Besluit van 25 mei 2004 tot wijziging van het Besluit geslachtsnaamswijziging

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 17 maart 2004, Directie Wetgeving, nr. 5275799/04/6;

Gelet op artikel 7, vijfde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

De Raad van State gehoord (advies van 15 april 2004, nr. W03.04.0124/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 14 mei 2004, nr. 5285693/04/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit geslachtsnaamswijziging1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift boven artikel 3 komt te luiden:

Wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige.

B

Het eerste lid van artikel 3a komt te luiden:

  • 1. Op verzoek van de wettelijk vertegenwoordiger wordt de geslachtsnaam van een minderjarig kind gewijzigd:

    a. in dezelfde geslachtsnaam als die van de overige tot hetzelfde gezin behorende minderjarige kinderen van dezelfde ouders, indien als gevolg van de toepassing van regels van internationaal privaatrecht verschil in geslachtsnaam tussen de kinderen is ontstaan; of

    b. in de geslachtsnaam naar het recht van een staat waarvan het kind de nationaliteit bezit, indien het kind naast de Nederlandse nationaliteit een andere nationaliteit bezit, een en ander met inachtneming van de artikelen 12, eerste lid, en 17 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en, waar mogelijk, van de gelijkheid van geslachtsnaam van minderjarige kinderen van dezelfde ouders die tot hetzelfde gezin behoren.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 25 mei 2004

Beatrix

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Uitgegeven de achtste juni 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit strekt tot wijziging van het Besluit geslachtsnaamswijziging in verband met de uitspraak van het Hof van Justitie van 2 oktober 2003 in de zaak Garcia Avello tegen België (C-148/02).

Artikel I, onderdelen A en B

De onder artikel 3a, eerste lid, onder a, genoemde wijzigingsgrond, welke bepaling in verband met de thans in te voeren wijziging redactioneel is aangepast, was reeds opgenomen in het Besluit geslachtsnaamswijziging. In het licht van de uitspraak van het Hof van Justitie van 2 oktober 2003 in de zaak Garcia Avello tegen België (C-148/02) is de in dat artikellid voorziene mogelijkheid van naamswijziging, die alleen bestaat bij verschil van naam binnen het gezin, ontoereikend gebleken. In verband daarmee is artikel 3a, eerste lid, onderdeel b, toegevoegd. Het Hof oordeelde dat de artikelen 12 en 17 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG) meebrengen dat, ingeval kinderen naast de nationaliteit van de EG-lidstaat waar zij verblijven, de nationaliteit van een andere EG-lidstaat bezitten, op verzoek de geslachtsnaam dient te worden gewijzigd in de afwijkende naam die zij naar het recht van de andere lidstaat zouden hebben.

Het betreft in het bijzonder gevallen waarin kinderen in Nederland worden geboren en bij geboorte zowel de Nederlandse als bijvoorbeeld de Spaanse nationaliteit verkrijgen. Op grond van de Nederlandse regels van internationaal privaatrecht (artikel 2 van de Wet conflictenrecht namen) wordt in Nederland de geslachtsnaam overeenkomstig het Nederlandse interne recht vastgesteld. De kinderen verkrijgen de naam van de vader, tenzij (voor het eerste kind) naamskeuze is gedaan voor de naam van de moeder. Naar Spaans recht verkrijgt een kind een dubbele geslachtsnaam bestaande uit het eerste deel van de naam van de vader en de naam van de moeder. Het Hof oordeelt dat het in een dergelijk geval mogelijk moet zijn op verzoek van de wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen de naam te doen wijzigen in de naam die zij hebben naar Spaans recht. Onderdeel b van het eerste lid van artikel 3a voorziet hierin.

De uitspraak van het Hof is gebaseerd op de veronderstelling dat, in het licht van de bepalingen in het EG-verdrag over non-discriminatie op grond van nationaliteit en over Europees burgerschap, naamsverscheidenheid bij dubbele nationaliteit een probleem kan opleveren. Er is daarom aanleiding om, met inachtneming van die bepalingen in gevallen waarin sprake is van verscheidenheid van namen van een polypatride kind van Nederlandse nationaliteit, naamswijziging mogelijk te maken. Hierbij verdient opmerking dat de situatie waarin een kind dat naast de Nederlandse nationaliteit de nationaliteit van een andere staat heeft, ongemak ondervindt in de uitoefening van de vrijheid, bedoeld in artikel 18 van het EG-verdrag, zich kan voordoen ongeacht of die andere staat al dan niet een EG-lidstaat is. De bepaling onder b onderscheidt dan ook niet: zij is, behalve in een geval als door het Hof berecht, ook toepasselijk wanneer een kind naast de Nederlandse nationaliteit de nationaliteit bezit van een andere staat die niet een EG-lidstaat is. Een en ander betekent dat ook in gevallen waarin kinderen niet in Nederland zijn geboren of niet hier verblijven of gevallen waarin de naam in het buitenland is bepaald met toepassing van ander dan Nederlands recht en in Nederland is erkend, de mogelijkheid tot geslachtsnaamswijziging wordt geboden indien het kind meer dan een nationaliteit heeft. Potentieel kan het dan gaan om wijziging in de naam naar Nederlands recht dan wel in de naam naar het vreemde nationale recht van het kind. Wijziging in de naam naar het vreemde recht van de gewone verblijfplaats van het kind is niet mogelijk, tenzij het kind ook de nationaliteit van de betrokken staat heeft. De naamsverscheidenheid behoeft niet noodzakelijk rechtstreeks voort te vloeien uit het verschil in de betrokken interne rechtsstelsels. Zij kan ook een gevolg zijn van een verschil in de verwijzingsregels. Er zijn staten die niet het nationale recht van het kind, maar het recht van de gewone verblijfplaats toepassen op de bepaling van de naam. De verscheidenheid van namen kan bijvoorbeeld ook zijn ontstaan doordat de betrokken interne rechtsstelsels verschillende consequenties voor de naam verbinden aan de vaststelling of de verbreking van een familierechtelijke band. De nieuwe naam van het kind zal moeten worden bepaald, rekening houdende met eventuele voorvragen met betrekking tot de afstamming van het kind. Van een verscheidenheid van namen is- uiteraard- geen sprake indien de in Nederland toegekende naam in de staat van de vreemde nationaliteit wordt erkend.

