Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2004, 179AMvB

Besluit van 24 maart 2004, houdende wijziging van de bijlagen bij de Pensioen- en spaarfondsenwet, de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling en opneming van een bijlage bij het Besluit gelijke behandeling bij pensioenen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 10 februari 2004, nr. AV/PB/04/7685;

Gelet op de artikelen 23c, derde en vijfde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, artikel 20, derde lid, van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 en artikel 21c, derde lid, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling;

De Raad van State gehoord (advies van 4 maart 2004, No. W12.04 0070/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 19 maart 2004, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/PB/04/17 925;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WIJZIGING BIJLAGE BIJ ARTIKEL 23C VAN DE PENSIOEN- EN SPAARFONDSENWET

De bijlage, bedoeld in artikel 23c, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In tabel 1 wordt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel de regel «2, vierde lid, eerste volzin», met daarachter in de kolom Tariefnummer «5» vervangen door de regel «2b, derde lid» met daarachter in de kolom Tariefnummer: «4».

2. In tabel 1 wordt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel voor artikel 3a, derde lid, ingevoegd: «2c, eerste lid» met daarachter in de kolom Tariefnummer: «4».

3. In tabel 1 komt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel de regel «4, derde lid», met daarachter in de kolom Tariefnummer: «3» te vervallen.

4. In tabel 1 wordt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel tussen 6a en 6b, vierde lid, ingevoegd: «6b, tweede lid» met daarachter in de kolom: Tariefnummer: «3».

5. In tabel 1 wordt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel de regel «6c, vijfde lid», met daarachter in de kolom Tariefnummer: «2» vervangen door de regel «6d, derde lid» met daarachter in de kolom: Tariefnummer: «2».

6. In tabel 1 komt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel de regel «8, vijfde lid,» met daarachter in de kolom Tariefnummer: «4» te vervallen.

7. In tabel 1 komt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel de regel «8, zesde lid,» met daarachter in de kolom Tariefnummer: «4» te vervallen.

8. In tabel 1 wordt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel tussen 9c en 10a, ingevoegd: «10, derde lid» met daarachter in de kolom: Tariefnummer «3».

9. In tabel 2 komt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel bij de regel «2, vierde lid, eerste volzin» met daarachter in de kolom Tariefnummer: «5» de zinsnede: «eerste volzin» te vervallen.

10. In tabel 2 wordt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel voor artikel 3, eerste lid, ingevoegd: «2b, eerste lid» met daarachter in de kolom Tariefnummer: «4».

11. In tabel 2 wordt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel na artikel 3a, vierde lid, ingevoegd: «8, vijfde lid» met daarachter in de kolom Tariefnummer: «4» en daaronder ingevoegd: «8, zesde lid» met daarachter in de kolom Tariefnummer: «4».

ARTIKEL II. WIJZIGING BIJLAGE BIJ ARTIKEL 20 VAN DE WET VERPLICHTE DEELNEMING IN EEN BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS 20002

De bijlage, bedoeld in artikel 20, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Bijlage als bedoeld in artikel 20 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.

2. In artikel 1 wordt de zinsnede «voorschriften gesteld bij of krachtens» telkens vervangen door: voorschriften gesteld bij.

ARTIKEL III. WIJZIGING BIJLAGE BIJ ARTIKEL 21C VAN DE WET BETREFFENDE VERPLICHTE DEELNEMING IN EEN BEROEPSPENSIOENREGELING3

De bijlage, bedoeld in artikel 21c, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

In tabel 1 komt in de kolom Overtreding van voorschriften gesteld bij artikel de regel «9», met daarachter in de kolom Tariefnummer «4» te vervallen.

ARTIKEL IV. WIJZIGING BESLUIT GELIJKE BEHANDELING BIJ PENSIOENEN4

A

De artikelen 5 en 6 worden vernummerd tot 6 en 7.

B

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5

  • 1. Het bedrag van de boete bedoeld in artikel 23c, vijfde lid, eerste volzin, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, wordt bepaald op de wijze voorzien in bijlage 1 bij dit besluit.

