Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Warenwet,
de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Diergeneesmiddelenwet, en de Wet op de
economische delicten te wijzigen teneinde deze wetten af te stemmen op verordening
(EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002
tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving,
tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling
van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31) en dat het
noodzakelijk is een onvolkomenheid in de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 weg
te nemen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
Artikel I
De Warenwet1 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel f wordt na «32k» ingevoegd: alsmede die welke
in strijd zijn met artikel 14, eerste lid, van de verordening.
2. Onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel g door een puntkomma,
wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
h. verordening: verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement
en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen
en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese
Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor
voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31).
B
In artikel 18 komen de onderdelen a, b en d, onder verlettering van de
onderdelen c en e tot onderscheidenlijk a en b, te vervallen.
Artikel II
In artikel 16, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 19622 wordt «worden zij voor de toepassing van artikel 18, onder
d, van de Warenwet in ieder geval aangemerkt als eet- of drinkwaren die ongeschikt
zijn voor gebruik» vervangen door: worden zij voor de toepassing van
artikel 14, eerste lid, van verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees
Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene
beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting
van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van
procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31) aangemerkt als
onveilige levensmiddelen.
Artikel III
Artikel 41, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet3
komt te luiden:
1. Indien op eet- of drinkwaren van dierlijke oorsprong een grotere hoeveelheid
van één of meer diergeneesmiddelen, bestanddelen daarvan of
omzettingsprodukten aanwezig is dan bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur is bepaald, worden deze voortbrengselen voor de toepassing van artikel
14, eerste lid, van verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement
en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen
en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese
Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor
voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31) aangemerkt als onveilige levensmiddelen;
voor zover zij vlees in de zin van de Vleeskeuringswet zijn, worden zij afgekeurd.
Artikel IV
In artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten4 wordt op alfabetische wijze ingevoegd:
verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van
28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften
van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit
voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden
(PbEG L 31), artikel 14, eerste lid;.
Artikel V
A
Indien artikel I, onderdeel D, van de Wet van 6 februari 2003 tot wijziging
van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 62) in werking treedt op een tijdstip
gelegen voor het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt, komt artikel
5, vierde lid, onderdeel c, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 als volgt
te luiden:
c. wordt bepaald dat het verboden is aan het grote publiek biociden
af te leveren, welke ingevolge richtlijn nr. 1999/45/EG van het Europese Parlement
en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassingen van de wettelijke
en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de
verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (Pb EG L 187) als vergiftig,
zeer vergiftig, kankerver-wekkend of mutageen categorie 1 of 2,
of als vergiftig voor de voortplanting categorie 1 of 2 zijn ingedeeld.
B
Indien artikel I, onderdeel D, van de Wet van 6 februari 2003 tot wijziging
van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 62) nog niet in werking is getreden
op het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt, komt artikel 5, vierde
lid, onderdeel b, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 als volgt te luiden:
b. wordt bepaald dat het verboden is aan het grote publiek biociden
af te leveren, welke ingevolge richtlijn nr. 1999/45/EG van het Europese Parlement
en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassingen van de wettelijke
en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de
verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (Pb EG L 187) als vergiftig,
zeer vergiftig, kankerverwekkend of mutageen categorie 1 of 2, of als
vergiftig voor de voortplanting categorie 1 of 2 zijn ingedeeld.
Artikel VI
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2005, met uitzondering
van artikel V, dat in werking treedt met ingang van de dag na uitgifte van
het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
XNoot
1Stb. 1988, 360, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 november 2001,
Stb. 601.
XNoot
3Stb. 1985, 410, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 oktober 2003,
Stb. 478.
XNoot
4Stb. 1950, K 258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 maart 2004,
Stb. 141.
XHistnoot
Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:
Kamerstukken II 2003/2004, 29 317.
Handelingen II 2003/2004, blz. 3739.
Kamerstukken I 2003/2004, 29 317 (A).
Handelingen I 2003/2004, zie vergadering d.d. 5 april 2004.