Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatsblad 2003, 235Wet

Wet van 5 juni 2003 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de doelstelling van een duurzame en milieuhygiënisch verantwoorde elektriciteitsvoorziening in de Elektriciteitswet 1998 vorm te geven door aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de taak te geven te bevorderen dat in Nederland geïnvesteerd wordt in productie-installaties voor duurzame elektriciteit en klimaatneutrale elektriciteit alsmede te bevorderen dat installaties voor warmtekrachtkoppeling op rendabele wijze kunnen worden geëxploiteerd;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Elektriciteitswet 19981 wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel r door een puntkomma, zes onderdelen toegevoegd, luidende:

s. biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw – met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen –, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval;

t. hernieuwbare energiebronnen: wind, zonne-energie, aardwarmte, golfenergie, getijdenenergie, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas;

u. duurzame elektriciteit: elektriciteit, opgewekt in productie-installaties die uitsluitend gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen, alsmede elektriciteit die is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in hybride productie-installaties die ook met conventionele energiebronnen werken, met inbegrip van elektriciteit die is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen en die wordt gebruikt voor accumulatiesystemen, en met uitzondering van elektriciteit die afkomstig is van accumulatiesystemen;

v. klimaatneutrale elektriciteit: elektriciteit, opgewekt in een productie-installatie waarin waterstof of elektriciteit wordt geproduceerd uit fossiele energiedragers, waarbij de koolstof of kooldioxide die vrijkomt bij het omzettingsproces, nuttig wordt toegepast of blijvend in de ondergrond wordt opgeslagen, en waarvoor een bij ministeriële regeling omschreven verklaring is verkregen;

w. installatie voor warmtekrachtkoppeling: installatie voor de gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit of mechanische energie, waarvan de warmte nuttig gebruikt wordt, anders dan voor de productie van elektriciteit, en waarin een brandstof, niet zijnde een hernieuwbare energiebron, wordt verstookt, en waarvoor een bij ministeriële regeling omschreven verklaring is verkregen.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op installaties voor de opwekking van elektriciteit die zijn gevestigd binnen de Nederlandse exclusieve economische zone, alsmede de daarmee opgewekte elektriciteit.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 69, voor zover deze subsidie betrekking heeft op een installatie voor warmtekrachtkoppeling, die warmte en mechanische energie produceert. De bij ministeriële regeling te stellen regels sluiten zoveel mogelijk aan bij de strekking van de regels, zoals van toepassing op installaties voor warmtekrachtkoppeling die warmte en elektriciteit produceren.

B

Artikel 11a wordt gewijzigd als volgt:

1. Het derde lid vervalt.

2. Het vierde lid vervalt.

3. In het vijfde lid, eerste volzin, vervalt de zinsnede: , tenzij Onze Minister instemt met die werving of vestiging van rechten.

4. Het achtste lid vervalt.

C

In artikel 12, tweede lid, wordt voor «uit te voeren» ingevoegd: 16a of 16b,.

D

In artikel 13, tweede lid, wordt voor «uit te voeren» ingevoegd: 16a of 16b.

E

Aan artikel 15, derde lid, worden twee volzinnen toegevoegd, luidende:

Tevens int degene aan wie ontheffing is verleend bij de afnemers het tarief voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie, bedoeld in artikel 72aa, en draagt aan het eind van iedere maand alle ontvangentarieven af aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.

Artikel 16b is van overeenkomstige toepassing.

F

Artikel 16 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdeel h, komt te luiden:

h. op verzoek van een producent vast te stellen of diens productie-installatie geschikt is voor de opwekking van duurzame elektriciteit dan wel of sprake is van een installatie voor warmtekrachtkoppeling met een bij ministeriële regeling vast te stellen mate van reductie van de uitstoot van kooldioxide, alsmede of de meetinrichting geschikt is voor de meting van de elektriciteit die met de productie-installatie wordt opgewekt en op een net of een installatie ingevoed;.

2. In het eerste lid wordt na onderdeel h een onderdeel toegevoegd, luidende:

i. de hoeveelheid elektriciteit te meten die afkomstig is van een productie-installatie voor duurzame elektriciteit of klimaatneutrale elektriciteit of van een installatie voor warmtekrachtkoppeling.

