Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 2003, 502Wet

Wet van 4 december 2003 tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand naar aanleiding van de evaluatie van de Wet op de rechtsbijstand alsmede aanpassing van de Wet op de rechtsbijstand aan de Algemene wet bestuursrecht

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet op de rechtsbijstand te wijzigen naar aanleiding van de evaluatie van de Wet op de rechtsbijstand alsmede die wet aan te passen aan de Algemene wet bestuursrecht;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op de rechtsbijstand1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In het eerste lid van artikel 1 wordt in onderdeel c «het aan de raad verbonden bureau» vervangen door: het onder de raad ressorterende bureau.

Aa

In artikel 1, onder f, wordt voor de puntkomma ingevoegd: , alsmede degene die met het oog op de toepassing van artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering als benadeelde partij zijn schade wil vorderen.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Onder de raad ressorteert een bureau rechtsbijstandvoorziening.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. De raad subsidieert binnen zijn ressort een of meer stichtingen rechtsbijstand.

C

In het tweede lid van artikel 3 komt de eerste zin te luiden: Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden van de raad.

D

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

c. om zwaarwegende redenen.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Schorsing vindt plaats wegens zwaarwegende redenen.

E

In afdeling 1 van hoofdstuk II wordt na artikel 6 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6a

De raad stelt een bestuursreglement vast. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

F

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. De tweede volzin van het eerste lid komt te luiden: De raad draagt zorg voor een zo evenwichtig mogelijke spreiding van het aanbod van de verlening van rechtsbijstand in het ressort alsmede voor een zo doelmatig mogelijke besteding van de hem ter beschikking staande middelen.

2. Na het eerste lid wordt onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. De raad heeft voorts tot taak:

    a. het nemen van besluiten op aanvragen om rechtsbijstand en die om verlening van toevoegingen;

    b. de vaststelling en uitbetaling van vergoedingen aan rechtsbijstandverleners;

    c. de controle op werkzaamheden van rechtsbijstandverleners, voorzover deze niet elders in deze wet aan anderen is opgedragen.

3. In het derde lid wordt na de tweede volzin ingevoegd: Het jaarplan geeft inzicht in de regels die ten grondslag liggen aan het werkplan van de stichting, bedoeld in artikel 23.

G

De tweede volzin van artikel 8 vervalt.

H

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid vervalt het tweede lid.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Indien de raad zijn taken, bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid, naar het oordeel van Onze Minister ernstig verwaarloost, kan Onze Minister zonodig voorzieningen treffen. Onze Minister doet hiervan terstond mededeling aan de Staten-Generaal.

I

Artikel 10 vervalt.

J

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het derde en vijfde lid tot eerste en tweede lid vervallen het eerste, tweede en vierde lid.

2. In het nieuwe eerste lid wordt na «de overige personeelsleden» ingevoegd «van het onder de raad ressorterende bureau,» en wordt «De bepalingen van de Zevende Titel A van Boek 7A» vervangen door: De bepalingen van titel 10 van Boek 7.

3. In het nieuwe tweede lid vervalt: nadere.

K

Het tweede lid van artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de onderdelen a, c en d wordt telkens «het daartoe strekkende verzoek» vervangen door: de daartoe strekkende aanvraag.

2. Onderdeel e komt te luiden:

e. het rechtsbelang waarop de aanvraag betrekking heeft, de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf betreft, tenzij:

1°. voortzetting van het beroep of bedrijf voorzover het niet in de vorm van een rechtspersoon wordt gevoerd, afhankelijk is van het resultaat van de aangevraagde rechtsbijstand, of

2°. het beroep of bedrijf ten minste één jaar geleden is beëindigd, de aanvrager in eerste aanleg als verweerder bij een procedure is betrokken of betrokken is geweest en de kosten van rechtsbijstand niet op andere wijze kunnen worden vergoed.

3. In onderdeel g wordt «aan verzoeker zelf» vervangen door: aan de aanvrager zelf.

L

In artikel 14 wordt «die de wens daartoe te kennen hebben gegeven» vervangen door: die daartoe een aanvraag hebben ingediend.

