen boete op voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.

Artikel 18

  • 1. De in artikel 17, eerste lid, onder a, bedoelde boete bedraagt ten hoogste € 90 000.

  • 2. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete houdt het Commissariaat in elk geval rekening met de ernst van de overtreding, alsmede de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het Commissariaat houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

Artikel 19

  • 1. Een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder b, strekt ertoe de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen. Aan een last kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan het Commissariaat.

  • 2. Een last geldt voor een door het Commissariaat te bepalen termijn van ten hoogste twee jaar.

  • 3. Het Commissariaat kan, al dan niet op verzoek van de overtreder, een last onder dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten voor een bepaalde termijn of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de overtreder om aan zijn verplichtingen te voldoen.

  • 4. De artikelen 5:32, vierde en vijfde lid, 5:33, 5:34, eerste lid, en 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.

Artikel 20

  • 1. Indien een toezichthouder als bedoeld in artikel 15, tweede lid, vaststelt dat een overtreding als bedoeld in artikel 17, eerste lid, is begaan, maakt hij daarvan een rapport op.

  • 2. Het rapport is gedagtekend en vermeldt:

    a. de naam van de overtreder;

    b. het overtreden wettelijk voorschrift;

    c. zonodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.

  • 3. Op verzoek van de overtreder draagt het Commissariaat er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van het rapport aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt.

Artikel 21

  • 1. De overtreder wordt schriftelijk uitgenodigd om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen omtrent het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijk boete of een last onder dwangsom. Het rapport, bedoeld in artikel 20, eerste lid, wordt daartoe bij de uitnodiging aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.

  • 2. Indien de overtreder zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, zorgt het Commissariaat op verzoek van de overtreder voor bijstand door een tolk indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt.

Artikel 22

  • 1. Het Commissariaat kan degene, die jegens de in artikel 15, tweede lid, bedoelde toezichthouders in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een boete opleggen van ten hoogste € 4 500.

  • 2. Het Commissariaat legt geen boete op indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.

  • 3. Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding.

  • 4. Ingeval de in het eerste lid, bedoelde overtreding een weigering inhoudt medewerking te verlenen aan de toepassing van artikel 5:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, kan het Commissariaat een last onder dwangsom opleggen om inzage te verlenen in de in die last aangegeven zakelijke gegevens en bescheiden.

  • 5. Een boete als bedoeld in het eerste lid, en een last als bedoeld in het vierde lid, kunnen tezamen worden opgelegd.

  • 6. De artikelen 5:32, vierde en vijfde lid, 5:33, 5:34, eerste lid, en 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op de in het vierde lid bedoelde last.

Artikel 23

  • 1. Het Commissariaat beslist bij beschikking omtrent het opleggen van een boete of een last onder dwangsom.

  • 2. De beschikking waarbij een boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd, vermeldt in ieder geval:

    a. indien een boete wordt opgelegd: de te betalen geldsom, alsmede een toelichting op de hoogte daarvan, met inachtneming van artikel 18, tweede lid;

    b. indien een last wordt opgelegd: de inhoud van de last en de termijn waarvoor deze geldt;

    c. de overtreding terzake waarvan de boete of de last wordt opgelegd, alsmede het overtreden wettelijk voorschrift;

    d. de feiten en omstandigheden op grond waarvan is vastgesteld dat een overtreding is begaan en zonodig een aanduiding waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.

  • 3. De beschikking waarbij een boete of last onder dwangsom wordt opgelegd wegens overtreding van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken 2 tot en met 4 dient te worden gegeven binnen dertien weken nadat een rapport als bedoeld in artikel 20, eerste lid, is opgemaakt.

Artikel 24

De bevoegdheid tot opleggen van een boete of een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 17, eerste lid, vervalt vijf jaren nadat de overtreding is begaan.

Artikel 25

  • 1. Een boete wordt betaald binnen dertien weken nadat de beschikking waarbij de boete is opgelegd, in werking is getreden.

  • 2. De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop de in het eerste lid genoemde termijn is verstreken.

  • 3. Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, wordt degene die de boete is verschuldigd schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de krachtens het tweede lid verschuldigde rente en de kosten van de aanmaning, te betalen.

Artikel 26

  • 1. Bij gebreke van betaling binnen de in artikel 25, derde lid, bedoelde termijn van twee weken kan het Commissariaat de verschuldigde boete, verhoogd met de krachtens artikel 25, tweede lid, verschuldigde rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel.

  • 2. Het dwangbevel wordt op kosten van degene die de boete is verschuldigd bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

  • 3. Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de staat.

  • 4. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de staat kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.

Artikel 27

Het Commissariaat draagt de opbrengsten van opgelegde boetes en verbeurde dwangsommen af aan Onze Minister. Deze opbrengsten dienen ter bestrijding van de kosten van het Commissariaat.

HOOFDSTUK 6. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 28

  • 1. Voor boeken en muziekuitgaven die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet al zijn uitgegeven onder de werking van het Reglement voor het Handelsverkeer van Boeken in Nederland van de Koninklijke Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels (KVB) dan wel het Reglement Handelsverkeer van muziekuitgaven van de Vereeniging van Muziekhandelaren en -uitgevers in Nederland (VMN), geldt de onder de werking van genoemde Reglementen vastgestelde particuliere prijs als vaste prijs.

  • 2. In afwijking van artikel 4, eerste en tweede lid, geldt de in het eerste lid bedoelde vaste prijs met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

  • 3. Deze wet is niet van toepassing op:

    a. andere boeken en muziekuitgaven dan bedoeld in het eerste lid, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet al zijn uitgegeven;

    b. verkoop van boeken en muziekuitgaven op grond van voor 28 oktober 2002 gesloten overeenkomsten tussen boekverkopers of muziekhandelaren en eindafnemers.

  • 4. Ten aanzien van overtredingen van de in het eerste lid genoemde Reglementen die begaan zijn vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht zoals dat gold op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van toepassing.

Artikel 29

Een krachtens de artikelen 12, 13 en 14 vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door tenminste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken.

Artikel 30

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 31

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de vaste boekenprijs.

Artikel 32

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, waarbij terugwerkende kracht kan worden verleend tot en met een daarbij te bepalen tijdstip. In dat besluit wordt zonodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

's-Gravenhage, 9 november 2004

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. C. van der Laan

Uitgegeven de vijfentwintigste november 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Naar boven