3. In het tweede lid, wordt na onderdeel e, onder vervanging van de punt door een puntkomma, ingevoegd een nieuw onderdeel, dat komt te luiden:

f. de milieukwaliteit van de elektriciteitsvoorziening te bevorderen.

4. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Onder behoud van de verantwoordelijkheid van de desbetreffende netbeheerder voor de volledige en juiste uitvoering van zijn taak, kunnen de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, en de werkzaamheden bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, worden verricht door een rechtspersoon die niet als netbeheerder is aangewezen.

G

Na artikel 16 worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 16a

  • 1. Het is anderen dan de desbetreffende netbeheerder verboden een taak uit te voeren als bedoeld in artikel 16, eerste of tweede lid, behoudens voor zover het betreft het meten van elektriciteit, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel i.

  • 2. Degene, niet zijnde een netbeheerder, die bij een afnemer de meting van van het net afgenomen en verbruikte of opgewekte en op het net ingevoede elektriciteit verricht, deelt de daarmee verkregen meetgegevens mee aan de desbetreffende afnemer en aan de netbeheerder op wiens net de afnemer is aangesloten.

  • 3. De netbeheerder deelt het resultaat van de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, en de meetgegevens, bedoeld in het tweede lid en in artikel 16, eerste lid, onderdeel i, mee aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet alsmede aan de desbetreffende producent voor zover die nog niet de beschikking heeft over die informatie.

Artikel 16b

  • 1. De netbeheerder heeft in het kader van het beheer van de netten in het voor hem krachtens artikel 36 vastgestelde gebied tot taak om de tarieven voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie, bedoeld in artikel 72aa, te innen met inachtneming van de volgende voorschriften:

    a. de netbeheerder int de tarieven tegelijk met en in gelijke termijnen als de bedragen die afnemers verschuldigd zijn voor hun aansluiting op het net en het transport van elektriciteit;

    b. aan het einde van iedere maand draagt de netbeheerder aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het totale bedrag van de tarieven af die hij in die maand heeft ontvangen van de afnemers.

  • 2. Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen over:

    a. de inning door netbeheerders van die tarieven bij de afnemers en de afdracht van de opbrengst van de tarieven aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet;

    b. de inrichting van de administratie die de netbeheerders in stand moeten houden in verband met de toepassing van het bepaalde in het eerste lid;

    c. de informatie die netbeheerders op verzoek aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekken en de termijn waarbinnen zij dat doen.

H

In artikel 17, onderdeel a, wordt voor «voor zichzelf» ingevoegd: 16a of 16b, .

I

Artikel 31, zevende lid, komt te luiden:

  • 7. Onze Minister kan, in aanvulling op de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, nadere regels stellen over:

    a. de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h;

    b. het meten, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel i, en artikel 16a, tweede lid;

    c. het verstrekken van meetgegevens aan anderen dan genoemd in artikel 16a, derde lid, met dien verstande dat meetgegevens slechts kunnen worden verstrekt aan leveranciers en handelaren met schriftelijke toestemming van de afnemer aan wie de meetgegevens toebehoren;

    d. het uitgeven van certificaten voor duurzame elektriciteit, klimaatneutrale elektriciteit en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling en het beheer van een certificatenrekening;

    e. het verstrekken van informatie over de certificaten ten behoeve van de verstrekking van de in artikel 72m bedoelde subsidie;

    f. de kosten voor de uitvoering van de onderdelen a tot en met d.

J

In artikel 43, eerste lid, wordt «bedoeld in artikel 16» vervangen door: bedoeld in de artikelen 16, 16a en 16b.

K

Artikel 53, tweede lid, onderdeel e, komt te luiden:

e. die kan worden aangemerkt als duurzame elektriciteit.

L

Artikel 60 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «elektriciteit levert die is opgewekt door middel van een van de wijzen, bedoeld in artikel 53, tweede lid, onder e» vervangen door: duurzame elektriciteit levert.

2. In het tweede lid wordt «het leveren van elektriciteit, opgewekt door middel van een van de wijzen, bedoeld in artikel 53, tweede lid, onder e» vervangen door: het leveren van duurzame elektriciteit.

