Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatsblad 2003, 449Wet

Wet van 22 oktober 2003 tot wijziging van diverse wetten in verband met de instelling van het Inspectoraat-Generaal VROM en ter verbetering van de doelmatigheid van gegevensverstrekking met het oog op toezicht

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is een aantal wetten aan te passen aan de instelling van het Inspectoraat-Generaal VROM en de bepalingen daaromtrent zoveel mogelijk te harmoniseren en dat het tevens wenselijk is een aantal van diezelfde wetten te wijzigen om de doelmatigheid van de informatievoorziening ten behoeve van het toezicht op de uitvoering van met name de milieuwetgeving door dat inspectoraat-generaal te vergroten, terwijl het voorts wenselijk is de Wet explosieven voor civiel gebruik te voorzien van een bepaling met betrekking tot het toezicht op de uitvoering van die wet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1 VOLKSHUISVESTING

ARTIKEL 1

De Huisvestingswet1 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 3, tweede lid, wordt «de ter plaatse bevoegde inspecteur van de volkshuisvesting, bedoeld in artikel 94 van de Woningwet» vervangen door: de inspecteur, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet.

B

Artikel 75 wordt als volgt gewijzigd.

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn tevens belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

2. In het derde lid wordt «het eerste lid» vervangen door: het eerste of tweede lid.

C

Na artikel 77 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL 78
  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

ARTIKEL 2

1. In artikel 19, vierde lid, van de Wet op de huurcommissies2 wordt «de inspecteur van de volkshuisvesting» vervangen door: de inspecteur, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 2 juli 1998 ingediende voorstel van wet, houdende integratie van de Huurprijzenwet woonruimte en de Wet op de huurcommissies in een uitvoeringswet huurprijzen woonruimte onder gelijktijdige overheveling van een deel van de tekst van de Huurprijzenwet woonruimte naar de nieuwe titel 7.4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte) (Kamerstukken 26 090) tot wet is of wordt verheven en in werking is getreden, onderscheidenlijk treedt, wordt in artikel 37, vijfde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte «de inspecteur van de volkshuisvesting» vervangen door: de inspecteur, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet,.

ARTIKEL 3

De Wet op de stads- en dorpsvernieuwing3 wordt als volgt gewijzigd.

A

Artikel 49, eerste lid, onder a, komt te luiden:

a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren;.

B

Artikel 55a wordt vervangen door de volgende artikelen:

ARTIKEL 55A
  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

ARTIKEL 55B
  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn tevens belast de bij besluit van de commissaris van de Koning aangewezen personen.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL 4

De Woningwet4 wordt als volgt gewijzigd.

A

Artikel 1, eerste lid, onder m, komt te luiden:

m. inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;

B

Het opschrift van hoofdstuk VI komt te luiden:

HOOFDSTUK VI HET TOEZICHT OP DE VOLKSHUISVESTING

C

Het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk VI komt te luiden:

AFDELING 1. HET TOEZICHT VAN RIJKS- EN PROVINCIEWEGE

D

De artikelen 93 en 94 worden vervangen door de volgende artikelen:

ARTIKEL 93
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

ARTIKEL 94
  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

E

De artikelen 95 tot en met 97, 97a en 99 vervallen.

F

Artikel 98 wordt vernummerd tot artikel 95 en als volgt gewijzigd.

1. In het eerste lid vervalt «, binnen wiens ambtsgebied hun gemeente ligt,».

2. In het tweede lid wordt «aan de inspecteur-generaal of aan de inspecteur, binnen wiens ambtsgebied hun gemeente ligt,» vervangen door: aan de inspecteur.

G

Na artikel 95 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL 96
  • 1. Met het toezicht op de uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn tevens belast de bij besluit van de commissaris van de Koning aangewezen personen.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

H

Onderdeel a van artikel 113, eerste lid, komt te luiden:

a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren;.

I

De artikelen 119 en 119a vervallen.

