Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2004, 324Wet

Wet van 6 juli 2004 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en enige andere wetten in verband met de beëindiging van de toegang tot die verzekering voor diegenen die op of na de inwerkingtreding van deze wet arbeidsongeschikt worden (Wet einde toegang verzekering WAZ)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de toegang tot de verzekering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen te beëindigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING ZELFSTANDIGEN

De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

c. Arbeidsongeschiktheidsfonds: het fonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;.

B

In artikel 2, eerste lid, wordt «de verzekerde» vervangen door: de persoon.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid vervalt onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot eerste tot en met vierde lid.

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Verzekerd op grond van deze wet is de persoon die vóór de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ als zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot arbeidsongeschikt is geworden:

    a. gedurende de periode waarover hij aanspraak maakt op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met die arbeidsongeschiktheid, doch uitsluitend omdat de wachttijd, bedoeld in artikel 7, tweede lid, op hem van toepassing is, geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft;

    b. gedurende vier weken na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 7, tweede lid, betreffende die arbeidsongeschiktheid, indien hij na afloop van die wachttijd niet arbeidsongeschikt is, doch dat wel is binnen vier weken na afloop van die wachttijd;

    c. gedurende de periode waarover hij recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met die arbeidsongeschiktheid;

    d. gedurende de periode waarover hem een toelage als bedoeld in artikel 28 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten is toegekend in verband met die arbeidsongeschiktheid;

    e. gedurende het tijdvak van vier weken, bedoeld in artikel 20, eerste lid, indien dat tijdvak is aangevangen vóór de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ.

3. In het derde lid wordt «in afwijking van het eerste en derde lid» vervangen door: in afwijking van het eerste en tweede lid.

4. In het vierde lid wordt «derde lid» vervangen door «tweede lid» en wordt «vierde lid» vervangen door: derde lid.

D

In de artikelen 7, derde lid, 13, vierde lid, 14, derde lid, 16, tweede lid, 20, tweede lid, en 33, tweede lid, wordt «artikel 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg» telkens vervangen door: artikel 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg.

E

In de artikelen 7a, derde en vierde lid, en 7b, tweede en vierde lid, wordt «verzekerde» telkens vervangen door: persoon.

F

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het zesde lid wordt «artikel 3, vierde lid» vervangen door: artikel 3, derde lid.

2. In het elfde, twaalfde en dertiende lid, wordt «doch ten hoogste het op grond van artikel 72, tweede lid, aangewezen bedrag gedeeld door 261» telkens vervangen door: doch ten hoogste het door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bij ministeriële regeling aan te wijzen bedrag.

G

In de artikelen 21, 21a en 21b wordt «verzekerde» telkens vervangen door: persoon.

H

In de artikelen 36, eerste lid, en 38, vijfde lid, wordt «verzekerde» vervangen door: betrokkene.

I

Artikel 41, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, telkens wanneer het dat nodig oordeelt, de verzekerde oproepen of doen oproepen en op een door of namens hem te bepalen plaats ondervragen of doen ondervragen.

J

In artikel 59, eerste lid, onderdeel b, wordt «op grond van artikel 20» vervangen door «op grond van artikel 20, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de Wet einde toegang verzekering WAZ,» en wordt «bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a,» vervangen door: bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de Wet einde toegang verzekering WAZ,.

K

Artikel 71 komt te luiden:

Artikel 71. Financiering

De uitgaven op grond van deze wet en de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

L

De artikelen 72 tot en met 80 vervallen.

M

Hoofdstuk 8 vervalt.

N

In artikel 95, eerste lid, wordt «Onverminderd de artikelen 72a, 75 en 95a» vervangen door: Onverminderd artikel 95a.

O

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 juni 2001 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de artikelen 7:629 en 7:670 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 214 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek en van een aantal artikelen in enkele sociale zekerheidswetten (Kamerstukken II 2003/04, 27 826) tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt in de artikelen 7, derde lid, 13, vierde lid, 14, derde lid, 16, tweede lid, 20, tweede lid, en 33, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen «artikel 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg» telkens vervangen door: artikel 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg.