M

Hoofdstuk 5, paragraaf 2, Teruglevering van elektriciteit, wordt vervangen door een paragraaf, luidende:

§ 2. Stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie

§ 2.1 Informatievoorziening, sturing en toezicht
Artikel 69
  • 1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie tot taak een subsidie te verstrekken als bedoeld in paragraaf 2.2, alsmede de taken te verrichten, bedoeld in paragraaf 2.3.

  • 2. Het bepaalde in de artikelen 70 tot en met 72l geldt uitsluitend voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor zover deze de in het eerste lid bedoelde taken uitvoert.

Artikel 70
  • 1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt jaarlijks een jaarverslag op.

  • 2. Het jaarverslag beschrijft de taakuitoefening en het gevoerde beleid.

  • 3. Het jaarverslag wordt aan Onze Minister gezonden.

  • 4. Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels stellen over de inrichting van het jaarverslag, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 71
  • 1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 2. Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevensuitwisseling.

Artikel 72
  • 1. Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de taakuitoefening door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.

  • 2. De beleidsregels worden in de Staatscourant bekend gemaakt.

Artikel 72a
  • 1. Onze Minister kan een besluit van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vernietigen.

  • 2. Van een vernietigingsbesluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 72b
  • 1. Indien naar het oordeel van Onze Minister de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zijn taak ernstig verwaarloost, kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen.

  • 2. De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren.

  • 3. Onze Minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 72c

De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt jaarlijks een begroting op.

Artikel 72d
  • 1. De begroting behelst een raming van de baten en lasten, een raming van de voorgenomen investeringsuitgaven en een raming van de inkomsten en uitgaven.

  • 2. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.

  • 3. Uit de toelichting blijkt steeds welke begrotingsposten betrekking hebben op de uitoefening van de bij of krachtens artikel 69 opgedragen taken.

  • 4. Tenzij de activiteiten waarop de begroting betrekking heeft, nog niet eerder werden verricht, behelst de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatst goedgekeurde jaarrekening.

Artikel 72e
  • 1. Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels stellen over de inrichting van de begroting.

  • 2. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zendt de begroting vóór 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan Onze Minister.

Artikel 72f
  • 1. Het besluit tot vaststelling van de begroting behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

  • 2. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel 72g

Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

Artikel 72h
  • 1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vormt een egalisatiereserve.

  • 2. Het verschil tussen de gerealiseerde baten en de gerealiseerde lasten komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.

  • 3. De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.

Artikel 72i

De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt jaarlijks een jaarrekening op.

Artikel 72j
  • 1. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

  • 2. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel 72k

Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels stellen over de inrichting van de jaarrekening en aandachtspunten voor de accountantscontrole.

Artikel 72l
  • 1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet:

    a. houdt een afzonderlijke boekhouding bij ter zake van de in artikel 69 genoemde taak en

    b. verantwoordt in zijn jaarrekening de in artikel 69 genoemde taak afzonderlijk.

  • 2. Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen over de inrichting van de administratie van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.

§ 2.2 Subsidiëring
Artikel 72m
  • 1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt op aanvraag een subsidie ten behoeve van de productie van duurzame elektriciteit, klimaatneutrale elektriciteit of elektriciteit die is opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling, die is genoemd in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 72p, tweede lid, aan:

    a. een op het Nederlandse net aangesloten producent die gedurende ten minste 10 jaar een productie-installatie voor duurzame elektriciteit of klimaatneutrale elektriciteit in stand houdt en exploiteert;

    b. een op een Nederlands net of een Nederlandse installatie aangesloten producent die elektriciteit opwekt door middel van warmtekrachtkoppeling.

  • 2. Geen subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet subsidie is verstrekt. Met dezelfde productie-installatie, genoemd in de eerste volzin, wordt gelijkgesteld een productie-installatie die dezelfde aansluiting heeft, dan wel die op dezelfde locatie is gevestigd en dezelfde wijze van opwekking van elektriciteit gebruikt als de productie-installatie waarvoor eerder door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet subsidie is verstrekt.

  • 3. Het tweede lid is niet van toepassing indien de producent ontheffing heeft verkregen van Onze Minister. Deze ontheffing wordt verleend indien:

    a. een geheel nieuwe productie-installatie is opgericht nadat de eerdere verloren is gegaan;

    b. een productie-installatie waarvoor al eerder subsidie is verkregen, ingrijpend is gerenoveerd;

    c. een productie-installatie waarvoor al eerder subsidie is verkregen, ingrijpend is uitgebreid.

  • 4. In geval van een ontheffing wegens een nieuwe installatie of wegens renovatie, eindigt de voor subsidie in aanmerking komende periode van de eerder verleende subsidie op het moment waarop de voor subsidie in aanmerking komende periode ingevolge de nieuwe subsidiebeschikking ingaat.

  • 5. In het geval van een ontheffing wegens uitbreiding, is artikel 72s, derde lid, onderdeel b, van overeenkomstige toepassing.

  • 6. Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen ten behoeve van de uitvoering van het derde tot en met het vijfde lid.

Artikel 72n
  • 1. De subsidie bedraagt het product van onderstaande vermenigvuldiging:

    a. het vaste bedrag per kWh ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie dat wordt berekend met toepassing van de artikelen 72o en 72p, vermenigvuldigd met

    b. het aantal kWh dat correspondeert met het aantal aan de producent uitgegeven groencertificaten, certificaten voor klimaatneutrale elektriciteit of certificaten voor elektriciteit opgewekt door warmtekrachtkoppeling, die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie een hoeveelheid elektriciteit heeft opgewekt en op een Nederlands net of een Nederlandse installatie heeft ingevoed en die zijn uitgegeven in de voor subsidie in aanmerking komende periode.

  • 2. De voor subsidie in aanmerking komende periode is:

    a. wat betreft duurzame elektriciteit of klimaatneutrale elektriciteit: de termijn die aanvangt op het in de beschikking tot subsidieverlening aangegeven tijdstip en eindigt op het tijdstip dat ontstaat door tien jaren te verminderen met de termijn gedurende welke:

    1°. zowel artikel 36o van de Wet belastingen op milieugrondslag geldend recht was,

    2°. als de productie-installatie in gebruik genomen was;

    b. wat betreft elektriciteit opgewekt door warmtekrachtkoppeling: de termijn die aanvangt op het in de beschikking tot subsidieverlening aangegeven tijdstip en eindigt op de laatste dag van het desbetreffende kalenderjaar.

  • 3. In de beschikking tot subsidieverlening wordt bepaald dat de voor subsidie in aanmerking komende periode aanvangt op het in de aanvraag aangegeven tijdstip, met dien verstande dat een aanvang voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst van de aanvraag niet mogelijk is.

  • 4. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt het volgende in aanmerking genomen:

    a. in het geval van elektriciteit opgewekt door warmtekrachtkoppeling wordt slechts subsidie verstrekt voor de certificaten die overeenkomen met een opgewekte hoeveelheid elektriciteit van ten hoogste 1000 GWh per jaar en die op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze gerelateerd zijn aan de mate van vermindering van de uitstoot van kooldioxide door de producent;

    b. in het geval van elektriciteit opgewekt door wind wordt slechts subsidie verstrekt tot een bij ministeriële regeling te bepalen maximum dat is gerelateerd aan het aantal opgewekte en op het net ingevoede kWh en het nominale elektrisch vermogen van de productie-installatie.

Artikel 72o
  • 1. Het vaste bedrag per kWh ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie dient er in het geval van duurzame elektriciteit toe de verschillen tussen enerzijds de kostprijs van duurzame elektriciteit en anderzijds de kostprijs van elektriciteit, opgewekt op een andere wijze, te compenseren naar de mate waarin dat nodig is ter bevordering van het aanbod van duurzame elektriciteit.

  • 2. Het vaste bedrag per kWh ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie dient er in het geval van klimaatneutrale elektriciteit of elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling toe de kosten die gepaard gaan met het vermijden van negatieve externe effecten door het verminderen van emissies van kooldioxide geheel of gedeeltelijk te compenseren.

