Besluit van 22 maart 2004 tot intrekking van het Sanctiebesluit financiële dienstenverkeer en betalingsverkeer Irak

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 20 februari 2004, nr. DJZ/BR/0126-04, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën;

Gelet op Verordening (EG) nr. 2119/2003 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 december 2003 (Pb EG L 318) tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1210/2003 betreffende bepaalde specifieke restricties op de economische en financiële betrekkingen met Irak en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2465/96;

Gelet op artikel 2 van de Sanctiewet 1977;

De Raad van State gehoord (advies van 4 maart 2004, nr. W02.04.0088/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 12 maart 2004, nr. DJZ/BR/0176-04, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Sanctiebesluit financiële dienstenverkeer en betalingsverkeer Irak1 wordt ingetrokken.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 22 maart 2004

Beatrix

De Minister van Buitenlandse Zaken,

B. R. Bot

Uitgegeven de vijftiende april 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

TOELICHTING

Artikel I

Het onderhavige besluit strekt tot intrekking van het Sanctiebesluit financiële dienstenverkeer en betalingsverkeer Irak (hierna: het sanctiebesluit). In artikel 3 van de Sanctieregeling Irak 2003 II is reeds bepaald dat het sanctiebesluit buiten werking wordt gesteld met ingang van het tijdstip waarop bijlage III behorend bij artikel 4, eerste lid, van Verordening (EG) 1210/20031voor de eerste maal wordt vastgesteld. Deze bijlage – die een lijst bevat van overheidsinstellingen, overheidsondernemingen, agentschappen, natuurlijke en rechtspersonen, instanties of entiteiten van de vorige regering van Irak waarvan de tegoeden en economische middelen bevroren dienen te zijn – is tot stand gekomen bij Verordening (EG) nr. 2119/2003 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 december 2003 (Pb EG L 318) tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1210/2003 betreffende bepaalde specifieke restricties op de economische en financiële betrekkingen met Irak en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2465/96. Ingevolge artikel 8 van de Sanctiewet 1977 heeft een ministeriële regeling waarin een sanctiebesluit buiten werking wordt gesteld een tijdelijk karakter: binnen tien maanden moet de buitenwerkingstelling bij ministeriële regeling zijn vervangen door een algemene maatregel van bestuur tot intrekking van het sanctiebesluit.

Artikel II

Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Sanctiewet 1977 kan de onderhavige intrekking van het sanctiebesluit niet eerder in werking treden dan twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst. Om deze reden is ervoor gekozen het onderhavige besluit in werking te laten treden met ingang van de datum exact twee maanden na de datum van publicatie in het Staatsblad. Dit betekent dat indien het besluit bijvoorbeeld zou worden bekendgemaakt in het Staatsblad van 15 juli 2004, inwerkingtreding volgt op 16 september 2004.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

B. R. Bot


XNoot
1

Stb. 1991, 167.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

XNoot
1

Verordening (EG) nr. 1210/2003 van de Raad van de Europese Unie van 7 juli 2003 (PbEG L 169) betreffende bepaalde specifieke restricties op de economische en financiële betrekkingen met Irak en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2465/96.

Naar boven