Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2004, 253Wet

Wet van 24 mei 2004 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs, onder meer in verband met de beëindiging van de bekostiging van het onderwijs in allochtone levende talen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de bekostiging van het onderwijs in allochtone levende talen te beëindigen; dat daartoe de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra dienen te worden gewijzigd; dat daarmee samenhangend tevens de Wet op het voortgezet onderwijs voor wat betreft het onderwijs in de taal van het land van oorsprong dient te worden gewijzigd;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In de Wet op het primair onderwijs1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In artikel 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «krachtens het vierde en het vijfde lid» vervangen door: krachtens het vierde lid.

2. Onder vernummering van het zesde tot het vijfde lid, vervalt het vijfde lid.

B

Artikel 41, eerste lid, wordt vervangen door:

  • 1. De leerlingen nemen deel aan alle voor hen bestemde onderwijsactiviteiten, met dien verstande dat die onderwijsactiviteiten voor de leerlingen onderling kunnen verschillen.

C

Artikel 120, zesde lid, vervalt.

D

In artikel 140, eerste lid, wordt «onverminderd de artikelen 166, eerste lid, en 171, eerste lid,» vervangen door: onverminderd artikel 166, eerste lid,.

E

In artikel 141, eerste lid, wordt «onverminderd de artikelen 166, eerste lid, en 171, eerste lid,» vervangen door: onverminderd artikel 166, eerste lid,.

F

In artikel 144 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het derde lid, onderdeel c, vervalt: , dan wel artikel 171, eerste lid.

2. In het vierde lid vervalt: dan wel artikel 171, eerste lid,.

G

In artikel 145, eerste lid, tweede volzin, vervalt: , dan wel artikel 171, eerste lid.

H

In artikel 166, eerste lid, vervalt de tweede volzin en in de derde volzin vervalt: tezamen met de voor onderwijs in allochtone levende talen bestemde middelen, bedoeld in artikel 171, derde lid, onderdelen a en c,.

I

In artikel 170, tweede lid, vervalt de zinsnede: of een besluit omtrent de verdeling van middelen indien de gemeenteraad op grond van artikel 166, eerste lid, tweede volzin, heeft afgezien van de vaststelling van het plan,.

J

In titel IV vervallen het opschrift «Afdeling 11. Onderwijs in allochtone levende talen» en de artikelen 171, 172, 173, 173a, 174, 175 en 176.

K

In artikel 186 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het tweede lid vervallen de derde en vierde volzin.

2. Het zesde lid vervalt.

L

In de inhoudsopgave worden in titel IV de omschrijvingen achter de vermeldingen van Afdeling 11 en van de artikelen 171, 172, 173, 173a, 174, 175 en 176 vervangen door: (vervallen).

ARTIKEL II

In de Wet op de expertisecentra2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In artikel 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «krachtens het vierde of het vijfde lid» vervangen door: krachtens het vierde lid.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «als bedoeld in het zesde lid,» vervangen door: als bedoeld in het vijfde lid,.

3. Onder vernummering van het zesde tot en met achtste lid tot vijfde tot en met zevende lid, vervalt het vijfde lid.

4. In het zevende lid (nieuw) wordt «Onverminderd het zevende lid» vervangen door: Onverminderd het zesde lid.

B

Artikel 46, eerste lid, wordt vervangen door:

  • 1. De leerlingen nemen deel aan alle voor hen bestemde onderwijsactiviteiten, met dien verstande dat die onderwijsactiviteiten voor de leerlingen onderling kunnen verschillen.

C

Artikel 117, twaalfde lid, vervalt.

D

In artikel 132, tweede lid, eerste volzin, wordt «met toepassing van artikel 3, zevende lid, tweede volzin,» vervangen door: met toepassing van artikel 3, zesde lid, tweede volzin,.

E

In artikel 134, eerste lid, wordt «onverminderd de artikelen 153, eerste lid, en 157, eerste lid,» vervangen door: onverminderd artikel 153, eerste lid,.

F

In artikel 135, eerste lid, wordt «onverminderd de artikelen 153, eerste lid, en 157, eerste lid,» vervangen door: onverminderd artikel 153, eerste lid,.

G

In artikel 138 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het derde lid, onderdeel c, wordt «de toepassing van de artikelen 153, eerste lid, en 157, eerste lid» telkens vervangen door: de toepassing van artikel 153, eerste lid.

2. In het vierde lid, eerste volzin, vervalt de zinsnede: dan wel artikel 157, eerste lid,.

H

In artikel 139, eerste lid, derde volzin, wordt «de toepassing van de artikelen 153, eerste lid, en 157, eerste lid» telkens vervangen door: de toepassing van artikel 153, eerste lid.

