Besluit van 17 januari 2002, houdende wijziging van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995 en van het Besluit toezicht beleggingsinstellingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 22 november 2001, no. FM 2001/01842-M, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Effectenverkeer;

Gelet op de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd nr. 2001/34/EG, (PbEG L 184) en op de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen nr. 2000/12/EG, (PbEG L 126);

Gelet op artikel 40 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995;

Gelet op artikel 5, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen;

De Raad van State gehoord (advies van 20 december 2001, nr. W06.01.0660/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 11 januari 2002, no. FM 2002-02172 U;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit toezicht effectenverkeer 19951 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 7, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. Het vierde lid is niet van toepassing op een uitgevende instelling waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de notering aan een in een lidstaat gelegen of werkzame effectenbeurs en die halfjaarcijfers algemeen verkrijgbaar stelt, waarvan de opstelling geschiedt overeenkomstig richtlijn nr. 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd (PbEG L 184).

B

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «van richtlijn nr. 92/30/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 april 1992 inzake toezicht op kredietinstellingen op geconsolideerde basis (PbEG L 110)» vervangen door: van richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (PbEG L 126).

ARTIKEL II

Het Besluit toezicht beleggingsinstellingen2 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 6, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Het tweede lid geldt niet voor beleggingsinstellingen die niet onder artikel 6, eerste lid, van de wet vallen en waarvan deelnemingsrechten eerder in Nederland buiten een besloten kring zijn aangeboden, mits de beleggingsinstelling een schriftelijke verklaring kan overleggen van het bevoegde gezag als bedoeld in artikel 105, eerste lid, van richtlijn nr. 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moeten worden gepubliceerd (PbEG L 184), waaruit blijkt dat het voor de toelating tot de notering gepubliceerde prospectus aan de bepalingen van de richtlijn, voor zover op de beleggingsinstelling van toepassing, voldoet.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 17 januari 2002

Beatrix

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Uitgegeven de zevende februari 2002

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Na de inwerkingtreding van de nieuwe richtlijn 2001/34/EG die een codificatie is van de bestaande prospectusrichtlijnen, moet steeds de verwijzing naar richtlijnen 79/279/EEG, 80/390/EEG, 82/121/EEG, of 88/627/EEG worden gelezen als een verwijzing naar richtlijn 2001/34/EG. Dit is een gevolg van een bepaling (artikel 111) van de richtlijn zelf. Tevens moet door de inwerkingtreding van de nieuwe richtlijn 2000/12/EG, die een codificatie is van de bestaande bankenrichtlijnen, de verwijzing naar richtlijn 92/30/EEG worden gelezen als een verwijzing naar richtlijn 2000/12/EG.

De richtlijnen 2001/34/EG en 2000/12/EG strekken uitsluitend tot codificatie van verschillende richtlijnen tot één gecodificeerde richtlijn en bevatten geen inhoudelijke wijzigingen. Het onderhavige Besluit strekt ertoe de bestaande verwijzingen in de tekst naar de richtlijnen te vervangen door verwijzingen naar de richtlijnen 2001/34/EG en 2000/12/EG. Voor de praktijk is nog van belang dat de gecodificeerde tekst van de prospectusrichtlijnen en de gecodificeerde tekst van de bankenrichtlijnen inzichtelijker is dan de eerder bestaande richtlijnen. Dit komt doordat de voorschriften thans in één document zijn opgenomen.

De Minister van Financiën,

G. Zalm


XNoot
1

Stb. 1995, 623, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 415.

XNoot
2

Stb. 1990, 504, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 415.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven