Wet van 13 juli 2002 tot aanpassing van de Advocatenwet aan richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (Implementatie vestigingsrichtlijn advocaten)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is bij de wet regels te stellen ter uitvoering van richtlijn 98/5/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 betreffende de vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (PbEG L 77/36);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvindenen verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Advocatenwet1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de tweede volzin van het vijfde lid van artikel 1 wordt na «In alle andere gevallen» ingevoegd: alsmede in het geval, bedoeld in het eerste lid van artikel 2a,.

B

Na artikel 2 worden de volgende artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

  • 1. In afwijking van het eerste lid van artikel 2 is degene die in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna te noemen staat van herkomst, gerechtigd is zijn beroepswerkzaamheid uit te oefenen onder de benaming advocaat of een daarmee overeenkomstige benaming in de taal of in de talen van de staat van herkomst, bevoegd te verzoeken te worden ingeschreven als advocaat, indien hij een document overlegt waaruit blijkt dat hij gedurende ten minste drie jaar daadwerkelijk en regelmatig in Nederland in het Nederlandse recht, met inbegrip van het gemeenschapsrecht als advocaat werkzaam is geweest. Onder daadwerkelijk en regelmatig werkzaam wordt verstaan de daadwerkelijke uitoefening van de werkzaamheid zonder andere dan de in het dagelijks leven normale onderbrekingen.

  • 2. De advocaat dient een aanvraag om afgifte van een document als bedoeld in het eerste lid in bij de raad van toezicht in het arrondissement van de rechtbank waarbij de advocaat kan worden ingeschreven.

  • 3. De aanvraag omvat ten minste inlichtingen of bescheiden betreffende het aantal en de aard van de door de aanvrager behandelde dossiers.

  • 4. De raad van toezicht kan verifiëren of de uitgeoefende werkzaamheden als regelmatig en daadwerkelijk kunnen worden aangemerkt en kan zo nodig de advocaat verzoeken mondeling of schriftelijk aanvullende verduidelijkingen of preciseringen te verstrekken met betrekking tot inlichtingen en bescheiden, als bedoeld in het derde lid.

  • 5. In plaats van de verklaring omtrent het gedrag of de andere in het tweede lid van artikel 2 genoemde documenten kan de advocaat, bedoeld in het eerste lid, een met deze verklaring of die documenten overeenkomende documenten, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in de staat van herkomst overleggen. Artikel 7 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2b

  • 1. Indien de advocaat gedurende ten minste drie jaar daadwerkelijk en regelmatig in Nederland als advocaat werkzaam is geweest, doch gedurende kortere tijd in het Nederlandse recht, kan de raad van toezicht het document, bedoeld in het eerste lid van artikel 2a, afgeven als de advocaat voldoende bekwaam is om de werkzaamheden in het Nederlandse recht, met inbegrip van het gemeenschapsrecht voort te zetten. Hierbij houdt de raad van toezicht rekening met:

    a. de periode gedurende welke de betrokken advocaat daadwerkelijk en regelmatig werkzaamheden heeft verricht in Nederland,

    b. de kennis en beroepservaring op het gebied van het Nederlandse recht,

    c. de deelname aan cursussen of seminars met betrekking tot het Nederlandse recht en

    d. de kennis en beroepservaring van alsmede de deelname aan cursussen of seminars over de Nederlandse beroeps- en gedragsregels.

  • 2. De beoordeling van de daadwerkelijke en regelmatige werkzaamheden in Nederland alsmede de beoordeling van de bekwaamheid van de advocaat om de in Nederland uitgeoefende werkzaamheden voort te zetten, vinden plaats in het kader van een onderhoud dat ten doel heeft de daadwerkelijke en regelmatige aard van de uitgeoefende werkzaamheid te verifiëren.

Artikel 2c

  • 1. De advocaat die overeenkomstig artikel 2a is ingeschreven, is bevoegd om naast het voeren van de titel advocaat zijn oorspronkelijke beroepstitel in de officiële taal of in een van de officiële talen van de staat van herkomst te voeren.

  • 2. Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of de tuchtrechter aldaar de uitoefening van het beroep advocaat tijdelijk ofblijvend heeft ontzegd is de betrokken advocaat van rechtswege niet meer bevoegd om in Nederland zijn beroep onder zijn oorspronkelijke beroepstitel uit te oefenen.

