Besluit van 4 september 2002, houdende de toekenning
van standaarden aan het Korps Veldartillerie en het Korps Rijdende Artillerie
en een vaandel aan het Korps Luchtdoelartillerie
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 28 augustus 2002,
nr. C2002/247 2002002920 directie juridische zaken, afdeling wet-
en regelgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
a. Het Korps Veldartillerie van de Koninklijke landmacht voert een standaard,
bestaande uit een standaarddoek en een standaardstok.
b. Het Korps Rijdende Artillerie van de Koninklijke landmacht voert een
standaard, bestaande uit een standaarddoek en een standaardstok.
c. Het Korps Luchtdoelartillerie van de Koninklijke landmacht voert een
vaandel, bestaande uit een vaandeldoek en een vaandelstok.
Artikel 2
De voorzijde van het standaarddoek van het Korps Veldartillerie is een
vierkant doek van oranje zijde, omzoomd met gouden franje. De lengte en de
breedte van het standaarddoek zijn vijftig centimeter.
Op het doek is in goud geborduurd een gestileerde gekroondeB, de kroon in de kleuren van het Koninklijk wapen. Onder de B is in goud geborduurd:
KORPS
VELDARTILLERIE
Voorts is in goud geborduurd in het eerste kwartier:
CITADEL VAN ANTWERPEN 1832
In het tweede kwartier:
MILL 1940
Het geheel van de gekroonde B, de naam van
het korps en de vermelding van de wapenfeiten, is omgeven door een doorlopende
oranjetak.
Artikel 3
De voorzijde van het standaarddoek van het Korps Rijdende Artillerie is
een vierkant doek van oranje zijde, omzoomd met gouden franje. De lengte en
de breedte van het standaarddoek zijn vijftig centimeter.
Op het doek is in goud geborduurd een gestileerde gekroondeB, de kroon in de kleuren van het Koninklijk wapen. Onder de B is in goud geborduurd:
KORPS
RIJDENDE ARTILLERIE
Voorts is in goud geborduurd in het eerste kwartier:
QUATRE-BRAS 1815
WATERLOO 1815
In het tweede kwartier:
HASSELT 1831
KERMPT 1831
LEUVEN 1831
Het geheel van de gekroonde B, de naam van
het korps en de vermelding van de wapenfeiten, is omgeven door een doorlopende
oranjetak.
Artikel 4
De voorzijde van het vaandeldoek van het Korps Luchtdoelartillerie is
een vierkant doek van oranje zijde, omzoomd met gouden franje. De lengte en
de breedte van het standaarddoek zijn zestig centimeter.
Op het doek is in goud geborduurd een gestileerde gekroondeB, de kroon in de kleuren van het Koninklijk wapen. Onder de B is in goud geborduurd:
KORPS
LUCHTDOELARTILLERIE
Voorts is in goud geborduurd in het eerste kwartier:
VESTING HOLLAND 1940
Het geheel van de gekroonde B, de naam van
het korps en de vermelding van de wapenfeiten, is omgeven door een doorlopende
oranjetak.
Artikel 5
Op de achterzijden van de standaarddoeken, respectievelijk het vaandeldoek
is in kleuren geborduurd het Koninklijk wapen, doch zonder de
daarbij behorende mantel. Het Koninklijk wapen is omgeven door twee met een
lint samengebonden takken van sinopel, ter linkerzijde een eikentak, ter rechterzijde
een lauwertak. Het lint is uitgevoerd in de kleuren behorende bij het lint
van de Militaire Willemsorde. Het geheel is omgeven door een doorlopende oranjetak.
Artikel 6
1. De stokken, elk behorende bij de standaarden, zijn zwarte stokken, lang
tweehonderd centimeter; de stok behorende bij het vaandel is een zwarte stok,
lang tweehonderdentwintig centimeter. Het gedeelte van de stok dat boven in
de broeking van de standaard respectievelijk het vaandel komt, bestaat uit
een bus met inwendige schroefdraad waarop de vaandeltop wordt geschroefd.