P

Indien artikel I, onderdeel C, van deze wet op 1 juli 2004 in werking treedt, wordt in artikel 3 de zinsnede «vóór de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ» vervangen door: vóór 1 juli 2004.

Q

Indien artikel I, onderdeel J, van deze wet op 1 juli 2004 in werking treedt, wordt in artikel 59, eerste lid, onderdeel b, de zinsnede «op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de Wet einde toegang verzekering WAZ» vervangen door: op 30 juni 2004.

ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE WET ARBEID EN ZORG

De Wet arbeid en zorg2 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1:3, eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. Arbeidsongeschiktheidsfonds: het fonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;.

B

In de artikelen 3:16, derde lid, en 3:27, derde lid, wordt «artikel 107 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997» vervangen door: artikel 84, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

C

Het opschrift van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2 komt te luiden:

§ 2. De beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst

D

Artikel 3:17 en het kopje komen te luiden:

Begrip beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst

Artikel 3:17

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst: de werknemer, bedoeld in artikel 1:1, onderdeel b, die op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet geen werknemer in de zin van die wet is.

E

In artikel 3:18 vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

F

De artikelen 3:19 en 3:20 en de kopjes vervallen.

G

Artikel 3:21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst of de zelfstandige» vervangen door: beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst.

2. In het eerste lid wordt «op grond van de artikelen 3:18 tot en met 3:20» vervangen door: op grond van artikel 3:18.

3. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «zelfstandige of de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst» vervangen door: beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst.

H

Artikel 3:22 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De vrouwelijke beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, die in aanmerking wenst te komen voor toekenning van een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling, doet de aanvraag daartoe bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschapsverlof. Bij die aanvraag wordt gemeld:

    a. de vermoedelijke datum van bevalling, onder overlegging van de verklaring van een arts of van een verloskundige waarin die datum is aangegeven;

    b. de datum waarop het zwangerschapsverlof ingaat;

    c. of zij de uitkering wil genieten in de vorm van een uitkering ter zake van vervanging.

2. Het tweede lid vervalt en het derde lid wordt vernummerd tot tweede lid.

3. In het tweede lid vervalt de zinsnede «of de zelfstandige» en wordt «eerste en tweede lid» vervangen door: eerste lid.

I

Artikel 3:23, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De uitkering in verband met zwangerschap en bevalling wordt overeenkomstig artikel 8 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen berekend naar de grondslag met dien verstande dat bij de overeenkomstige toepassing van het derde lid van dat artikel voor «intreden van zijn arbeidsongeschiktheid als beroepsbeoefenaar» wordt gelezen: de ingangsdatum van het recht op uitkering.

J

In artikel 3:24 vervalt de zinsnede «of adoptie».

K

In artikel 3:26 wordt de zinsnede «Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen» vervangen door: Arbeidsongeschiktheidsfonds.

L

Artikel 3:27 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel g, wordt «de artikelen 81 tot en met 83» vervangen door: artikel 81.

2. In het zesde lid vervalt de zinsnede «of de zelfstandige» en wordt «artikel 3:22, eerste of tweede lid» vervangen door: artikel 3:22, eerste lid.

M

Artikel 3:30 en het kopje komen te luiden:

Overgangsrecht zelfstandigen en beroepsbeoefenaren op arbeidsovereenkomst

Artikel 3:30
  • 1. Op de zelfstandige, bedoeld in artikel 3:17, onderdeel a, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van de Wet einde toegang verzekering WAZ, van wie de vermoedelijke of feitelijke bevallingsdatum valt binnen 40 weken na de inwerkingtreding van dat artikel dan wel die binnen 40 weken na de inwerkingtreding van dat artikel feitelijk een kind ter adoptie of pleegzorg heeft opgenomen, blijft hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van de Wet einde toegang verzekering WAZ van toepassing met betrekking tot die bevalling dan wel die opneming.

  • 2. Op de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 3:17, onderdeel b, zoals dat onderdeel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van de Wet einde toegang verzekering WAZ, die binnen 40 weken na de inwerkingtreding van dat artikel feitelijk een kind ter adoptie of pleegzorg heeft opgenomen, blijft hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, zoals dat luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van de Wet einde toegang verzekering WAZ van toepassing met betrekking tot die opneming.