C

In artikel 4 wordt in het tweede lid, onder a, «aan de in artikel 2 gestelde vereisten» vervangen door «aan de in de artikelen 2 en 2a gestelde vereisten» en wordt «dan wel de in dat artikel» vervangen door: dan wel de in die artikelen.

D

Na artikel 9a wordt voor paragraaf 1a een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 9aa

  • 1. Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst of de tuchtrechter aldaar de uitoefening van het beroep van de advocaat die zich krachtens het nationale recht van die lidstaat van de Europese Unie of de desbetreffende staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dat uitvoering geeft aan artikel 3 van richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat, heeft laten inschrijven, tijdelijk of blijvend heeft ontzegd, beslist de raad van toezicht in het arrondissement waar de betrokken advocaat is ingeschreven ambtshalve tot tijdelijke of blijvende schrapping van het tableau, indien er gegronde vrees bestaat dat de betrokkene als advocaat inbreuk zal maken op de voor de advocaten geldende wetten verordeningen en besluiten of zich anderszins zal schuldig maken aan enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Het besluit treedt in werking zes weken nadat het is bekend gemaakt.

  • 2. De artikelen 5 tot en met 7 en artikel 8, vierde tot en met zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. De griffier van de rechtbank schrapt overeenkomstig de beschikking van de raad van toezicht de advocaat tijdelijk of blijvend van het tableau, nadat de beschikking onherroepelijk is geworden.

  • 4. Het beklag schorst de werking van de beschikking van de raad van toezicht.

  • 5. Het hof van discipline kan de raad van toezicht een termijn stellen voor het nemen van een nieuw besluit.

  • 6. De raad van toezicht stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst in kennis van de schrapping.

  • 7. De advocaat draagt op verzoek van de raad van toezicht zorg voor de beëdigde vertaling van de gegevens en bescheiden die voor zijn beslissing nodig zijn. Indien de advocaat weigert aan dit verzoek te voldoen, draagt de raad van toezicht zorg voor de beëdigde vertaling en verhaalt hij de kosten daarvan op de betrokken advocaat.

  • 8. Het hof van discipline kan eisen dat de door haar aangewezen stukken worden vertaald door een in Nederland toegelaten beëdigd vertaler. De advocaat draagt zorg voor de kosten van de vertaling.

E

In het eerste lid van artikel 9b wordt na «dan wel in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen» ingevoegd: alsmede met uitzondering van de advocaat, die overeenkomstig artikel 2a is ingeschreven.

F

Na paragraaf 2a wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 2 De bevoegdheden en verplichtingen van de advocaat uit een andere lidstaat die onder zijn oorspronkelijke beroepstitel als advocaat werkzaam wil zijn.

Artikel 16g

De bepalingen van deze wet en andere wettelijke voorschriften betreffende advocaten hebben uitsluitend betrekking op in Nederland ingeschreven advocaten voorzover die voorschriften of de navolgende, tot deze paragraaf behorende, artikelen niet anders bepalen.

Artikel 16h
  • 1. Degene die niet met inachtneming van artikel 1 is ingeschreven, maar die wel in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte hierna te noemen staat van herkomst, gerechtigd is zijn beroepswerkzaamheid uit te oefenen onder de benaming advocaat of een daarmee overeenkomstige benaming in de taal of in de talen van de staat van herkomst, heeft het recht om permanent dezelfde werkzaamheden uit te oefenen als de overeenkomstig artikel 1 ingeschreven advocaat nadat hij zich heeft laten inschrijven bij de raad van toezicht in het arrondissement waarin zijn kantoor is gevestigd.

  • 2. De raad van toezicht schrijft de advocaat in na overlegging van een verklaring van inschrijving bij de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst, indien de verklaring niet langer dan drie maanden voor het moment waarop de aanvraag om inschrijving is ingediend is afgegeven.

  • 3. De raad van toezicht stelt de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst in kennis van de inschrijving.

  • 4. Indien de raad van toezicht de namen van de overeenkomstig artikel 1 ingeschreven advocaten publiceert, worden ook de namen van de overeenkomstig dit artikel ingeschreven advocaten gepubliceerd.

