Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2003, 298Wet

Wet van 22 mei 2003 tot wijziging van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen met betrekking tot scholingsmogelijkheden voor uitkeringsgerechtigden

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, met betrekking tot de scholingsmogelijkheden voor uitkeringsgerechtigden, wenselijk is de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen aan te passen:

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg met de Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Algemene bijstandswet1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 9, tweede lid, vervalt onderdeel b.

B

Artikel 114 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen de belanghebbende die een scholing of opleiding gaat volgen die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid, ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdelen a en c, voor ten hoogste de duur en de omvang van die scholing of opleiding. Scholing of opleiding wordt slechts noodzakelijk geacht voor de inschakeling in de arbeid, indien aantoonbare inspanningen van belanghebbende om arbeid te verkrijgen geen resultaat hebben gehad.

2. Na het derde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Indien de belanghebbende een scholing of opleiding gaat volgen, anders dan bedoeld in het eerste lid, meldt hij dit voor aanvang van die scholing of opleiding aan burgemeester en wethouders.

ARTIKEL II

Artikel 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen de belanghebbende die een scholing of opleiding gaat volgen die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid, ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdelen a en c, voor ten hoogste de duur en de omvang van die scholing of opleiding. Scholing of opleiding wordt slechts noodzakelijk geacht voor de inschakeling in de arbeid, indien aantoonbare inspanningen van belanghebbende om arbeid te verkrijgen geen resultaat hebben gehad.

2. Na het derde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Indien de belanghebbende een scholing of opleiding gaat volgen, anders dan bedoeld in het eerste lid, meldt hij dit voor aanvang van die scholing of opleiding aan burgemeester en wethouders.

ARTIKEL III

Artikel 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen de belanghebbende die een scholing of opleiding gaat volgen die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid, ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdelen a en c, voor ten hoogste de duur en de omvang van die scholing of opleiding. Scholing of opleiding wordt slechts noodzakelijk geacht voor inschakeling in de arbeid, indien aantoonbare inspanningen van belanghebbende om arbeid te verkrijgen geen resultaat hebben gehad.

2. Na het derde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Indien de belanghebbende een scholing of opleiding gaat volgen, anders dan bedoeld in het eerste lid, meldt hij dit voor aanvang van die scholing of opleiding aan burgemeester en wethouders.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 22 mei 2003

Beatrix

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

M. Rutte

Uitgegeven de vierentwintigste juli 2003

De Minister van Justitie a.i.,

G. Zalm


XNoot
1

Stb. 1995, 199, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 februari 2003, Stb. 56.

XNoot
2

Stb. 1995, 205, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 februari 2003, Stb. 56.

XNoot
3

Stb. 1995, 206, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 februari 2003, Stb. 56.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2001/2002, 2002/2003, 28 193.

Handelingen II 2002/2003, blz. 3619–3639, 3724–3731, 3965.

Kamerstukken I 2002/2003, 28 193 (207).

Handelingen I 2002/2003, blz. 746.