  • 3. Het vaste bedrag per kWh ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie ligt op het niveau dat geldt bij de aanvang van de voor subsidie in aanmerking komende periode en wordt gehandhaafd gedurende die gehele periode, tenzij bij ministeriële regeling een correctie wordt doorgevoerd. Deze correctie wordt steeds en alleen dan doorgevoerd indien de relatieve kostprijs van de betrokken elektriciteit verandert door een wijziging van de tarieven die zijn bedoeld in artikel 36i van de Wet belastingen op milieugrondslag. In dat geval wordt indien nodig afgeweken van het in artikel 72p, eerste lid, genoemde maximumbedrag.

Artikel 72p
  • 1. Het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie bedraagt ten minste 0 eurocent en ten hoogste 7 eurocent per opgewekte en op een net of een installatie ingevoede kWh.

  • 2. Onze Minister stelt ieder jaar, na overleg met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij ministeriële regeling de hoogte vast van het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit ten behoeve van de productie van duurzame elektriciteit, klimaatneutrale elektriciteit of elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling, welke hoogte kan verschillen naargelang de verschillende categorieën producenten en de verschillende categorieën productie-installaties.

  • 3. De ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de Tweede Kamer.

Artikel 72q
  • 1. Voor zover subsidieverstrekking in strijd is met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen, kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet:

    a. subsidieverlening weigeren;

    b. een subsidie lager vaststellen dan overeenkomstig de subsidieverlening;

    c. een subsidieverlening of subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen.

  • 2. Bij de vaststelling, intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is.

  • 3. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

  • 4. De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de vaststelling, intrekking en wijziging, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 72r
  • 1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een formulier, dat wordt vastgesteld bij ministeriële regeling.

  • 2. De aanvraag gaat, overeenkomstig hetgeen op het formulier is vermeld, vergezeld van:

    a. een onderbouwde raming van de hoeveelheid kWh waarvoor in totaal gedurende de desbetreffende voor subsidie in aanmerking komende periode subsidie wordt aangevraagd;

    b. overige in het formulier aangegeven bescheiden.

Artikel 72s
  • 1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:

    a. de aanvraag niet voldoet aan het bij of krachtens deze wet bepaalde of

    b. de aanvraag betreft duurzame elektriciteit of klimaatneutrale elektriciteit en de desbetreffende productie-installatie in gebruik is genomen op of voor 1 januari 1996.

  • 2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien de producent daartoe ontheffing heeft gekregen van Onze Minister. Onze Minister kan de ontheffing verlenen indien de producent aantoont dat de productie-installatie na 1 januari 1996 ingrijpend is gerenoveerd of uitgebreid dan wel dat de productie-installatie voor het eerst na 1 januari 1996 gebruik heeft gemaakt van hernieuwbare energiebronnen of voor het eerst na 1 januari 1996 klimaatneutrale elektriciteit heeft opgewekt.

  • 3. Indien ontheffing is verleend op grond van het tweede lid:

    a. wordt de datum van ingebruikname van de gerenoveerde of uitgebreide productie-installatie, dan wel de datum van het voor het eerst gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen of het voor het eerst opwekken van klimaatneutrale elektriciteit aangemerkt als datum van ingebruikname als bedoeld in artikel 72n, tweede lid, onderdeel a, onder ten tweede, en

    b. komen, indien de ontheffing betrekking heeft op een uitbreiding, uitsluitend de kWh die als gevolg van deze uitbreiding extra zijn geproduceerd, voor subsidie in aanmerking.

  • 4. Onze Minister bepaalt bij ministeriële regeling de wijze waarop en de criteria op grond waarvan de producent de in het tweede lid bedoelde omstandigheden kan aantonen, alsmede de wijze waarop het derde lid, onderdeel b, wordt toegepast.

Artikel 72t
  • 1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan de beschikking tot subsidieverlening intrekken indien de subsidie-ontvanger niet binnen drie jaar na de verlening de desbetreffende productie-installatie in gebruik neemt.

  • 2. Na een intrekking wordt artikel 72m, tweede lid, niet op een nieuwe aanvraag toegepast.

Artikel 72u
  • 1. De subsidie-ontvanger is aangesloten op een Nederlandse net of een Nederlandse installatie.