Artikel 16i
  • 1. De advocaat, bedoeld in het eerste lid van artikel 16h, is gehouden zijn beroepswerkzaamheden in Nederland uit te oefenen onder zijn oorspronkelijke beroepstitel, zoals deze dient te luiden in de taal of een der officiële talen van de staat van herkomst, evenwel op een verstaanbare wijze en zodanig dat hij niet kan worden verward met de titel advocaat, bedoeld in artikel 9a.

  • 2. Bij de uitoefening van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, vermeldt de advocaat de beroepsorganisatie waartoe hij behoort of het gerecht waarbij hij overeenkomstig de wettelijke regeling van de staat van herkomst is toegelaten alsmede zijn inschrijving bij de raad van toezicht.

Artikel 16j

Voor de uitoefening van de werkzaamheden die met de vertegenwoordiging en de verdediging van een cliënt in rechte verband houden werkt de advocaat, bedoeld in het eerste lid van artikel 16h, samen met een overeenkomstig artikel 1 in Nederland ingeschreven advocaat voorzover ingevolge de wet de bijstand of vertegenwoordiging van een advocaat of procureur is voorgeschreven. Het eerste lid van artikel 16d alsmede het tweede tot en met vierde en zesde lid van artikel 16e zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16k
  • 1. De advocaat, bedoeld in het eerste lid van artikel 16h, is voor alle werkzaamheden die hij in Nederland uitoefent aan dezelfde beroeps- en gedragregels alsmede aan dezelfde voorwaarden onderworpen als de advocaat die overeenkomstig artikel 1 is ingeschreven, met inbegrip van de verordeningen genoemd in artikel 28.

  • 2. De artikelen 10, 12, 13, 14 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing voorzover de advocaat optreedt in Nederland.

G

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «zijn slechts verkiesbaar advocaten die » vervangen door: zijn slechts verkiesbaar advocaten en degenen die overeenkomstig artikel 16h zijn ingeschreven voorzover zij.

2. In het tweede lid wordt na «slechts advocaten» ingevoegd: of degenen die overeenkomstig artikel 16h zijn ingeschreven.

H

Aan het eerste lid van artikel 40 wordt na de punt de volgende zin toegevoegd: Tevens zijn stemgerechtigd degenen die zich overeenkomstig artikel 16h hebben laten inschrijven.

I

Na artikel 46f wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 46fa

Indien de advocaat jegens wie een klacht is ingediend of jegens wie bezwaren bestaan zich krachtens het nationale recht van een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dat uitvoering geeft aan artikel 3 van richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat, heeft laten inschrijven, stelt de raad van toezicht voor de aanvang van de tuchtrechtelijke procedure de bevoegde autoriteit in die lidstaat of lidstaten op de hoogte van het voornemen een tuchtrechtelijke procedure jegens de advocaat aan te vangen en verstrekt hij aan die autoriteit of autoriteiten alle dienstige inlichtingen.

J

In artikel 60a wordt «De voorgaande bepalingen van deze paragraaf zijn eveneens van toepassing» vervangen door: De voorgaande bepalingen van deze paragraaf met uitzondering van artikel 46fa, zijn eveneens van toepassing.

K

Na artikel 60a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 60b

  • 1. De artikelen 46 tot en met 46f en 46g tot en met 60 zijn van overeenkomstige toepassing op de advocaten die hun werkzaamheden uitoefenen onder hun oorspronkelijke beroepstitel als bedoeld in artikel 16h.

  • 2. In afwijking van artikel 48, tweede lid, kunnen als maatregelen worden opgelegd:

    a. de enkele waarschuwing;

    b. de berisping;

    c. de schorsing gedurende ten hoogste één jaar in de bevoegdheid in Nederland de in artikel 16h bedoelde werkzaamheden uit te oefenen;

    d. de doorhaling van de inschrijving.

  • 3. Het in artikel 48, derde lid bepaalde omtrent openbaarmaking is mede van toepassing op de in het tweede lid genoemde maatregelen.

  • 4. De bevoegde autoriteit van de staat van herkomst wordt in de gevallen, bedoeld in de artikelen 46h, derde lid, 48f, 49, 56, vijfde lid en 57, eerste lid, in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken.

