Besluit van 1 juli 2003, houdende aanpassing van wetstechnische of ondergeschikte aard van een aantal algemene maatregelen van bestuur op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken alsmede intrekking van enkele algemene maatregelen van bestuur die geen betekenis meer hebben

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 13 januari 2003, WJZ 02055532;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies, artikel 85 van de Elektriciteitswet 1998 en de artikelen 19, tweede lid, en 64 van de Gaswet;

De Raad van State gehoord (advies van 21 maart 2003, nr. W10.03.0029/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 25 juni 2003, WJZ 3010329;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In artikel 9 van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 19971 vervalt de tweede volzin.

ARTIKEL II

In artikel 5 van het Besluit co-financiering EFRO-programma's 2000/062 vervalt de tweede volzin.

ARTIKEL III

In artikel 2 van het Besluit gegevensverstrekking geschillenbeslechting Gaswet3 worden het derde en vierde lid vernummerd tot tweede en derde lid.

ARTIKEL IV

Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid van artikel 9 van het Besluit kostenverhaal energie4 vervallen.

ARTIKEL V

In de artikelen 7, 25 en 28 van het Besluit particuliere participatiemaatschappijen5 vervalt steeds de tweede volzin.

ARTIKEL VI

Het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten6 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 8, 17, eerste lid, 20 en 22 vervalt steeds de tweede volzin.

B

In artikel 15, vierde lid, wordt na «accountantsverklaring» ingevoegd: , indien het bedrag van de subsidieverlening meer dan € 50 000 bedraagt,.

ARTIKEL VII

Het Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling7 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Het in het tweede lid, onder a, genoemde percentage wordt met 10 procent verhoogd indien subsidie wordt verstrekt aan een ondernemer die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 (PbEG L 70) betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen;.

B

Artikel 4, eerste lid, onder a, onder 1°, komt te luiden:

1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom «loon voor de loonbelasting» van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten;.

C

In de artikelen 7, eerste lid, 22 en 24 vervalt steeds de tweede volzin.

D

In artikel 13, vierde lid, wordt na «accountantsverklaring» ingevoegd: , indien het bedrag van de subsidieverlening meer dan € 50 000 bedraagt,.

ARTIKEL VIII

Het Besluit subsidies CO2-reductieplan8 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, onder f, wordt na «CO2-equivalent» ingevoegd: per jaar.

B

Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid van artikel 11 vervallen.

C

In artikel 14, vierde lid, wordt na «accountantsverklaring» ingevoegd: , indien het bedrag van de subsidieverlening meer dan € 50 000 bedraagt,.

D

In artikel 20 vervalt de tweede volzin.

ARTIKEL IX

Het Besluit subsidies economie, ecologie en technologie9 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4, eerste lid, onder a, onder 1°, komt te luiden:

1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom «loon voor de loonbelasting» van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;.

B

In de artikelen 9, 16, eerste lid, 20 en 22 vervalt steeds de tweede volzin.

ARTIKEL X

Het Besluit subsidies energieprogramma's10 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3, tweede lid, onder a, onder 2°, komt te luiden:

2°. indien de aanvrager een ondernemer is die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 (PbEG L 70) betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen, subsidie kan worden verstrekt tot ten hoogste 60 procent van de projectkosten, en.

B

Artikel 4, eerste lid, onder a, onder 1°, komt te luiden:

1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom «loon voor de loonbelasting» van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;.

C

In de artikelen 7 en 21 vervalt steeds de tweede volzin.

ARTIKEL XI

In de artikelen 10 en 21 van het Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen11 vervalt steeds de tweede volzin.

ARTIKEL XII

In artikel 7 van het Besluit subsidies niet-fysieke stadseconomie grote steden12 vervalt de tweede volzin.

ARTIKEL XIII

Het Besluit subsidies regionale investeringsprojecten 200013 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onder c, komt te luiden:

c. vestigingsproject: een project, niet zijnde een uitbreidingsproject, inhoudende het stichten van:

1°. een industrieel bedrijf,

2°. een stuwend dienstverlenend bedrijf, hoofdkantoor of laboratorium,

3°. een stuwend toeristisch bedrijf;.

B

Artikel 6, derde lid, onder a, komt te luiden:

a. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom «loon voor de loonbelasting» van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;.

C

In de artikelen 9, 13, tweede lid, en 20 vervalt steeds de tweede volzin.

D

In artikel 17, derde lid, vervalt «4,».

