Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 2003, 444Wet

Wet van 6 november 2003 tot uitvoering van de verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (PbEG L 160) (Uitvoeringswet EG-insolventieverordening)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat ter uitvoering van de verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (PbEG L 160) enige wijzigingen in de Faillissementswet nodig zijn;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Faillissementswet1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4 wordt na het derde lid een lid ingevoegd, luidende:

De aangifte of het verzoek tot faillietverklaring bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid.

Aa

Aan artikel 5 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

Verzoekschriften op de voet van artikel 33 van de verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (PbEG L 160) worden ingediend door een procureur.

B

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een derde zin toegevoegd, luidende: Is buiten Nederland een hoofdprocedure geopend op de voet van artikel 3, eerste lid, van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening, dan stelt de griffier de curator in de hoofdprocedure onverwijld schriftelijk in kennis van de aanvraag onder mededeling dat deze zijn zienswijze binnen een daartoe door de rechter bepaalde termijn kenbaar kan maken.

2. Toegevoegd wordt een vierde lid, luidende:

Ontleent de Nederlandse rechter zijn rechtsmacht aan de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening, dan wordt in het vonnis van faillietverklaring vermeld of het een hoofdprocedure dan wel een territoriale procedure in de zin van de verordening betreft.

C

Aan artikel 14 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende:

Op verzoek van een curator in een insolventieprocedure op de voet van artikel 3, eerste of tweede lid, van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening geeft de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage onverwijld in de Staatscourant kennis van de in artikel 21 van die verordening bedoelde gegevens. Een zodanige kennisgeving vindt in elk geval plaats wanneer de schuldenaar in Nederland een vestiging heeft in de zin van artikel 1, onder h, van de in de eerste zin bedoelde verordening. De gegevens, bedoeld in de eerste zin, worden aan de griffier verstrekt in de Nederlandse, Engelse, Duitse of Franse taal.

D

Voor het opschrift van de tweede afdeling van de eerste titel wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 19b

In het geval, bedoeld in artikel 14, vierde lid, worden de gegevens met betrekking tot de daar bedoelde insolventieprocedure door de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 19, eerste lid.

Da

Na artikel 31 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 32

De artikelen 27 tot en met 31 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot rechtsvorderingen betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren door de opening van een in Nederland op grond van artikel 16 van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid, te erkennen insolventieprocedure, indien deze een liquidatieprocedure is in de zin van artikel 2, onder c, van die verordening.

E

Aan artikel 153, tweede lid, wordt, met vervanging van de punt aan het slot van het onderdeel 3° door een puntkomma, een vierde onderdeel toegevoegd, luidende:

4°. indien de curator in een hoofdprocedure als bedoeld in artikel 6, eerste lid, derde zin, zijn instemming aan het akkoord heeft onthouden, tenzij de rechtbank van oordeel is dat het akkoord de financiële belangen van de schuldeisers van de hoofdprocedure niet aantast.

F

Na artikel 172 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 172a

De bepalingen van deze afdeling zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 34, eerste lid, van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid.

Fa

Aan artikel 214, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Het verzoekschrift bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid.

G

Aan artikel 215, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

H

Na artikel 231 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 231a

Artikel 231 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot rechtsvorderingen betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren door de opening van een in Nederland op grond van artikel 16 van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid, te erkennen insolventieprocedure, indien deze geen liquidatieprocedure is in de zin van artikel 2, onder c, van die verordening.

I

Na artikel 247c wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 247d

In het geval van een verzoek tot omzetting als bedoeld in artikel 37 van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid, zijn, wanneer het de omzetting in een faillissement betreft, de artikelen 242, derde lid, en 243 tot en met 246 dan wel, wanneer het de omzetting in een toepassing van de schuldsaneringsregeling betreft, de artikelen 247a, derde tot en met vijfde lid, 247b, eerste lid, en 247c van overeenkomstige toepassing.

J

Aan artikel 272, tweede lid, wordt, met vervanging van de punt aan het slot van het onderdeel 4° door een puntkomma, een vijfde onderdeel toegevoegd, luidende:

5°. indien de curator in een hoofdprocedure als bedoeld in artikel 6, eerste lid, derde zin, zijn instemming aan het akkoord heeft onthouden, tenzij de rechtbank van oordeel is dat het akkoord de financiële belangen van de schuldeisers van de hoofdprocedure niet aantast.

