Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2002, 469AMvB

Besluit van 3 september 2002 tot wijziging van de bijlage bij de Tabakswet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 2 mei 2002, kenmerk GZB/GZ 2.272.959, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Justitie;

Gelet op artikel 11c, tweede lid, van de Tabakswet;

De Raad van State gehoord (advies van 6 juni 2002, nr. W13.02.0199/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 augustus 2002, kenmerk POG/GB 2.302.357, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

De bijlage bij de Tabakswet1 komt te luiden:

BIJLAGE BIJ DE TABAKSWET

Bijlage als bedoeld in artikel 11b inzake bestuurlijke boeten, bevattende de tarieven voor overtredingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d

De overtredingen zijn ingedeeld in drie categorieën, te weten A, B en C.

Categorie A

Onder categorie A vallen de overtredingen door fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten, alsmede eigenaren en exploitanten van tabaksverkooppunten, -speciaalzaken en tabaksautomaten met betrekking tot reclame, sponsoring, gratis uitreiking, en regels gesteld bij algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van een regeling krachtens het EU-verdrag.

Dit betreft in concreto:

– Artikel 4, eerste lid: overtreden van het verbod op reclameboodschappen voor tabaksproducten in radio- en televisieprogramma's.

– Artikel 5, eerste lid: overtreden van het verbod, onverminderd artikel 4 en met inachtneming van artikel 5, tweede en derde lid, op elke vorm van reclame en sponsoring.

– Artikel 5, vierde lid: overtreden van het verbod op uitreiking, om niet of tegen een symbolische vergoeding, die het aanprijzen van een tabaksproduct ten doel of tot rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg heeft.

– Artikel 5a, eerste lid: overtreden van het verbod op gebruik voor een tabaksproduct van een naam, een merk, een symbool of enig ander onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst, tenzij dit tabaksproduct reeds vóór de datum van inwerkingtreding van het in artikel 5, eerste lid, bedoelde verbod onder die naam, dat merk of symbool, dan wel met dat onderscheidende teken, in de handel was.

– Artikel 5a, tweede lid: overtreden van het verbod op gebruik van een naam, merk, symbool of een ander onderscheidend teken dat eerder al voor een tabaksproduct werd gebruikt, voor producten of diensten, die na de datum van inwerkingtreding van het in artikel 5, eerste lid, bedoelde verbod op de markt worden gebracht; dit tenzij de naam, het merk, het symbool of het andere onderscheidende teken van het product of de dienst in een duidelijk andere vorm wordt gepresenteerd dan die van het tabaksproduct.

– Artikel 9, eerste lid: overtreden van het verbod om bedrijfsmatig tabaksproducten gratis aan particulieren uit te reiken, toe te zenden, of op enigerlei andere wijze beschikbaar te stellen.

– Artikel 18: overtreden van regels, gesteld bij algemene maatregel van bestuur, ter uitvoering van een bindende regeling inzake tabaksproducten, die krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is tot stand gekomen.

Overtredingen door fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten van de verboden neergelegd in de artikelen 5 en 5a worden bestraft met een boete van € 45 000, bij herhaling binnen een jaar een boete van € 135 000, bij een tweede herhaling binnen drie jaar na de eerste overtreding een boete van € 225 000 en bij een derde herhaling binnen vijf jaar na de eerste overtreding een boete van € 450 000. Andere overtredingen behorend tot categorie A, door eigenaren en exploitanten van tabaksverkooppunten of -speciaalzaken, door fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten, alsmede overtredingen behorend tot categorie A door eigenaren en exploitanten van tabaksautomaten worden bestraft met een maximumboete van € 4 500.

Categorie B

Onder categorie B vallen de overtredingen met betrekking tot bedrijfsmatig verstrekken van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen, in het bijzonder voor minderjarigen bestemde, goederen en diensten, bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken of met dat doel aanwezig hebben van tabaksproducten op plaatsen waar dit verboden is (verkoopverbod), bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van tabaksproducten aan personen jonger dan zestien jaar, verzuimen de mededeling te plaatsen dat niet wordt verstrekt aan personen jonger dan zestien jaar, bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van onverpakte sigaretten aan particulieren, kleinverpakking van sigaretten en verstrekken zonder ter hand stelling door een tussenpersoon.

Dit betreft in concreto:

– Artikel 5, vijfde lid: overtreden van het verbod op het bedrijfsmatig verstrekken, in tabaksspeciaalzaken en in afgescheiden tabaksverkooppunten in levensmiddelenzaken en warenhuizen, indien daar reclame voor tabaksproducten wordt gemaakt, van in het bijzonder voor minderjarigen bestemde goederen en diensten die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen als goederen en diensten die in zulke tabaksspeciaalzaken en tabaksverkooppunten niet bedrijfsmatig mogen worden verstrekt.

– Artikel 7, eerste lid: overtreden van het verbod om in de instellingen, diensten en bedrijven die door de Staat of andere openbare lichamen worden beheerd, behoudens in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben.