ARTIKEL XIV

Het Besluit subsidies technische ontwikkelingsprojecten14 wordt als volgt gewijzigd:

A

Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid van de artikelen 8 en 26 vervallen steeds.

B

In artikel 17, derde lid, wordt na «accountantsverklaring» en in artikel 18, vierde lid, wordt na «verstrekt» ingevoegd: indien het bedrag van de subsidieverlening meer dan € 50 000 bedraagt,.

ARTIKEL XV

In de artikelen 7 en 18 van het Besluit tender investeringsprogramma's provincies 200015 vervalt steeds de tweede volzin.

ARTIKEL XVI

Het Besluit subsidies waterschade 199516 wordt ingetrokken.

ARTIKEL XVII

Het Besluit uitkeringen bedrijfsomgeving stedelijke knooppunten17 wordt ingetrokken.

ARTIKEL XVIII

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 1 juli 2003

Beatrix

De Minister van Economische Zaken,

L. J. Brinkhorst

Uitgegeven de vijftiende juli 2003

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

In deze algemene maatregel van bestuur is een aantal besluiten van het Ministerie van Economische Zaken aangepast in verband met gewijzigde Europese regelgeving en regelgeving van andere departementen. Daarnaast is een aantal wetstechnische onvolkomenheden rechtgezet en ten slotte is een aantal besluiten ingetrokken, die hun betekenis hebben verloren. Besluiten, die nog wel geldend recht zijn, maar op basis waarvan geen nieuwe aanvragen meer kunnen worden ingediend, zijn niet aangepast. Zij hebben nog wel betekenis voor oude aanvragen en worden daarom niet ingetrokken. Het gaat om de volgende wijzigingen:

– Op grond van de Eerste evaluatiewet Awb is in artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht een nieuw eerste lid ingevoegd. Dit artikellid regelt dat indien een beschikking op aanvraag niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden gegeven, het bestuursorgaan dit meedeelt aan de aanvrager en daarbij een zo kort mogelijke termijn noemt waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Vergelijkbare bepalingen in de besluiten op grond van de Kaderwet EZ-subsidies zijn door deze bepaling overbodig geworden en op grond van deze algemene maatregel van bestuur komen te vervallen. De artikelen I, II, V, VI, onder A, VII, onder C, VIII, onder B en D, IX, onder B, X, onder C, XI, XII, XIII, onder C, XIV, onder A, en XV regelen dit.

– In het kader van de MDW-operatie doorlichting van regelingen op accountancyaspecten (DOREAC) is besloten accountantsverklaringen slechts verplicht te stellen als het subsidiebedrag bij de subsidieverlening meer dan € 50 000 bedraagt. Het bedrag van de subsidieverlening is het richtsnoer, omdat dan de subsidie-ontvanger van te voren weet wanneer hij een accountantsverklaring moet laten opstellen en omdat de uitvoerder zich hier op kan instellen. De gevolgen van deze beslissing vallen uiteen in drie categorieën.

De eerste categorie bestaat uit subsidiebesluiten op grond waarvan geen subsidies lager dan € 50 000 verleend worden. In dat geval is het overleggen van een accountantsverklaring verplicht. Ten aanzien van deze categorie zijn geen aanpassingen gedaan.

De tweede categorie bestaat uit subsidiebesluiten op grond waarvan geen subsidies worden verstrekt die meer dan € 50 000 bedragen. In dergelijke besluiten is het vereiste van het overleggen van een accountantsverklaring geschrapt. Wel moeten facturen of betalingsbewijzen worden overlegd van het door de subsidie-ontvanger bestede geld, een en ander conform het in het bij het subsidiebesluit behorende vaststellingsformulier. Dit laat onverlet dat de subsidie-ontvanger er voor kan kiezen om, in plaats van het overleggen van facturen of betalingsbewijzen, toch een accountantsverklaring te overleggen indien hij daar de voorkeur aan geeft.