M

Het tweede lid van artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt voor de puntkomma ingevoegd: of zorgvuldigheid.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, worden de volgende onderdelen toegevoegd, luidende:

d. indien naar zijn oordeel genoegzaam is gebleken dat de advocaat herhaaldelijk onjuiste informatie heeft verstrekt ten behoeve van het vaststellen van de vergoeding;

e. indien de advocaat niet voldoet aan de eisen gesteld aan de wijze van indiening van een aanvraag om een toevoeging;

f. indien de advocaat niet voldoet aan de eisen gesteld aan de inrichting en de wijze van indiening van een aanvraag om vaststelling van de vergoeding.

N

In het eerste lid van artikel 18 wordt « Er is in elk arrondissement een stichting rechtsbijstand» vervangen door: In elk ressort als bedoeld in artikel 2 zijn er één of meer stichtingen rechtsbijstand,.

O

In het tweede lid van artikel 19 wordt aan het slot van de eerste volzin voor de punt ingevoegd:, behalve in het geval de rechtzoekende met het oog op de toepassing van artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering als benadeelde partij zijn schade wil vorderen.

P

In artikel 20 vervalt onder vernummering van het vierde tot het derde lid, het derde lid.

Q

Aan artikel 21 wordt een volzin toegevoegd, luidende: Het jaarplan vermeldt per stichting het aantal medewerkers in vaste dienst dat met de verlening van rechtsbijstand is belast.

R

In het eerste lid van artikel 23 vervalt de laatste volzin.

S

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Het bureau geeft desverzocht een toevoeging af» vervangen door: De raad beslist op de aanvraag om een toevoeging.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De rechtsbijstandverlener dient mede namens de rechtzoekende, een aanvraag om een toevoeging in bij de raad in het ressort waar de rechtsbijstandverlener kantoor houdt. De aanvraag wordt mede namens de rechtzoekende, ondertekend door de rechtsbijstandverlener.

3. In het derde lid wordt «Een verzoek om toevoeging» vervangen door: De aanvraag om een toevoeging.

4. In het vierde lid wordt «het bureau» vervangen door: de raad.

5. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. De toevoeging vermeldt een omschrijving van het rechtsbelang terzake waarvan de toevoeging is verleend. Het besluit vermeldt tevens het bedrag van de eigen bijdrage die op de voet van het bepaalde in artikel 35 is verschuldigd.

T

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt aangepast:

a. In de eerste volzin wordt «Bij het verzoek om toevoeging» vervangen door: Bij de aanvraag om een toevoeging.

b. In de tweede volzin wordt «de verzoeker» vervangen door: de aanvrager.

2. In het tweede lid vervalt de eerste volzin en wordt in de tweede volzin «verzoeker» vervangen door «aanvrager» en wordt «het bureau» vervangen door: de raad.

3. In het derde en vierde lid wordt telkens «het bureau» vervangen door: de raad.

U

In artikel 26 wordt «verzoeker» vervangen door «aanvrager» en wordt «het bureau» vervangen door: de raad.

V

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. De eerste volzin komt te luiden: De raad kan, alvorens op de aanvraag te beslissen, de rechtzoekende horen, indien hij dat noodzakelijk acht voor de beoordeling van de aanvraag of de financiële draagkracht van de rechtzoekende.

2. In de tweede volzin wordt «Het kan» vervangen door: De raad kan.

W

Het eerste lid van artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef komt te luiden: De raad kan de toevoeging weigeren indien de aanvraag:.

2. Onderdeel a vervalt. De onderdelen b tot en met d worden geletterd a tot en met c.

3. In het nieuwe onderdeel b wordt «de verzoeker» vervangen door: de aanvrager.

4. In het nieuwe onderdeel c wordt «het bureau» vervangen door: de raad.

X

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding 1. geplaatst.

2. In het eerste lid wordt «Afschrift van het bewijs van toevoeging» vervangen door: Een afschrift van het besluit tot toevoeging.

3. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 2. Indien de rechtsbijstandverlener de toevoeging niet overeenkomstig het eerste lid aan de rechter heeft overgelegd en als gevolg daarvan geen toepassing is gegeven aan artikel 57b, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering of artikel 8:75, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt op het bedrag dat als vergoeding is vastgesteld in mindering gebracht het bedrag dat de tegenpartij in een procedure na een veroordeling in de proceskosten aan de rechtzoekende moet betalen.

  • 3. Indien op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar of administratief beroep wordt ingesteld en de belanghebbende een verzoek om een kostenvergoeding doet, wordt een afschrift van het besluit tot toevoeging zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist dan wel het beroepsorgaan op het beroep heeft beslist, overgelegd aan dat bestuurs- of beroepsorgaan.

Y

De artikelen 30 en 31 komen te luiden:

Artikel 30

  • 1. In spoedeisende gevallen verleent de raad een voorlopige toevoeging. De raad beslist zo spoedig mogelijk daarna over definitieve toevoeging; dit besluit treedt met terugwerkende kracht in de plaats van die tot verlening van een voorlopige toevoeging.

  • 2. Bij de verlening van de voorlopige toevoeging stelt de raad de aanvrager overeenkomstig artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een termijn, waarbinnen deze de voor de beoordeling van zijn aanvraag om een definitieve toevoeging van belang zijnde gegevens moet hebben overgelegd.

Artikel 31

  • 1. De raad verleent een voorwaardelijke toevoeging, indien de aanvraag om verlening van rechtsbijstand betrekking heeft op een aanmerkelijk financieel belang of het aannemelijk is dat de kosten van rechtsbijstand verhaald kunnen worden op een derde.

  • 2. Indien op het moment van beëindiging van de zaak waarvoor een voorwaardelijke toevoeging is verleend, blijkt dat de financiële draagkracht van de aanvrager zodanig is toegenomen dat deze de in artikel 34 genoemde bedragen overschrijdt, of dat de rechtzoekende de kosten van rechtsbijstand kon verhalen op een derde, verleent de raad geen definitieve toevoeging. Onder de toegenomen financiële draagkracht wordt mede verstaan de toename van de liquide middelen van de rechtzoekende.

Z

In artikel 32 wordt «ter zake waarvan zij is afgegeven » vervangen door: ter zake waarvoor zij is verleend.

AA

Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt «Het bureau» vervangen door «De raad» en wordt «de verzoeker» vervangen door: de aanvrager.

b. In de onderdelen a tot en met d wordt «de verzoeker» telkens vervangen door: de aanvrager.

c. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma wordt een onderdeel e toegevoegd, luidende:

e. blijkt dat een andere toevoeging mede omvat het rechtsbelang waarvoor de toevoeging is verleend.

2. Onder vernummering van derde tot tweede lid vervalt het tweede lid.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Indien de toevoeging wordt beëindigd of ingetrokken op grond van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan de raad het bedrag ter hoogte van de vergoeding, bedoeld in artikel 37, vorderen van de rechtzoekende, tenzij de verlening van de vergoeding op grond van artikel 4:48, eerste lid, onder c of d, van de Algemene wet bestuursrecht is ingetrokken of gewijzigd of de vergoeding op grond van artikel 4:46, tweede lid, onder c of d, van de Algemene wet bestuursrecht lager is vastgesteld dan wel de vaststelling van de vergoeding op grond van artikel 4:49, eerste lid, onder b, van die wet is ingetrokken of ten nadele van de rechtsbijstandverlener is gewijzigd.

BB

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «f 14 000» vervangen door «f 16 000» en wordt «f 20 000» vervangen door: f 23 000.

2. Na het vierde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Telkens na vijf jaar wordt het vermogen, bedoeld in het tweede lid, per 1 januari aangepast met het percentage, bedoeld in het vijfde lid, onder c, van artikel 35, met dien verstande dat de te wijzigen bedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van f 1000.

CC

Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt «de verzoeker» vervangen door: de aanvrager.