I

In artikel 153, eerste lid, vervalt de tweede volzin en in de derde volzin vervalt de zinsnede: tezamen met de voor onderwijs in allochtone levende talen bestemde middelen, bedoeld in artikel 157, derde lid, onderdelen a en c,.

J

In artikel 156, tweede lid, vervalt de zinsnede: of een besluit omtrent de verdeling van middelen indien de gemeenteraad op grond van artikel 153, eerste lid, tweede volzin, heeft afgezien van de vaststelling van het plan,.

K

In titel IV vervallen het opschrift «Afdeling 10. Onderwijs in allochtone levende talen» en de artikelen 157, 158, 159, 159a, 160, 161 en 162.

L

In artikel 171 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het tweede lid vervallen de derde en vierde volzin.

2. Onder vernummering van het achtste en het negende lid tot het zevende en het achtste lid, vervalt het zevende lid.

M

In de inhoudsopgave worden in titel IV de omschrijvingen achter de vermeldingen van Afdeling 10 en van de artikelen 157, 158, 159, 159a, 160, 161 en 162 vervangen door: (vervallen).

ARTIKEL III

In de Wet op het voortgezet onderwijs3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

In artikel 10, negende lid, vervalt: , alsmede leerlingen als bedoeld in artikel 16.

B

In artikel 10b, tiende lid, onderdeel c, vervalt: alsmede leerlingen als bedoeld in artikel 16,.

C

In artikel 10d, tiende lid, onderdeel c, vervalt: alsmede leerlingen als bedoeld in artikel 16,.

D

In artikel 15, eerste lid, onderdeel e, vervalt: alsmede leerlingen als bedoeld in artikel 16,.

E

Artikel 16 vervalt.

ARTIKEL IV

De ingevolge deze wet gewijzigde artikelen van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs zoals die luidden op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de tijdvakken waarvoor zij gelding hadden.

ARTIKEL V

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, dan wel bij ministeriële regeling, worden voorschriften gegeven met betrekking tot de opvang van de personele gevolgen van de inwerkingtreding van deze wet.

ARTIKEL VI

Indien deze wet in werking treedt op of na het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 13 november 2001 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, ter waarborging van de bekwaamheid tot het uitoefenen van beroepen in het onderwijs (Kamerstukken II, 2002/03, 28 088, nr. 10) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt deze wet als volgt gewijzigd:

a. Artikel I, onderdeel A, eerste lid, wordt vervangen door:

  • 1. In het eerste lid wordt «onverminderd het derde en vierde lid» vervangen door: onverminderd het derde lid.

b. Artikel I, onderdeel A, tweede lid, wordt vervangen door:

  • 2. Onder vernummering van het vijfde tot het vierde lid, vervalt het vierde lid.

c. Na artikel I, onderdeel A, wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidend:

AB

In artikel 32, vijfde lid, wordt «of op grond van het derde of vierde lid van dat artikel» vervangen door: of op grond van het derde lid van dat artikel.

d. Artikel I, onderdeel K, vervalt.

e. Artikel II, onderdeel A, eerste lid, wordt vervangen door:

  • 1. In het eerste lid wordt «onverminderd het derde tot en met vijfde lid» vervangen door: onverminderd het derde en vierde lid.

f. Artikel II, onderdeel A, tweede lid, vervalt.

g. In artikel II, onderdeel A, worden het derde en vierde lid vervangen door:

  • 3. Onder vernummering van het vijfde tot en met zevende lid tot vierde tot en met zesde lid, vervalt het vierde lid.

  • 4. In het zesde lid (nieuw) wordt «Onverminderd het zevende lid» vervangen door: Onverminderd het vijfde lid.

h. Na artikel II, onderdeel A, wordt een nieuw onderdeel ingevoegd luidend:

AB

In artikel 32, vijfde lid, wordt «of op grond van het derde, vierde, of vijfde lid van dat artikel» vervangen door: of op grond van het derde of vierde lid van dat artikel.

i. In Artikel II, onderdeel D, wordt «met toepassing van artikel 3, zevende lid, tweede volzin,» vervangen door «met toepassing van artikel 3, zesde lid, tweede volzin,» en wordt «: met toepassing van artikel 3, zesde lid, tweede volzin,» vervangen door «: met toepassing van artikel 3, vijfde lid, tweede volzin,».

j. Artikel II, onderdeel L, vervalt.

