Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2002, 461Wet

Wet van 20 juni 2002 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (implementatie biociden richtlijn)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is ter uitvoering van richtlijn nr. 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (Pb EG L 123) de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Bestrijdingsmiddelenwet 19621 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid:

a. komt onderdeel e te luiden:

e. werkzame stof: stof of micro-organisme, met inbegrip van een virus of fungus met een algemene of algemeen verkrijgbare werking als bedoeld in de onderdelen g of h, op of tegen schadelijke organismen;

b. wordt in onderdeel f «niet-landbouwbestrijdingsmiddel» vervangen door: biocide;

c. komt onderdeel h te luiden:

h. biocide: werkzame stof of preparaat, welke in de vorm waarin die stof of dat preparaat aan de gebruiker wordt geleverd, een of meer werkzame stoffen bevat, en bestemd is om een schadelijk organisme te vernietigen, af te weren, onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen af dat organisme op andere wijze langs chemische of biologische weg te bestrijden, niet zijnde een gewasbeschermingsmiddel, en welke is opgenomen in de lijst, bedoeld in het vijfde lid;

d. worden onder verlettering van de onderdelen i tot en met n tot onderscheidenlijk l tot en met q, de nieuwe onderdelen i tot en met k ingevoegd, luidende:

i. biocide met gering risico: biocide dat als werkzame stof uitsluitend een of meer, bij communautaire maatregel aangewezen, geen aanleiding tot bezorgdheid gevende stoffen bevat;

j. basisstof: bij communautaire maatregel opgenomen stof die hoofdzakelijk voor andere dan bestrijdingsdoeleinden wordt gebruikt, doch in ondergeschikte mate als biocide wordt toegepast, hetzij rechtstreeks, hetzij in een product dat bestaat uit die stof en een eenvoudig oplosmiddel, dat zelf geen tot bezorgdheid aanleiding gevende stof is, en die niet rechtstreeks voor gebruik als biocide op de markt wordt gebracht;

k. tot bezorgdheid aanleiding gevende stof: iedere stof, met uitzondering van de werkzame stof, die als intrinsieke eigenschap heeft dat zij een schadelijk effect heeft op mensen, dieren of het milieu en die in een biocide in voldoende concentratie aanwezig is of ontstaat om een dergelijk effect te veroorzaken;

e. komt onderdeel p (nieuw) te luiden:

p. residu: een of meer van de in een bestrijdingsmiddel aanwezige stoffen, die als gevolg van het gebruik ervan achterblijven, met inbegrip van de metabolieten van die stof dan wel stoffen en de producten die bij afbraak of reactie vrijkomen;

f. komt onderdeel q (nieuw) te luiden:

q. communautaire maatregel: verordening, richtlijn of beschikking als bedoeld in artikel 189 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (Trb. 1957, 91) betrekking hebbende op onderwerpen geregeld in, dan wel hun grondslag hebbende in:

1. richtlijn nr. 91 /414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (Pb EG L 236);

2. richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (Pb EG L 123);

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «niet-landbouwbestrijdingsmiddelen» vervangen door: biociden.

3. In het vierde lid, onderdeel b, komt «, en vijfde lid» te vervallen.

4. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Bij ministeriele regeling wordt een lijst van soorten biociden vastgesteld met voor elke soort een indicatieve lijst van beschrijvingen.

B

De titel van § 2 komt te luiden:

§ 2. De toelating en registratie van bestrijdingsmiddelen

C

In artikel 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het is verboden een bestrijdingsmiddel af te leveren, voorhanden of in voorraad te hebben, binnen Nederland te brengen of te gebruiken, waarvan niet blijkt dat het ingevolge deze wet is toegelaten of voor zover het een biocide met een gering risico betreft, is geregistreerd.

2. In het tweede lid wordt na: a. «toegelaten» telkens ingevoegd: of geregistreerd; b. «toelating» ingevoegd: of de registratie.