– Artikel 7, tweede lid: overtreden van het verbod om in inrichtingen voor gezondheidszorg, welzijn, maatschappelijke dienstverlening, kunst en cultuur, sport, sociaal-cultureel werk of onderwijs, voor zover die inrichtingen behoren tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën, bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben.

– Artikel 7, derde lid: overtreden van het verbod om in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van bedrijven en organisaties bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben.

– Artikel 8, eerste lid: overtreden van het verbod om bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, waarbij onder verstrekken eveneens wordt begrepen het verstrekken van een tabaksproduct aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, welk tabaksproduct echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt.

– Artikel 8, derde lid: nalaten om op plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten aan particulieren plegen te worden verstrekt, duidelijk zichtbaar en goed leesbaar aan te geven dat aan personen jonger dan zestien jaar geen tabaksproducten worden verstrekt en om de hieromtrent door Onze Minister nader gestelde regels en het door Onze Minister voorgeschreven model in acht te nemen

– Artikel 9, tweede lid: overtreden van het verbod om bedrijfsmatig of anders dan om niet sigaretten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben anders dan in een gesloten verpakking, die niet zonder kenbare beschadiging kan worden geopend.

– Artikel 9, derde lid: overtreden van het verbod om sigaretten in een verpakking van minder dan negentien stuks, behoudens uitzonderingen bij ministeriële regeling, in de handel te brengen of daartoe aanwezig te hebben.

– Artikel 9, vierde lid: overtreden van het verbod om bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten te verstrekken aan particulieren zonder ter hand stelling door tussenkomst van een verstrekkende persoon volgens daartoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen methoden; dit behoudens beperkingen op het verbod, aangebracht overeenkomstig bij die algemene maatregel van bestuur gestelde regelen.

Overtredingen behorend tot categorie B worden bestraft met een boete van € 450, bij herhaling binnen een jaar een boete van € 1 350, bij een tweede herhaling binnen drie jaar na de eerste overtreding een boete van € 2 250 en bij een derde herhaling binnen vijf jaar na de eerste overtreding een boete van € 4 500.

Categorie C

Onder categorie C vallen overtredingen met betrekking tot het treffen van maatregelen die voorkomen dat overlast of hinder wordt ondervonden van het roken door anderen (rookverbod).

Dit betreft in concreto:

– Artikel 10, eerste lid: nalaten door bevoegde organen voor de instellingen, diensten en bedrijven die door de Staat en de openbare lichamen worden beheerd, zodanige maatregelen te treffen dat van de daardoor geboden voorzieningen gebruik kan worden gemaakt en dat daarin de werkzaamheden kunnen worden verricht zonder daarbij hinder of overlast van roken te ondervinden.

– Artikel 10, tweede lid: nalaten door bevoegde organen binnen de instellingen, diensten en bedrijven die door de Staat en de openbare lichamen worden beheerd, een rookverbod in te stellen, aan te duiden of te handhaven in ruimten, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën; dit behoudens beperkingen op het verbod, aangebracht overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur gestelde regelen.

– Artikel 11, eerste lid: nalaten door degenen – niet zijnde het bevoegd orgaan binnen instellingen, diensten en bedrijven die door de Staat en de openbare lichamen worden beheerd – die het beheer hebben over gebouwen of inrichtingen voor gezondheidszorg, welzijn, maatschappelijke dienstverlening, kunst en cultuur, sport, sociaal-cultureel werk of onderwijs, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën, zodanige maatregelen te treffen dat van de door hen geboden voorzieningen gebruik kan worden gemaakt en daarin de werkzaamheden kunnen worden verricht zonder daarbij hinder of overlast van roken te ondervinden.

– Artikel 11, tweede lid: nalaten door degenen – niet zijnde het bevoegd orgaan binnen instellingen, diensten en bedrijven die door de Staat en de openbare lichamen worden beheerd – die het beheer hebben over gebouwen of inrichtingen voor gezondheidszorg, welzijn, maatschappelijke dienstverlening, kunst en cultuur, sport, sociaal-cultureel werk of onderwijs, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën, een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven in ruimten, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën; dit behoudens beperkingen op het verbod, aangebracht overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur gestelde regelen.

– Artikel 11a, eerste lid: nalaten, behoudens krachtens artikel 11a, vijfde lid, bij algemene maatregel van bestuur aangebrachte beperkingen, door werkgevers zodanige maatregelen te treffen dat werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden.

– Artikel 11a, tweede lid: nalaten, behoudens krachtens artikel 11a, vijfde lid, bij algemene maatregel van bestuur aangebrachte beperkingen, door exploitanten van middelen voor personenvervoer zodanige maatregelen te treffen dat passagiers in staat worden gesteld hun reis te volbrengen zonder daarbij hinder of overlast van roken te ondervinden.

– Artikel 11a, derde lid: nalaten, behoudens krachtens artikel 11a, vijfde lid, bij algemene maatregel van bestuur aangebrachte beperkingen, door Nederlandse luchtvaartmaatschappijen zodanige maatregelen te treffen dat passagiers aan boord van hun vliegtuigen tijdens het gebruik voor de burgerluchtvaart op vluchten van en naar op Nederlands grondgebied gelegen luchthavens in staat worden gesteld hun reis te volbrengen zonder daarbij hinder of overlast van roken te ondervinden.

