Wet van 30 mei 2002 tot wijziging van de Wet subsidiëring politieke partijen (Verhoging subsidiebedragen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de subsidiebedragen, genoemd in de Wet subsidiëring politieke partijen te verhogen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Artikel 6 van de Wet subsidiëring politieke partijen1 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «€ 34 816,29» vervangen door: € 108 000.

b. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «€ 11 151,65» vervangen door: € 34 839.

c. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «€ 74 283,82» vervangen door: € 96 040.

d. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «€ 5 581,50» vervangen door: € 7 216.

e. De in het tweede lid, eerste en tweede zinsnede, genoemde bedragen «€ 336 591,47» worden vervangen door: € 435 170.

ARTIKEL II

Voor de toepassing van artikel 6 van de Wet subsidiëring politieke partijen gelden, in afwijking van artikel I, voor het jaar 2001 de volgende bedragen:

a. Voor het basisbedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, geldt een bedrag van € 66 619,47.

b. Voor het bedrag per kamerzetel van de politieke partij, bedoeld artikel 6, eerste lid, onder a, geldt een bedrag van € 21 338,11.

ARTIKEL III

Voor de toepassing van de Wet subsidiëring politieke partijen ten aanzien van het kalenderjaar 2001 geldt dat de in deze wet bedoelde subsidie aan een politieke partij, tevens verstrekt kan worden voor in artikel 5 van deze wet bedoelde uitgaven die samenhangen met activiteiten die hebben plaatsgevonden in het kalenderjaar 2002.

ARTIKEL IV

Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2001.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 30 mei 2002

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries

Uitgegeven de vijfentwintigste juni 2002

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1999, 257, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 september 2001, Stb. 481.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2000/2001, 2001/2002, 27 894.

Handelingen II 2001/2002, blz. 3085–3111; 3154–3155.

Kamerstukken I 2001/2002, 27 894 (255, 255a, 255b, 255c).

Handelingen I 2001/2002, blz. 1418–1435.

Naar boven