2. Het vijfde lid wordt als volgt aangepast:

a. In de aanhef wordt na «alsmede de in het derde lid van dit artikel genoemde eigen bijdragen worden» ingevoegd: door Onze Minister.

b. Onder b, wordt «met dien verstande dat de te wijzigen bedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van f 5» vervangen door: met dien verstande dat de te wijzigen bedragen naar boven worden afgerond op hele guldens.

DD

Artikel 37 komt te luiden:

Artikel 37

  • 1. De raad verstrekt aan een rechtsbijstandverlener een subsidie, genoemd vergoeding, voor:

    a. de door hem op basis van een toevoeging verleende rechtsbijstand;

    b. de door hem verleende rechtsbijstand in een zaak waarin een rechtsbijstandverlener rechtsbijstand heeft verleend in het kader van een door de raad getroffen regeling voor het beurtelings verlenen van rechtsbijstand in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen zaken.

  • 2. De vergoeding omvat mede de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen overige kosten die verband houden met de verlening van rechtsbijstand alsmede de omzetbelasting die over de vergoeding is verschuldigd.

  • 3. De voor de rechtzoekende vastgestelde eigen bijdrage wordt op de in het eerste lid bedoelde vergoeding in mindering gebracht.

  • 4. Aan ingeschreven advocaten wordt periodiek een voorschot toegekend.

  • 5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot:

    a. het bedrag van de vergoeding en de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;

    b. de aanvraag van de vergoeding en de besluitvorming daarover;

    c. de voorwaarden waaronder de vergoeding wordt verleend;

    d. de verplichtingen van de rechtsbijstandverlener;

    e. de vaststelling van de vergoeding;

    f. de wijziging van de vergoeding;

    g. de verlening van voorschotten;

    h. de betaling van de vergoeding;

    i. de naleving.

  • 6. De in het eerste lid bedoelde vergoeding is verschuldigd aan de betrokken stichting, indien de rechtsbijstand wordt verleend door medewerkers van de stichting.

EE

Na artikel 37 wordt twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 37a

Indien een rechtspersoon een gehele of gedeeltelijke geldelijke bijdrage ontvangt voor de verlening van rechtskundige diensten, worden aan een advocaat die een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking heeft bij deze rechtspersoon geen vergoeding verstrekt voorzover de door hem op basis van een toevoeging verleende rechtsbijstand redelijkerwijs kan worden aangemerkt als een rechtskundige dienst waarvoor een geldelijke bijdrage is ontvangen.

Artikel 37b

  • 1. De raad kan aan een rechtsbijstandverlener of een samenwerkingsverband van rechtsbijstandverleners ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand subsidie verstrekken voor bijzondere doeleinden en projecten.

  • 2. De raad kan een subsidieplafond vaststellen voor de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt.

  • 3. De raad stelt regels vast voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in het eerste lid.

  • 4. Deze regels bevatten in ieder geval:

    a. een uitwerking van de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;

    b. een nadere omschrijving van aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    c. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening in acht wordt genomen;

    d. de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    e. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in acht moet worden genomen;

    f. de wijze waarop en de termijn waarbinnen het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  • 5. De door de raad te stellen regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister.

FF

In artikel 39 wordt «artikel 37, eerste lid» vervangen door: artikel 37, vijfde lid.

GG

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 37, eerste lid» vervangen door: artikel 37, vijfde lid.

2. In het tweede lid wordt «het bureau» vervangen door: de raad.

HH

Artikel 42b wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De raad verstrekt aan een stichting rechtsbijstand een subsidie ten behoeve van de kosten benodigd voor de uitoefening van de taken, genoemd in artikel 19.

2. De aanhef van het tweede lid komt te luiden: De raad stelt regels over de verstrekking van de subsidie, die in ieder geval bepalingen omvatten omtrent:

3. Na het vierde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Voorzover noodzakelijk met het oog op het onderzoek door de accountant, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht, verstrekt de stichting persoonsgegevens van rechtzoekenden aan de accountant.