3. In het vierde lid wordt «niet-landbouwbestrijdingsmiddel» telkens vervangen door: biocide.

4. In het vijfde en zesde lid wordt na «toegelaten» telkens ingevoegd: of geregistreerd.

5. In het zevende lid wordt na «toe te laten» ingevoegd: of te registreren.

D

In artikel 2a, tweede lid, wordt na «toegelaten» ingevoegd: of geregistreerd.

E

In artikel 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid wordt na «toegelaten» ingevoegd: of geregistreerd.

2. In het tweede lid wordt:

a. in de aanhef na «toegelaten» ingevoegd: of geregistreerd;

b. «gewasbeschermingsmiddel, anders dan bedoeld in artikel 1, vijfde lid,» vervangen door: bestrijdingsmiddel;

c. «gewasbeschermingsmiddelen» vervangen door: bestrijdingsmiddelen;

d. onder wijziging van de punt in een puntkomma een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

c. voor zover het betreft een biocide, voldaan is aan de ingevolge een communautaire maatregel gestelde eisen.

3. Na het tweede lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Een biocide wordt voorts slechts toegelaten of geregistreerd indien op adequate wijze rekening wordt gehouden met:

    a. alle omstandigheden waaronder het biocide normaliter gebruikt wordt,

    b. de wijze waarop het met het biocide behandelde materiaal kan worden gebruikt en

    c. de gevolgen van gebruik en verwijdering van het biocide.

F

In artikel 3a worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste, tweede en derde lid, wordt na «toelatingscriteria» telkens ingevoegd: of registratiecriteria.

2. In het eerste lid wordt na «artikel 3, eerste lid, onderdeel a» ingevoegd: en het tweede lid, onderdeel c.

3. In het tweede lid wordt in:

a. onderdeel a na «ten achtste» ingevoegd: en derde lid;

b. onderdeel b na «ten zevende» ingevoegd: en derde lid;

c. onderdeel e na «artikel 3, eerste lid, onderdeel a» ingevoegd: en derde lid.

G

In artikel 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste, tweede, vierde en negende lid wordt na «toelating» telkens ingevoegd: of registratie.

2. In het zevende lid wordt na «toelatinghouder» ingevoegd: of registratiehouder.

H

In artikel 4a worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het derde lid wordt na «toelatinghouders» ingevoegd: of registratiehouders.

2. In het vierde lid wordt «gewasbeschermingsmiddel» vervangen door: bestrijdingsmiddel.

I

In artikel 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste en derde lid wordt na «toelating» telkens ingevoegd: of registratie.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Bij de toelating of de registratie:

    a. worden voorschriften gegeven omtrent:

    1. de doeleinden waarvoor het middel uitsluitend dan wel niet gebruikt mag worden;

    2. voor zover het een biocide betreft, een rationele toepassing van een combinatie van fysische, biologische, chemische of eventueel andere maatregelen, waardoor het gebruik van biociden tot het strikt noodzakelijke wordt beperkt, en

    3. voor zover het de toelating van een gewasbeschermingsmiddel betreft, waar mogelijk, de toepassing van de beginselen van geïntegreerde bestrijding;

    b. kunnen voorschriften worden gegeven welke onder meer betrekking hebben op:

    1. de tijden en de plaatsen waarop,

    2. de klimatologische omstandigheden waaronder,

    3. de doseringen waarin,

    4. de wijze waarop, of

    5. de technische hulpmiddelen waarmede het middel uitsluitend dan wel niet mag worden gebruikt, alsmede op de bij het gebruik in acht te nemen veiligheidstermijnen.

3. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Bij de toelating:

    a. kan worden bepaald, dat het bestrijdingsmiddel uitsluitend mag worden afgeleverd aan en gebruikt door personen of rechtspersonen, behorende tot een daarbij aangewezen categorie;

    b. wordt bepaald dat het verboden is aan het grote publiek biociden af te leveren, welke ingevolge richtlijn nr. 88/379/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 7 juni 1988 (Pb EG L 187) betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten als vergiftig, zeer vergiftig, kankerverwekkend of mutageen categorie 1 en 2, of als vergiftig voor de voortplanting categorie 1 of 2 zijn ingedeeld.