ARTIKEL VII

Indien deze wet in werking treedt voordat het bij koninklijke boodschap van 13 november 2001 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, ter waarborging van de bekwaamheid tot het uitoefenen van beroepen in het onderwijs (Kamerstukken II, 2001/02, 28 088, nrs. 1–3), tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt laatstbedoelde wet als volgt gewijzigd:

a. In artikel I, onderdeel A, eerste lid, wordt «onverminderd het derde en vierde lid» vervangen door: onverminderd het derde lid.

b. Artikel I, onderdeel A, tweede lid, wordt vervangen door:

  • 2. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid, vervalt het derde lid.

c. Artikel I, onderdeel A, vierde lid, vervalt.

d. In artikel I, onderdeel A, vijfde lid, wordt «In het vijfde lid (nieuw)» vervangen door: In het vierde lid (nieuw).

e. In artikel I, onderdeel D, wordt in artikel 32, vijfde lid, «of op grond van het derde of vierde lid van dat artikel» vervangen door: of op grond van het derde lid van dat artikel.

f. In artikel I, onderdeel J, wordt «Afdeling 11» vervangen door: Afdeling 10.

g. In artikel I, onderdeel L, vierde lid, wordt «Na de vermelding van het opschrift van» vervangen door: Na de vermelding met betrekking tot.

h. In artikel II, onderdeel A, eerste lid, wordt «onverminderd het derde tot en met vijfde lid» vervangen door: onverminderd het derde en vierde lid.

i. Artikel II, onderdeel A, tweede lid, wordt vervangen door:

  • 2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde tot en met zevende lid tot derde tot en met zesde lid.

j. In artikel II, onderdeel A, vervalt het vierde lid.

k. In artikel II, onderdeel A, vijfde lid, wordt «In het vijfde lid (nieuw)» vervangen door: In het vierde lid (nieuw).

k1. In artikel II, onderdeel A, lid 5a, wordt «zesde lid (nieuw)» vervangen door: vijfde lid (nieuw).

l. Artikel II, onderdeel A, zesde lid, wordt vervangen door:

  • 6. In het zesde lid (nieuw) wordt «Onverminderd het zesde lid» vervangen door «Onverminderd het vijfde lid» en wordt in onderdeel a «een getuigschrift dat bij of krachtens artikel 171 is aangewezen als bewijs van bekwaamheid» vervangen door: een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, onder b.1°.

m. In artikel II, onderdeel D, wordt in artikel 32, vijfde lid, «of op grond van het derde, vierde of vijfde lid van dat artikel» vervangen door: of op grond van het derde of vierde lid van dat artikel.

n. Artikel II, onderdeel H1 wordt vervangen door:

H1

In artikel 132, tweede lid, wordt «artikel 3, zesde lid» vervangen door: artikel 3, vijfde lid.

ARTIKEL VIIA

Indien zowel deze wet als het bij koninklijke boodschap van 13 november 2001 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, ter waarborging van de bekwaamheid tot het uitoefenen van beroepen in het onderwijs (Kamerstukken II, 2001/02, 28 088, nrs. 1–2) in werking treden voordat het bij koninklijke boodschap van 28 mei 2003 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van een aantal wetten in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs (Kamerstukken II, 2002/03, 28 925, nrs. 1–2) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt laatstbedoelde wet als volgt gewijzigd:

a. In hoofdstuk 5, artikel 5.1, wordt «artikel 3, achtste lid» vervangen door: artikel 3, zesde lid.

b. In hoofdstuk 5, artikel 5.3, wordt «artikel 3, zesde lid» vervangen door: artikel 3, vierde lid.

ARTIKEL VIIB

Indien artikel VIIa niet van toepassing is en deze wet dan wel het bij koninklijke boodschap van 13 november 2001 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, ter waarborging van de bekwaamheid tot het uitoefenen van beroepen in het onderwijs (Kamerstukken II, 2001/02, 28 088, nrs. 1–2) in werking treedt voordat het bij koninklijke boodschap van 28 mei 2003 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van een aantal wetten in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs (Kamerstukken II, 2002/03, 28 925, nrs. 1–2) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt laatstbedoelde wet als volgt gewijzigd:

a. In hoofdstuk 5, artikel 5.1, wordt «artikel 3, achtste lid» vervangen door: artikel 3, zevende lid.

b. In hoofdstuk 5, artikel 5.3, wordt «artikel 3, zesde lid» vervangen door: artikel 3, vijfde lid.

ARTIKEL VIII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 24 mei 2004

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. J. A. van der Hoeven

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C. P. Veerman

Uitgegeven de zeventiende juni 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Stb. 1998, 495, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 december 2003, Stb. 2004, 17.

XNoot
2

Stb. 1998, 496, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 december 2003, Stb. 2004, 17.

XNoot
3

Stb. 1998, 512, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 maart 2004, Stb. 139.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2002/2003, 2003/2004, 29 019.

Handelingen II 2003/2004, blz. 3427–3448; 3626.

Kamerstukken I 2003/2004, 29 019 (A, B, C, D).

Handelingen I 2003/2004, blz. 1512–1518; 1529–1537.