II

Na artikel 42b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 42c

  • 1. De raad kan aan een stichting rechtsbijstand met het oog op de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 19, subsidie verstrekken voor bijzondere doeleinden en projecten.

  • 2. Het tweede tot en met vijfde lid van artikel 37b zijn van toepassing.

JJ

In het eerste lid van artikel 43 wordt «het bureau» vervangen door: de raad.

KK

Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «het bureau» vervangen door: de raad.

2. In het vierde lid wordt «Het bureau» vervangen door: De raad.

LL

Artikel 45 vervalt.

MM

Aan artikel 46 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 4. De in het tweede en derde lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voorzover het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft.

NN

In artikel 49 wordt «artikel 37, eerste lid» vervangen door: artikel 37, vijfde lid.

OO

Artikel 65 vervalt.

ARTIKEL IA

Met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt de Wet op de rechtsbijstand als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, onder f, wordt na «als benadeelde partij zijn schade wil vorderen» ingevoegd: dan wel zijn schade wil vorderen als slachtoffer van een misdrijf tegen de zeden of een geweldsmisdrijf.

B

Aan artikel 44 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Ongeacht de draagkracht is rechtsbijstand aan een slachtoffer van een misdrijf tegen de zeden of een geweldsmisdrijf kosteloos, indien in de desbetreffende zaak vervolging is ingesteld en het slachtoffer overeenkomstig artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven in aanmerking komt voor een uitkering.

ARTIKEL II

Het Wetboek van Strafvordering2 wordt als volgt gewijzigd:

In het derde lid van artikel 42 wordt «het bureau rechtsbijstandvoorziening» vervangen door: de raad voor rechtsbijstand.

ARTIKEL III

De Wet tarieven in burgerlijke zaken3 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt «een afschrift van het bewijs van toevoeging dan wel voorwaardelijke toevoeging als bedoeld in artikel 29 onderscheidenlijk artikel 31 van de Wet op de rechtsbijstand is overgelegd,» vervangen door: een afschrift van het besluit waarbij de toevoeging dan wel de voorwaardelijke toevoeging is verleend als bedoeld in artikel 29 onderscheidenlijk artikel 31 van de Wet op de rechtsbijstand is overgelegd,.

b. In het tweede lid wordt «een afschrift van het bewijs van voorlopige toevoeging als bedoeld in artikel 30, eerste lid van de Wet op de rechtsbijstand dan wel een afschrift van het in artikel 24, tweede lid, van de Wet op rechtsbijstand bedoelde verzoek is overlegd,» vervangen door: een afschrift van het besluit waarbij de voorlopige toevoeging is verleend als bedoeld in artikel 30, eerste lid van de Wet op de rechtsbijstand dan wel een afschrift van de in artikel 24, tweede lid, van de Wet op rechtsbijstand bedoelde aanvraag is overgelegd,.

ARTIKEL IV

In het derde lid van artikel 56 van de Wet op het notarisambt4 vervalt in de tweede volzin: tweede volzin,.

ARTIKEL V

Indien op het moment van inwerkingtreding van deze wet een belanghebbende overeenkomstig artikel 45 van de Wet op de rechtsbijstand tegen een besluit van het bureau rechtsbijstandvoorziening beroep bij de raad heeft ingesteld, is het recht dat gold voor inwerkingtreding van toepassing.

ARTIKEL VI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 4 december 2003

Beatrix

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Uitgegeven de zestiende december 2003

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Stb. 1993, 775, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 december 2003, Stb. 500.

XNoot
2

Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 november 2003, Stb. 480.

XNoot
3

Stb. 1844, 39, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 december 2003, Stb. 500.

XNoot
4

Stb. 1999, 190, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 november 2002, Stb. 552.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2000/2001, 2002/2003, 27 553.

Handelingen II 2003/2004, blz. 1093.

Kamerstukken I 2003/2004, 27 553 (A, B, C).

Handelingen I 2003/2004, zie vergadering d.d. 2 december 2003.