Besluit van 3 juli 2003 tot wijziging van het koninklijk
besluit van 18 januari 1971, Stb. 27 (vaststelling wettelijke rente)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Justitie van 4 juni 2003, Directie
Wetgeving, nr. 5224510/03/6, gedaan mede namens Onze Minister van Financiën;
Gelet op artikel 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk
Wetboek;
De Raad van State gehoord (advies van 26 juni 2003, no. W03.03.0216/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 30 juni 2003,
nr. 5233079/03/6, uitgebracht mede namens Onze Minister van Financiën;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 januari 1971, Stb. 271, wordt als volgt gewijzigd:
1. de zinsnede «als bedoeld in artikel 120» wordt vervangen door:
als bedoeld in artikel 119.
2. Het woord «zeven» wordt vervangen door: vijf.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2003.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 3 juli 2003
Beatrix
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner
De Minister van Financiën,
G. Zalm
Uitgegeven de tiende juli 2003
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner
NOTA VAN TOELICHTING
Bij algemene maatregel van bestuur van 11 december 2001, Stb. 630, tot
wijziging van het koninklijk besluit van 18 januari 1971, Stb. 27, werd de
wettelijke rente met ingang van 1 januari 2002 vastgesteld op 7%.
In de nota van toelichting bij het besluit van 18 december 1989, Stb.
570, is het systeem voor de bepaling van de hoogte van de wettelijke rente
uiteengezet. Aanpassing van het percentage van de wettelijke rente geschiedt,
voor zover nodig, halfjaarlijks per 1 januari en per 1 juli.
Als berekeningswijze werd voorheen het promessedisconto vermeerderd met
2½ procentpunt gehanteerd (peildatum ultimo oktober respectievelijk
ultimo april). Nadat het promessedisconto met ingang van de start van de Europese
Monetaire Unie per 1 januari 1999 kwam te vervallen, werd tot 1 januari 2002
ter vervanging van het promessedisconto als referentierente aangewezen de
depositorente van de Europese Centrale Bank vermeerderd met 1¼ procent-punt
(ministeriële regeling van de Minister van Financiën van 4 januari
1999, Stcrt. 1999, nr. 2). De hoogte van de wettelijke rente werd tot 1 januari
2002 derhalve gebaseerd op de formule: depositorente van de ECB (peildatum
ultimo oktober respectievelijk ultimo april) + 1¼ procentpunt + 2½
procentpunt.
Omdat met de invoering van de euro de depositorente is komen te vervallen,
dient een nieuwe berekeningswijze te worden vastgesteld. Omdat op de peildatum
ultimo oktober 2002 nog geen rekening kon worden gehouden met deze nieuwe
berekeningswijze, betreft het onderhavige besluit de eerste wijziging van
de wettelijke rente na 1 januari 2002. De nieuwe berekeningswijze wordt
in het navolgende deel van de toelichting uiteengezet.
Als nieuwe referentierente voor de berekening van de hoogte van de wettelijke
rente is gekozen voor de herfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank.
Dit betekent dat op de peildatum moet worden gekeken naar de herfinancieringsrente
die de ECB heeft vastgesteld voor haar meest recente herfinancieringstransactie.
Met de keuze voor deze referentierente wordt aangesloten bij de referentierente
die wordt gehanteerd voor de wettelijke rente voor handelstransacties in het
op 1 december 2002 in werking getreden artikel 119a van boek 6 van het
Burgerlijk Wetboek (Wet van 7 november 2002 tot uitvoering van de Richtlijn
2000/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van
29 juni 2000 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties,
Stb. 545).
De herfinancieringsrente is het tarief voor de basisherfinancieringstransacties
waarmee banken door de Europese Centrale Bank wekelijks van liquiditeiten
worden voorzien. Basisherfinancieringstransacties vormen de belangrijkste
openmarkt-transacties van het Europese stelsel van Centrale Banken. Zij vervullen
een belangrijke rol bij het sturen van (onder andere) de geldmarktrente. De
website van de Europese Centrale Bank verstrekt informatie over de hoogte
van de herfinancieringsrente. Op de website van (het Agentschap van) het Ministerie
van Financiën wordt verwezen naar de relevante rentepercentages op de
ECB-website.
De hoogte van de wettelijke rente wordt met de nieuwe referentierente
berekend aan de hand van de volgende formule: herfinancieringsrente Europese
Centrale Bank + 2,25%-punt. De ophoging van 2,25% is noodzakelijk om te voorkomen
dat de wettelijke rente lager zou kunnen uitvallen dan de rente die banken
gemiddeld in rekening brengen voor voorschotten die, anders dan tegen effecten,
in rekening-courant zijn opgenomen, eventueel vermeerderd met een extra rente-opslag.
De looptijd van de wettelijke rente is tenminste een halfjaar en in de praktijk
meestal een jaar. Gelet op deze looptijd en op de fluctuaties die gedurende
die termijn in de rentetarieven kunnen voorkomen, is een ophoging van 2,25%-punt
gepast.
De peildata voor eventuele wijzigingen in de wettelijke rente blijven
ultimo april en ultimo oktober. Dit betekent dat voor een berekening van de
wettelijke rente per 1 januari als basis moet worden genomen de herfinancieringsrente
die de Europese Centrale Bank heeft vastgesteld voor haar meest recente basisherfinancieringstransactie
die heeft plaatsgevonden vóór ultimo oktober.
Om al te grote veranderingen te vermijden wordt een verlaging of verhoging
beperkt tot 2 procentpunten. Er vindt een afronding plaats van halven of meer
naar boven en overigens naar beneden. Per 1 juli (peildatum ultimo april)
van enig jaar is in beginsel eveneens wijziging van het percentage van de
wettelijke rente mogelijk, doch alleen indien de dan geldende wettelijke rente
meer dan 1 %-punt verschilt van de rente die op dat moment zou gelden op basis
van de hiervoor aangegeven berekeningswijze.
Per ultimo april bedroeg de herfinancieringsrente van de Europese Centrale
Bank 2,5%. In overeenstemming met de geschetste systematiek (herfinancieringsrente
+ 2,25%-punt) is het percentage van de wettelijke rente bepaald op 5%.
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner
De Minister van Financiën,
G. Zalm
XNoot
1Laatstelijk gewijzigd bij besluit van 11 december 2001, Stb. 630.
XHistnoot
Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging
bij het Ministerie van Justitie.
Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden
opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 12 augustus 2003,
nr. 153.