Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatsblad 2004, 110AMvB

Besluit van 15 maart 2004, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 26 januari 2004 tot wijziging van de Huursubsidiewet en enkele andere wetten (introductie van een nieuwe procedure voor huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen) (Stb. 2004, 61) en van het besluit van 26 januari 2004, houdende wijziging van het Besluit prestatienormering huursubsidie, het Besluit vangnetregeling huursubsidie en het Huursubsidiebesluit (afschaffen kleinschaligheid) (Stb. 2004, 43)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 februari 2004, nr. MJZ2004022224, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op artikel X van de wet van 26 januari 2004 tot wijziging van de Huursubsidiewet en enkele andere wetten (introductie van een nieuwe procedure voor huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen) (Stb. 2004, 61) en artikel IV van het besluit van 26 januari 2004, houdende wijziging van het Besluit prestatienormering huursubsidie, het Besluit vangnetregeling huursubsidie en het Huursubsidiebesluit (afschaffen kleinschaligheid) (Stb. 2004, 43);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

  • 1. De artikelen I, onderdelen A tot en met E, F tot en met I, K, onder 2 (derde lid, aanhef en onder b en c) en 3, L, M, N, onder 2 en 4, O, P, Q, R, onder 1 en 2, S tot en met XA, AA, BB, CC, onder 1, DD en EE, en II tot en met IX van de wet van 26 januari 2004 tot wijziging van de Huursubsidiewet en enkele andere wetten (introductie van een nieuwe procedure voor huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen) (Stb. 2004, 61) en de artikelen I, onderdelen A en B, en III van het besluit van 26 januari 2004, houdende wijziging van het Besluit prestatienormering huursubsidie, het Besluit vangnetregeling huursubsidie en het Huursubsidiebesluit (afschaffen kleinschaligheid) (Stb. 2004, 43) treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en werken terug tot en met 1 juli 2002.

  • 2. Artikel I, onderdelen EA, J, K, onder 1 en 2 (derde lid, onder a), N, onder 1 en 3, R, onder 3, RA, XB, Y, CC, onder 2, en DDA, van de wet van 26 januari 2004 tot wijziging van de Huursubsidiewet en enkele andere wetten (introductie van een nieuwe procedure voor huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen) (Stb. 2004, 61) en de artikelen I, onderdeel C, en II van het besluit van 26 januari 2004, houdende wijziging van het Besluit prestatienormering huursubsidie, het Besluit vangnetregeling huursubsidie en het Huursubsidiebesluit (afschaffen kleinschaligheid) (Stb. 2004, 43) treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en werken terug tot en met 1 juli 2003.

  • 3. Artikel I, onderdeel Z, van de wet van 26 januari 2004 tot wijziging van de Huursubsidiewet en enkele andere wetten (introductie van een nieuwe procedure voor huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen) (Stb. 2004, 61) treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 15 maart 2004

Beatrix

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S. M. Dekker

Uitgegeven de vijfentwintigste maart 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

Inleiding

In artikel X van de wet van 26 januari 2004 tot wijziging van de Huursubsidiewet en enkele andere wetten (introductie van een nieuwe procedure voor huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen) (Stb. 2004, 61) (hierna: wijzigingswet) en artikel IV van het besluit van 26 januari 2004, houdende wijziging van het Besluit prestatienormering huursubsidie, het Besluit vangnetregeling huursubsidie en het Huursubsidiebesluit (afschaffen kleinschaligheid) (Stb. 2004, 43) (hierna: wijzigingsbesluit) is bepaald dat die wet respectievelijk dat besluit in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, waarbij in dat laatste besluit kan worden bepaald dat de verschillende artikelen of onderdelen daarvan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor die artikelen of onderdelen verschillend kan worden vastgesteld. Daartoe strekt dit besluit.

In artikel X van de wijzigingswet is tot slot nog bepaald dat in het onderhavige besluit zonodig toepassing wordt gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet. Hiermede wordt de terugwerkende kracht zoveel mogelijk beperkt.

Eerste lid

De artikelen I, onderdelen A tot en met E, F tot en met I, K, onder 2 (derde lid, aanhef en onder b en c) en 3, L, M, N, onder 2 en 4, O, P, Q, R, onder 1 en 2, S tot en met XA, AA, BB, CC, onder 1, DD en EE, en II tot en met IX van de wijzigingswet en de artikelen I, onderdelen A en B, en III van het wijzigingsbesluit werken terug tot en met 1 juli 2002.

– Dit heeft wat betreft de artikelen I, onderdelen A, H, K, onder 2 (derde lid, aanhef en onder b en c) en 3, L, onder 1 (deels) en 2, M, O (deels), P, Q (deels), R, onder 1, S, onder 1b en 3, T, U, V, X, XA en CC, onder 1, II, III en IV van de wijzigingswet en artikel III, onderdelen C, onder 2, D (deels) en F, van het wijzigingsbesluit te maken met de laatste fase van het programma «Eos». Het betreft wijzigingen waarmee reeds per die datum wordt gewerkt. Hiermee wordt namelijk de voortgang van het gehele programma «Eos» gewaarborgd.

