Besluit van 20 augustus 2004 tot inwerkingstelling van delen van de Wet op de jeugdzorg

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 augustus 2004, kenmerk DJB/JZ-2505383;

Gelet op artikel 112, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig Artikel

De artikelen 1 en 2, alsmede Hoofdstuk V en artikel 107, tweede en derde lid, van de Wet op de jeugdzorg treden in werking met ingang van 1 september 2004.

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 20 augustus 2004

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

J. F. Hoogervorst

Uitgegeven de zesentwintigste augustus 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Toelichting

Dit inwerkingtredingsbesluit maakt het mogelijk dat de landelijke en provinciale beleidskaders voor de jeugdzorg, alsmede de uitvoeringsprogramma’s en de voortgangsrapportage reeds in 2004 kunnen worden vastgesteld. Artikel 107, eerste lid, treedt niet in werking omdat de hoofdregel die is vastgelegd in hoofdstuk V haalbaar is. De overige delen van de Wet op de jeugdzorg zullen naar verwachting op 1 januari 2005 in werking kunnen treden.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

C. I. J. M. Ross-van Dorp

Naar boven