Wet van 24 januari 2002 tot wijziging van de Algemene
wet bestuursrecht met betrekking tot de kosten van bezwaar en administratief
beroep (kosten bestuurlijke voorprocedures)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een regeling
te treffen inzake de vergoeding van de kosten van de bezwaarschriftprocedure
en het administratief beroep;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Algemene wet bestuursrecht1 wordt gewijzigd als volgt:
A
In artikel 7:8 vervalt het tweede lid, alsmede de aanduiding «1.»
voor het eerste lid.
B
Artikel 7:15 wordt gewijzigd als volgt:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Toegevoegd worden drie leden, luidende:
2. De kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het
bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door het bestuursorgaan
uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voorzover het bestreden
besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
Art. 57b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van
overeenkomstige toepassing.
3. Het verzoek wordt gedaan voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft
beslist. Het bestuursorgaan beslist op het verzoek bij de beslissing op het
bezwaar.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de
kosten waarop de vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze
waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
C
In artikel 7:22 vervalt het tweede lid, alsmede de aanduiding «1.»
voor het eerste lid.
D
Artikel 7:28 wordt gewijzigd als volgt:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Toegevoegd worden drie leden, luidende:
2. De kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het
beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door het bestuursorgaan uitsluitend
vergoed op verzoek van de belanghebbende voorzover het bestreden besluit wordt
herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. In dat
geval stelt het beroepsorgaan de vergoeding vast die het bestuursorgaan verschuldigd
is. Art. 57b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
is van overeenkomstige toepassing.
3. Het verzoek wordt gedaan voordat het beroepsorgaan op het beroep heeft
beslist. Het beroepsorgaan beslist op het verzoek bij de beslissing op het
beroep.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de
kosten waarop de vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze
waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
E
Artikel 8:75 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid wordt de eerste volzin vervangen door: De rechtbank
is bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een
andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank,
en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten
maken. De artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, en 7:28, tweede lid,
eerste volzin, derde en vierde lid, zijn van toepassing.
2. In het tweede lid wordt de eerste volzin vervangen door: In geval van
een veroordeling in de kosten ten behoeve van een partij aan wie ter zake
van het beroep op de rechtbank, het bezwaar of het administratief beroep een
toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, wordt het bedrag
van de kosten betaald aan de griffier.
ARTIKEL II
Artikel 13a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften2 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid wordt de eerste volzin vervangen door: De kantonrechter
is bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een
andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij het kantongerecht,
en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten
maken. De artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, en 7:28,
tweede lid, eerste volzin, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
zijn van toepassing.
2. In het tweede lid wordt de eerste volzin vervangen door: In geval van
een veroordeling in de kosten ten behoeve van een partij aan wie ter zake
van het beroep op de kantonrechter, het bezwaar of het administratief beroep
een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, wordt het
bedrag van de kosten betaald aan de griffier.
ARTIKEL III
Artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, zoals dit luidde voor
het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing, indien
het besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt of administratief beroep
kan worden ingesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is
genomen.
ARTIKEL IV
Artikel 13a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften,
zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft
van toepassing, indien het besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt of
administratief beroep kan worden ingesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding
van deze wet is genomen.
ARTIKEL V*
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
histnootGegeven te 's-Gravenhage, 24 januari 2002
Beatrix
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K. G. de Vries
Uitgegeven de twaalfde februari 2002
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
* Op grond van artikel 12, tweede lid, van de Tijdelijke referendumwet
is de inwerkingtreding van deze wet opgeschort. Deze wet treedt in werking
met ingang van 12 maart 2002.
Stb. 1998, 1, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 januari 2002, Stb.
54.
Stb. 1997, 275, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2001,
Stb. 584.
XHistnoot
Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:
Kamerstukken II 1999/2000; 2000/2001; 2001/2002, 27 024.
Handelingen II 2000/2001, blz. 4280–4281.
Kamerstukken I 2000/2001, 27 024 (248, 248a, 248b); 2001/2002, 27 024
(17, 17a).
Handelingen I 2001/2002, zie vergadering d.d. 22 januari 2002.