Besluit van 2 juni 2004 tot vaststelling van nadere
regels inzake de organisatie, werkwijze en bekostiging van de politieonderwijsraad
(Besluit politieonderwijsraad)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
van 1 april 2004, nr. EA2004/60035, directoraat-generaal voor Openbare Orde
en Veiligheid;
Gelet op artikel 21, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
De Raad van State gehoord (advies van 22 april 2004, nr. W04.04.0156/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
van 10 mei 2004, nr. EA2004/63883, directoraat-generaal voor Openbare Orde
en Veiligheid;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepaling
In dit besluit wordt verstaan onder de raad: de politieonderwijsraad,
bedoeld in artikel 19 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs.
§ 2 Inrichting en werkwijze
Artikel 2 Secretariaat
1. De raad wordt bijgestaan door een secretaris, die de leiding heeft over
het bureau van de raad.
2. Het bureau van de raad is ondergebracht bij de stichting Nederlands Politie
Instituut.
3. De secretaris en de overige leden van het bureau zijn geen lid van de
raad.
4. De secretaris is voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording
schuldig aan de raad.
Artikel 3 Voorbereiding adviezen
1. De raad kan, ter voorbereiding van een advies, een of meer ad hoc-werkgroepen
instellen. Een werkgroep adviseert uitsluitend aan de raad.
2. Aan de werkzaamheden van een werkgroep als bedoeld in het eerste lid,
kunnen deskundigen deelnemen die geen lid zijn van de raad.
3. De raad benoemt een van zijn leden tot voorzitter van een werkgroep als
bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4 Totstandkoming adviezen, minderheidsstandpunt
1. De raad beraadslaagt en besluit in vergadering over de uit te brengen
adviezen.
2. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid
van tenminste de helft van de leden.
3. De adviezen worden uitgebracht overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid
van de ter vergadering aanwezige leden, waarbij elk lid één
stem heeft.
4. Indien het nodig is over het besluit tot vaststelling van het advies bij
wijze van stemming te beslissen, wordt dat besluit bij meerderheid van stemmen
opgemaakt.
5. Indien de stemmen staken, wordt de besluitvorming aangehouden tot de volgende
vergadering, tenzij de advisering niet uitgesteld kan worden of de vergadering
voltallig is. In deze gevallen beslist de stem van de voorzitter. Van die
omstandigheid wordt in het advies melding gemaakt.
6. Een lid dat ter vergadering een standpunt heeft ingebracht dat afwijkt
van het gevoelen van de meerderheid, kan over dat standpunt een afzonderlijke
nota bij het advies voegen.
Artikel 5 Reglement van Orde
De raad stelt een reglement van orde vast.
Artikel 6 Informatieverwerving
De raad is bevoegd tot het horen van deskundigen, maatschappelijke organisaties
en andere belanghebbenden teneinde informatie te verkrijgen die noodzakelijk
is voor de taakuitvoering.
Artikel 7 Middelen, begroting, jaarrekening
1. De raad verricht zijn werkzaamheden binnen het kader van de middelen die
hem jaarlijks door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
ter beschikking worden gesteld.
2. De raad legt jaarlijks voor 1 oktober de begroting voor het komende kalenderjaar
aan Onze Minister voor.
3. De begroting behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
4. De verantwoording vindt plaats in de jaarrekening van de stichting Nederlands
Politie Instituut, waarbij niet bestede middelen van het verslagjaar als openstaande
rijksbijdragen zichtbaar in de jaarrekening verwerkt worden.
§ 3 Slotbepalingen
Artikel 8 Archief
1. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de raad
geschiedt door het secretariaat, bedoeld in artikel 2, op overeenkomstige
wijze als bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. De bescheiden worden bij opheffing van de raad overgedragen aan Onze Minister.
Artikel 9 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 10 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit politieonderwijsraad.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 2 juni 2004
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. Remkes
Uitgegeven de zeventiende juni 2004
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner
NOTA VAN TOELICHTING
Algemeen
Ingevolge artikel 19 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs (Stb.
2003, 52) is de politieonderwijsraad ingesteld. Deze raad heeft tot taak om
de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie
desgevraagd of uit eigen beweging schriftelijk te adviseren over het op middellange
en lange termijn te voeren beleid inzake het politieonderwijs.
Het onderhavige besluit geeft regels ten aanzien van de werkwijze, de
organisatie en de bekostiging van de raad.
De raad is geen permanent adviesorgaan in de zin van de Kaderwet adviescolleges,
maar heeft een sui generis karakter. Reden hiervoor is dat de raad niet tot
taak heeft de regering te adviseren over algemeen verbindende voorschriften
of te voeren beleid van het Rijk. Vergelijkbaar aan de landelijke organen
in het reguliere beroepsonderwijs, oordeelt de raad over de uitvoering in
zaken van bestuur van het Rijk. Wel is in het onderhavige besluit waar mogelijk
aangesloten bij de bepalingen van de Kaderwet adviescolleges.
Financiële gevolgen
De vergoedingen welke aan de leden van de raad worden toegekend komen
ten laste van het bestaande budget van de politieonderwijsraad. Dit budget
wordt gevoed door een jaarlijkse bijdrage van het ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikelsgewijs
Artikel 2
De secretaris en de overige leden van het bureau maken geen deel uit van
de raad, en zijn in dienst van de stichting Nederlands Politie Instituut.
Artikel 5
In het door de raad zelf op te stellen reglement van orde worden onderwerpen
als bijvoorbeeld de vergaderfrequentie, de vormgeving van de secretariaatsfunctie
en een communicatieprotocol vastgelegd.
Artikel 7
De raad wordt via een lump sum bekostigd door het ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties. Alle bestedingen, waaronder mede begrepen de
personele lasten, dienen binnen dit budget te worden verricht.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. Remkes
XHistnoot
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de
Wet op de Raad van State).