  • 5. Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of de tuchtrechter aldaar de uitoefening van het beroep advocaat tijdelijk of blijvend heeft ontzegd is de betrokken advocaat van rechtswege niet meer bevoegd om in Nederland zijn beroep onder zijn oorspronkelijke beroepstitel uit te oefenen. De raad van toezicht haalt alsdan de inschrijving van de advocaat tijdelijk onderscheidenlijk blijvend door. De raad van toezicht stelt de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst in kennis van de doorhaling.

  • 6. Alvorens jegens de onder zijn oorspronkelijke beroepstitel werkzame advocaat een tuchtrechtelijke procedure in te stellen, stelt de raad van toezicht waarbij deze advocaat zich heeft laten inschrijven de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst van die advocaat daarvan onverwijld in kennis en verstrekt zij deze alle dienstige inlichtingen.

  • 7. Gedurende de procedure werkt de raad van toezicht met de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst samen. Het vierde lid van artikel 60a is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL II

Artikel 37 van het Wetboek van Strafvordering2 komt te luiden:

Artikel 37

Als raadslieden worden slechts toegelaten in Nederland ingeschreven advocaten. Eveneens worden toegelaten de personen bedoeld in artikel 16b dan wel 16h van de Advocatenwet, indien zij samenwerken met een in Nederland ingeschreven advocaat, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 16e respectievelijk 16j van de Advocatenwet.

ARTIKEL III

De Wet op de rechtsbijstand3 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen worden onder advocaten mede verstaan de personen, bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.

B

Aan het slot van artikel 17, tweede lid, onder c, wordt voor de punt ingevoegd: dan wel artikel 60b, tweede lid, onder a tot en met c.

C

In artikel 22, eerste lid, wordt na «genoemd in artikel 2, eerste lid,» ingevoegd: of artikel 2a.

ARTIKEL IV

In het derde lid van artikel 34b van de Vreemdelingenwet4 wordt na «alsmede de persoon bedoeld in artikel 16b» ingevoegd «dan wel 16h» en wordt na «overeenkomstig het bepaalde in artikel 16e» ingevoegd: respectievelijk 16j.

ARTIKEL V

Indien het bij koninklijke boodschap van 2 december 1999 ingediende voorstel van wet, houdende opneming in de Advocatenwet van enkele bepalingen over het onderzoek naar de toestand van de praktijk van een advocaat en wijziging van een aantal artikelen in deze wet (26 940)5 eerder tot wet wordt verheven en in werking treedt dan het onderhavige wetsvoorstel wordt laatstgenoemd wetsvoorstel als volgt gewijzigd:

A

Onderdeel J komt te luiden:

J

Na artikel 60a wordt voor paragraaf 4a een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 60aa
  • 1. De artikelen 46 tot en met 46f en 46g tot en met 60 alsmede de artikelen 60b tot en met 60g zijn van overeenkomstige toepassing op de advocaten die hun werkzaamheden uitoefenen onder hun oorspronkelijke beroepstitel als bedoeld in artikel 16h.

  • 2. In afwijking van artikel 48, tweede lid, kunnen als maatregelen worden opgelegd:

    a. de enkele waarschuwing;

    b. de berisping;

    c. de schorsing gedurende ten hoogste één jaar in de bevoegdheid in Nederland de in artikel 16h bedoelde werkzaamheden uit te oefenen;

    d. de doorhaling van de inschrijving.

  • 3. Het in artikel 48, derde lid bepaalde omtrent openbaarmaking is mede van toepassing op de in het tweede lid genoemde maatregelen.

  • 4. De bevoegde autoriteit van de staat van herkomst wordt in de gevallen, bedoeld in de artikelen 46h, derde lid, 48f, 49, 56, vijfde lid, 57, eerste lid, 60b, eerste en zevende lid en 60c, derde en vierde lid in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken.

  • 5. Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of de tuchtrechter aldaar de uitoefening van het beroep advocaat tijdelijk of blijvend heeft ontzegd is de betrokken advocaat van rechtswege niet meer bevoegd om in Nederland zijn beroep onder zijn oorspronkelijke beroepstitel uit te oefenen. De raad van toezicht haalt alsdan de inschrijving van de advocaat tijdelijk onderscheidenlijk blijvend door. De raad van toezicht stelt de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst in kennis van de doorhaling.