  • 2. Indien de subsidie betrekking heeft op de productie van duurzame elektriciteit of klimaatneutrale elektriciteit, houdt de subsidie-ontvanger de productie-installatie in stand en exploiteert deze gedurende de periode waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 72v

De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

Artikel 72w
  • 1. Op een subsidie terzake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, worden door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ambtshalve maandelijks voorschotten verstrekt.

  • 2. Een voorschot wordt berekend naar rato van het aantal kWh dat correspondeert met het aantal in de voorafgaande maand door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de producent uitgegeven groencertificaten of certificaten voor klimaatneutrale elektriciteit.

  • 3. Een voorschot op de subsidie ten behoeve het opwekken van elektriciteit opgewekt door warmtekrachtkoppeling wordt berekend naar rato van het aantal kWh dat correspondeert met het aantal in de voorafgaande maand door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de producent uitgegeven certificaten voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling, die op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze zijn gerelateerd aan de mate van de vermindering van de uitstoot van kooldioxide door de producent.

Artikel 72x
  • 1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geeft een beschikking en betaalt deze uit binnen steeds dertig dagen na afloop van een maand.

  • 2. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt geen voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

Artikel 72y
  • 1. De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen dertien weken na het tijdstip waarop de voor subsidie in aanmerking komende periode, bepaald in de beschikking tot subsidieverlening, is verstreken.

  • 2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een formulier, dat wordt vastgesteld bij ministeriële regeling.

  • 3. De aanvraag gaat, overeenkomstig in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.

Artikel 72z

Aan subsidies op grond van deze wet is de verplichting verbonden dat de subsidie-ontvanger aan de toezichthouder, bedoeld in artikel 5 van deze wet, alle medewerking verleent die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

§ 2.3 Tarieven
Artikel 72aa
  • 1. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet betaalt de subsidie, bedoeld in artikel 72m, en de door hem en de netbeheerders gemaakte kosten van de uitvoering van deze subsidie uit een tarief voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie.

  • 2. Het tarief voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie wordt in rekening gebracht bij alle afnemers voor iedere aansluiting waarover zij beschikken.

  • 3. Het tarief is niet verschuldigd voor:

    a. zaken, al dan niet als onroerende zaak aangemerkt, die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken welke kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben en

    b. door netbeheerders beheerde aansluitingen van een net op een ander net.

Artikel 72ab
  • 1. Onze Minister stelt, na overleg met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor elk kalenderjaar bij ministeriële regeling de hoogte van het tarief vast, benodigd voor de bekostiging van de subsidie en de uitvoeringskosten, waarbij het uitgangspunt in acht wordt genomen dat het tarief in elk geval voldoende moet zijn om de reeds door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aangegane verplichtingen na te kunnen komen. Het tarief kan voor verschillende categorieën afnemers verschillend worden vastgesteld.

  • 2. Het tarief voor 2003 bedraagt voor alle afnemers € 34,00 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting.

  • 3. De ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de Tweede Kamer.

Artikel 72ac
  • 1. Indien een afnemer een voor hem geldend tarief niet betaalt, wordt het tarief vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop de betalingstermijn is verstreken.

  • 2. De afnemer wordt onverwijld schriftelijk aangemaand binnen een termijn van twee weken alsnog het bedrag, verhoogd met de wettelijke rente en de kosten van de aanmaning, te betalen.

  • 3. Bij gebreke van betaling van het bedrag met de wettelijke rente en de kosten van de aanmaning binnen de daarvoor krachtens het tweede lid gestelde termijn kan de netbeheerder of de ontheffinghouder, bedoeld in artikel 15, het verschuldigde bedrag, verhoogd met de wettelijke rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel. Het dwangbevel wordt op kosten van degene die het bedrag is verschuldigd, bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

  • 4. Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de netbeheerder onderscheidenlijk ontheffinghouder. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.

  • 5. Het tweede tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de netbeheerder en de ontheffinghouder, indien zij de door hen op grond van artikel 16b, eerste lid, ontvangen tarieven niet of niet tijdig afdragen aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.