  • 2. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan het bedrag van de boete lager stellen dan in bijlage 1 is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.

C

Aan dit besluit wordt een bijlage als bedoeld in artikel 23c, vijfde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet toegevoegd, luidende:

Bijlage 1, behorend bij artikel 5, eerste lid, van het Besluit gelijke behandeling bij pensioenen

Artikel 1
  • 1. Het bedrag van de boete voor de overtreding van de voorschriften, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit waarbij deze bijlage is vastgesteld, gesteld bij de artikelen 2, eerste en tweede lid, en 3, tweede en derde lid, van dit besluit bedraagt € 21 781, vermenigvuldigd met de factor behorende bij de hierna genoemde categorie-indeling naar balanstotaal:

    Categorie I: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal minder dan € 9 075 604: factor 1;

    Categorie II: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van ten minste € 9 075 604 maar minder dan € 45 378 022: factor 2;

    Categorie III: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van ten minste € 45 378 022 maar minder dan € 226 890 108: factor 3;

    Categorie IV: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van ten minste € 226 890 108 maar minder dan € 453 780 216: factor 4;

    Categorie V: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van € 453 780 216 of meer: factor 5.

  • 2. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer beschikbaar zijn gesteld, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer aan degene aan wie de boete wordt opgelegd, verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.

Artikel 2

Het bedrag van de boete voor de overtreding van de voorschriften, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit waarbij deze bijlage is vastgesteld, gesteld bij artikel 4 van dit besluit bedraagt € 21 781.

ARTIKEL V. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 24 maart 2004

Beatrix

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

M. Rutte

Uitgegeven de vierde mei 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Met het onderhavige besluit wordt een aantal correcties doorgevoerd met betrekking tot de zogenaamde «boetebijlagen» die bij de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW), de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000) en de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Wet Bpr) horen sinds de invoering van de mogelijkheid om een administratieve boete op te leggen. Tevens is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een dergelijke bijlage op te nemen bij het Besluit gelijke behandeling bij pensioenen.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel 1 en 2

De overtreding van artikel 2, vierde lid, PSW was ten onrechte zowel in tabel 1 als in tabel 2 opgenomen. Omdat deze bepaling zich richt tot de werkgever moet dit voorschrift in tabel 2 zijn opgenomen en kan dit in tabel 1 komen te vervallen. In verband met de invoering van de artikelen 2b en 2c en de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen bij de overtreding van deze artikelen is het noodzakelijk om de betreffende leden van de artikelen op te nemen in de betreffende tabel van de bijlage onder vermelding van het toepasselijke tariefnummer. In de onderhavige onderdelen zijn de leden van artikel 2b en artikel 2c opgenomen die betrekking hebben op tabel 1, namelijk artikel 2b, derde lid, en artikel 2c, eerste lid. Voor beiden geldt tariefnummer 4. Artikel 2b, eerste lid, wordt vermeld in tabel 2 (zie onderdeel 10).

Onderdeel 3

De aanpassing van de bijlage is noodzakelijk omdat door de inwerkingtreding van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 artikel 4, derde lid, van de PSW is komen te vervallen, maar dit nog niet in de bijlage was verwerkt.

Onderdeel 4

In verband met het opnemen van artikel 6b, tweede lid, in artikel 23b is het noodzakelijk om artikel 6b, tweede lid, ook in de bijlage op te nemen in de betreffende tabel onder vermelding van het toepasselijke tariefnummer.

Onderdeel 5

Nadat artikel 6c, vijfde lid, is komen te vervallen in de opsomming in artikel 23b, dan moet dat artikel ook uit de bijlage worden geschrapt. Nu in plaats daarvan artikel 6d, derde lid, is opgenomen in artikel 23b, moet dat artikel in de bijlage worden opgenomen.

Onderdeel 6, 7 en 8

Artikel 8, vijfde en zesde lid, van de PSW heeft betrekking op de verplichting tot gelijke behandeling van slapers en gepensioneerden bij de verlening van toeslagen. Deze voorschriften richten zich niet alleen tot pensioenfondsen maar ook tot werkgevers. Daarom is de indeling in tabel 1 van deze voorschriften niet juist en moet indeling in tabel 2 plaatsvinden. Bovengenoemde onderdelen voorzien in deze aanpassing.