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid komen de onder toepassing van dit artikel te betalen uitkeringen en de uitvoeringskosten met betrekking tot die uitkeringen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

N

Indien artikel II, onderdeel D, van deze wet op 1 juli 2004 in werking treedt wordt in artikel 3:30 de zinsnede «op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van de Wet einde toegang verzekering WAZ» telkens vervangen door: op 30 juni 2004.

ARTIKEL III. WIJZIGING VAN DE WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering3 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 76c worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma, twee nieuwe onderdelen ingevoegd, luidende:

g. de gelden die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;

h. een rijksbijdrage ter hoogte van het door Onze Minister geraamde bedrag aan lasten als bedoeld in artikel 76d, eerste lid, onderdeel l, over het kalenderjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt berekend.

B

Artikel 76d, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel g, vervalt onder verlettering van onderdeel i tot onderdeel g.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma, worden vijf nieuwe onderdelen toegevoegd, luidende:

h. de op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen te betalen uitkeringen;

i. de op grond van enige wet over de uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;

j. het op grond van artikel 58, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen aan 's Rijks kas af te dragen bedrag;

k. de aan de uitvoering van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen verbonden kosten;

l. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, en de op grond van artikel 3:30 van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten.

ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING JONGGEHANDICAPTEN

A

In de artikelen 6, tweede lid, 12, vierde lid, 13, derde lid, 15, tweede lid, 19, tweede lid en 27, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten4 wordt «3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg» telkens vervangen door: 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg.

B

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 juni 2001 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de artikelen 7:629 en 7:670 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 214 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek en van een aantal artikelen in enkele sociale zekerheidswetten (Kamerstukken II 2003/04, 27 826) tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt in de artikelen 6, tweede lid, 12, vierde lid, 13, derde lid, 15, tweede lid, 19, tweede lid en 27, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten «3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg» telkens vervangen door: 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg.

ARTIKEL V. WIJZIGING VAN DE WET OP DE (RE)INTEGRATIE ARBEIDSGEHANDICAPTEN

De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten5 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 42, eerste lid, vervalt de zinsnede: het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen,.

B

Artikel 77 komt als volgt te luiden:

Artikel 77. Overgangsbepaling Wet einde toegang verzekering WAZ

  • 1. De persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ verzekerd is op grond van de WAZ en voor of op die dag een aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor een voorziening op grond van artikel 22 of een verstrekking op grond van artikel 30 wordt voor de toepassing van die artikelen met betrekking tot en voor de duur van die voorziening of verstrekking geacht verzekerd te zijn op grond van de WAZ.

  • 2. Indien het eerste lid toepassing vindt, wordt in artikel 22, derde lid, voor «werkzaamheden op grond waarvan de arbeidsgehandicapte verzekerd is voor de WAZ» gelezen: werkzaamheden als zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot als bedoeld in de WAZ.

  • 3. De persoon die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Regeling tot intrekking van de Experimentele regeling subsidieverstrekking arbeidsgehandicapten een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 33 heeft ingediend en op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ verzekerd was op grond van de WAZ, wordt voor de toepassing van artikel 33 met betrekking tot en voor de duur van het tijdvak van de subsidie geacht verzekerd te zijn op grond van de WAZ.

  • 4. De persoon die, op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ verzekerd is op grond van de WAZ en ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werkzaamheden als bedoeld in artikel 10, derde lid, laat verrichten, wordt voor de toepassing van dat artikel met betrekking tot en voor duur van die werkzaamheden geacht verzekerd te zijn op grond van de WAZ.

  • 5. De persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ verzekerd is op grond van de WAZ en voor of op die dag een aanvraag om een individuele reïntegratieovereenkomst als bedoeld in artikel 4.2 van het Besluit SUWI heeft ingediend, wordt voor de toepassing van artikel 10, derde lid, met betrekking tot en voor de duur van het tijdvak van de overeenkomst geacht verzekerd te zijn op grond van de WAZ.