HOOFDSTUK 2 RUIMTELIJKE ORDENING

ARTIKEL 5

In artikel 77, vijfde lid, van de onteigeningswet5 wordt «de inspecteur van de ruimtelijke ordening gehoord» vervangen door: de bij besluit van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer daartoe aangewezen ambtenaar gehoord.

ARTIKEL 6

Artikel 12, tweede lid, van de Tracéwet6 wordt als volgt gewijzigd.

1. De onderdelen b en c vervallen.

2. De onderdelen d en e worden aangeduid als onderscheidenlijk onderdelen c en d.

ARTIKEL 7

De Wet op de Ruimtelijke Ordening7 wordt als volgt gewijzigd.

A

Aan artikel 1 wordt – onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma – toegevoegd:

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar.

B

In de artikelen 4a, zesde lid, 36e, tweede lid, en 36k, zesde lid, wordt «de inspecteur van de ruimtelijke ordening» vervangen door: Onze Minister.

C

In artikel 4b, tweede lid, wordt «de inspecteur van de ruimtelijke ordening» vervangen door: hij.

D

In de artikelen 4b, vierde lid, 6, derde lid, 9, 17, derde lid, 19, tweede lid, 19a, zevende, achtste, negende en tiende lid, 28, vijfde lid, 29, tweede en vijfde lid, 36k, derde lid, 37, derde en zesde lid, en 40, vijfde en tiende lid, vervalt telkens «van de ruimtelijke ordening».

E

Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd.

1. In het tweede lid vervalt de vierde volzin.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Onze Minister voorziet in het secretariaat van de commissie.

F

Artikel 52 vervalt.

G

In artikel 53, tweede lid, vervalt «van de ruimtelijke ordening, binnen wiens ambtsgebied de provincie ligt,».

H

In artikel 63 wordt «inspecteurs van de ruimtelijke ordening» vervangen door: inspecteur.

I

In hoofdstuk XI wordt voor artikel 66 een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL 65
  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, mede met betrekking tot de uitvoering van verordeningen betreffende de ruimtelijke ordening.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

HOOFDSTUK 3 MILIEUBEHEER

ARTIKEL 8

De Experimentenwet Stad en Milieu8 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1 worden «inspecteurs:» en de daarvan gegeven omschrijving vervangen door:

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;.

B

In artikel 5, eerste lid, onder a, tweede lid en vijfde lid, wordt «inspecteurs» telkens vervangen door: inspecteur.

ARTIKEL 9

In artikel 83a, eerste lid, van de Kernenergiewet9 wordt «18.15» vervangen door: 18.15, onder b,.

ARTIKEL 11

De Waterleidingwet10 wordt als volgt gewijzigd.

A

Artikel 1, eerste lid, onder j, komt te luiden:

j. inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;.

B

Artikel 4b vervalt.

C

De derde afdeling van hoofdstuk IV vervalt.

D

Het opschrift van hoofdstuk V komt te luiden:

HOOFDSTUK V HANDHAVING

E

In hoofdstuk V wordt voor artikel 62 een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL 61
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens hoofdstuk II en de tweede afdeling van hoofdstuk IV bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

ARTIKEL 12

De Wet bodembescherming11 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1 worden «inspecteur:» en de daarvan gegeven omschrijving vervangen door:

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;.

B

In artikel 27, vierde lid, vervalt «en de inspecteur».

C

In artikel 28, vijfde lid, vervalt «de inspecteur en ».

D

In artikel 41 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

E

Artikel 51, derde lid, vervalt.

F

In artikel 52, eerste lid, vervalt «, de inspecteur».

G

In artikel 63d, derde lid, tweede volzin, vervalt «eerste lid,».

H

In artikel 88 vervalt het zevende lid en worden het achtste en negende lid vernummerd tot zevende en achtste lid.