– Artikel 11a, vierde lid: nalaten, behoudens krachtens artikel 11a, vijfde lid, bij algemene maatregel van bestuur aangebrachte beperkingen, door degenen die – anders dan in een hoedanigheid als bedoeld in artikel 10 of 11 – het beheer hebben over voor het publiek toegankelijke gebouwen, voor zover die gebouwen behoren tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën, zodanige maatregelen te treffen dat van de door hen geboden voorzieningen gebruik kan worden gemaakt en dat daarin de werkzaamheden kunnen worden verricht zonder daarbij hinder of overlast van roken te ondervinden.

Overtredingen behorend tot categorie C worden bestraft met een boete van € 300, bij herhaling binnen een jaar een boete van € 600, bij een tweede herhaling binnen drie jaar na de eerste overtreding een boete van € 1 200 en bij een derde herhaling binnen vijf jaar na de eerste overtreding een boete van € 2 400.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 7 november 2002, met dien verstande dat het, voor zover het betrekking heeft op:

a. de artikelen 7, eerste lid, 8, en 9, derde lid, van de Tabakswet, in werking treedt met ingang van 1 januari 2003; en

b. artikel 11a, eerste en tweede lid, van de Tabakswet, in werking treedt met ingang van 1 januari 2004.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 3 september 2002

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. J. Bomhoff

Uitgegeven de negentiende september 2002

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

De Wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Tabakswet regelt de bevoegdheid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, tot het opleggen van bestuurlijke boeten. Het bij koninklijke boodschap van 10 april 1999 ingediende wetsvoorstel omschreef een aantal overtredingen die met een boete bedreigd zouden worden en introduceerde in artikel 11b een bijlage, bepalende de boete die per overtreding kan worden opgelegd. Er zijn verschillende redenen waarom de bijlage nu moet worden gewijzigd. Ten eerste moeten de gedurende de parlementaire behandeling in de wet aangebrachte wijzigingen ook in de bijlage worden doorgevoerd. Dit betreft wijzigingen in de overtredingen die met een boete bedreigd worden en de verhoging van de maximale boete op overtreding van het reclameverbod. Verder dienen de bedragen van de boeten in euro's te worden uitgedrukt. Bij de omzetting in euro's is naar beneden afgerond, om ronde bedragen te krijgen.

Volgens artikel 11c, tweede lid, wordt de bijlage gewijzigd bij algemene maatregel van bestuur.

Gezien het grote aantal wijzigingen is er voor gekozen de bijlage opnieuw vast te stellen.

Artikelsgewijs

Artikel I

De bijlage kent drie categorieën overtredingen: categorie A over reclame, gratis uitreiking, kleinverpakking en een eventueel automatenverbod, categorie B over verstrekken van tabaksproducten op plaatsen waar dit verboden is (verkoopverbod) en verstrekken aan personen onder de achttien jaar (leeftijdsgrens) en categorie C over tekortschieten in het treffen van maatregelen die voorkomen dat overlast of hinder van roken wordt ondervonden (rookverbod). Deze driedeling bestaat ook in de huidige tekst. Nieuw is echter dat nu binnen categorie A twee regimes worden onderscheiden: één voor fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten en eigenaren en exploitanten van tabaksverkooppunten en -speciaalzaken en van tabaksautomaten en één uitsluitend voor fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten. Dit is een gevolg van de introductie van een maximale boete van € 450 000 (f 1 000 000) voor overtreding van het in artikel 11b, tweede lid, onder a, gestelde verbod op reclame en sponsoring, indien begaan door fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten.

Er moet van worden uitgegaan dat de in de categorieën A en B opgenomen verboden en beperkingen binnen de branche zéér goed bekend zijn en dat aan overtredingen een bewust handelen ten grondslag ligt met als doel gewin te behalen. Voor de goede orde zij hier aan toegevoegd dat onder in de bijlage genoemde overtreders tevens begrepen zijn de hen, al dan niet via de strafrechtelijke deelnemingsvormen, toe te rekenen overtredingen, alsmede de «namens hen of in opdracht van hen» gepleegde overtredingen. De leeftijdsgrens voor het verstrekken van tabaksproducten werd bij amendement van achttien jaar op zestien jaar gebracht.

Omdat de overtredingen waar artikel 18 het oog op heeft vooral door fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten zullen worden gemaakt, zijn deze overtredingen in categorie A geplaatst.

Artikel II

Artikel II bepaalt, met inachtneming van artikel 11c, derde lid, van de Tabakswet, dat het besluit op 7 november 2002 in werking treedt. Op deze (hoofd-)regel is een aantal uitzonderingen aangebracht, die op dezelfde wijze zijn gemodelleerd als het besluit tot inwerkingtreding van de Wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Tabakswet (zie Stb. 2002, 362).

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. J. Bomhoff


XNoot
1

Stb. 1988, 342; laatstelijk gewijzigd bij wet van 18 april 2002, Stb. 201.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).