– Dit heeft wat betreft artikel I, onderdelen B, D, DA, F, I, L, onder 3, N, onder 2, R onder 2, S, onder 1a en 2, BB en EE, van de wijzigingswet en artikel III, onderdelen A en E, van het wijzigingsbesluit te maken met enkele uitvoerings- en wetstechnische en terminologische aspecten, waarmee reeds per 1 juli 2002 wordt gewerkt.

– Dit heeft wat betreft de artikelen I, onderdelen C en Q (deels), V, VI en VII, van de wijzigingswet en artikel III, onderdelen B, C, onder 1, en D (deels), van het wijzigingsbesluit te maken met het per 1 juli 2002 in de Huursubsidiewet vervangen van de zogenoemde «brengplicht» door de zogenoemde «haalplicht».

– Dit heeft wat betreft artikel I, onderdeel E, van de wijzigingswet en artikel I, onderdelen A en B, van het wijzigingsbesluit te maken met het per 1 juli 2002 in de Huursubsidiewet opnemen van de passendheidstoets. Per die datum wordt immers de procedure omtrent de zogenoemde passendheidstoets, waarbij deze slechts wordt toegepast bij verhuizingen boven de aftoppingsgrenzen, integraal in de Huursubsidiewet opgenomen.

– Dit heeft wat betreft de artikelen I, onderdelen G en N, onder 4, VIII en IX van de wijzigingswet te maken met het per die datum vervallen van de zogenoemde kindertoeslag.

– Dit heeft wat betreft artikel I, onderdelen L, onder 1 (deels) en 4, O (deels) en W, van de wijzigingswet te maken met het per die datum vervallen van de zogenoemde vermogenstoets.

– Dit heeft wat betreft artikel I, onderdelen AA en DD, van de wijzigingswet te maken met de per die datum uitgevoerde gegevensuitwisseling tussen het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de colleges van burgemeester en wethouders in het kader van het gemeentelijk woonlastenfonds.

Tweede lid

Artikel I, onderdelen EA, J, K, onder 1 en 2 (derde lid, onder a), N, onder 1 en 3, R, onder 3, RA, XB, Y, CC, onder 2, en DDA, van de wijzigingswet en de artikelen I, onderdeel C, en II van het wijzigingsbesluit werken terug tot en met 1 juli 2003.

– Dit heeft wat betreft artikel I, onderdeel EA, van de wijzigingswet te maken met het per die datum bij huurders van 18 tot en met 22 jaar, die wegens hun handicap duurder moeten wonen, toepassen van de maximale huurgrens huursubsidie bij huurders vanaf 23 jaar en voorts met het gelijkschakelen van het regime bij overschrijding van de maximale huurgrens huursubsidie voor jongeren onder de 23 jaar met het regime voor de overige huursubsidiegebruikers.

– Dit heeft wat betreft artikel I, onderdelen J en K, onder 1 en 2 (derde lid, onder a), van de wijzigingswet te maken met een aantal uitvoeringstechnische wijzigingen in het kader van de vangnetregeling, waarmee reeds per die datum wordt gewerkt.

– Dit heeft wat betreft artikel I, onderdelen N, onder 1 en 3, en DDA, van de wijzigingswet te maken met de systematiek waarmee per die datum de zogenoemde normhuren worden berekend.

– Dit heeft wat betreft artikel I, onderdelen R, onder 3, en RA, van de wijzigingswet te maken met het programma «Eos». Het betreft wijzigingen waarmee reeds per die datum wordt gewerkt.

– Dit heeft wat betreft artikel I, onderdelen XB, Y en CC, onder 2, van de wijzigingswet en artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit te maken met het per die datum vervallen van de zogenoemde uitgavennorm.

– Dit heeft wat betreft artikel II van het wijzigingsbesluit te maken met een per die datum geïntroduceerde nieuwe accountantsverklaring.

Derde lid

In het derde lid is bepaald dat artikel I, onderdeel Z, van de wijzigingswet in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst. Het laten terugwerken van dat artikelonderdeel is niet aan de orde. Het betreft immers een «dode» letter, die abusievelijk na het doorvoeren van de nota van wijziging (Kamerstukken II 2002/03, 28 777, nr. 4) op het onderhavige wetsvoorstel in de uiteindelijke tekst van het wetsvoorstel en vervolgens de wet is blijven staan. Het (om die reden) niet (of later) in werking laten treden van dat artikelonderdeel is eveneens niet aan de orde. Artikel X van de wijzigingswet voorziet niet in die mogelijkheid.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S. M. Dekker