Besluit van 27 maart 2002 betreffende de ontbinding
van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
daartoe gemachtigd door de Raad van Ministers van 22 maart 2002, Directie
Constitutionele Zaken en Wetgeving, CW02/U58702;
Gelet op de artikelen 64 en 137, derde lid, van de Grondwet en
artikel F 2 van de Kieswet;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ontbonden op donderdag 23 mei
2002 op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip.
Artikel 2
De kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal vindt plaats op dinsdag 2 april 2002.
Artikel 3
De eerste samenkomst van de nieuw gekozen Tweede Kamer vindt plaats op
donderdag 23 mei 2002 op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen
tijdstip.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast
met de uitvoering van dit besluit, dat met de nota van toelichting in het
Staatsblad en in de Staatscourant zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 27 maart 2002
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K. G. de Vries
Uitgegeven de achtentwintigste maart 2002
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
NOTA VAN TOELICHTING
In het Staatsblad zijn reeds enkele wetten bekend gemaakt, houdende verklaring
dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering van
de Grondwet. Gelet op het bepaalde in artikel 137, derde lid, van de Grondwet
brengt dit mee dat wordt overgegaan tot ontbinding van de Tweede Kamer. Het
onderhavige besluit strekt daartoe.
In geval van ontbinding van de Tweede Kamer vanwege herziening van de
Grondwet worden dezelfde data voor ontbinding en de dag van kandidaatstelling
aangehouden als er gelden voor de verkiezing in geval van periodiek aftreden
van de leden van de Tweede Kamer.
Krachtens artikel F 2 van de Kieswet vindt in geval van ontbinding van
de Tweede Kamer de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de
nieuwe kamer plaats binnen veertig dagen na dagtekening van het koninklijk
besluit tot ontbinding op een bij dat besluit te bepalen dag.
De dag van kandidaatstelling voor de verkiezing van de Tweede Kamer is
in het besluit gesteld op dinsdag 2 april 2002. Uit het bepaalde in artikel
J 1, eerste lid, van de Kieswet volgt dat de dag van stemming dan zal vallen
op woensdag 15 mei 2002. Het tijdstip waarop de ontbinding ingaat, is bepaald,
overeenkomstig artikel C 3, eerste lid, van de Kieswet, op donderdag 23 mei
op een door de voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip
De genoemde data vallen dan ook samen met die welke in geval van periodieke
aftreding van de leden van de kamer zouden gelden, indien geen ontbinding
plaatsvond.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K. G. de Vries