Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2002, 195AMvB

Besluit van 18 februari 2002 tot het stellen van nadere regels ten aanzien van de Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen in verband met de introductie van een toeslagregeling ter compensatie van het gemis aan overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 alsmede het actualiseren van een aantal artikelen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 november 2001, nr. AB2001/UU93302, Directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, Directie Arbeidszaken Overheid;

Gelet op artikel 1, derde lid, van de Wet van 16 juli 2001, tot het stellen van nadere regels in verband met de introductie van een toeslagregeling ter compensatie van het gemis aan overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 ten aanzien van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 en enkele andere overzeese pensioenwetten alsmede het actualiseren van die wetten in verband met de inwerkingtreding van de Algemene nabestaandenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 20 december 2001, nr. W04.01.0592/1);

Gezien het nader raport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 januari 2002, kenmerk AB2002/U51164;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

De Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen 1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, tweede lid, wordt «Onze Minister van Binnenlandse Zaken na verkregen overeenstemming met Onze Minister, die is belast met de werkzaamheden, verbonden aan de coördinatie van aangelegenheden,Suriname en de Nederlandse Antillen betreffende,» vervangen door: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

B

In artikel 2, eerste en derde lid, en artikel 7 wordt: «Onze Minister van Binnenlandse Zaken» telkens vervangen door: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

C

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt na «de Algemene burgerlijke pensioenwet» toegevoegd: , zoals deze wet laatstelijk luidde op 31 december 1995.

2. Het eerste lid, onder ten 2e, komt als volgt te luiden:

2e. het bedrag, dat als berekeningsgrondslag zal gelden, door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld met inachtneming van de door hem aan te wijzen Nederlandse ambtelijke betrekking of betrekkingen, waarvoor een bezoldigingsregeling geldt, die door het Rijk, van rijkswege of naar rijksnormen is vastgesteld en die kan of kunnen worden geacht te zijn gelijkwaardig aan de betrekking of betrekkingen door de gepensioneerde ambtenaar of ambtenaar bekleed, zomede van het daarin toe te rekenen ambtelijk inkomen waaruit de daarin opgenomen premiecompensatie wordt geëlimineerd overeenkomstig artikel F 6, vierde lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals die wet luidde op 31 december 1995.

D

Na artikel 6a wordt een artikel 6b toegevoegd, luidende:

Artikel 6b

  • 1. Indien recht is ontstaan op pensioen na 31 december 2000 heeft de rechthebbende die de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, in afwijking van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen, recht op een toeslag ter grootte van 1,9% van dat pensioen, met een maximum van f 1745,– per jaar.

  • 2. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt de toeslag krachtens dit artikel niet onder pensioen of uitkering begrepen.

ARTIKEL II

Met ingang van 1 januari 2002 wordt in artikel 6b, eerste lid, van de Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen het bedrag van f 1745,– gewijzigd in € 791,85.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug:

a. tot en met 1 januari 2001 voor wat betreft Artikel I, onderdelen A, B en D;

b. tot en met 1 januari 1996 voor wat betreft Artikel I, onderdeel C.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 18 februari 2002

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries

Uitgegeven de vijfentwintigste april 2002

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

NOTA VAN TOELICHTING

Bij Wet van 16 juli 2001, Stb. 377, zijn ten aanzien van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 en enkele andere overzeese pensioenwetten onder meer regels gesteld ter actualisering van die wetten alsmede in verband met de introductie van een toeslagregeling ter compensatie van het gemis aan overhevelingstoeslag per 1 januari 2001. Deze maatregelen dienen overeenkomstig te gelden ten aanzien van de Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen. In het thans voorgestelde besluit worden dan ook dezelfde maatregelen voorgesteld ten aanzien van genoemde toeslagregeling.

Artikel I

Onderdeel A en B

De ten aanzien van artikel 1, tweede lid, artikel 2, eerste en derde lid, en artikel 7 voorgestelde wijzigingen betreffen een redactionele verbetering.

Onderdeel C

De voor artikel 4 voorgestelde toevoeging «zoals deze wet luidde op 31 december 1995» heeft betrekking op het feit dat de Algemene burgerlijke pensioenwet per 1 januari 1996 in het kader van de privatisering van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds is ingetrokken.

De toevoeging aan het eerste lid, onder ten 2e, van de bepaling dat het toe te rekenen ambtelijk inkomen wordt gezuiverd van de in dat inkomen opgenomen premiecompensatie overeenkomstig het artikel F 6, vierde lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet zoals die wet laatstelijk luidde, betreft het herstel van een omissie. In de praktijk is rekening gehouden met deze werkwijze, doch om onduidelijke redenen is de bepaling nimmer opgenomen in artikel 4.

Onderdeel D

Het voorgestelde nieuwe artikel 6b houdt verband met de afschaffing van de overhevelingstoeslag en houdt de introductie in van een tijdelijke toelage met het oog op inkomensneutraliteit. Deze overhevelingstoeslag werd in 1990 ingevoerd ter compensatie van de lastenverzwaring wegens het overhevelen van de premies voor AWBZ en AAW van de werkgever naar de werknemer. De maatregel houdt de introductie in van een toelage voor de werknemer die deze afschaffing compenseert, met het oog op het behouden van een inkomensneutraliteit.

Per 1 januari 2001 vervalt de overhevelingstoeslag. In verband daarmee is in artikel 1, derde lid, van de Wet van 16 juli 2001, tot het stellen van nadere regels in verband met de introductie van een toeslagregeling ter compensatie van het gemis aan overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 ten aanzien van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 en enkele andere overzeese pensioenwetten alsmede het actualiseren van die wetten in verband met de inwerkingtreding van de Algemene nabestaandenwet de basis gelegd voor het stellen van regels met betrekking tot een compenserende toeslag.

De toeslag wordt via dezelfde systematiek berekend als voorheen de overhevelingstoeslag. Daardoor zijn aan deze maatregel geen extra kosten verbonden.

Artikel II

Ingevolge dit artikel wordt het bedrag van f 1745,– , genoemd in artikel 6b aangepast aan de komst van de Euro in 1 januari 2002.

Artikel III

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de voorgestelde wijzigingen. Het besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit wordt geplaatst.

Voor zover de maatregelen verband houden met de fiscale maatregelen werken deze terug tot en met 1 januari 2001. Voor de aanpassing van de verwijzing naar de Algemene burgerlijke pensioenwet in artikel 4 van de Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen is gekozen voor een terugwerkende kracht tot en met 1 januari 1996, zijnde de datum waarop de Algemene burgerlijke pensioenwet is ingetrokken.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries


XNoot
1

Stb. 1967, 260, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 415.

XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.