K

Aan artikel 281 wordt een lid toegevoegd, luidende:

De bepalingen van deze afdeling zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 34, eerste lid, van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid.

L

Aan artikel 283 wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:

Een verzoekschrift op de voet van artikel 37 van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening wordt ingediend door een procureur.

La

Aan het slot van artikel 284, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Artikel 4, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

M

Artikel 287 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na de derde zin een zin ingevoegd, luidende: Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2. De derde zin van het vierde lid komt te luiden: Artikel 6, eerste lid, derde zin, en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

N

(vervallen)

O

Na artikel 333 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 333a

De bepalingen van deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 34, eerste lid, van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid.

P

In artikel 361 wordt onder vernummering van het tweede lid tot derde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Verzoekschriften op de voet van artikel 33 van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening worden ingediend door een procureur.

ARTIKEL II

Indien het bij koninklijke boodschap van 14 maart 2002 ingediende voorstel van wet houdende uitvoering van de verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG L 12) (28 263),2 na tot wet te zijn verheven, in werking treedt of is getreden, wordt op het tijdstip dat zowel die wet als deze wet in werking zal zijn getreden na artikel 5 van de Uitvoeringswet EG-executieverordening een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

Deze wet is van overeenkomstige toepassing op de rechterlijke beslissingen, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (PbEG L 160).

ARTIKEL III

Indien het bij koninklijke boodschap van 22 juli 2000 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Faillissementswet in verband met het bevorderen van de effectiviteit van surséance van betaling en faillissement (27 244), na tot wet te zijn verheven, in werking treedt of is getreden, wordt op het tijdstip dat zowel die wet als deze wet in werking zal zijn getreden de Faillissementswet als volgt gewijzigd:

A

In artikel 19b wordt voor de punt aan het slot ingevoegd: , alsmede in het centrale register, bedoeld in artikel 19a, eerste lid.

Aa

Artikel 214, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De schuldenaar zal zich tot het aanvragen van surseance van betaling bij verzoekschrift, door hemzelf en zijn procureur ondertekend, wenden tot de rechtbank, aangewezen in artikel 2. Het verzoekschrift bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid.

B

Artikel 215 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De rechtbank zal met de meeste spoed beslissen of de gevraagde surseance voorlopig verleend wordt. De rechtbank zal de surseance voorlopig verlenen indien haar summierlijk blijkt dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, mits er voldoende vooruitzicht bestaat dat de door de schuldenaar gedreven onderneming geheel of gedeeltelijk zal voortbestaan. Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2. Aan het vierde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Artikel 6, eerste lid, derde zin, is van overeenkomstige toepassing.

C

Artikel 216a, tweede lid, tweede zin, komt te luiden: In dat geval is artikel 215, vierde lid, tweede tot en met vierde zin, van toepassing.

ARTIKEL IV

Indien deze wet in werking treedt na het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 22 juli 2000 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Faillissementswet in verband met het bevorderen van de effectiviteit van surséance van betaling en faillissement (27 244) wet is geworden en in werking is getreden en de tekst van de Faillissementswet ingevolge die wet in het Staatsblad is geplaatst, worden in de Faillissementswet de artikelen 4, vierde lid, 5, derde lid, 6, vierde lid, 14, vierde lid, 281, eerste en tweede lid, en 283, eerste tot en met derde lid, genummerd en wordt de tekst van deze artikelen in het Staatsblad geplaatst.

ARTIKEL V

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL VI

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet EG-insolventieverordening.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 6 november 2003

Beatrix

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Uitgegeven de elfde november 2003

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Stb. 1893, 140, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 376.

XNoot
2

Stb. 2003, 290.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2002/2003, 28 654.

Handelingen II 2002/2003, blz. 3905–3906.

Kamerstukken I 2002/2003, 28 654 (203, 203a, 203b); 2003/2004, 28 654 (A, B).

Handelingen I 2003/2004, zie vergadering d.d. 4 november 2003.