De derde categorie bestaat uit subsidiebesluiten op grond waarvan subsidies worden verleend die zowel lager als hoger dan € 50 000 liggen. In dat geval is na de bepaling over de accountantsverklaring de zinsnede toegevoegd «indien het bedrag van de subsidieverlening meer dan € 50 000 bedraagt». Daardoor is alleen in die gevallen een accountantsverklaring vereist. Omdat in veel regelingen geen minimum- of maximum subsidiebedragen genoemd worden, is voor het invoegen van deze zin, gekeken naar de voorschotbepaling als indicatie van de hoogte van de subsidiebedragen. Als een voorschot minimaal € 45 000 bedraagt, dan wordt ervan uitgegaan dat het bedrag aan subsidie boven de € 50 000 ligt en wordt de zinsnede niet toegevoegd. Ligt een voorschot lager, dan wordt de zinsnede toegevoegd. Alleen voor het Besluit CO2-reductieplan bleek deze maatstaf niet te voldoen. Omdat op basis van dit besluit jaarlijks een of twee subsidieverleningen lager dan € 50 000 plaatsvinden, is hiervoor de beperkende zinsnede toegevoegd. De artikelen VI, onder B, VII, onder D, VIII, onder C, en XIV, onder B, regelen dit.

– Bij de bepaling van loonkosten, die voor subsidie in aanmerking komen, wordt uitgegaan van het loon zoals dat moet worden ingevuld op de loonstaat die door de werkgever moet worden bijgehouden ingevolge de Wet op de loonbelasting. In verband met een wijziging van die wet is de bepaling die verwijst naar de loonstaten uit het oude stelsel, vervangen door een nieuwe standaardbepaling die verwijst naar de kolom voor de loonbelasting. De artikelen VII, onder B, IX, onder A, X, onder B, en XIII, onder B, regelen dit.

– De communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (PbEG C 37) is vervallen. Voor deze kaderregeling is de vrijstellingsverordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 (PbEG L 70) betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen in de plaats gekomen. Deze verordening hanteert dezelfde definitie van middelgrote en kleine ondernemingen, zodat de verordening niet leidt tot een gewijzigde toepassing van de criteria, waarmee kan worden vastgesteld dat subsidie aan middelgrote en kleine ondernemingen met de gemeenschappelijke markt verenigbaar is en niet aan de meldingsverplichting van artikel 88, derde lid, van het EG-Verdrag onderworpen is. In de besluiten is de verwijzing naar de kaderregeling aangepast.

Omdat een verordening rechtstreeks bindend is in al haar onderdelen, hoeft niet te worden bepaald vanaf wanneer de wijzigingen van kracht worden. Zinsneden die aangaven wanneer de kaderregeling geacht was in werking te zijn getreden, zijn geschrapt. De artikelen VII, onder A, en X, onder A, regelen dit.

– Artikel IV maakt een wetstechnische fout ongedaan. In het Besluit kostenverhaal energie is in 2001 een nieuwe rechtsbasis verschaft voor de Regeling bijdragen 2000 Elektriciteitswet 1998. Deze bepaling was echter fout, omdat de Regeling bijdragen 2000 Elektriciteitswet 1998 al was vervallen. Om deze reden wordt de foutieve rechtsbasis geschrapt.

– Een aantal besluiten wordt ingetrokken. Deze besluiten hebben hun betekenis verloren, omdat reeds lang geen aanvragen meer kunnen worden ingediend en de oude subsidieverleningen zijn afgewikkeld. Bij dergelijke besluiten wordt de laatste tijd meestal een horizonbepaling opgenomen, omdat het niet wenselijk is dat deze regelingen onbeperkt blijven bestaan. In deze besluiten is een dergelijke bepaling niet opgenomen. Daarom is er nu voor gekozen de besluiten in te trekken. De artikelen XVI en XVII regelen dit.

De Minister van Economische Zaken,

L. J. Brinkhorst


XNoot
1

Stb. 1997, 599.

XNoot
2

Stb. 2001, 205.

XNoot
3

Stb. 2000, 397.

XNoot
4

Stb. 2001, 338.

XNoot
5

Stb. 1994, 318, gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 415.

XNoot
6

Stb. 1996, 638, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 415.

XNoot
7

Stb. 2000, 206, gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 415.

XNoot
8

Stb. 1998, 397, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 december 2002, Stb. 2003, 41.

XNoot
9

Stb. 1997, 13, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 415.

XNoot
10

Stb. 1997, 623, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 7 december 2001, Stb. 663.

XNoot
11

Stb. 1997, 615, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 22 februari 2002, Stb. 134.

XNoot
12

Stb. 2001, 282, gewijzigd bij besluit van 16 december 2002, Stb. 660.

XNoot
13

Stb. 2000, 354, gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 415.

XNoot
14

Stb. 2001, 203.

XNoot
15

Stb. 2001, 46, gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 415.

XNoot
16

Stb. 1995, 537.

XNoot
17

Stb. 1992, 506.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Economische Zaken.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 12 augustus 2003, nr. 153.

Naar boven