I

Artikel 92a komt te luiden:

ARTIKEL 92A
  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

J

In artikel 95, eerste lid, wordt «de artikelen 18.3 -18.16 van de Wet milieubeheer» vervangen door: de artikelen 18.3 tot en met 18.14, 18.15, onder b, en 18.16 van de Wet milieubeheer.

ARTIKEL 13

1. In hoofdstuk V van de Wet explosieven voor civiel gebruik12 wordt na artikel 33 een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL 33A

  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 4 juli 2002 ingediende voorstel van wet tot wijziging en aanvulling van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met terroristische misdrijven (Wet terroristische misdrijven) (Kamerstukken 28 463) tot wet is of wordt verheven en in werking is getreden, onderscheidenlijk treedt, wordt het overeenkomstig artikel III van die wet in de Wet explosieven voor civiel gebruik ingevoegde, onderscheidenlijk in te voegen artikel 33a vernummerd tot artikel 33b.

ARTIKEL 14

De Wet geluidhinder13 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1, eerste lid, worden «inspecteur:» en de daarvan gegeven omschrijving vervangen door:

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;.

B

Artikel 44 vervalt.

C

Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd.

1. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot tweede tot en met vierde lid.

2. In het derde lid (nieuw) wordt «derde lid» vervangen door: tweede lid.

3. In het vierde lid (nieuw) wordt «derde lid» vervangen door «tweede lid» en wordt «vierde lid» vervangen door: derde lid.

D

In de artikelen 48, tweede lid, 50, tweede lid, 66 en 68, vierde lid, wordt «47, tweede tot en met vijfde lid» vervangen door: 47, tweede tot en met vierde lid.

E

In artikel 56 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

F

In artikel 57, tweede lid, wordt «artikel 56, tweede lid, en de in artikel 56, eerste lid, genoemde artikelen» vervangen door: de in artikel 56 genoemde artikelen.

G

Artikel 63 vervalt.

H

In artikel 64, tweede lid, wordt «De artikelen 56, tweede lid, en de in artikel 56, eerste lid, genoemde artikelen» vervangen door: De in artikel 56 genoemde artikelen.

I

In artikel 69, vierde lid, wordt «zijn de artikelen 62 en 63» vervangen door: is artikel 62.

J

Artikel 71 wordt als volgt gewijzigd.

1. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.

2. In het tweede lid wordt «regels, gegeven krachtens het vierde lid,» vervangen door: regels, gegeven krachtens het derde lid.

K

Artikel 78 vervalt.

L

In de artikelen 79, 87f, eerste lid, onder c, 88, tweede lid, onder a, 106g, eerste lid, onder b, en 111, tweede lid, onder a, wordt «de artikelen 76 tot en met 78» vervangen door: de artikelen 76 en 77.

M

Artikel 81 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.

2. In het tweede lid (nieuw) vervalt «en aan de inspecteur».

N

Artikel 87 wordt als volgt gewijzigd.

1. Het eerste lid vervalt, onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot eerste tot en met derde lid.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt «op een verzoek als bedoeld in het eerste lid» vervangen door: op een verzoek als bedoeld in artikel 82a, eerste lid, 83, eerste lid, of 85,.

3. In het tweede lid (nieuw) wordt «in afwijking van het tweede lid» vervangen door: in afwijking van het eerste lid.

4. In het derde lid (nieuw) wordt «tweede lid» vervangen door «eerste lid» en wordt «derde lid» vervangen door: tweede lid.

O

Artikel 87a vervalt.

P

Artikel 89 wordt als volgt gewijzigd.

1. In het eerste lid wordt «stellen met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het derde lid, een programma op» vervangen door: stellen met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het tweede lid, een programma vast.

2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.

3. In het tweede lid (nieuw) wordt «het tijdstip van indiening van een programma als bedoeld in het tweede lid» vervangen door: het tijdstip van vaststelling van een programma.

Q

In artikel 90, eerste lid, wordt «tweede lid» vervangen door: eerste lid.

R

In artikel 145 vervalt «, eerste lid,».