4. In het vijfde lid wordt na «toelatinghouder» telkens ingevoegd: of registratiehouder.

J

In artikel 5a worden de volgende wijzingen aangebracht:

1. In het eerste lid wordt onder wijziging van de punt in een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

g. het rekening houden met de voordelen van het gebruik van het biocide.

2. In het tweede en derde lid, wordt na «toelating» telkens ingevoegd: of registratie

K

In artikel 6 worden de volgende wijzingen aangebracht:

1. In het eerste lid wordt na «toelating» ingevoegd: of registratie.

2. In het tweede lid wordt na «toegelaten» ingevoegd: of geregistreerde.

L

In artikel 7 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste, tweede, vijfde en zesde lid wordt na «toelating» telkens ingevoegd: of registratie.

2. In het tweede lid wordt na «toelatinghouder» ingevoegd: of registratiehouder.

M

In artikel 9 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste en vijfde lid wordt na «toegelaten» ingevoegd: of geregistreerd.

2. In het tweede, derde en vierde lid wordt na «toelating» ingevoegd: of registratie.

N

In artikel 9a worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid wordt na «toelatinghouder» ingevoegd: of registratiehouder.

2. In het tweede lid:

a. wordt na «toelatinghouder» ingevoegd: of registratiehouder;

b. komt de zinsnede «en voor zover betrekking hebben op gewasbeschermingsmiddelen, met uitzondering van die bedoeld in artikel 1, vijfde lid,» te vervallen.

O

In artikel 10, tweede lid wordt na «toegelaten» ingevoegd: , geregistreerd.

P

In artikel 11 wordt na «toegelaten» ingevoegd: of geregistreerde.

Q

In artikel 11a worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Voor de tekst van het artikel wordt het cijfer 1. geplaatst.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt na «toegelaten» ingevoegd: of geregistreerd.

3. Een nieuw lid wordt ingevoegd, luidende:

  • 2. Onze betrokken Minister stelt ter uitvoering van richtlijn nr. 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (Pb EG L 123), nadere regels betreffende het aanbevelen en aanprijzen van biociden.

R

In artikel 13a wordt na «toelatinghouders» en «toelatinghouder» ingevoegd «of registratiehouders» respectievelijk «of registratiehouder».

S

In artikel 13b, eerste lid, wordt na «toelating» ingevoegd: of registratie.

T

In artikel 15 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Na het eerste lid, wordt onder vernummering van het tweede en het derde lid tot het derde en vierde lid een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven betreffende het afleveren, voorhanden of in voorraad hebben en gebruiken van niet-toegelaten of niet-geregistreerde bestrijdingsmiddelen voor onderzoeksdoeleinden.

2. In het derde lid (nieuw) wordt de zinsnede «de in het eerste lid bedoelde middelen» vervangen door: de in het eerste en tweede lid bedoelde middelen.

3. In het vierde lid (nieuw) wordt «krachtens het eerste lid» vervangen door: krachtens het eerste en tweede lid.

U

In artikel 16a, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In de aanhef wordt na «10, eerste en tweede lid» ingevoegd: voor ten hoogste 120 dagen.

2. In onderdeel a komt de zinsnede «anders dan bedoeld in artikel 1, vijfde lid, voor ten hoogste 120 dagen,» te vervallen;

3. Onderdeel b komt te luiden:

b. voor zover het biociden betreft, voor zover noodzakelijk wegens een onvoorzien, niet op andere wijze te bestrijden gevaar.

4. Onderdeel c komt te vervallen.

V

Na artikel 16b wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd luidende:

PARAGRAAF 3A TOEZICHT OP DE NALEVING

Artikel 16c
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet of onderdelen daarvan zijn belast de bij besluit van Onze betrokken Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 16d

Een toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.

