Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatsblad 2002, 500AMvB

Besluit van 1 oktober 2002, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 2 april 2002, tot bepaling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 38, derde lid, van de Wet bodembescherming, alsmede tot aanwijzing van omstandigheden en maatregelen als bedoeld in dat artikellid (Besluit locatiespecifieke omstandigheden bodemsanering) (Stb. 192)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 26 september 2002, MJZ 2002077550, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op artikel 3 van het Besluit locatiespecifieke omstandigheden bodemsanering;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Het Besluit locatiespecifieke omstandigheden bodemsanering treedt in werking met ingang van 14 oktober 2002.

Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 1 oktober 2002

Beatrix

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. L. B. A. van Geel

Uitgegeven de tiende oktober 2002

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

Het op artikel 38, derde lid van de Wet bodembescherming gebaseerde Besluit locatiespecifieke omstandigheden is op 23 april 2002 in het Staatsblad geplaatst en daarna op grond van artikel 92, tweede lid van de Wet bodembescherming toegezonden aan de beide kamers van de Staten-Generaal. Dat Besluit biedt de grondslag om af te wijken van de saneringsdoelstelling van artikel 38, eerste lid van de Wet bodembescherming. Tegelijkertijd regelt dat Besluit de inwerkingtreding van artikel 38,derde lid van de Wet bodembescherming. Daarmee wordt een wettelijke basis gegeven voor functiegericht en kosteneffectief saneren.

Thans wordt de inwerkingtreding van dat Besluit geregeld. Tegelijk met die inwerkingtreding zal de Regeling locatiespecifieke omstandigheden bodemsanering in werking treden, welk besluit regels bevat omtrent isoleren, beheersen en controleren van bodemverontreiniging.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. L. B. A. van Geel