Wij Beatrix, bij de
gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.
enz. enz.
Op de voordracht van Onze
Minister van Justitie van 14 september 2004, Directie Toegang
Rechtsbestel, afdeling Juridische Beroepsgroepen en Tolken, nr.
5306849/04/DTR;
Beschikken hierbij ter
zake van de Verordening tot wijziging van de Verordening op de
Praktijkuitoefening (onderdeel Resultaatgerelateerde Beloning) van 25
maart 2004.
Overwegingen
Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse orde
van advocaten heeft op 25 maart 2004 vastgesteld de Verordening tot
wijziging van de Verordening op de Praktijkuitoefening (onderdeel
Resultaatgerelateerde Beloning).
Bij
besluit van de Algemene Raad van 8 maart 2004 is de datum van
inwerkingtreding van de wijzigingsverordening vastgesteld op
1 november 2004.
Met haar brief
van 7 april 2004 heeft de Nederlandse orde van advocaten de
vastgestelde wijzigingsverordening aan Onze Minister van Justitie
medegedeeld.
De wijzigingsverordening
strekt ertoe de thans geldende verboden op «no cure no
pay» en «quota pars litis», tijdelijk, onder
voorwaarden en bij wijze van experiment op te heffen met betrekking tot
letsel- en overlijdensschade.
De Verordening tot wijziging van de
Verordening op de Praktijkuitoefening bevat onder meer het gevaar dat
de essentie van de rol van de advocaat, het zijn van een onafhankelijke
vertrouwenspersoon die primair de belangen van zijn cliënt
verdedigt, ernstig wordt aangetast. Het daarnaast wegvallen van een
zorgvuldige kosten baten analyse door de rechtzoekende kan leiden tot
lichtvaardig procederen, hetgeen gelet op het belang van een goed
functioneerde rechtsbedeling ongewenst is. Deze bezwaren zijn zo
zwaarwegend dat het algemeen belang dat is gediend met een goede
rechtsbedeling, een eerlijk proces en het vertrouwen in de advocatuur,
handhaving van het verbod op het bedingen van een
resultaatsgerelateerde beloning rechtvaardigt. De Verordening dient
daarom te worden vernietigd.
Een
zorgvuldige voorbereiding van het besluit tot vernietiging vergt de
nodige tijd. Inmiddels zijn ruim vijf maanden verstreken sinds de
wijzigingsverordening aan Onze Minister is medegedeeld. Het is derhalve
mede om die reden wenselijk, hangende de voorbereiding van het besluit
tot vernietiging, de Verordening van de Nederlandse orde van advocaten
van 25 maart 2004 tot wijziging van de Verordening op de
Praktijkuitoefening (onderdeel Resultaatgerelateerde Beloning) te
schorsen.
Beslissing
Gelet op artikel 30, eerste en tweede
lid, van de Advocatenwet; artikel 10:43 en 10:44 van de Algemene Wet
Bestuursrecht;