S

In artikel 148, eerste lid, wordt «zijn de artikelen 18.3 tot en met 18.16 van de Wet milieubeheer van toepassing» vervangen door: zijn de artikelen 18.3 tot en met 18.14, 18.15, onder b, en 18.16 van de Wet milieubeheer van toepassing, met dien verstande dat met het toezicht opde naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 170, derde lid, uitsluitend belast zijn de daartoe bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

T

In artikel 170 vervallen het vierde en het zesde lid. Het vijfde en het zevende lid worden vernummerd tot onderscheidenlijk vierde en vijfde lid.

U

Artikel 173 komt te luiden:

ARTIKEL 173
  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

ARTIKEL 15

De Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden14 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1 worden «inspecteur:» en de daarvan gegeven omschrijving vervangen door:

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;.

B

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd.

1. In het vierde lid vervalt «de inspecteur en».

2. In het vijfde lid vervalt «aan de inspecteur en».

C

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd.

1. In het derde lid vervalt «, de inspecteur».

2. In het vierde lid vervalt « aan de inspecteur en».

D

In artikel 10, tweede lid, vervalt «en de inspecteur».

E

In artikel 10a, vierde lid, vervalt « de inspecteur en andere, ».

F

Het eerste lid van artikel 15 komt te luiden:

  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

G

Artikel 25 komt te luiden:

ARTIKEL 25
  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

ARTIKEL 16

De Wet inzake de luchtverontreiniging15 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1 worden «de inspecteur:» en de daarvan gegeven omschrijving vervangen door:

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;.

B

Artikel 88a komt te luiden:

ARTIKEL 88A
  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

C

In artikel 90, eerste lid, wordt «de artikelen 18.3 tot en met 18.16 van de Wet milieubeheer» vervangen door: de artikelen 18.3 tot en met 18.14, 18.15, onder b, en 18.16 van de Wet milieubeheer.

ARTIKEL 17

De Wet op de lijkbezorging16 wordt als volgt gewijzigd.

A

In de artikelen 29, eerste lid, 31, tweede en vierde lid, 34, 40, derde lid, en 46, derde lid, wordt telkens «de betrokken regionale inspecteur van de volksgezondheid» vervangen door: de daartoe door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen ambtenaar.

B

In artikel 31, tweede lid, derde volzin, wordt «De inspecteur» vervangen door: Deze.

C

In artikel 66b, tweede lid, wordt «de regionale inspecteur van de volksgezondheid» vervangen door: de daartoe door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen ambtenaar.

ARTIKEL 18

De Wet milieubeheer17 wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1.1 worden «inspecteur:» en de daarvan gegeven omschrijving vervangen door:

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;.

B

In de artikelen 4.10, tweede lid, onder c, en 4.17, tweede lid, onder c, wordt «de inspecteur» vervangen door : Onze Minister.

C

Artikel 4.23 wordt als volgt gewijzigd.

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel b wordt na de komma toegevoegd: en.

b. In onderdeel c wordt «, en» vervangen door een punt.

c. Onderdeel d vervalt.

2. In het tweede lid wordt «de in het eerste lid, onder a tot met d, genoemde organen» vervangen door: de in het eerste lid, onder a tot en met c, genoemde instanties, en Onze Minister.

D

Artikel 7.1, tweede lid, onder b, komt te luiden:

b. indien het bevoegd gezag een ander bestuursorgaan is:

1°. een door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen bestuursorgaan, en

2°. de inspecteur, voor zover het betreft het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een inrichting die behoort tot een krachtens artikel 8.7, eerste lid, onder a, aangewezen categorie.

E

In artikel 7.6, tweede lid, derde volzin, wordt «de in artikel 7.1, tweede lid, onder b, bedoelde instanties» vervangen door: de in artikel 7.1, tweede lid, onder b, 1°, bedoelde instantie, alsmede Onze Minister.