Onderdeel 9

Artikel 10 is bij de wijziging van de PSW (Stb. 1999, 592) opgenomen in artikel 23b, maar verzuimd was dit artikel ook op te nemen in de bijlage bedoeld in artikel 23c, eerste lid, van de PSW. De mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te nemen heeft betrekking op artikel 10, derde lid, van de PSW.

Onderdeel 10

De zinsnede «eerste volzin» moet vervallen omdat niet alleen de tekst van de eerste volzin relevant is.

Onderdeel 11

Zoals al met betrekking tot onderdeel 1 is opgemerkt, is aanpassing van de bijlage nodig in verband met de invoering van de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen bij overtreding van artikel 2b, eerste lid.

Artikel II

In het opschrift bij de bijlage bij de Wet Bpf 2000 staat ten onrechte het woord «betreffende». In artikel 1 van de bijlage zijn de woorden «of krachtens» geschrapt omdat de boetetarieven in gedelegeerde wetgeving afzonderlijk zijn geregeld.

Artikel III

Met de inwerkingtreding van de wet tot Wijziging PSW in verband met toezicht, verbod op uitstelfinanciering en waardeoverdracht is artikel 9 van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling komen te vervallen. Daarom moet dit artikel ook in de bijlage bij artikel 21c komen te vervallen. In de Verzamelwet sociale verzekeringen 2003 is eveneens voorzien in het schrappen van artikel 9 in de artikelen 21a en 21b van de PSW.

Artikel IV

Op grond van artikel 23c, vijfde lid, van de PSW wordt voor de overtreding van voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2b, vijfde lid, 2c, tweede lid en 32, negende lid, het bedrag van een boete bepaald op de wijze die is voorzien in de bijlage behorende bij die algemene maatregel van bestuur. Die algemene maatregel van bestuur is het Besluit gelijke behandeling bij pensioenen. Daarin was nog niet voorzien in een bijlage als hier bedoeld en daarom gebeurt dit door middel van het onderhavige besluit alsnog. Met de Verzamelwet sociale verzekeringen 2003 zijn artikel 2c, tweede lid en 32, negende lid, toegevoegd aan artikel 23c. Daarvoor was alleen artikel 2b, vijfde lid genoemd. Bij overtreding van alle in het Besluit gelijke behandeling bij pensioenen genoemde voorschriften geldt een boete van tariefnummer 4, te weten een bedrag van € 21 781. De voorschriften welke zijn opgenomen in de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, tweede en derde lid, van het Besluit gelijke behandeling bij pensioenen richten zich tot pensioenfondsen en verzekeraars en afhankelijk van de grootte van het balanstotaal van deze pensioenuitvoerders wordt het boetebedrag vermenigvuldigd met een bepaalde factor. Daarmee is beoogd de boete af te stemmen op de draagkracht. Aangezien de artikelen 2b, 2c en 32 van de PSW geen betrekking hebben op spaarfondsen worden deze hier ook niet genoemd. Het in artikel 4 van het Besluit gelijke behandeling bij pensioenen opgenomen voorschrift richt zich niet uitsluitend tot pensioenuitvoerders, maar ook tot de werkgever. Bij overtreding daarvan geldt geen vermenigvuldigingsfactor met betrekking tot de boete. Bij de opzet van de bijlage inzake de boeten is aansluiting gezocht bij de bijlagen die nu al bestaan voor de Pensioen- en spaarfondsenwet, de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling en het Besluit staten pensioenfondsen.

Artikel V

De artikelen II, III en IV kunnen in werking treden na publicatie van het onderhavige besluit.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

M. Rutte


XNoot
1

Stb. 1981, 18, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2003, Stb. 544.

XNoot
2

Stb. 2000, 628, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2003, Stb. 544.

XNoot
3

Stb. 1972, 400, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2003, Stb. 544.

XNoot
4

Stb. 2002, 101.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.