W

In artikel 23, tweede lid:

a. wordt in onderdeel e na «toelating» ingevoegd: of registratie,

b. wordt, onder vervanging van de punt in onderdeel f door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

g. de datum van 13 mei 2010, genoemd in artikel 25b, eerste lid.

X

Na artikel 25 worden de artikelen 25a en 25b ingevoegd, luidende:

Artikel 25a

  • 1. Artikel 3, tweede lid, onderdeel a, is niet van toepassing op biociden die werkzame stoffen bevatten die op 13 mei 2000 nog niet eerder werden afgeleverd en die niet bij de in dat artikelonderdeel bedoelde communautaire maatregel zijn aangewezen, mits voldaan is aan de regelen, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdelen a, b en d; 3a en 4a, tweede lid, tweede zin.

  • 2. In geval van een toelating dan wel registratie waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid, geldt deze voor een termijn van ten hoogste drie jaren. Indien de termijn van toelating dan wel registratie korter is dan drie jaren, kan deze een of meerdere malen worden verlengd met dien verstande, dat de totale duur van de termijn niet langer zal zijn dan drie jaren.

  • 3. Het college kan een toelating dan wel registratie waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid intrekken. Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing op een zodanige intrekking.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan ter uitvoering van een communautaire maatregel, de termijn van drie jaren met ten hoogste een jaar worden verlengd.

Artikel 25b

  • 1. Artikel 3, tweede lid, onderdeel a, is tot en met 13 mei 2010 evenmin van toepassing op biociden die uitsluitend werkzame stoffen bevatten die niet bij de in dat artikelonderdeel bedoelde communautaire maatregel zijn aangewezen en reeds voor 13 mei 2000 werden afgeleverd.

  • 2. Onverminderd artikel 5 wijzigt het college ter uitvoering van een communautaire maatregel met betrekking tot een bestrijdingsmiddel als bedoeld in het eerste lid, de voorschriften, bedoeld in artikel 5, tweede lid waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid. Artikel 5, vijfde lid, is van toepassing op de wijziging van de voorschriften.

  • 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 7 trekt het college ter uitvoering van een communautaire maatregel met betrekking tot een bestrijdingsmiddel als bedoeld in het eerste lid, een toelating of registratie in, waarbij toepassing is gegeven aan het eerste lid. Artikel 7, derde en vierde lid, is van toepassing op de intrekking van de toelating of registratie.

Y

Na artikel 25c wordt een artikel ingevoegd:

Artikel 25d

  • 1. Een bestrijdingsmiddel, waarvan de werkzame stof of stoffen door het college zijn aangewezen, is, in afwijking van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3 en 3a en van de artikelen 4, eerste lid, en 5, eerste lid, van rechtswege toegelaten of geregistreerd met ingang van het in het derde lid bedoelde tijdstip.

  • 2. Bij de aanwijzing van een werkzame stof, bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de effecten van de betrokken werkzame stof, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ten derde tot en met ten tiende.

  • 3. De toelating of registratie, bedoeld in het eerste lid, is van kracht met ingang van het tijdstip van beëindiging van de uit hoofde van artikel 4 afgegeven toelating of registratie, met dien verstande dat indien dit tijdstip van beëindiging reeds is verstreken, de toelating, onderscheidenlijk registratie terug werkt tot en met dat tijdstip. De toelating, onderscheidenlijk registratie geldt, in afwijking van artikel 5, eerste lid, tot het tijdstip waarop uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan een met betrekking tot de betrokken werkzame stof vastgestelde communautaire maatregel als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, met dien verstande dat zij in ieder geval doorloopt na 26 juli 2003, dan wel 15 mei 2010 indien uiterlijk op die onderscheiden datum geen communautaire maatregel is vastgesteld die vermeldt of de betrokken werkzame stof mag worden gebruikt als basis voor een gewasbeschermingsmiddel onderscheidenlijk biocide.