F

In artikel 7.8, tweede lid, wordt na «de in artikel 7.1, tweede lid, bedoelde instanties» toegevoegd: met uitzondering van de inspecteur.

G

Artikel 8.7, eerste lid, onder a, komt te luiden:

a. de inspecteur, indien de betrokken inrichting behoort tot een door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorie;.

H

Aan artikel 8.19, vijfde lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: Indien de verklaring betrekking heeft op een inrichting die behoort tot een krachtens artikel 8.7, eerste lid, onder a, aangewezen categorie, zendt het bevoegd gezag bovendien een afschrift van de melding en de verklaring aan de inspecteur.

I

Artikel 18.15 komt te luiden:

ARTIKEL 18.15

Het bestuursorgaan zendt een afschrift van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang, tot oplegging van een last onder dwangsom of tot intrekking van zodanige beschikkingen dan wel van de beschikking tot intrekking van een vergunning of ontheffing aan:

a. de inspecteur, in gevallen waarin de beschikking betrekking heeft op een inrichting die behoort tot een krachtens artikel 8.7, eerste lid, onder a, aangewezen categorie, en

b. de andere adviseurs.

J

Artikel 21.3 komt te luiden:

ARTIKEL 21.3
  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

ARTIKEL 19

Artikel 63a van de Wet milieugevaarlijke stoffen18 komt te luiden:

ARTIKEL 63A

  • 1. Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.

ARTIKEL 20

In artikel 12 van de Wet verontreiniging zeewater19 wordt «de artikelen 18.3 tot en met 18.16 van de Wet milieubeheer» vervangen door: de artikelen 18.3 tot en met 18.14, 18.15, onder b, en 18.16 van de Wet milieubeheer.

ARTIKEL 20A

In artikel 1a, onder 2°, van de Wet op de economische delicten20 wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer na «10.60, tweede lid, onder c,» ingevoegd: 12.4, eerste en tweede lid, 12.7, eerste en tweede lid en derde lid, juncto het eerste en tweede lid, 12.8, eerste lid,.

HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALING

ARTIKEL 21

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 22 oktober 2003

Beatrix

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S. M. Dekker

Uitgegeven de achttiende november 2003

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Stb. 1992, 548, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juni 2003, Stb. 269.

XNoot
2

Stb. 1999, 477, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2001, Stb. 584.

XNoot
3

Stb. 1984, 406, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 april 2003, Stb. 189.

XNoot
4

Stb. 2002, 590, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 mei 2003, Stb. 218.

XNoot
5

Stb. 1851, 125, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 mei 2003, Stb. 218.

XNoot
6

Stb. 1993, 582, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 april 2003, Stb. 264.

XNoot
7

Stb. 2000, 8, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 april 2003, Stb. 189.

XNoot
8

Stb. 1998, 684.

XNoot
9

Stb. 1992, 623, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 april 2003, Stb. 189.

XNoot
10

Stb. 1994, 832, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 april 2003, Stb. 189.

XNoot
11

Stb. 1996, 496, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 oktober 2003, Stb. 542.

XNoot
12

Stb. 1994, 552, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 oktober 2002, Stb. 542.

XNoot
13

Stb. 1992, 625, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 april 2003, Stb. 264.

XNoot
14

Stb. 1982, 494, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 maart 2000, Stb. 125.

XNoot
15

Stb. 1992, 627, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 april 2003, Stb. 189.

XNoot
16

Stb. 1991, 133, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 376.

XNoot
17

Stb. 2002, 239, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 april 2003, Stb. 189.

XNoot
18

Stb. 1992, 632, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 oktober 2001, Stb. 517.

XNoot
19

Stb. 1992, 629, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 juni 2001, Stb. 346.

XNoot
20

Stb. 1950, K 258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 433.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2002/2003, 28 744.

Handelingen II 2003/2004, blz. 226.

Kamerstukken I 2003/2004, 28 744 (A, B).

Handelingen I 2003/2004, blz. 94.