  • 6. Alvorens jegens de onder zijn oorspronkelijke beroepstitel werkzame advocaat een tuchtrechtelijke procedure in te stellen dan wel een procedure inzake de onbehoorlijke praktijkuitoefening aan te vangen, stelt de raad van toezicht waarbij deze advocaat zich heeft laten inschrijven de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst van die advocaat daarvan onverwijld in kennis en verstrekt zij deze alle dienstige inlichtingen.

  • 7. Gedurende de procedure werkt de raad van toezicht met de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst samen. Het vierde lid van artikel 60a is van overeenkomstige toepassing.

B

Na onderdeel J wordt een onderdeel K toegevoegd, luidende:

K

Na artikel 60g wordt voor paragraaf 5 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 60h

Indien de advocaat jegens wie het voornemen bestaat een procedure inzake de onbehoorlijke praktijkuitoefening aan te vangen, zich krachtens het nationale recht van een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dat uitvoering geeft aan artikel 3 van richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat, heeft laten inschrijven, stelt de raad van toezicht voor de aanvang van de procedure de bevoegde autoriteit in die lidstaat of lidstaten van dit voornemen op de hoogte en verstrekt hij aan die autoriteit of autoriteiten alle dienstige inlichtingen.

ARTIKEL VI

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 13 juli 2002

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de derde september 2002

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Transponeringstabel

Richtlijn Implementatie (voorzover niet anders aangegeven wordt verwezen naar de Advocatenwet)
Artikel 1Artikel 2a en 16h
Artikel 2Artikel 16h, eerste lid
Artikel 3Artikel 16h
Artikel 4Artikel 16i
Artikel 5, eerste lid Artikel 5, tweede lid Artikel 5, derde lid Artikel 16h en 16k juncto artikel 10 Behoeft geen implementatie Artikel 16j
Artikel 6, eerste lidArtikel 16k
Artikel 6, tweede lidArtikelen 24 en 40
Artikel 6, derde lidVerordening op de beroepsaansprakelijkheid 1991
Artikel 7, eerste lidArtikel 60b, eerste, tweede en derde lid
Artikel 7, tweede lidArtikel 46fa en 60b, zesde lid
Artikel 7, derde lidArtikel 60b, vierde en zevende lid
Artikel 7, vierde lidArtikel 9aa
Artikel 7, vijfde lidArtikel 60b, vijfde lid
Artikel 8Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking
Artikel 9Artikel 3:46 Awb, bezwaar en beroepsprocedure Awb, artikel 48, eerste lid, artikel 57, tweede lid
Artikel 10, eerste lidArtikel 2a, eerste, derde en vierde lid en 3:46 en 4:2 Awb, bezwaar en beroepsprocedure Awb
Artikel 10, tweede lidArtikel 2
Artikel 10, derde lidArtikel 2b en de artikelen 3:46, 4:2 en 4:7 Awb, bezwaar en beroepsprocedure Awb
Artikel 10, vierde lidArtikel 4, tweede lid, onder b
Artikel 10, vijfde lidArtikel 2:5 Awb
Artikel 10, zesde lidArtikel 2c
Artikel 11 en 12Samenwerkingsverordening 1993
Artikel 13Artikel 2:5 Awb en uitvoeringsmaatregelen Nederlandse Orde van Advocaten
Artikel 14Artikel 2a, tweede lid en artikel 16h, eerste en tweede lid

XNoot
1

Stb. 1984, 418, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 maart 2002, Stb. 184.

XNoot
2

Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 juli 2002, Stb. 388.

XNoot
3

Stb. 1993, 775, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 november 2001, Stb. 625.

XNoot
4

Stb. 1965, 40, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 september 2001, Stb. 432.

XNoot
5

Stb. 2002, 184.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2000/2001, 2001/2002, 27 587.

Handelingen II 2001/2002, blz. 5021.

Kamerstukken I 2001/2002, 27 587 (392, 392a).

Handelingen I 2001/2002, blz. 1717.

Naar boven