De veronderstelling van het Hof dat, in het licht van de bepalingen in het EG-verdrag over non-discriminatie op grond van nationaliteit en over Europees burgerschap, naamsverscheidenheid bij dubbele nationaliteit een probleem kan opleveren, geldt in gelijke mate voor alle tot het gezin behorende kinderen van dezelfde ouders, die dezelfde naam en, naast de Nederlandse nationaliteit, dezelfde vreemde nationaliteit hebben. Het ligt in de rede dat in zoverre het beginsel van eenheid van naam binnen het gezin gerespecteerd wordt en dat de geboden mogelijkheid tot naamswijziging niet ten koste gaat van die eenheid. Een andere benadering zou betekenen dat men het in artikel 3a, eerste lid, onder a, gestelde criterium in belangrijke mate zou loslaten. Het vereiste van eenheid van naam binnen het gezin impliceert dat als er in het gezin van dezelfde ouders meer dan één kind is en deze kinderen allen dezelfde geslachtsnaam en, naast de Nederlandse, dezelfde vreemde nationaliteit hebben, een wijziging op grond van artikel 3, eerste lid, onder b alleen mogelijk is indien zij voor alle kinderen wordt aangevraagd. Voor zover kinderen van dezelfde ouders niet dezelfde geslachtsnaam en naast de Nederlandse niet dezelfde vreemde nationaliteit bezitten, zal naamswijziging veelal slechts kunnen plaatsvinden met onderbreking van de eenheid van naam binnen het gezin. De eenheid van naam binnen het gezin zal ook niet kunnen worden gerespecteerd indien het recht van de andere nationaliteit de voorvraag naar de afstamming van de betrokken kinderen op verschillende wijze beantwoordt en dit leidt tot een verschil in naamgeving.

Evenals bij verzoeken op grond van artikel 3 en 3a, eerste lid, onder a, dient onder meer de minderjarige van twaalf jaren of ouder in te stemmen met de verzochte geslachtsnaamswijziging. Teneinde continuïteit in geslachtsnaam binnen hetzelfde gezin te waarborgen geldt eveneens de in het derde lid opgenomen bepaling dat een eerste geslachtsnaamswijziging op grond van deze bepaling beslissend is voor eventuele geslachtsnaamswijzigingen op grond van deze zelfde bepaling ten aanzien van volgende kinderen van dezelfde ouders die op een later tijdstip deel gaan uitmaken van hetzelfde gezin.

In verband met deze wijziging is het opschrift boven artikel 3 eveneens aangepast. In het kader van de leesbaarheid van de regeling is het opschrift beperkt tot «wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige».

Artikel II

In het besluit is geen afzonderlijke bepaling van overgangsrecht opgenomen, en wel om de volgende reden.

Ingevolge dit besluit wordt een mogelijkheid om geslachtsnaamswijziging te verkrijgen toegevoegd aan het Besluit geslachtsnaamswijziging. Omdat het nieuwe recht in alle gevallen gunstiger is, is er aanleiding het nieuwe recht ook van toepassing te doen zijn op verzoeken die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit en waarop op dat tijdstip nog niet is beslist. Dit geldt ook indien bezwaar tegen de afwijzing van een verzoek tot geslachtsnaamswijziging is ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit en daarop nog niet is beslist. Ingevolge artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht vindt in bezwaar een algehele heroverweging plaats, met andere woorden, er vindt een ex-nunc toetsing plaats. Dit is anders in geval er beroep bij de rechtbank is ingesteld tegen een afwijzing in bezwaar. In beroep vindt een rechtmatigheidstoetsing ex-tunc plaats. In verband daarmee blijven voor zaken waarin beroep is ingesteld voor de inwerkingtreding van dit besluit de regels gelden zoals deze luidden voor de datum van inwerkingtreding. Hierbij wordt overigens aangenomen dat betrokkene in de gevallen waarin zijn verzoek tot geslachtsnaamswijziging onder de nieuwe regels wel voor inwilliging in aanmerking komt, zijn beroep zal intrekken en een nieuw verzoek zal indienen.

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Stb. 1997, 463, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 21 februari 2004, Stb. 100.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

Naar boven