ARTIKEL VI. WIJZIGING VAN DE WET STRUCTUUR UITVOERINGSORGANISATIE WERK EN INKOMEN

De Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen6 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel l, onder 9°, vervalt.

B

In artikel 45, tweede lid, vervalt de zinsnede: het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen,.

ARTIKEL VII. WIJZIGING VAN DE ZIEKENFONDSWET

De Ziekenfondswet7 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel o door een puntkomma, twee nieuwe onderdelen toegevoegd, luidende:

p. winst uit onderneming: de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001;

q. winst uit Nederlandse onderneming: de belastbare winst uit Nederlandse onderneming, bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

B

Artikel 3d, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Verzekerd gedurende een kalenderjaar is de persoon, jonger dan 65 jaar:

    a. die in Nederland woont en die winst uit onderneming geniet, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening drijft;

    b. die niet in Nederland woont en die winst uit Nederlandse onderneming geniet, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening drijft; en wiens inkomen niet meer bedraagt dan € 20 800.

ARTIKEL VIII. WIJZIGING VAN DE WET INKOMSTENBELASTING 2001

De Wet inkomstenbelasting 20018 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid vervalt onderdeel e onder verlettering van de onderdelen f en g tot respectievelijk de onderdelen e en f.

2. In het achtste lid, wordt «onderdeel g» vervangen door: onderdeel f.

B

In artikel 3.124 vervalt onderdeel d, onder vervanging van «en» aan het slot van onderdeel c door een punt en onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door: ; en.

ARTIKEL IX. WIJZIGING VAN DE WET OP DE LOONBELASTING 1964

De Wet op de loonbelasting 19649 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 12a wordt «het in artikel 72, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen bedoelde bedrag aan premie-inkomen dat ten hoogste in aanmerking wordt genomen» vervangen door: het in artikel 8, elfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen bedoelde ten hoogste aangewezen bedrag.

B

Artikel 15b, eerste lid, onderdeel j, vervalt.

ARTIKEL X. WIJZIGING VAN DE INVOERINGSWET NIEUWE EN GEWIJZIGDE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSREGELINGEN

De Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen10 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel XIII, zesde lid, wordt «3, tweede lid» vervangen door: 3, eerste lid.

B

In artikel XIV, eerste lid, wordt «verzekerde, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen» vervangen door: zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

ARTIKEL XI. OVERGANG VERMOGENSBESTANDDELEN ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSFONDS ZELFSTANDIGEN

Alle vermogenbestanddelen die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd in de vorm van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen, bedoeld in artikel 78 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L, van deze wet, gaan over op het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.

ARTIKEL XII. EVALUATIE

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL XIII INWERKINGTREDING

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met dien verstande dat artikel I, onderdeel L, met betrekking tot de artikelen 76 en 77 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen terugwerkt tot en met 1 januari 2004. In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

ARTIKEL XIV. CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Wet einde toegang verzekering WAZ.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 6 juli 2004

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus

Uitgegeven de dertiende juli 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Stb. 1999, 24, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2004, Stb. 306.

XNoot
2

Stb. 2001, 567, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 juni 2004, Stb. 311.

XNoot
3

Stb. 1999, 23, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 juni 2004, Stb. 311.

XNoot
4

Stb. 1999, 25, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2004, Stb. 306.

XNoot
5

Stb. 1998, 290, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 juni 2004, Stb. 311.

XNoot
6

Stb. 2001, 624, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 juni 2004, Stb. 300.

XNoot
7

Stb. 1992, 391, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 juni 2004, Stb. 311.

XNoot
8

Stb. 2001, 1, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2003, Stb. 534.

XNoot
9

Stb. 1990, 104, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 juni 2004, Stb. 312.

XNoot
10

Stb. 1999, 26, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2003, Stb. 544.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2003/2004, 29 497.

Handelingen II 2003/2004, blz. 5160.

Kamerstukken I 2003/2004, 29 497 (A, B, C, D).

Handelingen I 2003/2004, zie vergadering d.d. 5 juli 2004.