Artikel 72ad

Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels stellen over de vergoeding van de kosten voor een ontheffing als bedoeld in artikel 72s, tweede lid, de vergoeding van de kosten die voor netbeheerders zijn verbonden aan het innen van het tarief en voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor de uitvoering van de in artikel 69 genoemde taak.

N

In artikel 85, tweede lid, wordt «57 tot en met 59, 65 en 70 tot en met 72» vervangen door: 57 tot en met 59 en 65.

O

Artikel 86, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op leveranciers die anders dan bedrijfsmatig elektriciteit leveren.

P

Na artikel 86a wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 8. Klimaatneutrale elektriciteit

Artikel 86b

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het vaststellen of sprake is van een productie-installatie voor klimaatneutrale elektriciteit en of de meetinrichting geschikt is voor de meting van de klimaatneutrale elektriciteit die met een dergelijke productie-installatie wordt opgewekt en op het net wordt ingevoed.

Q

Na artikel 93, wordt ingevoegd een nieuw artikel, luidende:

Artikel 93a

De aandelen van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet berusten bij de Nederlandse Staat.

R

Na artikel 95b wordt, onder vernummering van de artikelen 95c tot en met 95i tot 95d tot en met 95j, een nieuw artikel ingevoegd dat komt te luiden:

Artikel 95c

  • 1. Bepalingen die zijn opgenomen in overeenkomsten inzake levering van elektriciteit aan afnemers die beschikken over een aansluiting op het net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3.80 A en die tot doel hebben de opwekking van duurzame elektriciteit te verbieden zijn onverbindend.

  • 2. Een houder van een vergunning is verplicht een aanbod van een afnemer als bedoeld in het eerste lid tot teruglevering van door hem geproduceerde duurzame elektriciteit te aanvaarden.

  • 3. Een houder van een vergunning betaalt de afnemer bedoeld in het eerste lid een redelijke vergoeding voor door hem aan het net geleverde duurzame elektriciteit.

  • 4. Bij algemene maatregel van het bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de door een houder van een vergunning te betalen redelijke vergoeding bedoeld in het derde lid.

ARTIKEL II

  • 1. Tot en met 31 december 2003 is de vergunninghouder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de Elektriciteitswet 1998 verplicht een aanbod tot het leveren van elektriciteit te aanvaarden, indien een beschermde afnemer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, van de Elektriciteitswet 1998 dit aanbod doet en deze afnemer elektriciteit opwekt met een installatie voor warmtekrachtkoppeling.

  • 2. De vergoeding die de vergunninghouder in 2003 aan de beschermde afnemer, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd is voor het leveren van elektriciteit opgewekt met een installatie voor warmtekrachtkoppeling, wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 71 van de Elektriciteitswet 1998 zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, van dit wetsvoorstel.

ARTIKEL III

  • 1. Artikel 72e, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 geldt niet voor de begroting van het jaar waarin artikel I, onderdeel M, in werking treedt.

  • 2. In afwijking van artikel 72n, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998, vangt de voor subsidie in aanmerking komende periode aan op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, of zoveel later als in de aanvraag is aangegeven, mits de aanvraag is ontvangen binnen zes maanden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M.

  • 3. In afwijking van artikel 72n, vierde lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998, wordt voor het eerste kalenderjaar waarbinnen het tijdstip valt waarop dit artikel in werking treedt, het maximale aantal te subsidiëren GWh berekend naar rato van de maanden van dat kalenderjaar die resteren na afschaffing van artikel 36o van de Wet belastingen op milieugrondslag.

  • 4. Artikel 72p, derde lid, en artikel 72ab, derde lid, gelden niet ten behoeve van het jaar waarin artikel I, onderdeel M, in werking zal treden.

  • 5. Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen ten behoeve van de goede invoering van dit wetsvoorstel, waarin kan worden bepaald dat de taak, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 met betrekking tot de vaststelling of sprake is van een installatie voor warmtekrachtkoppeling met een daarbij vast te stellen mate van reductie van de uitstoot van kooldioxide, tijdelijk door Onze Minister in plaats van door de netbeheerder wordt verricht.