2. De vaandeltop bestaat uit een doosvormig voetstuk, met een daarop rustende
leeuw en daaronder een eikenkrans.
3. De rustende leeuw, liggende op het doosvormige voetstuk, draagt in de
rechterklauw een opgeheven zwaard en rust met de linkerklauw op een bundel
van zeven pijlen.
4. Op de lange zijden van het voetstuk zijn in een verzonken middenstuk de
woorden:
KONINGIN EN VADERLAND
in hoog reliëf aangebracht, omgeven door een gesloten slang.
5. Op de korte zijkanten is in een verzonken middenstuk een gekroonde gestileerde
letter B in hoog reliëf aangebracht.
6. Onder het voetstuk is een eikenkrans aangebracht die van het voetstuk
is gescheiden door een ring. Midden door de krans is, in het verlengde van
de vaandelstang, een zwart gemaakte metalen bus aangebracht.
7. Onder de eikenkrans bevindt zich een verlengstuk met schroefdraad, passende
in de bus met inwendige schroefdraad van de vaandelstang.
8. Leeuw, voetstuk en krans zijn uitgevoerd in goudkleurig metaal.
Artikel 7
Om de zwarte bus in de eikenkrans is een gouden koord geknoopt, de knoop
in het midden; de beide einden worden bijeengehouden door een horizontale
schuifpassant. Aan de uiteinden is het koord voorzien van een vaandelkwast,
gevlochten van gouddraad, met losse bouillons.
Artikel 8
Het vaandeldoek is met een broeking van oranje zijde om de standaardstokken
respectievelijk de vaandelstok geschoven.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Onze Minister van Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit,
dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan Onze Adjudant-Generaal,
tevens Chef van Ons militair Huis.
's-Gravenhage, 4 september 2002
Beatrix
De Minister van Defensie,
A. H. Korthals
Uitgegeven de negentiende september 2002
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner
NOTA VAN TOELICHTING
Ingevolge het onderhavige besluit wordt aan het Korps Veldartillerie en
het Korps Rijdende Artillerie elk een standaard, en aan het Korps Luchtdoelartillerie
een vaandel toegekend. Op de standaarden en het vaandel worden, ingevolge
het Koninklijk Besluit van 7 augustus 1896, nummer 41, opschriften
verleend voor het verrichten van krijgsverrichtingen door de betreffende korpsen.
Het opschrift Citadel van Antwerpen 1832 voor het Korps Veldartillerie
heeft betrekking op het aan het 1e, 2e en 3e Regiment Vestingartillerie bij
Koninklijk Besluit van 7 augustus 1896, nummer 43, toegekende opschrift
op de aan die regimenten verleende ereblijken. Het opschrift Mill 1940 voor
het Korps Veldartillerie heeft betrekking op het optreden van de regimenten
artillerie in de meidagen van 1940 in een groot aantal opstellingen in Nederland
waarbij met name de rechterbatterij van III-20 Regiment Artillerie zich bij
Mill bijzonder heeft onderscheiden. Het Korps Veldartillerie zet zowel de
traditie van de regimenten vestingartillerie als de traditie van de regimenten
veldartillerie voort.
De opschriften Quatre-Bras 1815, Waterloo 1815, Hasselt 1831, Kermpt 1831
en Leuven 1831 voor het Korps Rijdende Artillerie hebben betrekking op het
aan het Korps bij Koninklijk Besluit van 7 augustus 1896, nummer 44,
verleende ereblijk.
Het opschrift Vesting Holland 1940 voor het Korps Luchtdoelartillerie
heeft betrekking op het optreden van het Korps in de meidagen van 1940 in
een groot aantal opstellingen in Nederland, waarbij met name in de Vesting
Holland een groot aantal eenheden behorende tot het Korps zich bijzonder heeft
onderscheiden.
De Minister van Defensie,
A. H. Korthals