  • 4. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bestrijdingsmiddelen is het verboden te handelen in strijd met de krachtens artikel 5, tweede en derde lid, gegeven voorschriften, zoals deze golden tot het moment van beëindiging van de toelating of registratie uit hoofde van artikel 4, en met de krachtens artikel 13 gegeven voorschriften.

  • 5. Onverminderd de artikelen 5 en 7 wordt een toelating of registratie als bedoeld in het eerste lid, door het college ingetrokken of worden de voorschriften, bedoeld in artikel 5, tweede lid, door het college gewijzigd indien dat noodzakelijk is ter uitvoering van een communautaire maatregel. Artikel 7, derde en vierde lid, zijn op de intrekking van de toelating, onderscheidenlijk registratie van toepassing.

  • 6. Het eerste lid is:

    a. niet van toepassing op een bestrijdingsmiddel waarvan de toelating of registratie ingevolge een communautaire maatregel niet verleend mag worden;

    b. niet van toepassing op een bestrijdingsmiddel waarvan de toelating of registratie ingevolge een communautaire maatregel dient te worden ingetrokken, vanaf het tijdstip waarop aan die maatregel uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven;

    c. uitsluitend van toepassing op een bestrijdingsmiddel dat een werkzame stof bevat die reeds vóór 26 juli 1993, indien het een gewasbeschermingsmiddel betreft, onderscheidenlijk 15 mei 2000, indien het een biocide betreft, werd afgeleverd en niet bij een in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde communautaire maatregel is aangewezen;

    d. uitsluitend van toepassing op een bestrijdingsmiddel dat is toegelaten of laatstelijk op 1 januari 2001 toegelaten is geweest of is geregistreerd;

    e. niet van toepassing op een bestrijdingsmiddel waarvan de toelating of registratie is ingetrokken op verzoek van de toelatinghouder of ten aanzien waarvan geen aanvraag tot verlenging van de toelating of registratie is ingediend overeenkomstig de krachtens artikel 4 gestelde regelen omtrent het indienen van een aanvraag;

    f. niet van toepassing op een bestrijdingsmiddel waarop artikel II van de wet van 25 januari 2001, houdende wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (landbouwkundig onmisbare gewasbeschermingsmiddelen) van toepassing is of is geweest.

  • 7. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt door de zorg van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in de Staatscourant bekend gemaakt. Hij gaat daartoe niet eerder over dan nadat de aanwijzing aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd voor een periode van 30 dagen.

  • 8. Onze betrokken minister kan, ter uitvoering van een communautaire maatregel, dit artikel onder door hem te stellen regelen van overeenkomstige toepassing verklaren voor bestrijdingsmiddelen op basis van door hem aangewezen werkzame stoffen.

ARTIKEL II

  • 1. Biociden, die als niet-landbouwbestrijdingsmiddelen of als gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet zijn toegelaten, worden onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 7 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, geacht te zijn toegelaten.

  • 2. Niet-landbouwbestrijdingsmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, waarvoor voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet een volledige aanvraag tot toelating is ingediend, worden beoordeeld aan de hand van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 zoals deze luidde voor die inwerkingtreding.

ARTIKEL III

In artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten2, wordt in de zinsnede met betrekking tot de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 «en 25c, vijfde lid,» vervangen door: 25c, vijfde lid, en 25d, vierde en achtste lid.

ARTIKEL IV

De tekst van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.

ARTIKEL V

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze wet in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren aan wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 20 juni 2002

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G. H. Faber

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. P. Pronk

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. F. Hoogervorst

Uitgegeven de zeventiende september 2002

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Stb. 1998, 690, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 januari 2001, Stb. 68.

XNoot
2

Stb. 1950, K258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2002, Stb. 380.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1999–2000, 2000–2001, 2001–2002, 27 085.

Handelingen II 2001/2002, blz. 183–195; 1250–1254; 2753–2754.

Kamerstukken I 2001/2002, 27 085 (175, 175a, 175b, 175c).

Handelingen I 2001/2002, blz. 1532–1536, 1537–1546.