  • 6. In afwijking van artikel 72o, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 worden in het kalenderjaar waarin artikel I, onderdeel M, in werking treedt, het vaste bedrag per kWh en het voorschot gewijzigd, voor zover dit voortvloeit uit de regeling die wordt vastgesteld op grond van artikel 72w, derde lid, van die wet en die ertoe strekt de CO2-index te introduceren. Deze wijziging van die bedragen gaat in met ingang van de inwerkingtreding van de regeling, genoemd in de eerste volzin, en loopt tot het eind van de voor subsidie in aanmerking komende periode.

  • 7. In afwijking van artikel 72ab, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998, wordt voor het kalenderjaar waarbinnen het tijdstip valt waarop dit artikel in werking treedt, het tarief berekend naar rato van de maanden van dat kalenderjaar die resteren na inwerkingtreding van dat artikel. Bij ministeriële regeling kan voor het jaar 2003 het tarief lager worden vastgesteld indien blijkt dat het in artikel 72ab, tweede lid, genoemde tarief te hoog is in relatie tot de verwachte uitgaven.

  • 8. Voor productie-installaties die gebruik maken van kleinschalige waterkracht, niet zijnde golfenergie of getijde-energie of biomassa, niet zijnde zuivere biomassa, als energiebron wordt artikel 72n, tweede lid, onderdeel a, onder ten eerste, gelezen als: zowel artikel 36o van de Wet belastingen op milieugrondslag van toepassing was op kleinschalige waterkracht, niet zijnde golfenergie of getijde-energie of biomassa, niet zijnde zuivere biomassa.

  • 9. In afwijking van artikel 72o, derde lid, eerste volzin, van de Elektriciteitswet 1998, blijft, in het geval van opwekking van elektriciteit met behulp van zuivere biomassa in een productie-installatie met ten minste 50 MW nominaal elektrisch vermogen, het vaste bedrag per kWh ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie gehandhaafd totdat drie jaren zijn verstreken na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M. Met ingang van dat tijdstip ligt, in afwijking van artikel 72o, derde lid, eerste volzin, van de Elektriciteitswet 1998, het vaste bedrag per kWh op het niveau dat op dat moment geldt voor de desbetreffende producent en desbetreffende productie-installatie, met dien verstande dat Onze Minister tot een tijdelijke verlaging besluit voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen. Onze Minister bepaalt bij ministeriële regeling wat wordt verstaan onder «zuivere biomassa», alsmede de wijze waarop de in de tweede volzin bedoelde verlaging toepassing vindt en de criteria die kunnen leiden tot toepassing van deze verlaging.

  • 10. Het negende lid is niet van toepassing indien de voor subsidie in aanmerking komende periode aanvangt op of na de inwerkingtreding van een ministeriële regeling waarin onderscheid wordt gemaakt tussen de diverse categorieën zuivere biomassa en/of de diverse categorieën productieprocessen waarin zuivere biomassa wordt toegepast.

ARTIKEL IV

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 december 2001 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Overgangswet elektriciteitsproductiesector in verband met de financiering van de tegemoetkoming aan de elektriciteitsproductiesector uit de algemene middelen en van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet omwille van de correctie van enkele tariefbepalingen alsmede in verband met een tijdelijk verbod van privatisering van netwerkbedrijven (Kamerstukken II 2001/02, 28 174) tot wet wordt verheven en in werking treedt voordat dit wetsvoorstel in werking treedt, wordt in artikel I, onderdeel E, onder 4 «het vijfde lid» vervangen door: het zesde lid.

ARTIKEL V

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit kan worden bepaald dat aan de verschillende artikelen of onderdelen daarvan terugwerkende kracht wordt verleend. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 5 juni 2003

Beatrix

De Minister van Economische Zaken,

L. J. Brinkhorst

Uitgegeven de twaalfde juni 2003

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Stb. 2000, 186, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 september 2001, Stb. 481.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2002/2003, 28 665.

Handelingen II 2002/2003, blz. 2647–2648; 2782.

Kamerstukken I 2002/2003, 28 665 (107, 107a, 107b, 107c, 107d, 107e).

Handelingen I 2002/2003, zie vergadering d.d. 27 mei en 3 juni 2003.